1 Koningen
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Nu riep koning Salomon de oudsten van Israël en alle stamhoofden en familievorsten der Israëlieten bij zich naar Jerusalem, om de verbondsark van Jahweh uit de Davidstad, of de Sion, naar haar plaats te brengen.
1آنگاه سلیمان، مشایخ اسرائیل و جمیع روسای اسباط و سروران خانه های آبای بنی‌اسرائیل را نزد سلیمان پادشاه در اورشلیم جمع کرد تا تابوت عهد خداوند را از شهر داودکه صهیون باشد، برآورند.
2Zo trokken alle mannen van Israël naar koning Salomon op voor het feest, dat in de maand Etanim, de zevende maand, werd gevierd.
2و جمیع مردان اسرائیل در ماه ایتانیم که ماه هفتم است در عیدنزد سلیمان پادشاه جمع شدند.
3Toen nu al de oudsten van Israël gekomen waren, namen de priesters de ark op,
3و جمیع مشایخ اسرائیل آمدند و کاهنان تابوت را برداشتند.
4en brachten haar met de openbaringstent en al de heilige voorwerpen, die in de tent waren, naar boven; de levieten droegen met de priesters mee.
4وتابوت خداوند و خیمه اجتماع و همه آلات مقدس را که در خیمه بود آوردند و کاهنان ولاویان آنها را برآوردند.
5Koning Salomon zelf ging met al de Israëlieten, die zich bij hem hadden gevoegd, voor de ark uit, en offerde zoveel schapen en runderen, dat ze niet meer te tellen of te berekenen waren.
5و سلیمان پادشاه وتمامی جماعت اسرائیل که نزد وی جمع شده بودند، پیش روی تابوت همراه وی ایستادند، واینقدر گوسفند و گاو را ذبح کردند که به شمار وحساب نمی آمد.
6Daarop brachten de priesters de verbondsark van Jahweh naar haar plaats in het binnenste van de tempel, in het Allerheiligste, en zetten haar onder de vleugels der cherubs.
6و کاهنان تابوت عهد خداوندرا به مکانش در محراب خانه، یعنی درقدس‌الاقداس زیر بالهای کروبیان درآوردند.
7De cherubs spreidden dus hun vleugels over de ark uit, en overschaduwden de ark en haar draagstangen.
7زیرا کروبیان بالهای خود را بر مکان تابوت پهن می‌کردند و کروبیان تابوت و عصاهایش را از بالامی پوشانیدند.
8Deze waren zo lang, dat men de uiteinden ervan in het Heilige, dat voor het Allerheiligste lag, kon zien, maar daarbuiten niet meer; ze zijn daar gebleven tot op deze dag.
8و عصاها اینقدر دراز بود که سرهای عصاها از قدسی که پیش محراب بود، دیده می‌شد اما از بیرون دیده نمی شد و تا امروزدر آنجا هست.
9In de ark was niets dan de twee stenen tafelen, die Moses op de berg Horeb erin had gelegd; het waren de tafelen van het Verbond, dat Jahweh bij de uittocht uit Egypte met de Israëlieten gesloten had.
9و در تابوت چیزی نبود سوای آن دو لوح سنگ که موسی در حوریب در آن گذاشت، وقتی که خداوند با بنی‌اسرائیل در حین بیرون آمدن ایشان از زمین مصر عهد بست.
10Zodra de priesters het Heilige hadden verlaten, vervulde een wolk het huis van Jahweh.
10وواقع شد که چون کاهنان از قدس بیرون آمدند ابر، خانه خداوند را پر ساخت.
11Door die wolk konden de priesters niet blijven staan, om hun dienstwerk te verrichten; want de glorie van Jahweh vervulde de tempel van Jahweh.
11و کاهنان به‌سبب ابر نتوانستند به جهت خدمت بایستند، زیرا که جلال یهوه، خانه خداوند را پر کرده بود.
