1 Koningen
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (Thai)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Nu riep koning Salomon de oudsten van Israël en alle stamhoofden en familievorsten der Israëlieten bij zich naar Jerusalem, om de verbondsark van Jahweh uit de Davidstad, of de Sion, naar haar plaats te brengen.
1ต่อมาโซโลมอน​ทรงเรียกประชุมผู้อาวุโสของอิสราเอล หัวหน้าเผ่าทุกเผ่า และผู้นำตระกูลของชาวอิสราเอล ให้มาเฝ้ากษัตริย์​โซโลมอน​ที่เยรูซาเล็ม เพื่ออัญเชิญหีบพันธสัญญาของพระยาห์เวห์​ขึ้นมาจากนครดาวิด คือศิโยน
2Zo trokken alle mannen van Israël naar koning Salomon op voor het feest, dat in de maand Etanim, de zevende maand, werd gevierd.
2ชายอิสราเอล​ทุกคนมาชุมนุมกับกษัตริย์​โซโลมอน​ในเทศกาลที่จัดในเดือนเอธานิม ซึ่งเป็นเดือนที่เจ็ด
3Toen nu al de oudsten van Israël gekomen waren, namen de priesters de ark op,
3เมื่อผู้อาวุโสของอิสราเอล​ทุกคนมาถึง เหล่าปุโรหิต​ก็ยกหีบขึ้น
4en brachten haar met de openbaringstent en al de heilige voorwerpen, die in de tent waren, naar boven; de levieten droegen met de priesters mee.
4พวกเขานำหีบของพระยาห์เวห์ เต็นท์แห่งการชุมนุม และเครื่องใช้ศักดิ์สิทธิ์ทุกชิ้นที่อยู่ในเต็นท์ขึ้นมา ปุโรหิต​และชาวเลวีเป็นผู้นำสิ่งเหล่านี้ขึ้นมา
5Koning Salomon zelf ging met al de Israëlieten, die zich bij hem hadden gevoegd, voor de ark uit, en offerde zoveel schapen en runderen, dat ze niet meer te tellen of te berekenen waren.
5กษัตริย์​โซโลมอน​กับชาวอิสราเอล​ทั้งหมดที่มาชุมนุมกับพระองค์​อยู่ต่อหน้าหีบ ถวายแกะและวัวเป็นเครื่องบูชา​มากมายจนนับไม่ถ้วน
6Daarop brachten de priesters de verbondsark van Jahweh naar haar plaats in het binnenste van de tempel, in het Allerheiligste, en zetten haar onder de vleugels der cherubs.
6เหล่าปุโรหิต​นำหีบพันธสัญญาของพระยาห์เวห์​เข้าไปวางในที่ของมัน คือห้องชั้นในของพระวิหาร ห้องบริสุทธิ์ที่สุด ใต้ปีกของเครูบ
7De cherubs spreidden dus hun vleugels over de ark uit, en overschaduwden de ark en haar draagstangen.
7เครูบ​กางปีกเหนือที่วางหีบ ปีกของมันคลุมหีบและคานหามจากด้านบน
8Deze waren zo lang, dat men de uiteinden ervan in het Heilige, dat voor het Allerheiligste lag, kon zien, maar daarbuiten niet meer; ze zijn daar gebleven tot op deze dag.
8คานหามยาวจนเห็นปลายคานได้จากสถานที่บริสุทธิ์ซึ่งอยู่หน้าห้องชั้นใน แต่มองไม่เห็นจากภายนอก คานเหล่านั้นยังอยู่ที่นั่นจนถึงทุกวันนี้
9In de ark was niets dan de twee stenen tafelen, die Moses op de berg Horeb erin had gelegd; het waren de tafelen van het Verbond, dat Jahweh bij de uittocht uit Egypte met de Israëlieten gesloten had.
9ภายในหีบไม่มีสิ่งใดนอกจากแผ่นศิลาสองแผ่นที่โมเสสใส่ไว้ ณ โฮเรบ เมื่อพระยาห์เวห์​ทรงทำพันธสัญญากับชาวอิสราเอล​ในคราวที่พวกเขาออกจากอียิปต์
10Zodra de priesters het Heilige hadden verlaten, vervulde een wolk het huis van Jahweh.
