士師記 4
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1エフドが死ぬと、イスラエルの人々は再び主の目に悪を行った。
1Toen Ehoed gestorven was, deden de Israëlieten opnieuw kwaad in de ogen van Jahweh.
2そこで主は彼らを、ハツォルで治めていたカナンの王ヤビンの手に売り渡された。彼の軍の長はシセラであり、彼は異邦人のハロシェテに住んでいた。
2Daarom gaf Jahweh ze prijs aan den kanaänietischen koning Jabin, die te Chasor regeerde. Sisera was zijn legeroverste, en woonde in Charósjet-Haggojim.
3イスラエルの人々は主に叫び求めた。シセラは鉄の戦車九百両を持ち、二十年の間、イスラエルの人々を容赦なくしいたげていたからである。
3Eindelijk riepen de Israëlieten tot Jahweh; want daar hij negenhonderd ijzeren strijdwagens bezat, had hij hen twintig jaar lang zwaar verdrukt.
4そのとき、女預言者でラピドテの妻であるデボラがイスラエルをさばいていた。
4In die tijd sprak Debora, een profetes, en vrouw van Lappidot, recht over Israël.
5彼女はエフライムの山地、ラマとベテルの間にある「デボラのなつめやしの木」の下に座していた。イスラエルの人々は、さばきを求めて彼女のもとに上って来た。
5Ze hield zitting onder de Deborapalm tussen Rama en Betel in het bergland van Efraïm, en de Israëlieten gingen naar haar, als ze een rechtszaak hadden.
6彼女は人を遣わして、ナフタリのケデシュからアビノアムの子バラクを呼び寄せ、彼に言った。「イスラエルの神、主はこう命じられたではないか。『行き、ナフタリの子らとゼブルンの子らの中から一万人を率いて、タボル山へ進軍せよ。
6Deze nu liet Barak, den zoon van Abinóam, uit Kédesj in Neftali ontbieden, en sprak tot hem: Jahweh, de God van Israël, beveelt: Ruk met tien duizend man van de Neftalieten en Zabulonieten naar de berg Tabor op.
7わたしはヤビンの軍の長シセラと、その戦車およびその大軍を、キション川のあなたのもとに引き寄せ、彼をあなたの手に渡す。』」
7Ik zal Sisera, Jabins legeroverste, met zijn wagens en drommen bij de beek Kisjon tot u voeren, en in uw hand leveren.
8バラクは彼女に言った。「あなたが私とともに行くなら、私も行きます。しかし、ともに行かないなら、私は行きません。」
8Barak zeide tot haar: Ik zal gaan, als gij met me meegaat; zo ge mij niet vergezelt, ga ik niet.
9彼女は言った。「私は必ずあなたとともに行きます。ただし、あなたがこれから進む道によって、あなたは誉れを得ません。主がシセラを一人の女の手に売り渡されるからです。」デボラは立ち上がり、バラクとともにケデシュへ行った。
9Hierop antwoordde ze: Ik zal met u meegaan. Maar nu wacht u geen roem op uw weg; want aan een vrouw zal Jahweh Sisera overleveren. Toen stond Debora op, en ging met Barak naar Kédesj.
10バラクはゼブルンとナフタリをケデシュに呼び集めた。一万人が彼の後に従って行き、デボラも彼と一緒に上って行った。
10Nu riep Barak Zabulon en Neftali op naar Kédesj, en tien duizend man trokken achter hem aan. Ook Debora ging met hem mee.
11さて、ケニ人ヘベルは、モーセの義理の兄弟であるホバブの子孫であるケニ人から離れ、ケデシュのそばにあるツァアナニムの樫の木の傍らに天幕を張っていた。
11Chéber, de Keniet, die zich had afgescheiden van Kájin, een der nakomelingen van Chobab, Moses’ schoonvader, had toen zijn tenten opgeslagen bij de eik van Saänannim, in de buurt van Kédesj.
12人々は、アビノアムの子バラクがタボル山に上ったことをシセラに告げた。
12Zodra men Sisera berichtte, dat Barak, de zoon van Abinóam, naar de berg Tabor was opgerukt,
13シセラは、すべての戦車、すなわち九百両の鉄の戦車と、自分と一緒にいるすべての民を、異邦人のハロシェテからキション川へと呼び集めた。
13riep hij heel zijn ruiterij, met de negenhonderd ijzeren wagens, en al zijn voetvolk uit Charósjet-Haggojim bij de beek Kisjon samen.