12Nu sprak Salomon: De zon heeft Jahweh aan de hemel geplaatst, Maar zelf besloot Hij, in een wolk te vertoeven.
12آنگاه سلیمان گفت: «خداوند گفته است که در تاریکی غلیظ ساکن می‌شوم.
13Zo kon ik het wagen, U een tempel te bouwen. Een huis, waar Gij eeuwig zult wonen! (Het staat in het Liederenboek.)
13فی الواقع خانه‌ای برای سکونت تو و مکانی را که در آن تا به ابد ساکن شوی بنا نموده‌ام.»
14Hierop keerde de koning zich om, en zegende heel de gemeenschap van Israël. En terwijl allen overeind gingen staan,
14و پادشاه روی خود را برگردانیده، تمامی جماعت اسرائیل را برکت داد و تمامی جماعت اسرائیل بایستادند.
15sprak hij: Geprezen zij Jahweh, Israëls God, wiens hand heeft volbracht, wat zijn mond tot mijn vader David heeft gesproken:
15پس گفت: «یهوه خدای اسرائیل متبارک باد که به دهان خود به پدر من داود وعده داده، و به‌دست خود آن را به‌جاآورده، گفت:
16“Sinds de dag, dat Ik mijn volk Israël uit Egypte heb geleid, heb Ik geen enkele stad van al de stammen van Israël uitverkoren, om Mij daar een tempel te bouwen, waarin mijn Naam zou wonen. Maar Jerusalem heb Ik uitverkoren, om daar mijn Naam te doen wonen; en David heb Ik uitgekozen, om over mijn volk te heersen!”
16از روزی که قوم خود اسرائیل رااز مصر برآوردم، شهری از جمیع اسباط اسرائیل برنگزیدم تا خانه‌ای بنا نمایم که اسم من در آن باشد، اما داود را برگزیدم تا پیشوای قوم من اسرائیل بشود.
17Daarom wilde mijn vader David een tempel bouwen voor de Naam van Jahweh, Israëls God.
17و در دل پدرم، داود بود که خانه‌ای برای اسم یهوه، خدای اسرائیل، بنانماید.
18Maar Jahweh sprak tot mijn vader David: “Het was goed van U, het plan op te vatten, om een tempel te bouwen voor mijn Naam.
18اما خداوند به پدرم داود گفت: چون دردل تو بود که خانه‌ای برای اسم من بنا نمایی، نیکوکردی که این را در دل خود نهادی.
19Maar niet gij zult de tempel bouwen; doch uw zoon, die uit uw lenden voortkomt, zal een tempel bouw voor mijn Naam.”
19لیکن توخانه را بنا نخواهی نمود بلکه پسر تو که از صلب تو بیرون آید، او خانه را برای اسم من بنا خواهدکرد.
20En Jahweh heeft zijn belofte vervuld. Want ik ben mijn vader David opgevolgd en heb mij neergezet op de troon van Israël, zoals Jahweh gezegd had. En nu heb ik voor Jahweh, Israëls God, een tempel gebouwd,
20پس خداوند کلامی را که گفته بود ثابت گردانید، و من به‌جای پدر خود داود برخاسته، وبر وفق آنچه خداوند گفته بود بر کرسی اسرائیل نشسته‌ام، و خانه را به اسم یهوه، خدای اسرائیل، بنا کرده‌ام.
21en daarin een plaats bereid voor de ark, waar het Verbond berust, dat Jahweh met onze vaderen gesloten heeft, toen Hij hen uit Egypteland leidde.
21و در آن، مکانی مقرر کرده‌ام برای تابوتی که عهد خداوند در آن است که آن را باپدران ما حین بیرون آوردن ایشان از مصر بسته بود.»