10เมื่อปุโรหิต​ออกมาจากสถานที่บริสุทธิ์ เมฆก็เต็มพระวิหาร​ของพระยาห์เวห์
11Door die wolk konden de priesters niet blijven staan, om hun dienstwerk te verrichten; want de glorie van Jahweh vervulde de tempel van Jahweh.
11จนเหล่าปุโรหิต​ยืนปฏิบัติหน้าที่ไม่ได้เพราะเมฆนั้น เนื่องจากพระสิริของพระยาห์เวห์​เต็มพระวิหาร
12Nu sprak Salomon: De zon heeft Jahweh aan de hemel geplaatst, Maar zelf besloot Hij, in een wolk te vertoeven.
12แล้วโซโลมอน​ตรัสว่า “พระยาห์เวห์​ตรัสว่าจะทรงประทับในความมืดทึบ
13Zo kon ik het wagen, U een tempel te bouwen. Een huis, waar Gij eeuwig zult wonen! (Het staat in het Liederenboek.)
13ข้าพระองค์​สร้างพระวิหาร​เป็นที่ประทับถวายพระองค์​แล้ว เป็นสถานที่ให้พระองค์​ประทับตลอดไป”
14Hierop keerde de koning zich om, en zegende heel de gemeenschap van Israël. En terwijl allen overeind gingen staan,
14กษัตริย์​ทรงหันมาให้พรที่ประชุมชาวอิสราเอล​ทั้งหมด ขณะนั้นทุกคนยืนอยู่
15sprak hij: Geprezen zij Jahweh, Israëls God, wiens hand heeft volbracht, wat zijn mond tot mijn vader David heeft gesproken:
15พระองค์​ตรัสว่า “ขอสรรเสริญพระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่งอิสราเอล ผู้ตรัสกับดาวิดบิดาของพวกท่านด้วยพระโอษฐ์ และทรงทำให้สำเร็จด้วยพระหัตถ์ของพระองค์​ว่า
16“Sinds de dag, dat Ik mijn volk Israël uit Egypte heb geleid, heb Ik geen enkele stad van al de stammen van Israël uitverkoren, om Mij daar een tempel te bouwen, waarin mijn Naam zou wonen. Maar Jerusalem heb Ik uitverkoren, om daar mijn Naam te doen wonen; en David heb Ik uitgekozen, om over mijn volk te heersen!”
16‘ตั้งแต่วันที่เรานำประชาชน​อิสราเอล​ของเราออกจากอียิปต์ เราไม่เคยเลือกเมืองใดจากเผ่าต่าง ๆ ของอิสราเอล​เพื่อสร้างพระวิหาร​ให้พระนามของเราอยู่ที่นั่น แต่เราเลือกดาวิดให้ปกครองประชาชน​อิสราเอล​ของเรา’
17Daarom wilde mijn vader David een tempel bouwen voor de Naam van Jahweh, Israëls God.
17“ดาวิดบิดาของข้าเคยตั้งใจสร้างพระวิหาร​ถวายแด่พระนามของพระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่งอิสราเอล
18Maar Jahweh sprak tot mijn vader David: “Het was goed van U, het plan op te vatten, om een tempel te bouwen voor mijn Naam.
18แต่พระยาห์เวห์​ตรัสกับดาวิดบิดาของข้าว่า ‘การที่เจ้าตั้งใจสร้างพระวิหาร​ถวายแด่พระนามของเรานั้นเป็นเรื่องดี
19Maar niet gij zult de tempel bouwen; doch uw zoon, die uit uw lenden voortkomt, zal een tempel bouw voor mijn Naam.”
