1 Koningen 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Daarna trok Ben-Hadad, de koning van Aram, heel zijn legermacht samen, terwijl twee en dertig koningen zich met hun paarden en strijdwagens bij hem aansloten. Zo rukte hij op, belegerde Samaria en bestormde het.
1เบนฮาดัด กษัตริย์ซีเรียรวบรวมกองทัพทั้งหมด มีกษัตริย์อีกสามสิบสององค์พร้อมม้าและรถรบร่วมด้วย เขายกทัพขึ้นมาล้อมสะมาเรียและโจมตีเมือง
2Toen zond hij gezanten naar de stad tot koning Achab van Israël,
2เขาส่งทูตเข้าเมืองไปหาอาหับ กษัตริย์อิสราเอลพร้อมข้อความว่า “เบนฮาดัดกล่าวว่า
3en liet hem zeggen: Zo spreekt Ben-Hadad! Uw zilver en uw goud behoren mij, maar uw vrouwen en kinderen moogt ge behouden.
3‘เงินและทองของเจ้าเป็นของเรา ภรรยาและลูก ๆ ที่ดีที่สุดของเจ้าก็เป็นของเรา’”
4De koning van Israël antwoordde: Zoals ge zegt, mijn heer en koning; met al het mijne behoor ik u toe.
4กษัตริย์อิสราเอลตอบว่า “เป็นไปตามคำของท่าน ข้าแต่กษัตริย์ผู้เป็นเจ้านาย ข้าพเจ้าและทุกสิ่งที่ข้าพเจ้ามีเป็นของท่าน”
5Maar de gezanten keerden terug en zeiden: Zo spreekt Ben-Hadad! Niet alleen uw goud en uw zilver, maar ook uw vrouwen en kinderen moet ge mij geven;
5ทูตกลับมาอีกและพูดว่า “เบนฮาดัดกล่าวว่า ‘ก่อนหน้านี้เราสั่งให้เจ้ามอบเงิน ทอง ภรรยาและลูก ๆ ให้เรา
6anders stuur ik morgen om deze tijd mijn volk, om uw paleis en de huizen uwer dienaren te doorzoeken; en dan grijpen ze alles, wat hun ogen begeren, en nemen het mee.
6แต่พรุ่งนี้เวลานี้เราจะส่งคนของเราไปค้นบ้านของเจ้าและบ้านของข้าราชการเจ้า สิ่งใดที่เจ้าหวงแหน พวกเขาจะหยิบเอาไป’”
7Toen riep de koning van Israël al de oudsten bijeen en sprak: Thans ziet gij duidelijk, dat hij ons kwaad wil; want nu stuurt hij om mijn vrouwen en kinderen, terwijl ik hem toch mijn zilver en goud niet geweigerd heb.
7กษัตริย์อิสราเอลจึงเรียกบรรดาผู้อาวุโสในแผ่นดินมาและพูดว่า “ดูเถิด ชายคนนี้หาเรื่องทำร้ายเรา เขาเรียกร้องภรรยา ลูก ๆ เงินและทองของเรา และเราก็ไม่ได้ปฏิเสธเขา”
8Al de oudsten en heel het volk antwoordden hem: Ga niet op het voorstel in en geef niet toe.
8ผู้อาวุโสและประชาชนทั้งหมดตอบว่า “อย่าฟังและอย่ายอม”
9Daarom sprak hij tot de gezanten van Ben-Hadad: Zegt aan mijn heer en koning: Al wat gij uw dienaar de eerste keer hebt laten bevelen, zal ik doen; maar dit kan ik niet. Daarop gingen de gezanten heen, en brachten het antwoord over.
9กษัตริย์จึงบอกทูตของเบนฮาดัดว่า “จงทูลเจ้านายของข้าพเจ้าว่า ‘ทุกอย่างที่ท่านเรียกร้องจากผู้รับใช้ของท่านครั้งแรก ข้าพเจ้าจะทำ แต่เรื่องใหม่นี้ข้าพเจ้าทำไม่ได้’” ทูตจากไปและนำคำตอบกลับไปแจ้ง
10Nu liet Ben-Hadad hem echter melden: Zo mogen de goden mij doen en nog erger, als het puin van Samaria voldoende zal zijn, om de holle hand te vullen van al het volk, dat ik onder mijn bevelen heb.