22Toen ging Salomon ten aanschouwen van heel de gemeenschap van Israël voor het altaar van Jahweh staan, strekte zijn handen naar de hemel uit,
22و سلیمان پیش مذبح خداوند به حضورتمامی جماعت اسرائیل ایستاده، دستهای خودرا به سوی آسمان برافراشت
23en sprak: Jahweh, God van Israël! Geen god boven in de hemel of beneden op aarde is gelijk aan U; want in goedertierenheid houdt Gij U aan het verbond met uw dienaren, die met geheel hun hart voor uw aanschijn wandelen.
23و گفت: «ای یهوه، خدای اسرائیل، خدایی مثل تو نه بالا درآسمان و نه پایین بر زمین هست که با بندگان خودکه به حضور تو به تمامی دل خویش سلوک می‌نمایند، عهد و رحمت را نگاه می‌داری.
24Ook aan uw dienaar David, mijn vader, hebt Gij vervuld wat Gij hem hebt gezegd. Wat uw mond beloofde, heeft uw hand volbracht, zoals blijkt op deze dag.
24وآن وعده‌ای که به بنده خود، پدرم داود داده‌ای، نگاه داشته‌ای زیرا به دهان خود وعده دادی و به‌دست خود آن را وفا نمودی چنانکه امروز شده است.
25Welnu dan, Jahweh, Israëls God, vervul aan uw dienaar David, mijn vader, ook de belofte, die Gij hem deedt: “Nooit zal het U aan een man ontbreken, die voor mijn aanschijn op Israëls troon is gezeten, indien uw zonen slechts op hun gedrag willen letten en voor mijn aanschijn wandelen, zoals gij voor mijn aanschijn gewandeld hebt.”
25پس الان‌ای یهوه، خدای اسرائیل، بابنده خود، پدرم داود، آن وعده‌ای را نگاه دار که به او داده و گفته‌ای کسی‌که بر کرسی اسرائیل بنشیند برای تو به حضور من منقطع نخواهد شد، به شرطی که پسرانت طریق های خود را نگاه داشته، به حضور من سلوک نمایند چنانکه تو به حضورم رفتار نمودی.
26Jahweh, God van Israël, moge ook deze belofte, die Gij mijn vader David, uw dienaar, gedaan hebt, toch worden vervuld!
26و الان‌ای خدای اسرائیل تمنا اینکه کلامی که به بنده خود، پدرم داود گفته‌ای، ثابت بشود.
27Maar zou God dan werkelijk op aarde wonen? Zie de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten; hoe dan dit huis, dat ik heb gebouwd!
27«اما آیا خدا فی الحقیقه بر زمین ساکن خواهد شد؟ اینک فلک و فلک الافلاک تو راگنجایش ندارد تا چه رسد به این خانه‌ای که من بناکرده‌ام.
28Jahweh, mijn God, luister naar het bidden en smeken van uw dienaar, en hoor het geroep en het gebed, dat uw dienaar vandaag tot U richt.
28لیکن‌ای یهوه، خدای من، به دعا وتضرع بنده خود توجه نما و استغاثه و دعایی راکه بنده ات امروز به حضور تو می‌کند، بشنو،
29Moge uw ogen dag en nacht over dit huis blijven waken, over de plaats, waarvan Gij gezegd hebt: “Mijn Naam zal daar wonen!” Hoor het gebed, dat uw dienaar op deze plaats tot U opzendt;
29تاآنکه شب و روز چشمان تو بر این خانه باز شود وبر مکانی که درباره‌اش گفتی که اسم من در آنجاخواهد بود و تا دعایی را که بنده ات به سوی این مکان بنماید، اجابت کنی.
30luister naar de smeekbede, die uw dienaar en Israël, uw volk, op deze plaats tot U richten. En wanneer Gij ze hoort, in de hemel, uw woonstede, verhoor ze dan ook, en schenk vergiffenis.
30و تضرع بنده ات و قوم خود اسرائیل را که به سوی این مکان دعامی نمایند، بشنو و از مکان سکونت خود، یعنی ازآسمان بشنو و چون شنیدی عفو نما.