19ถึงกระนั้นเจ้าจะไม่ได้สร้างพระวิหาร บุตรที่สืบสายเลือดของเจ้าเองจะเป็นผู้สร้างพระวิหาร​ถวายแด่พระนามของเรา’
20En Jahweh heeft zijn belofte vervuld. Want ik ben mijn vader David opgevolgd en heb mij neergezet op de troon van Israël, zoals Jahweh gezegd had. En nu heb ik voor Jahweh, Israëls God, een tempel gebouwd,
20พระยาห์เวห์​ทรงทำตามพระดำรัส​ของพระองค์​แล้ว ข้าได้ขึ้นมาแทนดาวิดบิดาของข้า นั่งบนบัลลังก์​อิสราเอล​ตามที่พระยาห์เวห์​ทรงสัญญา และสร้างพระวิหาร​ถวายแด่พระนามของพระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่งอิสราเอล
21en daarin een plaats bereid voor de ark, waar het Verbond berust, dat Jahweh met onze vaderen gesloten heeft, toen Hij hen uit Egypteland leidde.
21ข้าได้จัดที่ไว้สำหรับหีบซึ่งบรรจุพันธสัญญาของพระยาห์เวห์ ที่พระองค์​ทรงทำกับบรรพบุรุษของเราเมื่อนำพวกเขาออกจากอียิปต์”
22Toen ging Salomon ten aanschouwen van heel de gemeenschap van Israël voor het altaar van Jahweh staan, strekte zijn handen naar de hemel uit,
22โซโลมอน​ทรงยืนต่อหน้าแท่นบูชาของพระยาห์เวห์ โดยมีที่ประชุมชาวอิสราเอล​ทั้งหมดอยู่ด้วย และชูพระหัตถ์ขึ้นสู่ฟ้า
23en sprak: Jahweh, God van Israël! Geen god boven in de hemel of beneden op aarde is gelijk aan U; want in goedertierenheid houdt Gij U aan het verbond met uw dienaren, die met geheel hun hart voor uw aanschijn wandelen.
23พระองค์​ทูลว่า “ข้าแต่พระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่งอิสราเอล ไม่มีพระเจ้า​องค์ใดเหมือนพระองค์ ทั้งในฟ้าเบื้องบนหรือบนแผ่นดินเบื้องล่าง พระองค์​ทรงรักษาพันธสัญญาและความเมตตาต่อผู้รับใช้ที่ดำเนินต่อพระพักตร์พระองค์​อย่างสุดใจ
24Ook aan uw dienaar David, mijn vader, hebt Gij vervuld wat Gij hem hebt gezegd. Wat uw mond beloofde, heeft uw hand volbracht, zoals blijkt op deze dag.
24พระองค์​ทรงรักษาสัญญาที่ประทานแก่ดาวิดบิดาของข้าพระองค์​ผู้รับใช้ของพระองค์ พระองค์​ตรัสด้วยพระโอษฐ์และทรงทำให้สำเร็จด้วยพระหัตถ์ ดังที่เห็นในวันนี้
25Welnu dan, Jahweh, Israëls God, vervul aan uw dienaar David, mijn vader, ook de belofte, die Gij hem deedt: “Nooit zal het U aan een man ontbreken, die voor mijn aanschijn op Israëls troon is gezeten, indien uw zonen slechts op hun gedrag willen letten en voor mijn aanschijn wandelen, zoals gij voor mijn aanschijn gewandeld hebt.”
25บัดนี้ ข้าแต่พระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่งอิสราเอล ขอทรงรักษาสัญญาที่ประทานแก่ดาวิดบิดาของข้าพระองค์​ว่า ‘เจ้าจะไม่ขาดผู้สืบเชื้อสายนั่งบนบัลลังก์​อิสราเอล​ต่อหน้าเรา ถ้าบุตรหลานของเจ้าระวังทางที่ตนดำเนิน โดยดำเนินต่อหน้าเราเหมือนที่เจ้าได้ดำเนิน’
26Jahweh, God van Israël, moge ook deze belofte, die Gij mijn vader David, uw dienaar, gedaan hebt, toch worden vervuld!
26“บัดนี้ ข้าแต่พระเจ้า​แห่งอิสราเอล ขอให้พระดำรัส​ที่พระองค์​ตรัสกับดาวิดบิดาของข้าพระองค์​ผู้รับใช้ของพระองค์​เป็นจริง
27Maar zou God dan werkelijk op aarde wonen? Zie de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten; hoe dan dit huis, dat ik heb gebouwd!
