1 Koningen 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1kwam er op Jahweh’s bevel een godsman uit Juda naar Betel, juist op het ogenblik, dat Jeroboam op het altaar stond, om het offer te ontsteken.
1ขณะเยโรโบอัมยืนอยู่ข้างแท่นบูชาเพื่อเผาเครื่องหอม คนของพระเจ้าคนหนึ่งมาจากยูดาห์ถึงเบธเอลตามพระดำรัสของพระยาห์เวห์
2En op last van Jahweh riep hij tot het altaar: Altaar, altaar! Zo spreekt Jahweh: Zie, in het huis van David zal een zoon geboren worden; hij zal de priesters der offerhoogten, die op u durven offeren, op u vermoorden en mensenbeenderen op u verbranden.
2เขาร้องประกาศต่อแท่นบูชาตามพระดำรัสของพระยาห์เวห์ว่า “แท่นบูชาเอ๋ย แท่นบูชาเอ๋ย! พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘จะมีบุตรคนหนึ่งเกิดในราชวงศ์ดาวิดชื่อโยสิยาห์ เขาจะนำปุโรหิตแห่งสถานบูชาบนที่สูง ผู้เผาเครื่องหอมบนเจ้า มาสังเวยบนเจ้า และจะเผากระดูกมนุษย์บนเจ้า’”
3Ook kondigde hij een teken aan en sprak: Dit is het teken, dat het Jahweh is, die gesproken heeft! Het altaar zal bersten, en het offervet, dat er op ligt, wordt er af geworpen.
3วันเดียวกันนั้นเขาให้สัญญาณยืนยันว่า “นี่คือสัญญาณที่พระยาห์เวห์ตรัสไว้ แท่นบูชาจะแตกออก และเถ้าถ่านที่อยู่บนนั้นจะหกลงมา”
4Toen de koning hoorde, wat de godsman tegen Betels altaar riep, strekte hij van het altaar af zijn hand uit, en sprak: Grijpt hem! Maar de hand, die hij tegen den godsman uitstrekte, verstijfde, zodat hij haar niet meer terug kon trekken.
4เมื่อกษัตริย์เยโรโบอัมได้ยินคนของพระเจ้าร้องกล่าวโทษแท่นบูชาที่เบธเอล พระองค์ยื่นพระหัตถ์จากแท่นบูชาแล้วสั่งว่า “จับเขา!” พระหัตถ์ที่ยื่นชี้ไปยังเขาก็ลีบแห้ง จนชักกลับมาไม่ได้
5Tegelijk berstte ook het altaar, en werd het vet er af geworpen, zoals de godsman op Jahweh’s bevel had gezegd.
5แท่นบูชาแตกออกและเถ้าถ่านหกจากแท่น ตามสัญญาณที่คนของพระเจ้าให้ไว้โดยพระดำรัสของพระยาห์เวห์
6Nu sprak de koning tot den godsman: Smeek toch Jahweh, uw God, om genade, en bid voor mij, dat ik mijn hand kan terugtrekken. En de godsman smeekte Jahweh om genade; de koning kon zijn hand terugtrekken, en deze was weer als voorheen.
6กษัตริย์ตรัสกับคนของพระเจ้าว่า “ขอท่านทูลขอความกรุณาจากพระยาห์เวห์พระเจ้าของท่าน และอธิษฐานเผื่อเราให้มือกลับเป็นปกติ” คนของพระเจ้าจึงวิงวอนพระยาห์เวห์ พระหัตถ์ของกษัตริย์กลับเป็นปกติเหมือนเดิม
7Daarop sprak de koning tot den godsman: Kom met mij mee naar huis, om u wat te verkwikken; dan zal ik u ook een geschenk meegeven.
7กษัตริย์ตรัสกับเขาว่า “กลับบ้านกับเราเถิด ไปพักและกินอาหาร แล้วเราจะให้รางวัล”
8Maar de godsman gaf den koning ten antwoord: Al geeft gij mij de helft van uw vermogen, ik ga niet met u mee naar binnen; ik eet hier geen brood en drink hier geen water.
8คนของพระเจ้าทูลว่า “ต่อให้พระองค์ยกทรัพย์สินครึ่งหนึ่งในวังให้ข้าพเจ้า ข้าพเจ้าก็จะไม่เข้าไปกับพระองค์ และจะไม่กินขนมปังหรือดื่มน้ำในที่แห่งนี้
9Want aldus heeft Jahweh mij bevolen: “Eet er geen brood en drink er geen water; keer niet terug langs dezelfde weg, die gij zijt gekomen.”
9เพราะพระดำรัสของพระยาห์เวห์สั่งข้าพเจ้าไว้ว่า ‘อย่ากินขนมปัง อย่าดื่มน้ำ และอย่ากลับไปตามทางเดิมที่เจ้ามา’”
10Hierop sloeg hij een andere weg in, en keerde niet terug langs dezelfde weg, waarlangs hij naar Betel gekomen was.
