1 Koningen 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Koning Salomon had, behalve de dochter van Farao, nog vele andere vreemde vrouwen lief: moabietische, ammonietische, aramese, edomietische, sidonietische, chittietische en amorietische.
1กษัตริย์โซโลมอนรักหญิงต่างชาติมากมาย นอกจากธิดาของฟาโรห์แล้ว ยังมีหญิงชาวโมอับ อัมโมน เอโดม ไซดอน และฮิตไทต์
2Ze waren dus uit de volkeren, over wie Jahweh tot de kinderen van Israël had gezegd: Gij moogt u niet met hen inlaten, noch zij met u; anders zullen zij u tot de dienst hunner goden verleiden. Toch gaf Salomon zich aan haar over;
2หญิงเหล่านี้มาจากชนชาติที่พระยาห์เวห์ตรัสกับชาวอิสราเอลว่า “อย่าเข้าไปอยู่ท่ามกลางพวกเขา และอย่าให้พวกเขาเข้ามาอยู่ท่ามกลางพวกเจ้า เพราะพวกเขาจะชักนำใจของพวกเจ้าให้ไปติดตามพระของตนอย่างแน่นอน” แต่โซโลมอนผูกพันกับหญิงเหล่านี้ด้วยความรัก
3hij had zeven honderd vrouwen als vorstinnen en drie honderd bijvrouwen. Die vrouwen brachten hem van het goede pad.
3พระองค์มีภรรยาซึ่งเป็นเจ้าหญิงเจ็ดร้อยคน และนางสนมสามร้อยคน ภรรยาเหล่านั้นชักนำใจพระองค์ให้หันไป
4Op zijn oude dag werd Salomon door zijn vrouwen tot de dienst van vreemde goden verleid, zodat zijn hart niet altijd onverdeeld aan Jahweh, zijn God, toebehoorde, zoals het hart van zijn vader David.
4เมื่อโซโลมอนชรา ภรรยาของพระองค์ชักนำใจพระองค์ให้ติดตามพระอื่น ใจของพระองค์ไม่ซื่อตรงต่อพระยาห์เวห์พระเจ้าของตนอย่างใจของดาวิดบิดา
5Salomon begon Asjtarte, de godin der Sidoniërs, en Milkom, de gruwel der Ammonieten, te vereren;
5โซโลมอนติดตามอัชโทเรท เทพีของชาวไซดอน และมิลโคม สิ่งน่ารังเกียจของชาวอัมโมน
6hij deed dus wat slecht was in de ogen van Jahweh, en bleef Hem niet altijd trouw, zoals zijn vader David.
6โซโลมอนทำสิ่งชั่วในสายพระเนตรพระยาห์เวห์ และไม่ติดตามพระยาห์เวห์อย่างเต็มที่เหมือนดาวิดบิดา
7Zelfs bouwde Salomon een offerhoogte voor Kemosj, de gruwel van Moab, op de berg ten oosten van Jerusalem, en een voor Molok, de gruwel der Ammonieten.
7โซโลมอนสร้างสถานบูชาบนที่สูงสำหรับเคโมช สิ่งน่ารังเกียจของชาวโมอับ บนภูเขาที่อยู่ตรงข้ามเยรูซาเล็ม และสร้างสำหรับโมเลค สิ่งน่ารังเกียจของชาวอัมโมนด้วย
8Hetzelfde deed hij voor al zijn vreemde vrouwen, die voor haar goden wierook wilden branden en offeren.
