Židům
Chapter 2
Kralice Bible (1613)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Židům 2

Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Protož musímeť my tím snažněji šetřiti toho, což jsme slýchali, aby nám to nevymizelo.
1Daarom moeten we ons des te steviger vastklampen aan wat we gehoord hebben; anders toch drijven we weg.
2Nebo poněvadž skrze anděly mluvené slovo bylo pevné, a každé přestoupení a neposlušenství vzalo spravedlivou odměnu pomsty,
2Want zo het woord van kracht bleef, dat door de engelen werd verkondigd, en iedere overtreding en ongehoorzaamheid gerechte straf ontving:
3Kterakž my utečeme, takového zanedbávajíce spasení? Kteréžto nejprvé začalo vypravováno býti skrze samého Pána, od těch pak, kteříž Pána slýchali, nám utvrzeno jest.
3hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer we een zaligheid verwaarlozen, welke het eerst door den Heer is gepreekt, welke onder ons werd bevestigd door hen die Hem hoorden,
4Èemuž i Bůh svědectví vydával skrze divy a zázraky, a rozličné moci, i podělování Duchem svatým, podle vůle své.
4en welke ook door God is betuigd door tekenen, wonderen en velerlei kracht, door gaven ook van den heiligen Geest, zoals het Hem heeft behaagd?
5Nebo nepoddal andělům okršlku země budoucího, o kterémž mluvíme.
5Immers niet aan engelen onderwierp Hij de toekomstige wereld, waarover we spreken.
6Osvědčilť jest pak na jednom místě jeden, řka: Co jest člověk, že naň pomníš, aneb syn člověka, že na něj patříš.
6Want er is ergens getuigd: Wat is een mens, dat Gij hem zoudt gedenken, Of een mensenkind, dat Gij acht op hem slaat?
7Maličkos jej menšího andělů učinil, slavou a ctí korunoval jsi ho, a ustanovils jej nad dílem rukou svých.
7Een korte tijd hebt Gij hem beneden de engelen gesteld, Hem met glorie en luister gekroond.
8Všecko jsi podmanil pod nohy jeho. A kdyžť jest jemu všecko poddal, tedy ničeho nezanechal nepodmaněného jemu. Ačkoli nyní ještě nevidíme, aby jemu všecko poddáno bylo.
8Alles hebt Gij onderworpen aan zijn voeten. Door hem nu alles te onderwerpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen is. Zeker, nu zien we nog niet, dat alles hem onderworpen is.
9Ale toho maličko nižšího andělů, vidíme Ježíše, pro utrpení smrti slávou a ctí korunovaného, aby z milosti Boží za všecky okusil smrti.
9Maar wel zien we Jesus met glorie en luister gekroond, omdat Hij de dood heeft ondergaan; Hij, die een korte tijd beneden de engelen was gesteld, om door Gods genade de dood te smaken voor allen.
10Slušeloť zajisté na toho, pro kteréhož jest všecko, a skrze kteréhož jest všecko, aby mnohé syny přiveda k slávě, vůdce spasení jejich skrze utrpení dokonalého učinil.
10Het lag toch voor de hand, dat Hij, om wien en door wien alles bestaat, en die vele zonen tot glorie brengt, ook hun Leidsman ter zaligheid door lijden tot glorie zou brengen.
11Nebo i ten, jenž posvěcuje, i ti, kteříž posvěceni bývají, z jednoho jsou všickni. Pro kteroužto příčinu nestydí se jich nazývati bratřími,
11Want Hij die heiligt, en zij die geheiligd worden, zijn allen uit Eén. Daarom schaamt Hij Zich niet, hen broeders te noemen,
12Řka: Zvěstovati budu jméno tvé bratřím svým, uprostřed shromáždění prozpěvovati budu tobě.
12als Hij zegt: “Ik zal uw Naam aan mijn broeders verkondigen, In de kring der gemeente U prijzen.”
13A opět: Já budu v něm doufati. A opět: Aj, já a dítky, kteréž dal mi Bůh.
13En wederom: “Ik zal op Hem mijn betrouwen stellen.” En vervolgens: “Zie Ik en de kinderen, Die God Mij gaf.”
14Poněvadž tedy dítky účastnost mají těla a krve, i on též podobně účasten jest jich, aby skrze smrt zahladil toho, kterýž má vládařství smrti, to jest ďábla,
14Welnu, omdat de kinderen deel hebben aan vlees en bloed, daarom was ook Hij daaraan deelachtig, om door de Dood hem machteloos te maken, die macht had over de dood, en dat is de duivel;
15A abyvysvobodil ty, kteřížto bázní smrti po všecken čas života svéhopodrobeni byli v službu.
15en om allen te verlossen, die uit vrees voor de dood heel hun leven in slavernij zouden verkeren.
16Neboť nepřijal andělů, ale símě Abrahamovo přijal.
16Niet engelen toch trok Hij Zich aan, maar Abrahams zaad trok Hij Zich aan.
17A protož ve všem připodobněn býti měl bratřím, aby milosrdný byl a věrný nejvyšší kněz v tom, což by u Boha k očištění hříchů lidu jednáno býti mělo.
17En daarom moest Hij in alles gelijk worden aan zijn broeders, opdat Hij in hun betrekkingen tot God een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn tot uitboeting der zonde van het volk.
18Nebo že jest i sám trpěl, pokoušín byv, může také pokušení trpícím spomáhati.
18Want juist omdat Hijzelf werd bekoord en zelf heeft geleden, kan Hij ook hen helpen, die worden bekoord.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.