27แต่พระเจ้า​จะทรงประทับบนแผ่นดินโลกจริงหรือ? แม้ฟ้าและฟ้าสูงสุดยังรองรับพระองค์​ไม่ได้ แล้วพระวิหาร​ที่ข้าพระองค์​สร้างนี้จะรองรับพระองค์​ได้อย่างไร!
28Jahweh, mijn God, luister naar het bidden en smeken van uw dienaar, en hoor het geroep en het gebed, dat uw dienaar vandaag tot U richt.
28ถึงอย่างนั้น ข้าแต่พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของข้าพระองค์ ขอทรงใส่พระทัยคำอธิษฐานและคำวิงวอนของผู้รับใช้ของพระองค์ ฟังเสียงร้องและคำอธิษฐานที่ผู้รับใช้ทูลต่อพระองค์​วันนี้
29Moge uw ogen dag en nacht over dit huis blijven waken, over de plaats, waarvan Gij gezegd hebt: “Mijn Naam zal daar wonen!” Hoor het gebed, dat uw dienaar op deze plaats tot U opzendt;
29ขอพระเนตรของพระองค์​เฝ้าดูพระวิหาร​นี้ทั้งกลางวันและกลางคืน คือสถานที่ที่พระองค์​ตรัสว่า ‘พระนามของเราจะอยู่ที่นั่น’ เพื่อฟังคำอธิษฐานที่ผู้รับใช้ทูลโดยหันมายังที่แห่งนี้
30luister naar de smeekbede, die uw dienaar en Israël, uw volk, op deze plaats tot U richten. En wanneer Gij ze hoort, in de hemel, uw woonstede, verhoor ze dan ook, en schenk vergiffenis.
30ขอทรงฟังคำวิงวอนของผู้รับใช้และประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์​เมื่อพวกเขาอธิษฐานโดยหันมายังที่แห่งนี้ ขอทรงฟังจากฟ้าซึ่งเป็นที่ประทับของพระองค์ และเมื่อทรงฟังแล้วก็โปรดให้อภัย
31Wanneer iemand tegen zijn naaste misdoet, en deze hem een eed oplegt als bewijs voor zijn onschuld, en hij voor die eed in dit huis verschijnt voor uw altaar:
31“ถ้าคนหนึ่งทำบาปต่อเพื่อนบ้าน แล้วถูกกำหนดให้ต้องสาบาน เขาจึงมาสาบานต่อหน้าแท่นบูชาของพระองค์​ในพระวิหาร​นี้
32luister dan in de hemel, en richt uw dienaren; veroordeel den schuldige, door zijn daad op zijn hoofd te doen neerkomen. maar stel den onschuldige in het gelijk, door hem voor zijn onschuld te belonen.
32ขอทรงฟังจากฟ้า ลงมือพิพากษาผู้รับใช้ของพระองค์ ให้คนชั่วรับผลแห่งการกระทำของตนเอง และให้คนชอบธรรมพ้นผิดโดยได้รับตามความชอบธรรมของเขา
33Wanneer Israël, uw volk, omdat het tegen U heeft gezondigd, door zijn vijand wordt verslagen, maar het bekeert zich tot U, prijst uw Naam en bidt en smeekt tot U in dit huis:
33“เมื่อประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์​พ่ายแพ้แก่ศัตรูเพราะทำบาปต่อพระองค์ หากพวกเขาหันกลับมาหาพระองค์ ยอมรับพระนามของพระองค์ อธิษฐานและวิงวอนต่อพระองค์​ในพระวิหาร​นี้
34luister dan in de hemel, vergeef de zonden van Israël, uw volk, en laat het terugkeren naar het land, dat Gij aan zijn vaderen hebt geschonken.
