2 Паралипоменон 7
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Як скінчив Соломон молитву, спав з неба огонь і поглинув всепаленнє й жертви, й слава Господня сповнила храм.
1Toen Salomon zijn gebed had beëindigd, daalde er vuur van de hemel, dat het brandoffer en de slachtoffers verteerde, en werd het gebouw vervuld van de glorie van Jahweh.
2І не могли сьвященники ввійти в дім Господнїй, бо слава Господня сповнила храмину Господню.
2De priesters konden het huis van Jahweh niet ingaan, daar de glorie van Jahweh zijn tempel vervulde.
3І всї сини Ізрайлеві, вглядївши, як зійшов огонь і слава Господня на дім, припали лицем до землї, на поміст, і поклонились, і славили Господа, бо він благий, бо віковічня милость його.
3En toen alle Israëlieten aanschouwden, hoe het vuur neerdaalde en de glorie van Jahweh de tempel vervulde, bogen zij allen in aanbidding hun gelaat op het plaveisel ter aarde neer, en weerklonk de lofzang: “Looft Jahweh, want Hij is goed, en eeuwig duurt zijn barmhartigheid!”
4А царь і ввесь народ стали приносити жертви перед лицем Господа.
4Nu bracht de koning met al het volk offers aan Jahweh;
5І принїс Соломон в жертву двайцять дві тисячі волів і сто двайцять тисяч овець: так осьвятили дім Божій царь і ввесь народ.
5koning Salomon offerde wel twee en twintigduizend runderen en honderd twintigduizend schapen; zo werd het Godshuis door den koning en al het volk ingewijd.
6Сьвященники ж стояли на службі своїй, а левіти з музичними прирядами (до пісень) Господа, що їх поробив царь Давид до прослави Господа —, бо вічна милость його, як то й Давид славив ними —, а сьвященники трубили перед ним, і ввесь Ізраїль стояв.
6En terwijl de priesters hun dienst verrichtten, stonden de levieten met de muziekinstrumenten van Jahweh, die koning David had laten vervaardigen om het loflied te spelen: “Looft Jahweh, want eeuwig duurt zijn barmhartigheid”, en hieven ze het loflied van David aan; tegenover hen bliezen de priesters op de bazuin, en heel Israël stond recht overeind.
7Осьвятив Соломон і часть двора в серединї, що перед домом Господнїм, бо принїс там всепалення і товщ жертов мирних; на мідяному бо жертівнику, що зробив Соломон, не могли поміститись всепалення і хлїбні приноси і товщ.
7Nu verklaarde Salomon ook het middengedeelte van de voorhof, die voor de tempel van Jahweh ligt, voor heilig, omdat hij daar brandoffers en het vet van vredeoffers moest opdragen. Want op het bronzen altaar, dat Salomon gemaakt had, was geen plaats genoeg voor al de brand- en spijsoffers en voor het vet.
8І справив Соломон того часу семиденний празник, і ввесь Ізраїль з ним — громада дуже велика, що зійшлася від гряницї Емату до ріки Египецької;
8Daarna vierde Salomon een feest van zeven dagen, en heel Israël met hem; want een zeer groot aantal feestgangers was van de weg naar Chamat tot aan de beek van Egypte saamgekomen.
9А восьмого дня зробили посьвятні збори, бо посьвяченнє жертівника справляли сїм день, і празник сїм день.
9Op de achtste dag hielden ze een hoogtij; want de inwijding van het altaar met het gehele feest had zeven dagen geduurd.
10А двайцять третього дня сьомого місяця відпустив царь народ до їх наметів, радий та веселий серцем за все добро, яке вчинив Господь Давидові та Соломонові, та Ізраїлеві, народові свойму.
10Op de dertiende dag van de zevende maand liet hij het volk naar zijn woonplaatsen terugkeren, blij en opgeruimd om al het goede, dat Jahweh voor David, voor Salomon en Israël, zijn volk, had gedaan.
11І скінчив Соломон дім Господень і дім царський; і все, що бажав Соломон в свойму серцї, зробити в Господньому домі і в свойму домі, зробив гаразд.