10เขาจึงออกไปอีกทางหนึ่ง ไม่กลับทางที่เขาเดินทางมาเบธเอล
11Nu woonde er te Betel een bejaard profeet; zijn zonen kwamen hem alles vertellen, wat de godsman die dag te Betel gedaan en tot den koning gezegd had. Toen ze dit aan hun vader hadden verteld,
11ในเบธเอลมีผู้เผยพระวจนะชราคนหนึ่งอาศัยอยู่ บุตรชายคนหนึ่งมาบอกบิดาถึงทุกสิ่งที่คนของพระเจ้าทำในเบธเอลวันนั้น บุตรชายทั้งหลายยังเล่าให้บิดาฟังถึงคำที่เขาพูดกับกษัตริย์
12vroeg hij hun: Langs welke weg is hij heengegaan? En zijn zonen wezen hem de weg, die de godsman van Juda had ingeslagen.
12บิดาถามพวกเขาว่า “เขาไปทางไหน?” บุตรชายเหล่านั้นเห็นแล้วว่าคนของพระเจ้าจากยูดาห์ไปทางใด
13Nu beval hij hun: Zadelt den ezel voor mij. En toen zij den ezel gezadeld hadden, besteeg hij hem,
13เขาจึงบอกบุตรชายว่า “ผูกอานลาให้พ่อ” พวกเขาผูกอานให้ แล้วเขาขี่ลาออกไป
14ging den godsman achterna, en trof hem onder een terebint gezeten. Hij sprak tot hem: Zijt gij de godsman uit Juda? Hij antwoordde: Ja.
14เขาตามคนของพระเจ้าไป พบเขานั่งอยู่ใต้ต้นโอ๊ก จึงถามว่า “ท่านคือคนของพระเจ้าที่มาจากยูดาห์หรือ?” เขาตอบว่า “ใช่”
15Nu nodigde hij hem uit: Ga met mij mee naar huis; dan kunt ge wat eten.
15ผู้เผยพระวจนะชราบอกว่า “กลับบ้านกับข้าเถิด ไปกินอาหารกัน”
16Maar de godsman antwoordde: Ik mag niet met u terugkeren, en hier ook geen brood eten of water drinken.
16คนของพระเจ้าตอบว่า “ข้ากลับหรือเข้าไปกับท่านไม่ได้ ข้าจะไม่กินขนมปังหรือดื่มน้ำกับท่านในที่แห่งนี้
17Want Jahweh heeft mij gezegd: “Gij moogt daar geen brood eten en geen water drinken, noch terugkeren langs dezelfde weg, die gij zijt gegaan.”
17เพราะพระดำรัสของพระยาห์เวห์บอกข้าว่า ‘อย่ากินขนมปังหรือดื่มน้ำที่นั่น และอย่ากลับไปตามทางเดิมที่เจ้ามา’”
18Doch de ander verzekerde: Ook ik ben een profeet, evenals gij; en een engel heeft mij op last van Jahweh gezegd: “Breng hem terug naar uw huis; dan kan hij brood eten en water drinken.” Hij loog hem dit voor.
18ผู้เผยพระวจนะชราบอกว่า “ข้าก็เป็นผู้เผยพระวจนะเหมือนท่าน ทูตสวรรค์องค์หนึ่งพูดกับข้าตามพระดำรัสของพระยาห์เวห์ว่า ‘พาเขากลับบ้านกับเจ้า ให้เขากินขนมปังและดื่มน้ำ’” แต่เขาพูดเท็จต่อคนของพระเจ้า
19Daarop keerde de godsman met hem terug, en at en dronk in zijn huis.
19คนของพระเจ้าจึงกลับไปกับเขา กินขนมปังและดื่มน้ำในบ้าน
20Maar nog zaten zij aan tafel, toen het woord van Jahweh werd gericht tot den profeet, die hem tot de terugkeer had bewogen.
20ขณะทั้งสองนั่งอยู่ที่โต๊ะ พระดำรัสของพระยาห์เวห์มาถึงผู้เผยพระวจนะที่พาเขากลับมา
21En hij riep den godsman uit Juda toe: Zo spreekt Jahweh! Omdat gij u tegen het gebod van Jahweh hebt verzet, en u niet hebt gehouden aan het bevel, dat Jahweh, uw God, u gaf,
21ผู้เผยพระวจนะชราจึงร้องบอกคนของพระเจ้าที่มาจากยูดาห์ว่า “พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘เพราะเจ้าไม่เชื่อฟังพระดำรัสของพระยาห์เวห์ ไม่รักษาคำสั่งที่พระยาห์เวห์พระเจ้าของเจ้าสั่งไว้
22maar teruggekeerd zijt, en brood hebt gegeten en water gedronken op de plaats, waar Hij u verboden had, brood te eten en water te drinken: daarom zal uw lijk niet in het graf uwer vaderen komen!