34ขอทรงฟังจากฟ้า ให้อภัยบาปของประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์ และนำพวกเขากลับสู่ดินแดนที่พระองค์​ประทานแก่บรรพบุรุษ
35Wanneer de hemel gesloten blijft en er geen regen valt, omdat ze tegen U zondigen, maar ze bidden dan op deze plaats, prijzen uw Naam en bekeren zich van hun zonden, omdat Gij ze vernedert:
35“เมื่อท้องฟ้าปิด ไม่มีฝนเพราะพวกเขาทำบาปต่อพระองค์ หากพวกเขาอธิษฐานโดยหันมายังที่แห่งนี้ ยอมรับพระนามของพระองค์ และหันกลับจากบาปเมื่อพระองค์​ทรงทำให้พวกเขาทุกข์ยาก
36luister dan in de hemel, vergeef de zonden van uw dienaar en van Israël, uw volk; wijs het de goede weg, die het bewandelen moet, en geef weer regen op uw land, dat Gij aan uw volk hebt geschonken als erfdeel.
36ขอทรงฟังจากฟ้า ให้อภัยบาปของผู้รับใช้และประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์ สอนพวกเขาให้รู้ทางที่ดีซึ่งควรดำเนิน แล้วส่งฝนลงบนแผ่นดินที่พระองค์​ประทานให้ประชาชน​เป็นมรดก
37Wanneer het land wordt geteisterd door hongersnood of pest, door korenbrand of verdorring, door sprinkhaan of knaagbek; wanneer het volk in een van zijn poorten door den vijand wordt benauwd, of bezocht wordt door plagen en ziekten;
37“ถ้าเกิดการกันดารอาหารในแผ่นดิน เกิดโรคระบาด พืชเหี่ยวแห้ง โรคราน้ำค้าง ตั๊กแตนหรือหนอนกัดกินพืช หรือศัตรูล้อมเมืองใด ๆ ในดินแดนของพวกเขา ไม่ว่าจะเกิดภัยพิบัติหรือโรคใด
38wanneer iemand van uw volk Israël, in het bijzonder, in droefheid of leed komt bidden en smeken, en zijn handen uitstrekt naar dit huis:
38เมื่อคนใดคนหนึ่งหรือประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์​ทั้งหมด ซึ่งแต่ละคนรู้ความทุกข์ในใจของตน อธิษฐานและวิงวอนโดยชูมือมาทางพระวิหาร​นี้
39luister dan in de hemel, uw woonstede, en schenk vergiffenis; grijp in en vergeld eenieder zijn werken. Want Gij kent de harten; Gij alleen kent het hart aller mensen.
39ขอทรงฟังจากฟ้าซึ่งเป็นที่ประทับของพระองค์ ให้อภัย ลงมือช่วย และตอบแทนแต่ละคนตามการกระทำทุกอย่างของเขา พระองค์​ทรงรู้จักใจของเขา เพราะมีเพียงพระองค์​เท่านั้นที่ทรงรู้จักใจของมนุษย์ทุกคน
40Dan zullen zij U vrezen heel hun leven in het land, dat Gij aan onze vaderen hebt geschonken.
40เพื่อพวกเขาจะยำเกรงพระองค์​ตลอดเวลาที่อาศัยอยู่ในแผ่นดินที่พระองค์​ประทานแก่บรรพบุรุษของเรา
41Zelfs wanneer een vreemdeling, die niet tot uw volk Israël behoort, terwille van uw Naam uit een ver land zal komen, en in dit huis verschijnt, om te bidden,
41“ส่วนคนต่างชาติซึ่งไม่ใช่ประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์ เมื่อเขามาจากแดนไกลเพราะพระนามของพระองค์
42omdat hij van uw grote Naam, uw sterke hand en uw gespierde arm heeft gehoord:
42เพราะผู้คนจะได้ยินถึงพระนามอันยิ่งใหญ่ พระหัตถ์อันทรงฤทธิ์ และพระกรที่เหยียดออกของพระองค์ เมื่อคนต่างชาตินั้นมาอธิษฐานโดยหันมายังพระวิหาร​นี้
43luister dan in de hemel, uw woonstede, en doe wat deze vreemdeling U vraagt; opdat alle volkeren der aarde uw naam mogen kennen, U vrezen als Israël, uw volk, en mogen ondervinden, dat de tempel, die ik voor U heb gebouwd, uw Naam draagt.