8พระองค์ทำเช่นนี้ให้ภรรยาต่างชาติทุกคน ซึ่งเผาเครื่องหอมและถวายเครื่องบูชาแก่พระของตน
9Toen werd Jahweh vergramd op Salomon. omdat hij zijn hart had afgewend van Jahweh, Israëls God, die hem tot tweemaal toe was verschenen,
9พระยาห์เวห์ทรงกริ้วโซโลมอน เพราะใจพระองค์หันไปจากพระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอล ผู้เคยปรากฏแก่พระองค์สองครั้ง
10en hem uitdrukkelijk had geboden, geen vreemde goden te dienen. En omdat Salomon zich niet aan Jahweh’s gebod had gehouden,
10และทรงสั่งเรื่องนี้ไว้แล้วว่าอย่าติดตามพระอื่น แต่โซโลมอนไม่รักษาพระบัญชาของพระยาห์เวห์
11sprak Jahweh tot hem: Omdat het met u zover is gekomen, dat gij u niet gehouden hebt aan mijn verbond, noch aan de wetten, die Ik u gaf, daarom zal Ik u het koninkrijk ontnemen en het geven aan uw knecht.
11พระยาห์เวห์จึงตรัสกับโซโลมอนว่า “เพราะเจ้าทำเช่นนี้และไม่รักษาพันธสัญญากับกฎเกณฑ์ที่เราสั่งไว้ เราจะฉีกอาณาจักรออกจากเจ้าอย่างแน่นอน แล้วมอบให้ผู้รับใช้ของเจ้า
12Terwille van David, uw vader, zal Ik het echter niet bij uw leven doen; maar Ik neem het af van uw zoon.
12ถึงกระนั้น เพื่อเห็นแก่ดาวิดบิดาของเจ้า เราจะไม่ทำในสมัยของเจ้า แต่จะฉีกอาณาจักรออกจากมือบุตรของเจ้า
13Ook zal Ik niet het hele koninkrijk afnemen, maar één stam aan uw zoon geven, terwille van mijn dienaar David en van Jerusalem, dat Ik mij heb uitverkoren.
13อย่างไรก็ดี เราจะไม่ฉีกอาณาจักรทั้งหมด เราจะให้บุตรของเจ้าหนึ่งเผ่า เพื่อเห็นแก่ดาวิดผู้รับใช้ของเรา และเยรูซาเล็มที่เราเลือกไว้”
14Daarom deed Jahweh tegen Salomon een bestrijder opstaan in den Edomiet Hadad, die uit de koninklijke familie van Edom stamde.
14พระยาห์เวห์ทรงทำให้มีศัตรูขึ้นต่อต้านโซโลมอน คือฮาดัดชาวเอโดม เขาเป็นเชื้อสายกษัตริย์แห่งเอโดม
15Toen David Edom verslagen had en de legeroverste Joab was uitgetrokken, om de gesneuvelden te begraven, had deze alle mannen van Edom vermoord;
15ก่อนหน้านั้น เมื่อดาวิดอยู่ในเอโดม โยอาบแม่ทัพขึ้นไปฝังศพผู้ถูกฆ่า แล้วฆ่าชายทุกคนในเอโดม
16zes maanden was Joab met heel Israël in Edom gebleven, totdat hij alle mannen had uitgemoord.
16โยอาบและชาวอิสราเอลทั้งหมดอยู่ที่นั่นหกเดือนจนเขากำจัดชายทุกคนในเอโดม
17Maar Hadad, toen nog heel jong, was met enige Edomieten uit het gevolg van zijn vader naar Egypte gevlucht.
17แต่ฮาดัดซึ่งยังเป็นเด็กเล็กหนีไปอียิปต์พร้อมชาวเอโดมบางคนที่เป็นข้ารับใช้ของบิดา
18Zij waren uit Midjan vertrokken en naar Paran gegaan; vandaar hadden ze mannen meegenomen en waren in Egypte gekomen bij Farao, den koning van Egypte. Deze schonk hem een huis, voorzag in zijn onderhoud, en gaf hem ook land.
