Mattheum 28
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Vespere autem sabbati, quæ lucescit in prima sabbati, venit Maria Magdalene, et altera Maria, videre sepulchrum.
1Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria het graf bezoeken.
2Et ecce terræmotus factus est magnus. Angelus enim Domini descendit de cælo: et accedens revolvit lapidem, et sedebat super eum:
2En zie, er brak een hevige aardbeving los. Want een engel des Heren daalde af van de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg, en ging daarop zitten.
3erat autem aspectus ejus sicut fulgur: et vestimentum ejus sicut nix.
3Zijn aangezicht was als de bliksem, en zijn kleed wit als sneeuw.
4Præ timore autem ejus exterriti sunt custodes, et facti sunt velut mortui.
4En de wachters sidderden voor hem van vrees, en werden als doden.
5Respondens autem angelus dixit mulieribus: Nolite timere vos: scio enim, quod Jesum, qui crucifixus est, quæritis.
5Maar de engel sprak tot de vrouwen: Vreest niet; want ik weet, dat ge Jesus zoekt, den gekruiste.
6Non est hic: surrexit enim, sicut dixit: venite, et videte locum ubi positus erat Dominus.
6Hij is niet hier, want Hij is verrezen, zoals Hij gezegd heeft. Komt en ziet de plaats, waar Hij was neergelegd.
7Et cito euntes, dicite discipulis ejus quia surrexit: et ecce præcedit vos in Galilæam: ibi eum videbitis: ecce prædixi vobis.
7Gaat haastig heen, en zegt aan zijn leerlingen: Hij is verrezen van de doden. En ziet, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Ziet, dat kwam ik u zeggen.
8Et exierunt cito de monumento cum timore et gaudio magno, currentes nuntiare discipulis ejus.
8Haastig liepen ze weg van het graf, met vrees, maar ook met grote blijdschap vervuld; ze snelden heen, om aan zijn leerlingen de tijding te brengen.
9Et ecce Jesus occurrit illis, dicens: Avete. Illæ autem accesserunt, et tenuerunt pedes ejus, et adoraverunt eum.
9En zie, daar kwam Jesus haar tegen, en sprak: Weest gegroet. Ze kwamen nader, omklemden zijn voeten, en aanbaden Hem.
10Tunc ait illis Jesus: Nolite timere: ite, nuntiare fratribus meis ut eant in Galilæam; ibi me videbunt.
10Nu sprak Jesus tot haar: Vreest niet; gaat, en boodschapt mijn broeders, dat ze naar Galilea moeten gaan; daar zullen ze Mij zien.
11Quæ cum abiissent, ecce quidam de custodibus venerunt in civitatem, et nuntiaverunt principibus sacerdotum omnia quæ facta fuerant.
11Toen ze waren heengegaan, zie, daar gingen enigen van de wacht naar de stad, en berichtten aan de opperpriesters al wat er gebeurd was.
12Et congregati cum senioribus consilio accepto, pecuniam copiosam dederunt militibus,
12Dezen vergaderden met de oudsten, en gaven na onderling overleg een grote som gelds aan de soldaten.
13dicentes: Dicite quia discipuli ejus nocte venerunt, et furati sunt eum, nobis dormientibus.
13Ze zeiden: Zegt: “Zijn leerlingen zijn Hem ‘s nachts komen stelen, terwijl we sliepen.”
14Et si hoc auditum fuerit a præside, nos suadebimus ei, et securos vos faciemus.
14En als dit den landvoogd ter ore mocht komen, dan zullen we hem wel tevreden stellen, en zorgen, dat gij ongemoeid blijft.
15At illi, accepta pecunia, fecerunt sicut erant edocti. Et divulgatum est verbum istud apud Judæos, usque in hodiernum diem.
15Ze namen het geld, en deden, zoals het hun was voorgezegd. En dit verzinsel bleef onder de Joden verspreid tot op de huidige dag.
16Undecim autem discipuli abierunt in Galilæam in montem ubi constituerat illis Jesus.
16De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg, die Jesus hun had aangewezen.
17Et videntes eum adoraverunt: quidam autem dubitaverunt.
17En toen ze Hem zagen, aanbaden ze Hem, ofschoon ze eerst hadden getwijfeld.
18Et accedens Jesus locutus est eis, dicens: Data est mihi omnis potestas in cælo et in terra:
18Jesus trad op hen toe, en sprak: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.
19euntes ergo docete omnes gentes: baptizantes eos in nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti:
19Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest,
20docentes eos servare omnia quæcumque mandavi vobis: et ecce ego vobiscum sum omnibus diebus, usque ad consummationem sæculi.
20en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden. Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.