Galatas
Chapter 6

Galatas

Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Galatas 6

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Fratres, etsi præoccupatus fuerit homo in aliquo delicto, vos, qui spirituales estis, hujusmodi instruite in spiritu lenitatis, considerans teipsum, ne et tu tenteris.
1Broeders, wanneer iemand onverhoopt een mis. stap heeft begaan, dan moet gij, die geestelijk zijt, hem terecht helpen in de geest van zachtmoedigheid; slaat een blik op uzelf, want ook gij kunt worden bekoord.
2Alter alterius onera portate, et sic adimplebitis legem Christi.
2Draagt elkanders lasten; zo zult gij de Wet van Christus volbrengen.
3Nam si quis existimat se aliquid esse, cum nihil sit, ipse se seducit.
3Want wanneer iemand zich inbeeldt, iets te zijn, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf.
4Opus autem suum probet unusquisque, et sic in semetipso tantum gloriam habebit, et non in altero.
4Laat iedereen zijn eigen gedrag maar eens onderzoeken; dan zal hij zich hoogstens op zichzelf kunnen beroemen, maar zeker niet door een vergelijking met anderen;
5Unusquisque enim onus suum portabit.
5want iedereen gaat onder zijn eigen last gebukt.
6Communicet autem is qui catechizatur verbo, ei qui se catechizat, in omnibus bonis.
6Die onderwezen wordt in de leer, moet zijn leraar in al zijn goederen doen delen.
7Nolite errare: Deus non irridetur.
7Bedriegt u niet: God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, zal hij ook oogsten;
8Quæ enim seminaverit homo, hæc et metet. Quoniam qui seminat in carne sua, de carne et metet corruptionem: qui autem seminat in spiritu, de spiritu metet vitam æternam.
8wie zaait in het vlees, zal verderf oogsten uit het vlees; maar wie zaait in de geest, zal eeuwig leven oogsten uit de geest.
9Bonum autem facientes, non deficiamus: tempore enim suo metemus non deficientes.
9Laat ons dus niet moede worden, het goede te doen; want verslappen we niet, dan zullen we oogsten te zijner tijd.
10Ergo dum tempus habemus, operemur bonum ad omnes, maxime autem ad domesticos fidei.
10Welnu dan, zolang we nog tijd hebben, laat ons wèl doen aan allen, maar het meest aan de huisgenoten des geloofs.
11Videte qualibus litteris scripsi vobis mea manu.
11Ziet, met wat grote letters ik u schrijf met eigen hand.
12Quicumque enim volunt placere in carne, hi cogunt vos circumcidi, tantum ut crucis Christi persecutionem non patiantur.
12Zij die erg bezorgd naar het vlees willen zijn, dwingen u tot de besnijdenis, enkel en alleen, om niet vervolgd te worden terwille van Christus’ kruis.
13Neque enim qui circumciduntur, legem custodiunt: sed volunt vos circumcidi, ut in carne vestra glorientur.
13Want ofschoon ze besnedenen zijn, nemen ze zelf de Wet niet in acht; maar ze willen u laten besnijden, om in uw vlees te kunnen roemen.
14Mihi autem absit gloriari, nisi in cruce Domini nostri Jesu Christi: per quem mihi mundus crucifixus est, et ego mundo.
14Wat mijzelf betreft: het zij verre van mij, op iets anders te roemen dan op het kruis van onzen Heer Jesus Christus, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd, en ik voor de wereld.
15In Christo enim Jesu neque circumcisio aliquid valet, neque præputium, sed nova creatura.
15Want noch besnijdenis, noch onbesnedenheid heeft waarde, maar wel het nieuwe schepsel.
16Et quicumque hanc regulam secuti fuerint, pax super illos, et misericordia, et super Israël Dei.
16En over allen, die naar deze regel zullen leven, moge vrede en barmhartigheid komen: over hen en over het Israël Gods.
17De cetero, nemo mihi molestus sit: ego enim stigmata Domini Jesu in corpore meo porto.
17Laat niemand mij meer lastig vallen; want ik draag de merktekenen van Jesus in mijn lichaam!
18Gratia Domini nostri Jesu Christi cum spiritu vestro, fratres. Amen.
18Broeders, de genade van onzen Heer Jesus Christus zij met uw geest. Amen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.