18พวกเขาออกจากมีเดียนไปถึงปาราน รับคนจากปารานไปด้วย แล้วไปอียิปต์หาฟาโรห์กษัตริย์แห่งอียิปต์ ฟาโรห์จัดบ้าน อาหาร และที่ดินให้ฮาดัด
19Hadad kwam in zo’n hoge gunst bij Farao te staan, dat deze hem de zuster van zijn vrouw, de zuster namelijk van koningin Tachpenes, ten huwelijk gaf;
19ฮาดัดเป็นที่โปรดปรานของฟาโรห์มาก จนฟาโรห์ยกน้องสาวของภรรยาตน ซึ่งเป็นน้องสาวของราชินีทาห์เปเนสให้เป็นภรรยาของเขา
20en toen de zuster van Tachpenes hem een zoon, Genoebat, had geschonken, voedde Tachpenes hem op in Farao’s paleis, en verbleef Genoebat daar bij de kinderen van Farao.
20น้องสาวของทาห์เปเนสให้กำเนิดเกนูบัทบุตรของฮาดัด ทาห์เปเนสเป็นผู้เลี้ยงดูเกนูบัทจนหย่านมในวังฟาโรห์ เกนูบัทจึงอยู่ในวังฟาโรห์ท่ามกลางบรรดาโอรสของฟาโรห์
21Toen Hadad nu in Egypte hoorde, dat David bij zijn vaderen was te ruste gegaan, en dat ook de legeroverste Joab gestorven was, zei hij tot Farao: Laat mij gaan, ik wil terug naar mijn land.
21เมื่อฮาดัดได้ข่าวในอียิปต์ว่าดาวิดล่วงลับไปแล้วและโยอาบแม่ทัพตายแล้ว เขาจึงทูลฟาโรห์ว่า “โปรดอนุญาตให้ข้าพเจ้าเดินทางกลับประเทศของข้าพเจ้า”
22Maar Farao zei tot hem: Wat ontbreekt u bij mij, dat ge terug wilt naar uw land? Hij antwoordde: Niets; toch bid ik u, mij te laten vertrekken. Hadad keerde dus naar zijn land terug.
22ฟาโรห์ถามว่า “เจ้ายังขาดสิ่งใดเมื่ออยู่กับเรา จึงอยากกลับประเทศของตน?” ฮาดัดตอบว่า “ไม่ขาดสิ่งใด แต่ขอให้ข้าพเจ้าไปเถิด”
23Daarenboven verwekte God hem een tegenstander in Rezon, den zoon van Eljada, die zijn heer Hadadézer, den koning van Soba, ontvlucht was.
23พระเจ้าทรงทำให้มีศัตรูอีกคนขึ้นต่อต้านโซโลมอน คือเรโซนบุตรเอลียาดา ซึ่งเคยหนีจากฮาดัดเอเซอร์ กษัตริย์แห่งโศบาห์เจ้านายของตน
24Toen David de Arameën had verslagen, verzamelde Rezon mannen om zich heen, werd bendeleider en nam Damascus in. Daar vestigde hij zich, en werd koning van Damascus.
24เมื่อดาวิดฆ่าคนของโศบาห์ เรโซนรวบรวมคนเป็นกองกำลังและเป็นหัวหน้า พวกเขาไปอยู่ที่ดามัสกัสและขึ้นปกครองที่นั่น
25Hij was een tegenstander van Israël, zolang Salomon leefde. En dit is het kwaad dat Hadad deed: Hij drong Israël terug en werd koning over Edom.
25เรโซนเป็นศัตรูของอิสราเอลตลอดรัชสมัยโซโลมอน เพิ่มจากความเดือดร้อนที่ฮาดัดก่อ เขาเกลียดอิสราเอลและปกครองซีเรีย
26Ook Jeroboam, de zoon van Nebat, een Efraïmiet uit Sereda en beambte van Salomon, wiens moeder Seroea heette en een weduwe was, stond tegen den koning op.
