ヘブル人への手紙 2
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ですから、私たちは押し流されることのないよう、聞いたことをいっそう心に留めなければなりません。
1Daarom moeten we ons des te steviger vastklampen aan wat we gehoord hebben; anders toch drijven we weg.
2御使いたちを通して語られた言葉が確かなものとなり、あらゆる違反と不従順が正当な報いを受けたのなら、
2Want zo het woord van kracht bleef, dat door de engelen werd verkondigd, en iedere overtreding en ongehoorzaamheid gerechte straf ontving:
3これほど偉大な救いをないがしろにして、どうして私たちは逃れられるでしょうか。この救いは初めに主によって語られ、聞いた人々によって私たちにも確かなものとして伝えられました。
3hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer we een zaligheid verwaarlozen, welke het eerst door den Heer is gepreekt, welke onder ons werd bevestigd door hen die Hem hoorden,
4さらに神も、しるしと不思議、さまざまな力ある業、また御心のままに分け与えられた聖霊の賜物によって、その証言を裏づけられました。
4en welke ook door God is betuigd door tekenen, wonderen en velerlei kracht, door gaven ook van den heiligen Geest, zoals het Hem heeft behaagd?
5神は、私たちが語っている来たるべき世界を、御使いたちに従わせたのではありません。
5Immers niet aan engelen onderwierp Hij de toekomstige wereld, waarover we spreken.
6ある人が、ある箇所でこうあかししています。 「人とは何者なのか。あなたが心に留められるとは。 人の子とは何者なのか。あなたが顧みられるとは。
6Want er is ergens getuigd: Wat is een mens, dat Gij hem zoudt gedenken, Of een mensenkind, dat Gij acht op hem slaat?
7あなたは彼を、しばらくの間、御使いたちより低い者とし、 栄光と誉れの冠を授けられた。
7Een korte tijd hebt Gij hem beneden de engelen gesteld, Hem met glorie en luister gekroond.
8すべてのものを彼の足の下に従わせられた。」 神はすべてのものを彼に従わせたのですから、彼に従わないものを何一つ残されませんでした。しかし今、私たちはまだ、すべてのものが彼に従っているのを見てはいません。
8Alles hebt Gij onderworpen aan zijn voeten. Door hem nu alles te onderwerpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen is. Zeker, nu zien we nog niet, dat alles hem onderworpen is.
9しかし私たちは、御使いたちよりしばらくの間低い者とされたイエスを見ています。イエスは、神の恵みによってすべての人のために死を味わうため、死の苦しみを受け、栄光と誉れの冠を授けられました。
9Maar wel zien we Jesus met glorie en luister gekroond, omdat Hij de dood heeft ondergaan; Hij, die een korte tijd beneden de engelen was gesteld, om door Gods genade de dood te smaken voor allen.
10万物は神のために存在し、神を通して存在しています。多くの子らを栄光へ導くにあたり、彼らの救いの創始者を苦しみによって完全な者とすることは、神にふさわしいことでした。
10Het lag toch voor de hand, dat Hij, om wien en door wien alles bestaat, en die vele zonen tot glorie brengt, ook hun Leidsman ter zaligheid door lijden tot glorie zou brengen.
11人を聖なる者とする方も、聖なる者とされる人々も、皆、同じ方から出ています。それゆえ、イエスは彼らを兄弟と呼ぶことを恥となさいません。
11Want Hij die heiligt, en zij die geheiligd worden, zijn allen uit Eén. Daarom schaamt Hij Zich niet, hen broeders te noemen,
12こう言われます。 「わたしはあなたの名を兄弟たちに告げ知らせる。 会衆の中で、あなたを賛美して歌う。」
12als Hij zegt: “Ik zal uw Naam aan mijn broeders verkondigen, In de kring der gemeente U prijzen.”
13また、「わたしはこの方に信頼を置く」と言い、さらに、「見よ、ここにわたしと、神がわたしに与えてくださった子らがいる」と言われます。
13En wederom: “Ik zal op Hem mijn betrouwen stellen.” En vervolgens: “Zie Ik en de kinderen, Die God Mij gaf.”
14そこで、子らは血と肉を備えているので、イエスご自身も同じように血と肉を身に受けられました。それは、死によって、死の力を持つ者、すなわち悪魔を無力にし、
14Welnu, omdat de kinderen deel hebben aan vlees en bloed, daarom was ook Hij daaraan deelachtig, om door de Dood hem machteloos te maken, die macht had over de dood, en dat is de duivel;
15死を恐れるために一生涯、奴隷の状態にあった人々を、ことごとく解放するためでした。
15en om allen te verlossen, die uit vrees voor de dood heel hun leven in slavernij zouden verkeren.
16確かに、イエスが助けの手を差し伸べられるのは御使いたちではなく、アブラハムの子孫 です。
16Niet engelen toch trok Hij Zich aan, maar Abrahams zaad trok Hij Zich aan.
17そのため、イエスはあらゆる点で兄弟たちと同じようにならなければなりませんでした。それは、神への務めにおいて、あわれみ深く忠実な大祭司となり、民の罪を贖うためでした。
17En daarom moest Hij in alles gelijk worden aan zijn broeders, opdat Hij in hun betrekkingen tot God een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn tot uitboeting der zonde van het volk.
18イエスご自身が試みを受けて苦しまれたからこそ、試みを受けている人々を助けることがおできになるのです。
18Want juist omdat Hijzelf werd bekoord en zelf heeft geleden, kan Hij ook hen helpen, die worden bekoord.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.