Romeinen
Chapter 16
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Bíblia Portuguesa …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Ik beveel u onze zuster Febe aan, diakones van de kerk te Kénchreën,
1Recomendo a vocês Febe, nossa irmã, que é serva da igreja que está em Cencreia,
2opdat ge haar in den Heer een ontvangst bereidt, zoals het heiligen waardig is, en haar bijstaat in alles, waarin ze uw hulp nodig mocht hebben. Want zelf heeft ze goede diensten bewezen aan velen, en ook aan mijzelf.
2para que a recebam no Senhor de um modo digno dos santos e a ajudem em qualquer assunto em que ela venha a precisar de vocês, pois ela própria tem ajudado muitos, inclusive a mim.
3Groet Priska en Aquila, mijn medehelpers in Christus Jesus,
3Saúdem Prisca e Áquila, meus cooperadores em Cristo Jesus,
4die voor mijn leven hun eigen hals hebben gewaagd, en aan wie niet ik alleen dank ben verschuldigd, maar ook alle gemeenten der heidenen;
4que arriscaram a própria vida por mim. Não somente eu lhes dou graças, mas também todas as igrejas dos gentios.
5groet ook de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn dierbaren Epénetus, den eersteling van Azië voor Christus;
5Saúdem a igreja que está na casa deles. Saúdem Epêneto, meu amado, que foi das primícias da Acaia para Cristo.
6groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft gegeven.
6Saúdem Maria, que trabalhou muito por nós.
7Groet Andrónikus en Júnias, mijn stamgenoten en medegevangenen, die in groot aanzien staan bij de Apostelen, en die zelfs vóór mij aan Christus hebben toebehoord.
7Saúdem Andrônico e Júnia, meus parentes e meus companheiros de prisão, que são notáveis entre os apóstolos, os quais também estavam em Cristo antes de mim.
8Groet Ampliatus, mijn geliefde in den Heer.
8Saúdem Ámplias, meu amado no Senhor.
9Groet Urbanus, mijn medehelper in Christus, en mijn geliefden Stachus.
9Saúdem Urbano, nosso cooperador em Cristo, e Estáquis, meu amado.
10Groet Apelles, die in Christus getrouw is gebleken. Groet hen, die tot het huis van Aristobulus behoren.
10Saúdem Apeles, que foi aprovado em Cristo. Saúdem os que são da casa de Aristóbulo.
11Groet Heródion, mijn stamgenoot, Groet hen, die tot het huis van Narcissus behoren, en volgelingen des Heren zijn.
11Saúdem Herodião, meu parente. Saúdem os da casa de Narciso, que estão no Senhor.
12Groet Trufena en Trufosa, die arbeiden in de dienst des Heren. Groet de geliefde Persis, die veel gearbeid heeft in ‘s Heren dienst.
12Saúdem Trifena e Trifosa, que trabalham no Senhor. Saúdem Pérside, a amada, que trabalhou muito no Senhor.
13Groet Rufus, den uitverkorene in den Heer; alsmede zijn moeder, die ook de mijne is.
13Saúdem Rufo, o eleito no Senhor, e a sua mãe e minha.
14Groet Asúnkritus, Flegon, Hermes, Pátrobas, Hermas en de broeders die bij hem zijn.
14Saúdem Asíncrito, Flegonte, Hermes, Pátrobas, Hermas, e os irmãos que estão com eles.
15Groet Filólogus en Júlia, Nereus en zijn zuster, ook Olumpas met al de heiligen die bij hen zijn.
15Saúdem Filólogo e Júlia, Nereu e sua irmã, e Olimpas, e todos os santos que estão com eles.
16Groet elkander met een heilige kus. U groeten alle kerken van Christus.
16Saúdem uns aos outros com um beijo santo. As igrejas de Cristo saúdam vocês.
17Maar ik vermaan u, broeders, scherp te letten op hen, die tweespalt en aanstoot verwekken tegen de leer, welke gij hebt ontvangen; gij moet geen omgang met hen hebben.
17Agora eu lhes rogo, irmãos, que tomem cuidado com aqueles que causam divisões e criam ocasiões de tropeço contrárias à doutrina que vocês aprenderam, e afastem-se deles.
18Want zulke lieden dienen niet Christus onzen Heer, maar wel hun eigen buik; en ze misleiden argeloze harten door vrome praat en gefleem.
18Pois os que são assim não servem a nosso Senhor Jesus Cristo, mas ao seu próprio ventre; e com palavras suaves e lisonjeiras enganam os corações dos inocentes.
19Zeker, uw volgzaamheid is algemeen bekend; ik verheug me dus over u. Ik wil echter, dat gij niet slechts wijs zijt in het goede, maar ook bestand tegen het kwaad.
19Pois a obediência de vocês tornou-se conhecida de todos. Portanto, eu me alegro por causa de vocês. Mas desejo que sejam sábios para o que é bom, mas inocentes para o que é mau.
20Dan zal de God van de vrede den Satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onzen Heer Jesus zij met u!
20E o Deus de paz em breve esmagará Satanás debaixo dos pés de vocês. A graça de nosso Senhor Jesus Cristo seja com vocês.
21Timóteus, mijn medehelper, en mijn stamgenoten Lúcius, Jason en Sosipatros laten u groeten.
21Timóteo, meu cooperador, saúda vocês, assim como Lúcio, Jasão e Sosípatro, meus parentes.
22Ik Tértius, die de brief op schrift heb gebracht, groet u in den Heer.
22Eu, Tércio, que escrevo a carta, saúdo vocês no Senhor.
23Cajus, mijn gastheer en die van de ganse gemeente, laat u groeten. Erastus, de stadsrentmeester, en broeder Quartus laten u groeten.
23Gaio, que me hospeda e também recebe toda a igreja, saúda vocês. Erasto, o tesoureiro da cidade, saúda vocês, assim como Quarto, o irmão.
24De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u allen. Amen!
24A graça de nosso Senhor Jesus Cristo seja com todos vocês! Amém.
25Aan Hem, die bij machte is, u vast te doen staan in overeenstemming met mijn Evangelie en de verkondiging van Jesus Christus, -in overeenstemming ook met het heilsgeheim, dat van eeuwigheid was verzwegen,
no verse 25 in this text
26maar dat thans is geopenbaard, en op bevel van den eeuwigen God door de profetische schriften aan alle heidenen bekend is gemaakt, om hen tot de gehoorzaamheid aan het geloof te brengen:
no verse 26 in this text
27aan Hem, den enig wijzen God, zij door Jesus Christus de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
no verse 27 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.