31Wanneer iemand tegen zijn naaste misdoet, en deze hem een eed oplegt als bewijs voor zijn onschuld, en hij voor die eed in dit huis verschijnt voor uw altaar:
31«اگر کسی به همسایه خود گناه ورزد وقسم بر او عرضه شود که بخورد و او آمده پیش مذبح تو در این خانه قسم خورد،
32luister dan in de hemel, en richt uw dienaren; veroordeel den schuldige, door zijn daad op zijn hoofd te doen neerkomen. maar stel den onschuldige in het gelijk, door hem voor zijn onschuld te belonen.
32آنگاه ازآسمان بشنو و عمل نموده، به جهت بندگانت حکم نما و شریران را ملزم ساخته، راه ایشان را به‌سر ایشان برسان و عادلان را عادل شمرده، ایشان را بر‌حسب عدالت ایشان جزا ده.
33Wanneer Israël, uw volk, omdat het tegen U heeft gezondigd, door zijn vijand wordt verslagen, maar het bekeert zich tot U, prijst uw Naam en bidt en smeekt tot U in dit huis:
33«و هنگامی که قوم تو اسرائیل به‌سبب گناهی که به تو ورزیده باشند به حضور دشمنان خود مغلوب شوند اگر به سوی تو بازگشت نموده، اسم تو را اعتراف نمایند و نزد تو در این خانه دعا و تضرع نمایند،
34luister dan in de hemel, vergeef de zonden van Israël, uw volk, en laat het terugkeren naar het land, dat Gij aan zijn vaderen hebt geschonken.
34آنگاه از آسمان بشنوو گناه قوم خود، اسرائیل را بیامرز و ایشان را به زمینی که به پدران ایشان داده‌ای بازآور.
35Wanneer de hemel gesloten blijft en er geen regen valt, omdat ze tegen U zondigen, maar ze bidden dan op deze plaats, prijzen uw Naam en bekeren zich van hun zonden, omdat Gij ze vernedert:
35«هنگامی که آسمان بسته شود و به‌سبب گناهی که به تو ورزیده باشند باران نبارد، اگر به سوی این مکان دعا کنند و اسم تو را اعتراف نمایند و به‌سبب مصیبتی که به ایشان رسانیده باشی از گناه خویش بازگشت کنند،
36luister dan in de hemel, vergeef de zonden van uw dienaar en van Israël, uw volk; wijs het de goede weg, die het bewandelen moet, en geef weer regen op uw land, dat Gij aan uw volk hebt geschonken als erfdeel.
36آنگاه ازآسمان بشنو و گناه بندگانت و قوم خود اسرائیل را بیامرز و ایشان را به راه نیکو که در آن باید رفت، تعلیم ده و به زمین خود که آن را به قوم خویش برای میراث بخشیده‌ای، باران بفرست.
37Wanneer het land wordt geteisterd door hongersnood of pest, door korenbrand of verdorring, door sprinkhaan of knaagbek; wanneer het volk in een van zijn poorten door den vijand wordt benauwd, of bezocht wordt door plagen en ziekten;
37«اگر در زمین قحطی باشد و اگر وبا یا بادسموم یا یرقان باشد و اگر ملخ یا کرم باشد و اگردشمنان ایشان، ایشان را در شهرهای زمین ایشان محاصره نمایند، هر بلایی یا هر مرضی که بوده باشد،
38wanneer iemand van uw volk Israël, in het bijzonder, in droefheid of leed komt bidden en smeken, en zijn handen uitstrekt naar dit huis:
38آنگاه هر دعا و هر استغاثه‌ای که از هرمرد یا از تمامی قوم تو، اسرائیل، کرده شود که هریک از ایشان بلای دل خود را خواهند دانست، و دستهای خود را به سوی این خانه دراز نمایند،
39luister dan in de hemel, uw woonstede, en schenk vergiffenis; grijp in en vergeld eenieder zijn werken. Want Gij kent de harten; Gij alleen kent het hart aller mensen.
