2 Korintiers 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Ik, Paulus zelf, die dichtbij zo schuchter jegens u ben, maar op een afstand heel dapper, ik vermaan u bij Christus’ zachtmoedigheid en gematigdheid;
1А сам ја, Павле, молим вас кротости ради и тишине Христове, који сам пред вама понижен према вама, а кад нисам код вас, слободан сам према вама.
2en ik bid u, bij mijn komst niet krachtdadig te moeten ingrijpen met die beslistheid, waarmee ik denk op te treden tegen dat slag van lieden, die menen, dat we wandelen naar het vlees.
2Молим пак да ми не буде потребно кад будем код вас, онако слободан бити као што мислим да смем против неких који мисле за нас да по телу живимо;
3Want wel wandelen we in het vlees, maar we kampen niet naar het vlees.
3јер ако и живимо по телу, не боримо се по телу.
4De wapens toch, waarmee we kampen, zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God, om er burchten mee neer te halen; diepzinnigheden werpen we er mee omver,
4Јер оружје нашег војевања није телесно, него силно од Бога на раскопавање градова, да кваримо помисли
5ook elke hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God; alle denken nemen we er mee gevangen, om het te brengen onder gehoorzaamheid van Christus;
5и сваку висину која се подиже на познање Божије, и робимо сваки разум за покорност Христу,
6en we houden ze gereed, om iedere ongehoorzaamheid te straffen, zo gauw úw gehoorzaamheid maar volmaakt is.
6и у приправности имамо освету за сваку непокорност, кад се изврши ваша покорност.
7Geeft acht op wat voor de hand ligt. Is iemand overtuigd, dat hij Christus toebehoort, dan mag hij toch wel bij zichzelf eens bedenken, dat ook wij Christus toebehoren, evengoed als hij.
7Гледате ли на оно што вам је пред очима? Ако се ко узда да је Христов нека мисли опет у себи да како је он Христов тако смо и ми Христови.
8Ja, al ging ik nog veel verder met roemen op de volmacht, die de Heer mij gaf, om u op te bouwen, maar niet om u te gronde te richten, ik zou er niet over te blozen hebben.
8Јер ако се шта и више похвалим влашћу нашом коју нам даде Господ на поправљање, а не на кварење ваше, нећу се постидети.
9Maar ik wil de schijn niet hebben, dat ik u met mijn brieven vrees wil aanjagen.
9Али да се не покажем као да вас плашим посланицама;
10Want, zo heet het: de brieven zijn gewichtig en krachtig, maar zijn persoonlijk optreden is zwak, zijn spreken onbeduidend.
10јер су посланице, вели, тешке и јаке, а кад је телом пред нама, слаб је, и реч његова не ваља ништа.
11Laat hij, die zó spreekt, er wel aan denken, dat we van dichtbij zó zullen zijn met de daad, als we het uit de verte in onze brieven zijn met het woord.
11Ово нека помисли такав да какви смо у речи по посланицама кад нисмо код вас, такви смо и у делу кад смо ту.
12Maar wat we niet durven: ons op één lijn stellen, of zelfs vergelijken met dat soort lieden, die zich zo gaarne laten gelden. Zij toch meten zich af naar zichzelf, en vergelijken zich met zichzelf, zonder het te bespeuren.
12Јер не смемо себе мешати или се поредити с другима који хвале сами себе; али кад сами по себи себе мере и пореде сами себе са собом, не разумевају.
13Wij daarentegen zullen niet gaan roemen zonder maat te houden, maar slechts volgens het meetsnoer, dat God ons tot maat heeft gegeven: en dit is, dat we tot u zouden doordringen.
13А ми се нећемо хвалити преко мере, него по мери правила ког нам Бог меру раздели да допремо и до вас.
14We rekken ons dus niet buiten dit meetsnoer uit, als waart gij buiten ons bereik gebleven; want feitelijk zijn we tot u doorgedrongen met het Evangelie van Christus.
14Јер се ми далеко не простиремо, као да не досежемо до вас; јер допресмо и до вас с јеванђељем Христовим,
15We beroemen ons dan ook niet buiten die maat, en op het werk van anderen. Maar wel koesteren we de hoop, dat we, bij het toenemen van het geloof in uw midden, met ons eigen meetsnoer ons nog aanmerkelijk zullen uitbreiden,
15не хвалећи се преко мере у туђим пословима, имајући пак наду кад узрасте вера ваша да ћемо се у вама величати по правилу свом изобилно,
16en het Evangelie in verder liggende streken zullen verkondigen. Maar dan niet met het meetsnoer van anderen, om ons te roemen op wat reeds gedaan is!
16да у далеким странама од вас проповедимо јеванђеље, и да се не похвалимо оним што је по туђем правилу урађено.
17Bovendien, “wie roemt, roeme in den Heer.”
17А који се хвали, Господом нека се хвали.
18Want niet die zichzelf prijst is goed bevonden, maar die geprezen wordt door den Heer.
18Јер онај није ваљан који се сам хвали, него ког Господ хвали.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.