Galatoj 6
Londona Biblio (Esperanto, 1910)Translation
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Fratoj, eĉ se homo estos trovita en ia kulpo, vi, kiuj estas spiritaj, restarigu tiun per spirito de mildeco; rigardante vin, ĉiu sin mem, por ke vi ne estu tentataj.
1Broeders, wanneer iemand onverhoopt een mis. stap heeft begaan, dan moet gij, die geestelijk zijt, hem terecht helpen in de geest van zachtmoedigheid; slaat een blik op uzelf, want ook gij kunt worden bekoord.
2Reciproke subtenadu viajn ŝarĝojn, kaj tiamaniere plenumu la leĝon de Kristo.
2Draagt elkanders lasten; zo zult gij de Wet van Christus volbrengen.
3Ĉar, se iu, estante nenio, sin estimas, kvazaŭ li estas io, li sin trompas.
3Want wanneer iemand zich inbeeldt, iets te zijn, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf.
4Sed ĉiu kontrolu sian propran faradon, kaj tiam li havos singratuladon pri si mem, kaj ne pri sia proksimulo.
4Laat iedereen zijn eigen gedrag maar eens onderzoeken; dan zal hij zich hoogstens op zichzelf kunnen beroemen, maar zeker niet door een vergelijking met anderen;
5Ĉar ĉiu devas subteni sian propran portaĵon.
5want iedereen gaat onder zijn eigen last gebukt.
6Tiu, kiu estas instruata en la parolo de Dio, partoprenu kun tiu, kiu lin instruas, en ĉiuj bonaĵoj.
6Die onderwezen wordt in de leer, moet zijn leraar in al zijn goederen doen delen.
7Ne trompiĝu; Dio ne estas mokata; ĉar ĉion, kion oni semas, tion ankaŭ li rikoltos.
7Bedriegt u niet: God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, zal hij ook oogsten;
8Ĉar kiu semas por sia karno, el la karno tiu rikoltos putradon; sed kiu semas por la Spirito, el la Spirito tiu rikoltos eternan vivon.
8wie zaait in het vlees, zal verderf oogsten uit het vlees; maar wie zaait in de geest, zal eeuwig leven oogsten uit de geest.
9Kaj ni ne laciĝu en bonfarado; ĉar ĝustatempe ni rikoltos, se ni ne senfortiĝos.
9Laat ons dus niet moede worden, het goede te doen; want verslappen we niet, dan zullen we oogsten te zijner tijd.
10Tial laŭ nia oportuna tempo ni bonfaradu al ĉiuj, precipe al tiuj, kiuj apartenas al la familio de la fido.
10Welnu dan, zolang we nog tijd hebben, laat ons wèl doen aan allen, maar het meest aan de huisgenoten des geloofs.
11Vidu, per kiaj grandaj literoj mi skribis al vi propramane.
11Ziet, met wat grote letters ik u schrijf met eigen hand.
12Kiuj deziras sin paradi per la karno, tiuj devigas vin cirkumcidiĝi; sole por ke ili ne estu persekutataj pro la kruco de Kristo.
12Zij die erg bezorgd naar het vlees willen zijn, dwingen u tot de besnijdenis, enkel en alleen, om niet vervolgd te worden terwille van Christus’ kruis.
13Ĉar eĉ tiuj mem, kiuj cirkumcidiĝas, ne observas la leĝon; sed ili deziras, ke vi cirkumcidiĝu, por ke ili fanfaronu pri via karno.
13Want ofschoon ze besnedenen zijn, nemen ze zelf de Wet niet in acht; maar ze willen u laten besnijden, om in uw vlees te kunnen roemen.
14Sed por mi ne estu fanfarono krom pri la kruco de nia Sinjoro Jesuo Kristo, per kiu la mondo estas krucumita al mi, kaj mi al la mondo.
14Wat mijzelf betreft: het zij verre van mij, op iets anders te roemen dan op het kruis van onzen Heer Jesus Christus, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd, en ik voor de wereld.
15Ĉar nek cirkumcido nek necirkumcido estas io, sed nova kreitaĵo.
15Want noch besnijdenis, noch onbesnedenheid heeft waarde, maar wel het nieuwe schepsel.
16Kaj kiuj irados laŭ tiu regulo, paco kaj kompato estu sur ili ĉiuj, kaj sur la Izrael de Dio.
16En over allen, die naar deze regel zullen leven, moge vrede en barmhartigheid komen: over hen en over het Israël Gods.
17De nun neniu min ĝenu, ĉar mi portas en mia korpo la signojn de Jesuo.
17Laat niemand mij meer lastig vallen; want ik draag de merktekenen van Jesus in mijn lichaam!
18La graco de nia Sinjoro Jesuo Kristo estu kun via spirito, fratoj. Amen.
18Broeders, de genade van onzen Heer Jesus Christus zij met uw geest. Amen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.