39آنگاه از آسمان که مکان سکونت تو باشد بشنوو بیامرز و عمل نموده، به هر کس که دل او رامی دانی به حسب راههایش جزا بده، زیرا که تو به تنهایی عارف قلوب جمیع بنی آدم هستی.
40Dan zullen zij U vrezen heel hun leven in het land, dat Gij aan onze vaderen hebt geschonken.
40تاآنکه ایشان در تمام روزهایی که به روی زمینی که به پدران ما داده‌ای زنده باشند، از توبترسند.
41Zelfs wanneer een vreemdeling, die niet tot uw volk Israël behoort, terwille van uw Naam uit een ver land zal komen, en in dit huis verschijnt, om te bidden,
41«و نیز غریبی که از قوم تو، اسرائیل، نباشدو به‌خاطر اسم تو از زمین بعید آمده باشد،
42omdat hij van uw grote Naam, uw sterke hand en uw gespierde arm heeft gehoord:
42زیراکه آوازه اسم عظیمت و دست قویت و بازوی دراز تو را خواهند شنید، پس چون بیاید و به سوی این خانه دعا نماید،
43luister dan in de hemel, uw woonstede, en doe wat deze vreemdeling U vraagt; opdat alle volkeren der aarde uw naam mogen kennen, U vrezen als Israël, uw volk, en mogen ondervinden, dat de tempel, die ik voor U heb gebouwd, uw Naam draagt.
43آنگاه از آسمان که مکان سکونت توست بشنو و موافق هر‌چه آن غریب از تو استدعا نماید به عمل آور تا جمیع قومهای جهان اسم تو را بشناسند و مثل قوم تو، اسرائیل، از تو بترسند و بدانند که اسم تو بر این خانه‌ای که بنا کرده‌ام، نهاده شده است.
44Wanneer uw volk op uw bevel tegen den vijand ten strijde trekt, en zij bidden tot Jahweh in de richting van de stad, die Gij hebt uitverkoren, en van het huis, dat ik voor uw Naam heb gebouwd:
44«اگر قوم تو برای مقاتله با دشمنان خود به راهی که ایشان را فرستاده باشی بیرون روند وایشان به سوی شهری که تو برگزیده‌ای و خانه‌ای که به جهت اسم تو بنا کرده‌ام، نزد خداوند دعانمایند،
45luister dan in de hemel naar hun bidden en smeken, en verschaf hun recht.
45آنگاه دعا و تضرع ایشان را از آسمان بشنو و حق ایشان را بجا آور.
46Wanneer ze tegen U zondigen—want er is niemand, die niet zondigt—en Gij levert ze in uw toorn aan een vijand over, zodat ze gevangen worden weggevoerd naar het land van dien vijand, veraf of dichtbij;
46«و اگر به تو گناه ورزیده باشند زیرا انسانی نیست که گناه نکند و تو بر ایشان غضبناک شده، ایشان را به‌دست دشمنان تسلیم کرده باشی واسیرکنندگان ایشان، ایشان را به زمین دشمنان خواه دور و خواه نزدیک به اسیری ببرند،
47wanneer ze dan in het land hunner ballingschap tot nadenken komen, zich bekeren en in het land van hen, die ze wegvoerden, smekend tot U zeggen: “We hebben gezondigd, en slecht en goddeloos gehandeld”;
47پس اگر ایشان در زمینی که در آن اسیر باشند به خودآمده، بازگشت نمایند و در زمین اسیری خود نزدتو تضرع نموده، گویند که گناه کرده، و عصیان ورزیده، و شریرانه رفتار نموده‌ایم،
48wanneer ze zich met geheel hun hart en geheel hun ziel tot U bekeren in het land hunner vijanden, die hen hebben weggevoerd, en ze bidden tot U in de richting van het land, dat Gij aan hun vaderen hebt geschonken, in de richting van de stad, die Gij hebt uitverkoren, en van het huis, dat ik voor uw Naam heb gebouwd:
48و در زمین دشمنانی که ایشان را به اسیری برده باشند به تمامی دل و به تمامی جان خود به تو بازگشت نمایند، و به سوی زمینی که به پدران ایشان داده‌ای و شهری که برگزیده و خانه‌ای که برای اسم تو بنا کرده‌ام، نزد تو دعا نمایند،
49luister dan in de hemel, uw woonstede, naar hun bidden en smeken, en verschaf hun recht.