43ขอทรงฟังจากฟ้าซึ่งเป็นที่ประทับของพระองค์ และทำตามทุกสิ่งที่คนต่างชาติทูลขอ เพื่อชนทุกชาติบนแผ่นดินโลกจะรู้จักพระนามและยำเกรงพระองค์​อย่างประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์ และรู้ว่าพระวิหาร​ที่ข้าพระองค์​สร้างนี้ได้ชื่อว่าเป็นของพระองค์
44Wanneer uw volk op uw bevel tegen den vijand ten strijde trekt, en zij bidden tot Jahweh in de richting van de stad, die Gij hebt uitverkoren, en van het huis, dat ik voor uw Naam heb gebouwd:
44“หากประชาชน​ของพระองค์​ออกไปรบกับศัตรูตามทางที่พระองค์​ทรงส่งพวกเขาไป และพวกเขาอธิษฐานต่อพระยาห์เวห์​โดยหันมายังเมืองที่พระองค์​ทรงเลือกและพระวิหาร​ที่ข้าพระองค์​สร้างถวายแด่พระนามของพระองค์
45luister dan in de hemel naar hun bidden en smeken, en verschaf hun recht.
45ขอทรงฟังคำอธิษฐานและคำวิงวอนของพวกเขาจากฟ้า และทรงรักษาความเป็นธรรมให้แก่พวกเขา
46Wanneer ze tegen U zondigen—want er is niemand, die niet zondigt—en Gij levert ze in uw toorn aan een vijand over, zodat ze gevangen worden weggevoerd naar het land van dien vijand, veraf of dichtbij;
46หากพวกเขาทำบาปต่อพระองค์ เพราะไม่มีมนุษย์คนใดไม่ทำบาป แล้วพระองค์​ทรงกริ้วและมอบพวกเขาให้ศัตรูจนถูกกวาดต้อนเป็นเชลยไปยังดินแดนของศัตรู ไม่ว่าไกลหรือใกล้
47wanneer ze dan in het land hunner ballingschap tot nadenken komen, zich bekeren en in het land van hen, die ze wegvoerden, smekend tot U zeggen: “We hebben gezondigd, en slecht en goddeloos gehandeld”;
47แต่ถ้าในดินแดนที่ถูกกวาดต้อนไปนั้น พวกเขาสำนึกผิด หันกลับมา และวิงวอนต่อพระองค์​ในดินแดนของผู้จับพวกเขาไป โดยพูดว่า ‘พวกเราได้ทำบาป ทำผิด และประพฤติชั่ว’
48wanneer ze zich met geheel hun hart en geheel hun ziel tot U bekeren in het land hunner vijanden, die hen hebben weggevoerd, en ze bidden tot U in de richting van het land, dat Gij aan hun vaderen hebt geschonken, in de richting van de stad, die Gij hebt uitverkoren, en van het huis, dat ik voor uw Naam heb gebouwd:
48ถ้าพวกเขาหันกลับมาหาพระองค์​ด้วยสุดใจสุดจิตในดินแดนของศัตรูที่กวาดต้อนพวกเขาไป และอธิษฐานต่อพระองค์​โดยหันมายังดินแดนที่พระองค์​ประทานแก่บรรพบุรุษ เมืองที่พระองค์​ทรงเลือก และพระวิหาร​ที่ข้าพระองค์​สร้างถวายแด่พระนามของพระองค์
49luister dan in de hemel, uw woonstede, naar hun bidden en smeken, en verschaf hun recht.
49ขอทรงฟังคำอธิษฐานและคำวิงวอนของพวกเขาจากฟ้าซึ่งเป็นที่ประทับของพระองค์ และทรงรักษาความเป็นธรรมให้แก่พวกเขา
50Schenk vergiffenis aan het volk, dat tegen U misdeed, en vergeef hun al de zonden, die ze tegen U bedreven; laat ze genade vinden bij hun ontvoerders, opdat dezen zich over hen ontfermen.