10เบนฮาดัดส่งข่าวกลับมาว่า “ขอให้บรรดาพระเจ้าลงโทษเราอย่างหนัก หากฝุ่นดินในสะมาเรียยังมีพอให้คนที่ตามเรามาแต่ละคนหยิบได้เต็มกำมือ”
11Maar de koning van Israël antwoordde: Er is een spreekwoord: “Iemand die aangespt moet niet juichen als iemand die losgespt.”
11กษัตริย์อิสราเอลตอบว่า “บอกเขาว่า ‘คนที่เพิ่งสวมเกราะอย่าโอ้อวดเหมือนคนที่ถอดเกราะหลังรบ’”
12Zodra Ben-Hadad, die juist met de koningen in de tenten zat te drinken, dit antwoord vernam, zeide hij tot zijn dienaren: In het gelid! En ze stelden zich in slagorde op tegen de stad.
12เมื่อเบนฮาดัดได้ยินคำตอบนั้น เขากับกษัตริย์องค์อื่นกำลังดื่มกันอยู่ในพลับพลา เขาจึงสั่งคนของเขาว่า “เตรียมโจมตี!” พวกเขาก็เตรียมโจมตีเมือง
13Maar toen kwam er een profeet bij Achab, den koning van Israël, en zeide: Zo spreekt Jahweh! Ziet gij heel deze grote menigte? Welnu, vandaag nog lever Ik ze aan u over. Zo zult ge weten, dat Ik Jahweh ben.
13ผู้เผยพระวจนะคนหนึ่งเข้ามาหาอาหับ กษัตริย์อิสราเอลและพูดว่า “พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘เจ้าเห็นกองทัพใหญ่โตนี้ไหม? วันนี้เราจะมอบพวกเขาไว้ในมือเจ้า แล้วเจ้าจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์’”
14Hierop vroeg Achab: Door wien? Hij antwoordde: Zo spreekt Jahweh! Door de manschappen van de landvoogden. Hij vroeg verder: Wie zal de strijd beginnen? Het antwoord luidde: Gij.
14อาหับถามว่า “โดยใคร?” ผู้เผยพระวจนะตอบว่า “พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘โดยคนหนุ่มของบรรดาผู้ปกครองมณฑล’” อาหับถามว่า “ใครจะเริ่มรบ?” เขาตอบว่า “ท่าน”
15Nu monsterde hij de manschappen van de landvoogden; er waren er tweehonderd twee en dertig. Daarna monsterde hij heel het volk; in het geheel zeven duizend Israëlieten.
15อาหับจึงนับกำลังคนหนุ่มของบรรดาผู้ปกครองมณฑลได้สองร้อยสามสิบสองคน จากนั้นนับกำลังชาวอิสราเอลทั้งหมดที่ตามมาได้เจ็ดพันคน
16‘s Middags, terwijl Ben-Hadad met de twee en dertig koningen, die hem te hulp gekomen waren, in de tenten beschonken aan tafel zat, deden zij een uitval;
16พวกเขาออกไปตอนเที่ยง ขณะนั้นเบนฮาดัดกับกษัตริย์สามสิบสององค์ที่ช่วยเขากำลังดื่มจนเมาอยู่ในพลับพลา
17de manschappen van de landvoogden gingen voorop. Terstond liet men Ben-Hadad berichten, dat er mannen uit Samaria kwamen.
17คนหนุ่มของบรรดาผู้ปกครองมณฑลออกไปก่อน เบนฮาดัดส่งคนออกไปสอดแนม แล้วพวกเขารายงานว่า “มีคนออกมาจากสะมาเรีย”
18Hij beval: Hetzij ze met vredelievende bedoelingen komen, hetzij om te strijden, grijpt ze levend.
18เขาสั่งว่า “ไม่ว่าพวกเขาจะออกมาเพื่อสันติหรือเพื่อรบ จงจับเป็น”
19Intussen trok achter de manschappen van de landvoogden ook de tros van het leger de stad uit,
19คนหนุ่มของบรรดาผู้ปกครองมณฑลจึงออกจากเมืองพร้อมกองทัพที่ตามมา
20en iedereen versloeg zijn man. De Arameën namen de vlucht, doch de Israëlieten zetten hen achterna. Maar Ben-Hadad, de koning van Aram, ontkwam te paard met enige ruiters.
