ミカ書
Chapter 7

ミカ書

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ああ、なんと惨めなのか。 夏の果実を集め終えた後、 ぶどう畑で残りを拾う者のようだ。 食べるぶどうの房はなく、 私が切に求める初なりのいちじくもない。
1Wee mij; ik ben als een vruchten-plukker, Als hij nalezing houdt na de oogst: Er is geen druif meer om te eten, Geen vroege vijg, waarnaar ik smacht.
2敬虔な者は地から消え、 人々の中に正しい者は一人もいない。 彼らは皆、血を流そうと待ち伏せし、 それぞれ網で自分の兄弟を捕らえようとする。
2De vrome is uit het land verdwenen, Geen rechtschapene onder de mensen: Allen loeren op bloed, vangen elkander in netten,
3彼らは両手を使って、熱心に悪を行う。 支配者も裁き人も賄賂を求める。 権力者は自分の悪い欲望を押し通し、 彼らは結託してそれを実行する。
3Hun handen deugen enkel voor kwaad. De vorst zuigt uit, de rechter is veil, De grote roept openlijk wat hij wil;
4彼らのうち最も良い者も、いばらのようであり、 最も正しい者も、いばらの生け垣より悪い。 あなたの見張り人が告げた日、 あなたへの罰の日が来た。 今、彼らは混乱する。
4De besten kronkelen zich als een heg, De eerlijksten als een doornenhaag. Wee, de dag van hun straf is gekomen, Nu ligt het vernield,
5隣人を信じるな。 友を頼りにするな。 あなたが胸に抱く女にも、 口を固く閉ざせ。
5Vertrouwt geen vriend, Verlaat u niet op uw makker; Voor haar die in uw armen rust, Bewaak de poort van uw mond.
6息子は父を侮り、 娘は母に逆らい、 嫁はしゅうとめに逆らう。 人の敵は、自分の家の者たちである。
6Want de zoon veracht den vader, De dochter staat tegen haar moeder op, De schoondochter tegen haar schoonmoeder, Vijanden zijn de huisgenoten!
7しかし私は主を仰ぎ見、 私の救いの神を待ち望む。 私の神は私の声に耳を傾けられる。
7En toch zal Ik uitzien naar Jahweh, En hopen op de God van mijn heil: Mijn God zal mij verhoren!
8私の敵よ、私のことで喜ぶな。 私は倒れても、起き上がる。 闇の中に座っていても、 主は私の光となる。
8Verheug u niet over mij, mijn vijandin: Want al ben ik gevallen, ik sta weer op; Al zit ik in duisternis, Jahweh is mij een licht!
9私は主の憤りを負う。 私が主に罪を犯したからだ。 主が私の訴えを弁護し、 私のために裁きを行われるまで。 主は私を光へ導き出される。 私はその義を見る。
9Jahweh’s gramschap zal ik dragen, Omdat ik tegen Hem heb gezondigd: Tot Hij het opneemt voor mij, mij recht verschaft, Mij tot het licht geleid, en ik zijn gerechtigheid zie.
10その時、私の敵はそれを見て、 「あなたの神、主はどこにいるのか」と私に言った女は、 恥に覆われる。 私はこの目で、彼女の辱めを見る。 今や彼女は、通りの泥のように踏みつけられる。
10Mijn vijandin zal het aanschouwen, En met schande worden bedekt; Aan haar, die mij zeide: “Waar is Jahweh, uw God”, Zullen mijn ogen zich verlustigen. Zij zal worden vertrapt Als de modder op straat,
11あなたの城壁を建てる日が来る。 その日、あなたの境界は遠くまで広げられる。
11Op de dag, dat mijn muren worden gebouwd, Al mijn grenzen verbreed.
12その日、人々はアッシリアから、 エジプトの町々から、あなたのもとに来る。 エジプトから大河まで、 海から海まで、 山から山まで来る。
12Op die dag stromen ze naar mij toe, Van Assjoer naar Egypte, Van Egypte tot de rivier, Van zee tot zee, van berg tot berg!
13しかし、その地は、そこに住む者たちのために荒れ果てる。 彼らの行いが結んだ実のために。
13Het land verwoest om zijn bewoners, Tot straf voor hun werken!
14あなたの杖で、あなたの民を牧してください。 あなたの相続の群れを。 彼らは森の中に、ひとり離れて住んでいる。 いにしえの日々のように、肥沃な牧草地で、 バシャンとギルアデで養ってください。
14Weid met de herderstaf uw volk, De schapen, die uw erfdeel zijn, Die eenzaam wonen in het woud: Midden op de Karmel. Laat hen grazen in Basjan en Gilad Als in de dagen van weleer;
15「あなたがエジプトの地から出た日々のように、 私は彼らに驚くべきことを見せる。」
15Toen Gij uit Egypte zijt getrokken, En ons uw wonderen deedt aanschouwen.
16諸国民はそれを見て、 自分たちのすべての力を恥じる。 彼らは手を口に当て、 耳は聞こえなくなる。
16De heidenen zullen het zien, Zich schamen, als de macht hun ontzinkt; Ze leggen de hand op hun mond, En hun oren worden doof.
17彼らは蛇のようにちりをなめる。 地を這うもののように、巣穴から震えながら出て来る。 われわれの神、主のもとへ恐れおののきながら来て、 あなたのゆえに震える。
17Dan zullen ze stof als de slangen lekken, Bevend uit hun schuilhoeken kruipen als de wormen der aarde, Rillen voor Jahweh, onzen God, En voor U vrezen!
18あなたのような神がほかにいるだろうか。 あなたは不義を赦し、 ご自分の相続の民の残りの者の背きを見過ごされる。 いつまでも怒りを抱かず、 慈しみを喜ばれる。
18Welke God, die als Gij de zonde vergeeft, En de misdaad vergeet van de Rest van uw erfdeel; Die zijn gramschap niet eeuwig laat duren, Want Hij heeft de barmhartigheid lief!
19主は再びわれわれをあわれみ、 われわれの不義を踏みつけられる。 あなたは彼らのすべての罪を海の深みに投げ込まれる。
19Hij zal zich weer onzer ontfermen, Met voeten treden onze schuld, En in de diepten der zee Slingert Hij al onze misdaden heen.
20あなたはヤコブにまことを、 アブラハムに慈しみを示される。 いにしえの日々から、私たちの父祖に誓われたとおりに。
20Gij zult uw trouw aan Jakob gestand doen, Uw ontferming aan Abraham: Zoals Gij onze vaderen hebt gezworen, Sinds de dagen vanouds.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.