14デボラはバラクに言った。「立ち上がりなさい。今日こそ、主がシセラをあなたの手に渡される日です。主はあなたの前に出て行かれたではありませんか。」そこでバラクはタボル山から下り、一万人が彼に従った。
14Toen sprak Debora tot Barak: Trek op; want dit is de dag, waarop Jahweh Sisera in uw handen zal leveren; waarachtig, Jahweh gaat voor u uit! Terwijl Barak nu aan de spits van zijn tien duizend man van de berg Tabor afkwam,
15主はバラクの前で、シセラとそのすべての戦車、全軍勢を剣によって混乱に陥れられた。シセラは戦車から飛び降り、徒歩で逃げた。
15bracht Jahweh Sisera met al zijn wagens en heel zijn leger voor de ogen van Barak in verwarring. Sisera sprong van zijn wagen en vluchtte te voet;
16しかしバラクは戦車と軍勢を追って異邦人のハロシェテまで行き、シセラの全軍勢は剣の刃に倒れた。一人も残る者はなかった。
16en Barak achtervolgde de ruiterij en heel het leger tot Charósjet-Haggojim. Heel Sisera’s strijdmacht viel door het zwaard, en niet één bleef er over.
17しかしシセラは徒歩でケニ人ヘベルの妻ヤエルの天幕へ逃げ去った。ハツォルの王ヤビンとケニ人ヘベルの家との間には平和があったからである。
17Sisera was intussen te voet naar de tent van Jaël, de vrouw van den Keniet Chéber, gevlucht; want er heerste vrede tussen Jabin, den koning van Chasor, en het huis van Chéber, den Keniet.
18ヤエルはシセラを迎えに出て、彼に言った。「お入りください、ご主人様。私のところにお入りください。恐れることはありません。」そこで彼が彼女の天幕に入ると、彼女は彼を敷物で覆った。
18Jaël kwam naar buiten, Sisera tegemoet, en zeide tot hem: Kom binnen, heer; kom bij mij binnen, vrees niet. Hij ging bij haar de tent binnen, waar ze hem met een kleed bedekte.
19彼は彼女に言った。「どうか、私に少し水を飲ませてほしい。喉が渇いているのだ。」 彼女は乳の皮袋を開けて彼に飲ませ、彼を覆った。
19Toen vroeg hij haar: Geef me een beetje water te drinken; want ik heb dorst. Ze maakte de melkzak los, gaf hem te drinken, en bedekte hem weer.
20彼は彼女に言った。「天幕の入り口に立っていてほしい。もしだれかが来てあなたに、『ここにだれかいるか』と尋ねたら、あなたは『いない』と言わなければならない。」
20Nu zei hij tot haar: Ga bij de tentopening staan, en als er iemand aankomt en u vraagt, of hier iemand is, antwoord dan: Neen.
21ヘベルの妻ヤエルは天幕の杭を取り、手に槌を持つと、音を立てずにシセラへ近づいた。そして杭をそのこめかみに打ち込み、地面まで突き通した。彼は疲れ果て、深く眠っていた。こうして彼は死んだ。
21Maar Jaël, Chébers vrouw, greep een tentpin, nam de hamer in haar hand, liep zachtjes op hem toe, en sloeg, terwijl hij vast sliep, de pin door zijn slaap, zodat ze in de grond drong; hij zonk ineen, en stierf.
22見よ、バラクがシセラを追って来たとき、ヤエルは彼を迎えに出て、彼に言った。「来なさい。あなたが探している男を見せましょう。」彼が彼女のところに入ると、見よ、シセラは死んで倒れており、そのこめかみには天幕の杭があった。
22En zie, daar kwam Barak aan, die Sisera achtervolgde. Jaël ging naar buiten, hem tegemoet, en zei hem: Ga mee, dan zal ik u den man laten zien, dien ge zoekt. Hij ging bij haar binnen; en daar lag Sisera dood, met de pin door zijn slaap.
23こうして神はその日、イスラエルの人々の前でカナンの王ヤビンを屈服させられた。
23Zo vernederde God die dag den kanaänietischen koning Jabin voor de Israëlieten.
24イスラエルの人々の勢力はカナンの王ヤビンに対してますます強くなり、ついに彼を滅ぼした。
24En de hand van Israël drukte steeds zwaarder op Jabin, den koning van Kanaän, totdat ze Jabin, den koning van Kanaän, geheel hadden overwonnen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.