50ขอทรงให้อภัยประชาชน​ของพระองค์​ที่ทำบาปต่อพระองค์ และให้อภัยการละเมิดทุกอย่างของพวกเขา ขอทรงให้ผู้ที่กวาดต้อนพวกเขาไปเกิดความเมตตาต่อพวกเขา
51Want ze zijn uw volk en uw erfdeel; Gij hebt ze uit die smeltoven, uit Egypte, geleid!
51เพราะพวกเขาเป็นประชาชน​และมรดกของพระองค์ ที่พระองค์​นำออกจากอียิปต์ ออกจากเตาหลอมเหล็ก
52Houd dus uw ogen open voor het gebed van uw dienaar en van Israël, uw volk, en verhoor hen steeds, wanneer ze tot U smeken.
52ขอพระเนตรของพระองค์​เฝ้าดูคำวิงวอนของผู้รับใช้และประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์ และทรงฟังทุกครั้งที่พวกเขาร้องทูล
53Want uit alle volkeren der aarde hebt Gij ze tot uw erfdeel verkoren, zoals Gij door uw dienaar Moses gezegd hebt, toen Gij onze vaderen uit Egypte hebt geleid, o Jahweh, mijn Heer!
53เพราะพระองค์​ทรงแยกพวกเขาออกจากชนทุกชาติบนแผ่นดินโลกให้เป็นมรดกของพระองค์ ตามที่ตรัสผ่านโมเสสผู้รับใช้ของพระองค์ เมื่อนำบรรพบุรุษของเราออกจากอียิปต์ ข้าแต่องค์พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์”
54Toen Salomon heel dit smeekgebed tot Jahweh had opgezonden, stond hij op van Jahweh’s altaar, waarvoor hij geknield had gelegen, de handen naar de hemel uitgestrekt.
54เมื่อโซโลมอน​อธิษฐานและวิงวอนต่อพระยาห์เวห์​จนจบ พระองค์​ทรงลุกขึ้นจากท่าคุกเข่ากางพระหัตถ์สู่ฟ้าต่อหน้าแท่นบูชาของพระยาห์เวห์
55En rechtovereind sprak hij met luider stem deze zegen over heel de gemeenschap van Israël uit:
55พระองค์​ยืนขึ้นและให้พรที่ประชุมชาวอิสราเอล​ทั้งหมดด้วยเสียงดังว่า
56Gezegend zij Jahweh, die, zijn belofte getrouw, zijn volk Israël rust heeft gegeven. Niet één woord van al de beloften, die Hij door zijn dienaar Moses gedaan heeft, is onvervuld gebleven.
56“ขอสรรเสริญพระยาห์เวห์ ผู้ประทานความสงบแก่ประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์​ตามที่ทรงสัญญาไว้ พระสัญญาอันดีทุกคำที่ตรัสผ่านโมเสสผู้รับใช้ของพระองค์​สำเร็จทั้งหมด ไม่มีคำใดล้มเหลว
57Moge Jahweh, onze God, met ons zijn, zoals Hij met onze vaderen geweest is, en ons nooit verlaten, ons nooit verwerpen.
57ขอพระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของเราทรงอยู่กับเราเหมือนที่ทรงอยู่กับบรรพบุรุษของเรา ขออย่าทรงจากไปหรือทอดทิ้งเรา
58Moge Hij onze harten tot Zich neigen, opdat wij al zijn wegen bewandelen, en zijn geboden, wetten en voorschriften onderhouden, die Hij aan onze vaderen heeft gegeven.
58ขอทรงทำให้ใจของเราหันมาหาพระองค์ เพื่อดำเนินตามทางทุกอย่างของพระองค์ และรักษาพระบัญญัติ กฎเกณฑ์ และข้อกำหนดที่พระองค์​ทรงสั่งบรรพบุรุษของเรา
59Moge de bede, die ik smekend tot Jahweh, onzen God, heb gericht, dag en nacht voor zijn aanschijn blijven, opdat Hij zijn dienaar en Israël, zijn volk, dagelijks geve wat zij behoeven,
59ขอให้คำวิงวอนที่ข้ากล่าวต่อพระยาห์เวห์​นี้อยู่เบื้องพระพักตร์พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของเราทั้งกลางวันและกลางคืน เพื่อพระองค์​จะทรงรักษาความเป็นธรรมให้แก่ผู้รับใช้ของพระองค์​และประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์​ตามความจำเป็นในแต่ละวัน
60en alle volkeren der aarde weten, dat Jahweh God is en anders geen.
