Efezským
Chapter 6

Efezským

Kralice Bible (1613)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Efezským 6

Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Dítky poslouchejte rodičů svých v Pánu; neboť jest to spravedlivé.
1Gij kinderen, weest gehoorzaam aan uw ouders in den Heer; want dit is uw plicht.
2Cti otce svého i matku, (toť jest přikázaní první s zaslíbením,)
2“Eer uw vader en uw moeder;” dit is het eerste gebod, waaraan de belofte verbonden is:
3Aby dobře bylo tobě a abys byl dlouhověký na zemi.
3“opdat het u goed moge gaan, en ge lang moogt leven op aarde.”
4A vy otcové nepopouzejte k hněvu dítek vašich, ale vychovávejte je v cvičení a v napomínání Páně.
4En gij vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt ze op in de tucht en in de vermaning des Heren.
5Služebníci, buďte poslušni pánů tělesných s bázní a s strachem, v sprostnosti srdce vašeho, jako Krista,
5Gij slaven, weest aan uw aardse meesters met vrees en siddering onderdanig: in de eenvoud uws harten, zoals aan Christus;
6Ne na oko sloužíce, jako ti, jenž se lidem líbiti usilují, ale jako služebníci Kristovi, činíce vůli Boží z té duše,
6niet uit ogendienarij, als zij die mensen willen behagen; maar als slaven van Christus, die van harte de wil van God volbrengen,
7S dobrou myslí sloužíce, jakožto Pánu, a ne lidem,
7en die met goede wil hun dienst verrichten, als dienden ze den Heer en niet de mensen.
8Vědouce, že, což by koli jeden každý učinil dobrého, za to odplatu vzíti má ode Pána, buďto služebník, buďto svobodný.
8Gij weet immers, dat ieder, die het goede doet, door den Heer zal worden beloond; hij moge slaaf zijn of vrij.
9A vy páni též se tak mějte k nim, zanechajíce pohrůžky, vědouce, že i vy také máte Pána v nebesích, a přijímání osob není u něho.
9En gij meesters, behandelt hen op dezelfde wijze, en laat het dreigen achterwege. Want gij weet, dat hùn en ùw meester in de hemel is, en dat bij Hem geen aanzien van personen bestaat.
10Dále pak, bratří moji, posilňte se v Pánu a v moci síly jeho.
10Ten slotte! Weest sterk in den Heer en in zijn sterke kracht!
11Oblecte se v celé odění Boží, abyste mohli státi proti útokům ďábelským.
11Legt aan de wapenrusting Gods, om stand te kunnen houden tegen de listen des duivels.
12Neboť není bojování naše proti tělu a krvi, ale proti knížatstvu, proti mocnostem, proti světa pánům temností věku tohoto, proti duchovním zlostem, kteréž jsou vysoko.
12Want niet tegen vlees en bloed geldt onze strijd, maar tegen heerschappijen en machten, tegen wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de lucht.
13A protož vezměte celé odění Boží, abyste mohli odolati v den zlý, a všecko vykonajíce, státi.
13Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de boze dag, en pal te blijven staan, na alles te hebben volbracht.
14Stůjtež tedy, majíce podpásaná bedra vaše pravdou, a oblečeni jsouce v pancíř spravedlnosti,
14Op dan! Uw lenden omgord met de waarheid, en het pantser der gerechtigheid om;
15A obuté majíce nohy v hotovost k evangelium pokoje,
15de voeten geschoeid met bereidwilligheid voor de blijde Boodschap van vrede;
16A zvláště pak vezmouce štít víry, kterýmž byste mohli všecky šípy ohnivé nešlechetníka toho uhasiti.
16het schild des geloofs steeds voor u uit, om al de vurige pijlen van den Boze te kunnen smoren;
17A lebku spasení vezměte, i meč Ducha, jenž jest slovo Boží,
17grijpt naar de helm van het heil en het zwaard van den Geest: en dit is het woord van God.
18Všelikou modlitbou a prosbou modléce se každého času v Duchu, a v tom bedlivi jsouce se vší ustavičností a prošením za všecky svaté,
18Blijft bidden in den Geest ten allen tijde met gebed en smeking in allerlei vorm; draagt daarbij zorg, om ook met grote volharding voor alle heiligen te blijven bidden.
19I za mne, aby mi dána byla řeč v otevření úst mých svobodně a směle, abych oznamoval tajemství evangelium svatého,
19Bidt ook voor mij, dat mij het rechte woord gegeven wordt, wanneer ik mijn mond ga openen, om vrijmoedig het geheim van het evangelie te verkondigen;
20Pro něžto úřad svůj konám v řetězu tomto, abych tak v něm svobodně a směle mluvil, jakž mně mluviti náleží.
20daarvoor ben ik een gezant in boeien! Bidt, dat ik vrijmoedig daarover blijf spreken, zoals het mijn plicht is.
21A abyste i vy věděli, co se se mnou děje a co činím, všecko vám to oznámí Tychikus, milý bratr a věrný služebník v Pánu,
21Túchicus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in den Heer, zal u volledig inlichten, hoe het mij gaat en wat ik doe, opdat ook gij goed op de hoogte zult blijven.
22Jehož jsem pro to samo k vám poslal, abyste věděli o našich věcech a aby potěšil srdcí vašich.
22Daarom juist zend ik hem naar u toe, opdat gij alles over ons te weten zoudt komen, en hij uw harten bemoedigen mag.
23Pokoj budiž vám bratřím, a láska s věrou, od Boha Otce a Pána Jezukrista.
23Vrede, liefde en geloof aan de broeders, van God den Vader en van den Heer Jesus Christus.
24Milost Boží budiž se všemi milujícími Pána našeho Jezukrista v neporušitelnosti. Amen. List tento k Efezským psán byl z Říma po Tychikovi.
24De genade zij met allen, die een onverwoestbare liefde toedragen aan Jesus Christus onzen Heer.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.