22แต่กลับมา กินขนมปังและดื่มน้ำในที่ที่พระองค์บอกเจ้าว่า “อย่ากินขนมปังหรือดื่มน้ำ” ศพของเจ้าจะไม่ได้อยู่ในสุสานบรรพบุรุษ’”
23Toen de godsman gegeten en gedronken had, zadelde hij zijn ezel,
23หลังจากคนของพระเจ้ากินและดื่มแล้ว ผู้เผยพระวจนะชราก็ผูกอานลาให้ผู้เผยพระวจนะจากยูดาห์ที่ตนพากลับมา
24en ging heen. Maar onderweg ontmoette hij een leeuw, die hem doodde. Zijn lijk bleef op de weg liggen; de ezel stond er naast, en de leeuw bleef eveneens naast het lijk staan.
24เมื่อคนนั้นออกไป สิงโตตัวหนึ่งพบเขาระหว่างทางและฆ่าเขา ศพถูกทิ้งอยู่บนทาง ลายืนอยู่ข้างศพ และสิงโตก็ยืนอยู่ข้างศพด้วย
25Toevallig kwamen er enige mannen voorbij, die het lijk op de weg zagen liggen, met den leeuw er naast. Zij gingen het vertellen in de stad, waar de oude profeet woonde.
25คนที่ผ่านมาพบศพอยู่บนทางและเห็นสิงโตยืนข้างศพ จึงไปบอกข่าวในเมืองที่ผู้เผยพระวจนะชราอาศัยอยู่
26En toen de profeet, die hem op zijn weg had doen terugkeren, dit vernam, zeide hij: Het is de godsman, die zich tegen het gebod van Jahweh verzet heeft. Daarom heeft Jahweh hem aan den leeuw overgeleverd, die hem verscheurd en gedood heeft, zoals Jahweh het hem had voorspeld.
26เมื่อผู้เผยพระวจนะที่พาเขากลับมาได้ยิน ก็พูดว่า “นั่นคือคนของพระเจ้าที่ไม่เชื่อฟังพระดำรัสของพระยาห์เวห์ พระยาห์เวห์จึงทรงมอบเขาให้สิงโตทำร้ายและฆ่า ตามพระดำรัสที่ตรัสกับเขา”
27En hij beval zijn zonen: Zadelt den ezel voor mij. Zij deden het.
27เขาบอกบุตรชายว่า “ผูกอานลาให้พ่อ” พวกเขาก็ทำตาม
28Toen ging hij heen, en vond het lijk op de weg liggen, met den ezel en den leeuw er naast. De leeuw had het lijk niet verslonden, en evenmin den ezel verscheurd.
28เขาไปพบศพนอนอยู่บนทาง โดยมีลาและสิงโตยืนอยู่ข้างศพ สิงโตไม่ได้กินศพหรือทำร้ายลา
29Nu nam de profeet het lijk van den godsman op, legde het op den ezel en bracht het naar de stad terug, om rouw te bedrijven en hem te begraven.
29ผู้เผยพระวจนะชรายกศพคนของพระเจ้าขึ้นวางบนหลังลาและพากลับเมืองของตน เพื่อไว้ทุกข์และฝังศพ
30Hij legde het lijk in zijn eigen graf, en men hief de klaagzang over hem aan: Ach mijn broeder!
30เขาวางศพไว้ในสุสานของตน แล้วพวกเขาร้องคร่ำครวญว่า “โธ่ พี่น้องของข้า!”
31Na de begrafenis beval hij zijn zonen: Begraaf mij na mijn dood in het graf, waarin de godsman begraven ligt; legt mij naast zijn gebeente neer, opdat mijn gebeente met het zijne gespaard blijve.
31หลังฝังศพ เขาบอกบุตรชายว่า “เมื่อพ่อตาย จงฝังพ่อในสุสานเดียวกับคนของพระเจ้า วางกระดูกของพ่อไว้ข้างกระดูกของเขา
32Want ongetwijfeld zal het woord vervuld worden, dat hij op last van Jahweh heeft uitgeroepen tegen het altaar te Betel en tegen al de tempels der offerhoogten in de steden van Samaria.
32เพราะคำที่เขาร้องประกาศตามพระดำรัสของพระยาห์เวห์ต่อแท่นบูชาในเบธเอล และต่ออาคารของสถานบูชาบนที่สูงทั้งหมดในเมืองต่าง ๆ ของสะมาเรีย จะเกิดขึ้นอย่างแน่นอน”
33Ondanks dit alles bekeerde Jeroboam zich niet van zijn slecht gedrag; integendeel, hij koos nog meer priesters voor de offerhoogten uit het gewone volk. Al wie maar wilde, stelde hij tot priester aan.
33หลังเหตุการณ์นี้ เยโรโบอัมก็ไม่หันกลับจากทางชั่ว แต่ยังตั้งคนจากประชาชนทั่วไปเป็นปุโรหิตของสถานบูชาบนที่สูงอีก ใครอยากเป็น กษัตริย์ก็ประกอบพิธีแต่งตั้งคนนั้นเป็นปุโรหิต
34Dit werd de zonde van het huis van Jeroboam, en daarom zou het vernietigd worden en van de aardbodem verdelgd.
34การกระทำนี้กลายเป็นบาปของราชวงศ์เยโรโบอัม จนทำให้ราชวงศ์ถูกตัดขาดและทำลายจนหมดจากแผ่นดินโลก
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.