60เพื่อชนทุกชาติบนแผ่นดินโลกจะรู้ว่าพระยาห์เวห์​คือพระเจ้า ไม่มีพระเจ้า​อื่นอีก
61Mogen uw harten steeds onverdeeld aan Jahweh, onzen God, toebehoren, zodat gij volgens zijn wetten blijft leven, en evenals nu zijn geboden onderhoudt.
61“ดังนั้นจงมีใจภักดีต่อพระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของเราอย่างเต็มเปี่ยม ดำเนินตามกฎเกณฑ์และรักษาพระบัญญัติของพระองค์​เหมือนที่ทำในวันนี้”
62Nu bracht de koning met heel Israël offers aan Jahweh;
62กษัตริย์​และชาวอิสราเอล​ทั้งหมดที่อยู่กับพระองค์​ถวายเครื่องบูชา​ต่อพระยาห์เวห์
63twee en twintig duizend runderen en honderd twintig duizend schapen droeg Salomon als vredeoffer aan Jahweh op. Zo wijdde de koning met al de Israëlieten de tempel van Jahweh in.
63โซโลมอน​ถวายวัวสองหมื่นสองพันตัวและแกะหนึ่งแสนสองหมื่นตัวเป็นเครื่องบูชา​สันติสุขแด่พระยาห์เวห์ กษัตริย์​และชาวอิสราเอล​ทั้งหมดจึงถวายพระวิหาร​ของพระยาห์เวห์​ให้เป็นสถานที่ศักดิ์สิทธิ์
64Bij die gelegenheid wijdde de koning het middelste gedeelte van de voorhof voor de tempel van Jahweh, omdat men ook daar brandoffers, spijsoffers en het vet van de vredeoffers moest opdragen. Want op het bronzen altaar voor het aanschijn van Jahweh was geen plaats genoeg voor al die brand- en spijsoffers en voor het vet van al die vredeoffers.
64ในวันนั้นกษัตริย์​ทรงทำให้บริเวณกลางลานหน้าพระวิหาร​ของพระยาห์เวห์​เป็นที่ศักดิ์สิทธิ์ เพราะพระองค์​ถวายเครื่องบูชา​เผาทั้งตัว เครื่องธัญบูชา และไขมันของเครื่องบูชา​สันติสุขที่นั่น เนื่องจากแท่นบูชาทองสัมฤทธิ์​ต่อพระพักตร์พระยาห์เวห์​เล็กเกินกว่าจะรองรับเครื่องบูชา​เหล่านั้น
65Daarna vierde Salomon met al de Israëlieten, die van de weg naar Chamat af tot aan de beek van Egypte in grote menigte tezamen waren gekomen, zeven dagen lang het feest voor het aanschijn van Jahweh, onzen God.
65ครั้งนั้นโซโลมอน​และชาวอิสราเอล​ทั้งหมดซึ่งเป็นที่ประชุมใหญ่ ตั้งแต่ทางเข้าเมืองฮามัทจนถึงลำธารอียิปต์ จัดเทศกาลต่อพระพักตร์พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของเราเจ็ดวันและอีกเจ็ดวัน รวมเป็นสิบสี่วัน
66Op de achtste dag liet hij het volk gaan. Zij namen afscheid van den koning, en gingen met opgewekt hart naar huis, blij als ze waren over al het goede, dat Jahweh voor David, zijn dienaar, en voor Israël, zijn volk, had gedaan.
66ในวันที่แปดพระองค์​ส่งประชาชน​กลับ พวกเขาถวายพรแก่กษัตริย์​แล้วกลับไปยังเต็นท์ของตนด้วยความยินดีและเบิกบานใจ เพราะความดีทุกอย่างที่พระยาห์เวห์​ทรงทำต่อดาวิดผู้รับใช้ของพระองค์​และต่อประชาชน​อิสราเอล​ของพระองค์

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.