49آنگاه ازآسمان که مکان سکونت توست، دعا و تضرع ایشان را بشنو و حق ایشان را بجا آور.
50Schenk vergiffenis aan het volk, dat tegen U misdeed, en vergeef hun al de zonden, die ze tegen U bedreven; laat ze genade vinden bij hun ontvoerders, opdat dezen zich over hen ontfermen.
50و قوم خود را که به تو گناه ورزیده باشند، عفو نما وتمامی تقصیرهای ایشان را که به تو ورزیده باشندبیامرز و ایشان را در دل اسیرکنندگان ایشان ترحم عطا فرما تا بر ایشان ترحم نمایند.
51Want ze zijn uw volk en uw erfdeel; Gij hebt ze uit die smeltoven, uit Egypte, geleid!
51زیراکه ایشان قوم تو و میراث تو می‌باشند که ازمصر از میان کوره آهن بیرون آوردی.
52Houd dus uw ogen open voor het gebed van uw dienaar en van Israël, uw volk, en verhoor hen steeds, wanneer ze tot U smeken.
52تاچشمان تو به تضرع بنده ات و به تضرع قوم تواسرائیل گشاده شود و ایشان را در هر‌چه نزدتو دعا نمایند، اجابت نمایی.
53Want uit alle volkeren der aarde hebt Gij ze tot uw erfdeel verkoren, zoals Gij door uw dienaar Moses gezegd hebt, toen Gij onze vaderen uit Egypte hebt geleid, o Jahweh, mijn Heer!
53زیرا که توایشان را از جمیع قومهای جهان برای ارثیت خویش ممتاز نموده‌ای چنانکه به واسطه بنده خود موسی وعده دادی هنگامی که تو‌ای خداوند یهوه پدران ما را از مصر بیرون آوردی.»
54Toen Salomon heel dit smeekgebed tot Jahweh had opgezonden, stond hij op van Jahweh’s altaar, waarvoor hij geknield had gelegen, de handen naar de hemel uitgestrekt.
54و واقع شد که چون سلیمان از گفتن تمامی این دعا و تضرع نزد خداوند فارغ شد، از پیش مذبح خداوند از زانو زدن و دراز نمودن دستهای خود به سوی آسمان برخاست،
55En rechtovereind sprak hij met luider stem deze zegen over heel de gemeenschap van Israël uit:
55و ایستاده، تمامی جماعت اسرائیل را به آواز بلند برکت دادو گفت:
56Gezegend zij Jahweh, die, zijn belofte getrouw, zijn volk Israël rust heeft gegeven. Niet één woord van al de beloften, die Hij door zijn dienaar Moses gedaan heeft, is onvervuld gebleven.
56«متبارک باد خداوند که قوم خود، اسرائیل را موافق هر‌چه وعده کرده بود، آرامی داده است زیرا که از تمامی وعده های نیکو که به واسطه بنده خود، موسی داده بود، یک سخن به زمین نیفتاد.
57Moge Jahweh, onze God, met ons zijn, zoals Hij met onze vaderen geweest is, en ons nooit verlaten, ons nooit verwerpen.
57یهوه خدای ما با ما باشد چنانکه با پدران مامی بود و ما را ترک نکند و رد نماید.