20แต่ละคนฆ่าศัตรูที่เผชิญหน้า ชาวซีเรียหนีไป ชาวอิสราเอลก็ไล่ตาม เบนฮาดัด กษัตริย์ซีเรียหนีรอดไปบนหลังม้าพร้อมพลม้า
21Toen trok ook de koning van Israël uit, veroverde de paarden en de strijdwagens, en richtte onder de Arameën een grote slachting aan.
21กษัตริย์อิสราเอลออกมาทำลายม้าและรถรบ และฆ่าชาวซีเรียเป็นจำนวนมาก
22Nu kwam de profeet weer bij den koning van Israël en sprak tot hem: Maar u nu sterk en overleg goed, wat u te doen staat; want over een jaar trekt de koning van Aram weer tegen u op.
22ผู้เผยพระวจนะเข้ามาหากษัตริย์อิสราเอลและพูดว่า “ไปเถิด จงเสริมกำลังและวางแผนว่าจะทำอย่างไร เพราะพอถึงปีหน้า กษัตริย์ซีเรียจะยกทัพมารบกับท่านอีก”
23Maar de hovelingen van den koning van Aram zeiden tot hem: Hun god is een berggod; daarom waren ze sterker dan wij. Wanneer we echter in de vlakte tegen hen strijden, zullen we zeker sterker zijn.
23ข้าราชการของกษัตริย์ซีเรียพูดกับเขาว่า “พระเจ้าของพวกเขาเป็นพระเจ้าแห่งภูเขา พวกเขาจึงแข็งแกร่งกว่าเรา แต่ถ้าเราสู้กันในที่ราบ เราจะเหนือกว่าพวกเขาแน่
24Doe nu zo: Zet de koningen af en vervang ze door stadhouders;
24จงปลดกษัตริย์แต่ละองค์ออกจากตำแหน่ง แล้วตั้งผู้บัญชาการแทน
25dan kunt gij een even groot leger monsteren als gij verloren hebt, met evenveel paarden en strijdwagens. En als we dan in de vlakte tegen hen strijden, zullen we zeker overwinnen. Hij luisterde naar hun raad en deed het.
25จงรวบรวมกองทัพใหม่ให้เท่ากับกองทัพที่เสียไป ทั้งม้าเท่าจำนวนม้าและรถรบเท่าจำนวนรถรบ แล้วเราจะสู้กับพวกเขาในที่ราบและจะเหนือกว่าพวกเขาแน่” เขาฟังคำแนะนำและทำตาม
26Het volgende jaar riep Ben-Hadad de Arameën weer op en trok naar Afek, om tegen Israël te strijden.
26พอถึงปีหน้า เบนฮาดัดก็รวบรวมชาวซีเรียยกทัพขึ้นไปยังอาเฟกเพื่อรบกับอิสราเอล
27Ook de Israëlieten werden gemonsterd en van levensmiddelen voorzien, en trokken hun tegemoet. Maar toen de Israëlieten tegenover hen lagen, leken ze wel een paar troepjes geiten, terwijl de Arameën het land overstroomden.
27ชาวอิสราเอลถูกรวบรวมกำลังและได้รับเสบียง แล้วออกไปเผชิญหน้ากับพวกเขา ชาวอิสราเอลตั้งค่ายต่อหน้าศัตรู ดูเหมือนลูกแพะสองฝูงเล็ก ๆ ส่วนชาวซีเรียมีเต็มแผ่นดิน
28Toen kwam de godsman weer bij den koning van Israël en zeide: Zo spreekt Jahweh! Omdat de Arameën gezegd hebben: “Jahweh is een berggod en geen dalgod”, dáárom zal Ik heel deze grote menigte aan u overleveren. Zo zult gij weten, dat Ik Jahweh ben!