11Toen Salomon de tempel van Jahweh en het koningspaleis voltooid had, en op een voorspoedige wijze in de tempel van Jahweh en in zijn eigen paleis alles tot stand had gebracht, wat hij had ontworpen,
12І зʼявився Господь Соломонові в ночі, і рече до його: Вислухав я молитву твою, і обрав собі се місце за дім жертвоприносин.
12verscheen Jahweh in een nacht aan Salomon. En Hij sprak tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en Mij deze tempel als offerplaats uitverkoren.
13Коли я замкну небо й не буде дощу, і коли звелю саранї пожерати край, або нашлю пошесть на народ мій,
13Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of Ik gebied de sprinkhanen het land kaal te vreten, of Ik zend een pestziekte onder mijn volk:
14І впокориться народ мій, що зветься іменням моїм, і будуть молитись і шукати лиця мого, й навернуться з поганих стежок своїх, то я почую з неба й прощу гріх їх, і вигою землю їх.
14en het volk, waarover mijn Naam is uitgeroepen, buigt zich neer en bidt, zoekt mijn aanschijn en bekeert zich van zijn boze wandel: dan zal Ik het in de hemel verhoren, hun zonden vergeven, en hun land doen opleven.
15Тепер будуть очі мої отворені й уші мої вважливі до молитви на місцї сьому.
15Mijn ogen zullen geopend zijn en mijn oren zullen luisteren naar het gebed, dat op deze plaats wordt gestort.
16І тепер вибрав я й осьвятив дім сей, щоб імя моє було там по вік; і очі мої й серце моє будуть там по всї часи.
16Thans heb Ik deze tempel uitverkoren en geheiligd. Mijn Naam zal daar voor eeuwig wonen, en mijn ogen en mijn hart zullen daar voor altijd verwijlen.
17І як ти ходити меш перед лицем моїм, як ходив батько твій Давид, і чинити меш усе те, що я заповів тобі, й держати меш постанови мої й закони мої,
17En wanneer gij, juist als David, uw vader, voor mijn aanschijn blijft wandelen, volgens mijn geboden leeft, en mijn wetten en voorschriften onderhoudt:
18То утверджу престол царства твого, як обіцяв Давидові, батькові твоєму, словами: Не переведеться в тебе володїючий Ізраїлем.
18dan zal Ik uw koningstroon voor altijd bevestigen, zoals Ik aan uw vader David beloofd heb, toen Ik hem zeide: “Nooit zal het u aan een afstammeling op de troon van Israël ontbreken!”
19А коли ви одступите й покинете постанови мої й заповідї мої, що я дав вам, і пійдете, та почнете служити иншим богам і кланятись їм,
19Maar wanneer gij u van Mij afkeert, de geboden en wetten, die Ik u gaf, niet meer onderhoudt, en andere goden gaat dienen en u voor hen neerwerpt,
20Так викореню Ізраїля з лиця землї моєї, що її дав вам, і сей храм, що я посьвятив іменню мойму, відкину від лиця мого, й вчиню його приповісткою й сьміховищем між усїма народами.
20dan zal Ik ze wegvagen uit het land, dat Ik hun heb gegeven, het huis, dat Ik voor mijn Naam heb geheiligd, verwerpen, en het maken tot een schimp en een schande voor alle volken.
21І храму сього величезного кожний переходячий попри його жахати меться й казати: Завіщо заподїяв Господь таке сїй землї й сьому храмові?
21Dan zal deze tempel, die zo’n indruk maakte, elken voorbijganger doen huiveren. En wanneer men zal vragen: Waarom heeft Jahweh zó met dit land en deze tempel gedaan,
22І відказувати муть: За те, що вони покинули Господа, Бога батьків своїх, що вивів їх із землї Египецької, й прилїпились до инчих богів, кланялись їм, і служили їм, — за те він наслав на їх усе се лихо.
22dan zal het antwoord zijn: Omdat zij Jahweh, den God van hun vaderen, die hen uit Egypte voerde, hebben verlaten, om zich aan andere goden te hechten, zich voor hen neer te werpen en hen te dienen; daarom heeft Hij al deze ellende over hen gebracht!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.