58Moge Hij onze harten tot Zich neigen, opdat wij al zijn wegen bewandelen, en zijn geboden, wetten en voorschriften onderhouden, die Hij aan onze vaderen heeft gegeven.
58و دلهای مارا به سوی خود مایل بگرداند تا در تمامی طریق هایش سلوک نموده، اوامر و فرایض واحکام او را که به پدران ما امر فرموده بود، نگاه داریم.
59Moge de bede, die ik smekend tot Jahweh, onzen God, heb gericht, dag en nacht voor zijn aanschijn blijven, opdat Hij zijn dienaar en Israël, zijn volk, dagelijks geve wat zij behoeven,
59و کلمات این دعایی که نزد خداوندگفته‌ام، شب و روز نزدیک یهوه خدای ما باشد تاحق بنده خود و حق قوم خویش اسرائیل را برحسب اقتضای هر روز بجا آورد.
60en alle volkeren der aarde weten, dat Jahweh God is en anders geen.
60تا تمامی قوم های جهان بدانند که یهوه خداست و دیگری نیست.
61Mogen uw harten steeds onverdeeld aan Jahweh, onzen God, toebehoren, zodat gij volgens zijn wetten blijft leven, en evenals nu zijn geboden onderhoudt.
61پس دل شما با یهوه خدای ما کامل باشد تا در فرایض او سلوک نموده، اوامر او رامثل امروز نگاه دارید.»
62Nu bracht de koning met heel Israël offers aan Jahweh;
62پس پادشاه و تمامی اسرائیل با وی به حضور خداوند قربانی‌ها گذرانیدند.
63twee en twintig duizend runderen en honderd twintig duizend schapen droeg Salomon als vredeoffer aan Jahweh op. Zo wijdde de koning met al de Israëlieten de tempel van Jahweh in.
63و سلیمان به جهت ذبایح سلامتی که برای خداوند گذارنید، بیست و دو هزار گاو و صد و بیست هزار گوسفندذبح نمود و پادشاه و جمیع بنی‌اسرائیل، خانه خداوند را تبریک نمودند.
64Bij die gelegenheid wijdde de koning het middelste gedeelte van de voorhof voor de tempel van Jahweh, omdat men ook daar brandoffers, spijsoffers en het vet van de vredeoffers moest opdragen. Want op het bronzen altaar voor het aanschijn van Jahweh was geen plaats genoeg voor al die brand- en spijsoffers en voor het vet van al die vredeoffers.
64و در آن روز پادشاه وسط صحن را که پیش خانه خداوند است تقدیس نمود زیرا چونکه مذبح برنجینی که به حضور خداوند بود به جهت گنجایش قربانی های سوختنی و هدایای آردی و پیه قربانی های سلامتی کوچک بود، از آن جهت قربانی های سوختنی و هدایای آردی و پیه ذبایح سلامتی را در آنجا گذرانید.
65Daarna vierde Salomon met al de Israëlieten, die van de weg naar Chamat af tot aan de beek van Egypte in grote menigte tezamen waren gekomen, zeven dagen lang het feest voor het aanschijn van Jahweh, onzen God.
65و در آن وقت سلیمان و تمامی اسرائیل باوی عید را نگاه داشتند و آن انجمن بزرگ ازمدخل حمات تا وادی مصر هفت روز و هفت روز یعنی چهارده روز به حضور یهوه، خدای مابودند.
66Op de achtste dag liet hij het volk gaan. Zij namen afscheid van den koning, en gingen met opgewekt hart naar huis, blij als ze waren over al het goede, dat Jahweh voor David, zijn dienaar, en voor Israël, zijn volk, had gedaan.
66و در روز هشتم، قوم را مرخص فرمودو ایشان برای پادشاه برکت خواسته، و با شادمانی و خوشدلی به‌سبب تمامی احسانی که خداوند به بنده خود، داود و به قوم خویش اسرائیل نموده بود، به خیمه های خود رفتند.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.