28คนของพระเจ้าคนหนึ่งเข้ามาพูดกับกษัตริย์อิสราเอลว่า “พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘เพราะชาวซีเรียกล่าวว่า “พระยาห์เวห์เป็นพระเจ้าแห่งภูเขา แต่ไม่ใช่พระเจ้าแห่งหุบเขา” เราจึงจะมอบกองทัพใหญ่โตนี้ไว้ในมือเจ้า แล้วเจ้าจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์’”
29Nadat ze zeven dagen tegenover elkaar hadden gelegen, kwam het op de zevende dag tot een treffen, waarbij de Israëlieten op één dag honderdduizend man voetvolk van de Arameën neersloegen.
29ทั้งสองฝ่ายตั้งค่ายประจันหน้ากันเจ็ดวัน วันที่เจ็ดก็เริ่มรบ ชาวอิสราเอลฆ่าทหารราบชาวซีเรียหนึ่งแสนคนในวันเดียว
30De overigen vluchtten naar Afek, de stad in; maar de stadsmuur stortte neer op de zeven en twintig duizend man, die waren overgebleven. Ook Ben-Hadad was naar de stad gekomen, en vluchtte van de ene schuilplaats naar de andere.
30คนที่เหลือหนีเข้าเมืองอาเฟก แต่กำแพงเมืองพังทับคนที่เหลืออยู่สองหมื่นเจ็ดพันคน เบนฮาดัดหนีเข้าเมืองไปซ่อนในห้องชั้นใน
31Toen zeiden zijn hovelingen tot hem: We hebben gehoord, dat de koningen van het huis van Israël genadige koningen zijn. Laat ons daarom met een zak om de lenden en een touw om de hals naar den koning van Israël gaan. Misschien spaart hij uw leven.
31ข้าราชการของเขาพูดว่า “เราได้ยินว่าบรรดากษัตริย์แห่งอิสราเอลมีเมตตา ขอให้เราเอาผ้ากระสอบพันตัวและเอาเชือกพันศีรษะ แล้วไปหากษัตริย์อิสราเอล บางทีเขาอาจไว้ชีวิตท่าน”
32Ze bonden dus een zak om de lenden en een touw om de hals, gingen naar den koning van Israël, en zeiden: Uw dienaar Ben-Hadad smeekt: Spaar toch mijn leven. Hij antwoordde: Leeft hij nog? Hij is mijn broeder!
32พวกเขาจึงเอาผ้ากระสอบพันตัวและเชือกพันศีรษะ ไปหากษัตริย์อิสราเอลแล้วพูดว่า “เบนฮาดัดผู้รับใช้ของท่านขอว่า ‘โปรดไว้ชีวิตข้า’” กษัตริย์ถามว่า “เขายังมีชีวิตอยู่หรือ? เขาเป็นพี่น้องของเรา”
33De mannen beschouwden dit als een gunstig teken, gingen terstond op dit antwoord in, en zeiden: Ja, Ben-Hadad is uw broeder. Hij hernam: Gaat hem halen. En toen Ben-Hadad bij hem gekomen was, liet hij hem in zijn wagen stijgen.
33คนเหล่านั้นจับคำพูดนี้ไว้ทันทีและรีบตอบรับว่า “ใช่ เบนฮาดัดพี่น้องของท่าน” กษัตริย์พูดว่า “ไปพาเขามา” เบนฮาดัดออกมาหา แล้วกษัตริย์ก็ให้เขาขึ้นรถรบ
34Ben-Hadad stelde hem nu voor: De steden, die mijn vader van uw vader heeft afgenomen, geef ik u terug; ook moogt gij u in Damascus een eigen stadswijk aanleggen, zoals mijn vader in Samaria gedaan heeft. Achab antwoordde: Op die voorwaarde laat ik u vrij. Zo sloot hij een verbond met hem, en liet hem gaan.
