Baruch 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Jerusalem, leg af het gewaad van uw droefheid en nood, En bekleedt u voor eeuwig met de stralende glorie van God;
1[Exue te, Jerusalem, stola luctus et vexationis tuæ, et indue te decore, et honore ejus, quæ a Deo tibi est, sempiternæ gloriæ.
2Sla de mantel der gerechtigheid om, door God u geschonken, Zet op uw hoofd de gloriekrans, waarmee de Eeuwige u kroont!
2Circumdabit te Deus diploide justitiæ, et imponet mitram capiti honoris æterni.
3Want God zal uw stralenkrans tonen Aan heel de aarde onder de hemel;
3Deus enim ostendet splendorem suum in te, omni qui sub cælo est.
4Een naam voor eeuwig zal God u geven: “Vrede der gerechtigheid, Glorie van vroomheid!”
4Nominabitur enim tibi nomen tuum a Deo in sempiternum: pax justitiæ, et honor pietatis.
5Op, Jerusalem, bestijg de hoogte, en blik naar het oosten: Zie uw zonen, bijeengebracht door het woord van den Heilige Van de opgang der zon tot haar ondergang, Vol vreugde, dat God ze gedenkt!
5Exsurge, Jerusalem, et sta in excelso: et circumspice ad orientem, et vide collectos filios tuos ab oriente sole usque ad occidentem, in verbo Sancti, gaudentes Dei memoria.
6Waarachtig, te voet zijn ze van u heengegaan, Weggesleept door den vijand, Maar God brengt ze tot u terug, In glorie gedragen als op een koningstroon.
6Exierunt enim abs te pedibus ducti ab inimicis: adducet autem illos Dominus ad te portatos in honore sicut filios regni:
7Want God heeft bevolen, iedere hoge berg En eeuwige heuvelen te slechten, De dalen tot een effen bodem te vullen, Opdat Israël veilig kan gaan in de glorie van God;
7constituit enim Deus humiliare omnem montem excelsum et rupes perennes, et convalles replere in æqualitatem terræ, ut ambulet Israël diligenter in honorem Dei.
8En de wouden en alle geurende bomen Werpen op Israël hun schaduw, naar Gods bevel!
8Obumbraverunt autem et silvæ, et omne lignum suavitatis Israël ex mandato Dei.
9Ja, God geleidt Israël, vol vreugd door het licht van zijn glorie, Met zijn ontferming en gerechtigheid!
9Adducet enim Deus Israël cum jucunditate in lumine majestatis suæ, cum misericordia et justitia quæ est ex ipso.]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.