26เยโรโบอัมบุตรเนบัท ชาวเอฟราอิมจากเศเรดาห์ เป็นข้ารับใช้ของโซโลมอน มารดาของเขาชื่อเศรูอาห์เป็นหญิงม่าย เขาก็ลุกขึ้นต่อต้านกษัตริย์ด้วย
27Dit is het verloop van deze opstand tegen den koning: Toen Salomon het Millo bouwde, en de bouwvallige delen van de muur van de Davidstad, de stad van zijn vader, herstelde,
27สาเหตุที่เขาลุกขึ้นต่อต้านกษัตริย์คือ โซโลมอนสร้างมิลโล และซ่อมช่องที่พังในกำแพงนครดาวิดบิดาของพระองค์
28toonde Jeroboam zich daar een flinke kracht. En daar Salomon zag, dat de jonge man zijn werk uitstekend verrichtte, bevorderde hij hem tot opzichter over de hele arbeidsdienst van het huis Josef.
28เยโรโบอัมเป็นชายกล้าหาญ โซโลมอนทรงเห็นว่าชายหนุ่มคนนี้ขยัน จึงแต่งตั้งเขาให้ดูแลแรงงานทั้งหมดของวงศ์วานโยเซฟ
29Toen nu Jeroboam in die tijd eens van Jerusalem kwam, ontmoette hij den profeet Achi-ja uit Sjilo. Deze droeg een nieuwe mantel. En toen ze samen alleen op het veld waren,
29ขณะที่เยโรโบอัมออกจากเยรูซาเล็ม อาหิยาห์ผู้เผยพระวจนะชาวชิโลห์พบเขาระหว่างทาง อาหิยาห์สวมเสื้อคลุมตัวใหม่ และทั้งสองอยู่กันตามลำพังในทุ่ง
30greep Achija de nieuwe mantel, die hij om had, en scheurde hem in twaalf stukken.
30อาหิยาห์จับเสื้อคลุมตัวใหม่ที่ตนสวมอยู่ ฉีกออกเป็นสิบสองชิ้น
31En hij sprak tot Jeroboam: Neem tien stukken voor u! Want zo spreekt Jahweh, Israëls God: Zie, Ik scheur het koninkrijk uit de hand van Salomon, en geef tien stammen aan u;
31แล้วบอกเยโรโบอัมว่า “จงหยิบไปสิบชิ้น เพราะพระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอลตรัสว่า ‘เราจะฉีกอาณาจักรออกจากมือโซโลมอนและมอบสิบเผ่าให้เจ้า
32slechts één stam mag hij behouden, terwille van mijn dienaar David en terwille van Jerusalem, de stad, die Ik Mij uit alle stammen van Israël heb uitverkoren.
32แต่เขาจะยังมีหนึ่งเผ่า เพื่อเห็นแก่ดาวิดผู้รับใช้ของเรา และเยรูซาเล็ม เมืองที่เราเลือกจากทุกเผ่าของอิสราเอล
33Want hij heeft Mij verzaakt, om zich neer te werpen voor Asjtarte, de godin der Sidoniërs, voor Kemosj, den god van Moab, en voor Milkom, den god der Ammonieten; hij heeft mijn wegen niet bewandeld, niet gedaan wat recht was in mijn oog, en mijn wetten en voorschriften niet onderhouden, zoals David, zijn vader.
33เพราะพวกเขาทอดทิ้งเราและกราบไหว้อัชโทเรท เทพีของชาวไซดอน เคโมช พระของชาวโมอับ และมิลโคม พระของชาวอัมโมน พวกเขาไม่ได้ดำเนินตามทางของเรา ไม่ได้ทำสิ่งถูกต้องในสายตาเรา และไม่ได้รักษากฎเกณฑ์กับข้อกำหนดของเราเหมือนดาวิดบิดาของเขา
34Toch wil Ik hèm het koninkrijk niet ontnemen, maar hem heel zijn leven aan de regering laten, terwille van mijn dienaar David, dien Ik heb uitverkoren, omdat hij mijn geboden en wetten onderhield.