34เบนฮาดัดพูดว่า “เมืองที่บิดาของข้ายึดไปจากบิดาของท่าน ข้าจะคืนให้ ท่านจะมีถนนของตนในดามัสกัส เหมือนที่บิดาของข้าเคยมีในสะมาเรีย” อาหับตอบว่า “เราจะทำสัญญานี้กับท่านแล้วปล่อยท่านไป” เขาจึงทำสัญญากับเบนฮาดัดและปล่อยเขาไป
35Maar nu sprak een profetenzoon op last van Jahweh tot een anderen: Ransel mij af! En toen deze weigerde, hem te slaan
35คนหนึ่งในกลุ่มผู้เผยพระวจนะพูดกับเพื่อนตามพระดำรัสของพระยาห์เวห์ว่า “โปรดตีข้า” แต่คนนั้นไม่ยอมตี
36sprak hij tot hem: Omdat ge niet naar het bevel van Jahweh hebt geluisterd, zult ge, zodra ge zijt heengegaan, door een leeuw worden gedood. En werkelijk, zodra hij bij hem vandaan was, ontmoette hij een leeuw, die hem doodde.
36ผู้เผยพระวจนะจึงบอกว่า “เพราะเจ้าไม่เชื่อฟังพระสุรเสียงของพระยาห์เวห์ พอเจ้าแยกจากข้า สิงโตจะฆ่าเจ้า” เมื่อเขาแยกจากไป สิงโตก็พบและฆ่าเขา
37Daarna trof hij een anderen, en sprak: Ransel mij af! En deze sloeg hem zo hevig, dat hij gewond werd.
37ผู้เผยพระวจนะพบอีกคนและพูดว่า “โปรดตีข้า” คนนั้นตีจนเขาบาดเจ็บ
38Nu ging de profeet heen, om den koning onderweg op te wachten; maar hij had zijn hoofddoek over zijn ogen getrokken en zich zo onkenbaar gemaakt.
38ผู้เผยพระวจนะจึงไปคอยกษัตริย์ข้างทางโดยเอาผ้าคาดศีรษะปิดตาไว้เพื่อปลอมตัว
39Toen de koning voorbij kwam, riep hij hem jammerend toe en zeide: Toen uw dienaar het strijdgewoel had verlaten, kwam er een aanvoerder met een man naar mij toe, en zeide: “Bewaak dezen man; als hij vermist wordt, komt gij voor hem in de plaats, of ge betaalt een talent zilver.”
39เมื่อกษัตริย์ผ่านมา เขาร้องเรียกแล้วพูดว่า “ผู้รับใช้ของท่านเข้าไปร่วมรบ มีชายคนหนึ่งพาคนมาให้ข้าและสั่งว่า ‘จงเฝ้าคนนี้ไว้ ถ้าเขาหายไป ชีวิตของเจ้าจะต้องชดใช้ชีวิตเขา มิฉะนั้นต้องจ่ายเงินหนึ่งทาเลนต์’
40Maar terwijl uw dienaar het een en ander te doen had, was hij opeens spoorloos verdwenen. De koning van Israël antwoordde hem: Dan krijgt ge ook volgens uw eigen woorden uw verdiende loon!
40ระหว่างผู้รับใช้ของท่านวุ่นอยู่กับงานโน้นงานนี้ เขาก็หายไป” กษัตริย์อิสราเอลตอบว่า “คำตัดสินของเจ้าก็เป็นอย่างนั้น เจ้าเองเป็นคนตัดสิน”
41Nu deed hij vlug de hoofddoek van zijn ogen weg, waardoor de koning van Israël hem als een profeet herkende.
41เขารีบเอาผ้าคาดศีรษะออกจากตา กษัตริย์อิสราเอลจึงจำได้ว่าเขาเป็นผู้เผยพระวจนะคนหนึ่ง
42En hij zeide tot den koning: Zo spreekt Jahweh! Omdat gij den man hebt vrijgelaten, die onder mijn banvloek stond, komt ge voor hem in de plaats, en uw volk voor zijn volk.
42เขาพูดกับกษัตริย์ว่า “พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘เพราะเจ้าปล่อยคนที่เรากำหนดให้ถูกทำลายให้พ้นมือเจ้า ชีวิตของเจ้าจะต้องชดใช้ชีวิตเขา และประชาชนของเจ้าจะต้องชดใช้ประชาชนของเขา’”
43Hierop ging de koning van Israël verdrietig en toornig naar huis; zo kwam hij in Samaria aan.
43กษัตริย์อิสราเอลกลับไปบ้านที่สะมาเรียด้วยความขุ่นเคืองและโกรธ
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.