Matthew 28
King James Version with ApocryphaTranslation
King James Version with Apocrypha
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1In the end of the sabbath, as it began to dawn toward the first day of the week, came Mary Magdalene and the other Mary to see the sepulchre.
1Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria het graf bezoeken.
2And, behold, there was a great earthquake: for the angel of the Lord descended from heaven, and came and rolled back the stone from the door, and sat upon it.
2En zie, er brak een hevige aardbeving los. Want een engel des Heren daalde af van de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg, en ging daarop zitten.
3His countenance was like lightning, and his raiment white as snow:
3Zijn aangezicht was als de bliksem, en zijn kleed wit als sneeuw.
4And for fear of him the keepers did shake, and became as dead men .
4En de wachters sidderden voor hem van vrees, en werden als doden.
5And the angel answered and said unto the women, Fear not ye: for I know that ye seek Jesus, which was crucified.
5Maar de engel sprak tot de vrouwen: Vreest niet; want ik weet, dat ge Jesus zoekt, den gekruiste.
6He is not here: for he is risen, as he said. Come, see the place where the Lord lay.
6Hij is niet hier, want Hij is verrezen, zoals Hij gezegd heeft. Komt en ziet de plaats, waar Hij was neergelegd.
7And go quickly, and tell his disciples that he is risen from the dead; and, behold, he goeth before you into Galilee; there shall ye see him: lo, I have told you.
7Gaat haastig heen, en zegt aan zijn leerlingen: Hij is verrezen van de doden. En ziet, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Ziet, dat kwam ik u zeggen.
8And they departed quickly from the sepulchre with fear and great joy; and did run to bring his disciples word.
8Haastig liepen ze weg van het graf, met vrees, maar ook met grote blijdschap vervuld; ze snelden heen, om aan zijn leerlingen de tijding te brengen.
9¶ And as they went to tell his disciples, behold, Jesus met them, saying, All hail. And they came and held him by the feet, and worshipped him.
9En zie, daar kwam Jesus haar tegen, en sprak: Weest gegroet. Ze kwamen nader, omklemden zijn voeten, en aanbaden Hem.
10Then said Jesus unto them, Be not afraid: go tell my brethren that they go into Galilee, and there shall they see me.
10Nu sprak Jesus tot haar: Vreest niet; gaat, en boodschapt mijn broeders, dat ze naar Galilea moeten gaan; daar zullen ze Mij zien.
11¶ Now when they were going, behold, some of the watch came into the city, and shewed unto the chief priests all the things that were done.
11Toen ze waren heengegaan, zie, daar gingen enigen van de wacht naar de stad, en berichtten aan de opperpriesters al wat er gebeurd was.
12And when they were assembled with the elders, and had taken counsel, they gave large money unto the soldiers,
12Dezen vergaderden met de oudsten, en gaven na onderling overleg een grote som gelds aan de soldaten.
13Saying, Say ye, His disciples came by night, and stole him away while we slept.
13Ze zeiden: Zegt: “Zijn leerlingen zijn Hem ‘s nachts komen stelen, terwijl we sliepen.”
14And if this come to the governor’s ears, we will persuade him, and secure you.
14En als dit den landvoogd ter ore mocht komen, dan zullen we hem wel tevreden stellen, en zorgen, dat gij ongemoeid blijft.
15So they took the money, and did as they were taught: and this saying is commonly reported among the Jews until this day.
15Ze namen het geld, en deden, zoals het hun was voorgezegd. En dit verzinsel bleef onder de Joden verspreid tot op de huidige dag.
16¶ Then the eleven disciples went away into Galilee, into a mountain where Jesus had appointed them.
16De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg, die Jesus hun had aangewezen.
17And when they saw him, they worshipped him: but some doubted.
17En toen ze Hem zagen, aanbaden ze Hem, ofschoon ze eerst hadden getwijfeld.
18And Jesus came and spake unto them, saying, All power is given unto me in heaven and in earth.
18Jesus trad op hen toe, en sprak: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.
19¶ Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of the Father, and of the Son, and of the Holy Ghost:
19Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest,
20Teaching them to observe all things whatsoever I have commanded you: and, lo, I am with you alway, even unto the end of the world. Amen.
20en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden. Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.