34“‘ถึงอย่างนั้น เราจะไม่เอาอาณาจักรทั้งหมดออกจากมือโซโลมอน แต่จะให้เขาเป็นผู้นำตลอดชีวิต เพื่อเห็นแก่ดาวิดผู้รับใช้ของเราที่เราเลือกไว้ ผู้รักษาพระบัญญัติและกฎเกณฑ์ของเรา
35Maar zijn zoon zal Ik het koninkrijk ontnemen, en het geven aan u.
35เราจะเอาอาณาจักรออกจากมือบุตรของเขาแล้วมอบสิบเผ่าให้เจ้า
36Eén stam echter geef Ik aan zijn zoon, opdat mijn dienaar David altijd een licht voor mijn aanschijn zal hebben te Jerusalem, de stad, die Ik Mij heb uitverkoren, om er mijn Naam te doen wonen.
36เราจะให้บุตรของเขาหนึ่งเผ่า เพื่อดาวิดผู้รับใช้ของเราจะมีดวงประทีปส่องอยู่ต่อหน้าเราเสมอในเยรูซาเล็ม เมืองที่เราเลือกเป็นที่ตั้งพระนามของเรา
37U kies Ik uit, om naar believen te heersen; gij zult koning zijn over Israël.
37ส่วนเจ้า เราจะรับเจ้าไว้ให้ครองราชย์ตามที่ใจเจ้าปรารถนา และเป็นกษัตริย์เหนืออิสราเอล
38En wanneer gij trouw naar mijn bevelen luistert, mijn wegen bewandelt en doet wat recht is in mijn oog; wanneer gij mijn wetten en geboden onderhoudt, zoals mijn dienaar David gedaan heeft, dan zal Ik met u zijn en een duurzaam huis voor u bouwen, zoals Ik voor David gedaan heb. Aan u zal Ik Israël geven,
38หากเจ้าฟังทุกสิ่งที่เราสั่ง ดำเนินตามทางของเรา ทำสิ่งถูกต้องในสายตาเรา และรักษากฎเกณฑ์กับพระบัญญัติของเราเหมือนดาวิดผู้รับใช้ของเรา เราจะอยู่กับเจ้า สร้างราชวงศ์ที่มั่นคงให้เจ้าเหมือนที่เราสร้างให้ดาวิด และมอบอิสราเอลให้เจ้า
39en daartoe het geslacht van David vernederen, maar niet voor altijd.
39เพราะเรื่องนี้เราจะทำให้เชื้อสายดาวิดทุกข์ยาก แต่ไม่ตลอดไป’”
40Daarom trachtte Salomon Jeroboam te doden; maar deze trok weg, en vluchtte naar Egypte, naar Sjisjak, den koning van Egypte. Daar bleef hij tot aan de dood van Salomon.
40โซโลมอนจึงพยายามฆ่าเยโรโบอัม แต่เยโรโบอัมหนีไปหาชิชัก กษัตริย์แห่งอียิปต์ และอยู่ที่อียิปต์จนโซโลมอนสิ้นชีวิต
41De verdere geschiedenis van Salomon, met al zijn daden en wijsheid, is beschreven in het boek der geschiedenis van Salomon.
41เรื่องอื่น ๆ ของโซโลมอน ทั้งพระราชกิจและปัญญาของพระองค์ ไม่ได้เขียนไว้ในหนังสือเรื่องพระราชกิจของโซโลมอนหรือ?
42Veertig jaar regeerde Salomon te Jerusalem over geheel Israël.
42โซโลมอนครองราชย์เหนืออิสราเอลทั้งหมดในเยรูซาเล็มสี่สิบปี
43Toen ging Salomon bij zijn vaderen te ruste. Hij werd in de Davidstad, de stad van zijn vader, begraven, en zijn zoon Roboam volgde hem op.
43โซโลมอนล่วงลับไปอยู่กับบรรพบุรุษ และมีคนนำพระศพไปฝังในนครดาวิดบิดาของพระองค์ แล้วเรโหโบอัมบุตรของพระองค์ขึ้นครองราชย์แทน
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.