Romeinen
Chapter 16
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kralice Bible (1613)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Ik beveel u onze zuster Febe aan, diakones van de kerk te Kénchreën,
1Poroučímť pak vám Fében, sestru naši, služebnici církve Cenchrenské,
2opdat ge haar in den Heer een ontvangst bereidt, zoals het heiligen waardig is, en haar bijstaat in alles, waarin ze uw hulp nodig mocht hebben. Want zelf heeft ze goede diensten bewezen aan velen, en ook aan mijzelf.
2Abyste ji přijali v Pánu, tak jakž sluší na svaté, a abyste jí pomocni byli, jestliže by vás v čem potřebovala. Nebo i ona mnohým hostem ochotně posluhovala, až i mně také.
3Groet Priska en Aquila, mijn medehelpers in Christus Jesus,
3Pozdravte Priscilly a Akvila, pomocníků mých v Kristu Ježíši,
4die voor mijn leven hun eigen hals hebben gewaagd, en aan wie niet ik alleen dank ben verschuldigd, maar ook alle gemeenten der heidenen;
4Kteříž pro můj život svých vlastních hrdel nasadili, jimžto ne já sám toliko děkuji, ale i všecky církve pohanské,
5groet ook de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn dierbaren Epénetus, den eersteling van Azië voor Christus;
5I domácího jejich shromáždění. Pozdravte mého milého Epéneta, kterýž jest prvotiny Achaie v Kristu.
6groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft gegeven.
6Pozdravte Marie, kteráž mnoho práce měla s námi.
7Groet Andrónikus en Júnias, mijn stamgenoten en medegevangenen, die in groot aanzien staan bij de Apostelen, en die zelfs vóór mij aan Christus hebben toebehoord.
7Pozdravte Andronika a Junia, příbuzných mých a spoluvězňů mých, kteříž jsou vzácní u apoštolů a kteříž přede mnou byli v Kristu Ježíši.
8Groet Ampliatus, mijn geliefde in den Heer.
8Pozdravte Amplia mně v Pánu milého.
9Groet Urbanus, mijn medehelper in Christus, en mijn geliefden Stachus.
9Pozdravte Urbana, pomocníka našeho v Kristu, a Stachyna mého milého.
10Groet Apelles, die in Christus getrouw is gebleken. Groet hen, die tot het huis van Aristobulus behoren.
10Pozdravte Apella zkušeného v Kristu. Pozdravte těch, kteříž jsou z domu Aristobulova.
11Groet Heródion, mijn stamgenoot, Groet hen, die tot het huis van Narcissus behoren, en volgelingen des Heren zijn.
11Pozdravte Herodiona, příbuzného mého. Pozdravte těch, kteří jsou z čeledi Narciškovy věřící v Pána.
12Groet Trufena en Trufosa, die arbeiden in de dienst des Heren. Groet de geliefde Persis, die veel gearbeid heeft in ‘s Heren dienst.
12Pozdravte Tryfény a Tryfózy, kteréž práci vedou v Pánu. Pozdravte Persidy milé, kteráž mnoho pracovala v Pánu.
13Groet Rufus, den uitverkorene in den Heer; alsmede zijn moeder, die ook de mijne is.
13Pozdravte Rufa, zvláštního v Pánu, a matky jeho i mé.
14Groet Asúnkritus, Flegon, Hermes, Pátrobas, Hermas en de broeders die bij hem zijn.
14Pozdravte Asynkrita, Flegonta, Hermy, Patroba, Merkuria, i jiných bratří, kteříž jsou s nimi.
15Groet Filólogus en Júlia, Nereus en zijn zuster, ook Olumpas met al de heiligen die bij hen zijn.
15Pozdravte Filologa i Julie, Nerea a sestry jeho, i Olympa i všech svatých, kteříž jsou s nimi.
16Groet elkander met een heilige kus. U groeten alle kerken van Christus.
16Pozdravte sebe vespolek v políbení svatém. Pozdravujíť vás církve Kristovy.
17Maar ik vermaan u, broeders, scherp te letten op hen, die tweespalt en aanstoot verwekken tegen de leer, welke gij hebt ontvangen; gij moet geen omgang met hen hebben.
17Prosímť pak vás, bratří, abyste šetřili těch, kteříž různice a pohoršení činí, naodpor učení tomu, kterémuž jste vy se naučili, a varujte se jich.
18Want zulke lieden dienen niet Christus onzen Heer, maar wel hun eigen buik; en ze misleiden argeloze harten door vrome praat en gefleem.
18Nebo takoví Pánu našemu Ježíši Kristu neslouží, ale svému břichu; a skrze lahodné řeči a pochlebenství svodí srdce prostých.
19Zeker, uw volgzaamheid is algemeen bekend; ik verheug me dus over u. Ik wil echter, dat gij niet slechts wijs zijt in het goede, maar ook bestand tegen het kwaad.
19Nebo vaše poslušenství všechněch došlo. A protož se raduji z vás. Než chciť, abyste byli moudří k dobrému, a prostí k zlému.
20Dan zal de God van de vrede den Satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onzen Heer Jesus zij met u!
20Bůh pak pokoje potře satana pod nohy vaše brzo. Milost Pána našeho Jezukrista budiž s vámi. Amen.
21Timóteus, mijn medehelper, en mijn stamgenoten Lúcius, Jason en Sosipatros laten u groeten.
21Pozdravují vás Timoteus, pomocník můj, a Lucius, a Jázon, a #Sozipater, příbuzní moji.
22Ik Tértius, die de brief op schrift heb gebracht, groet u in den Heer.
22Pozdravuji vás v Pánu já Tercius, kterýž jsem psal tento list.
23Cajus, mijn gastheer en die van de ganse gemeente, laat u groeten. Erastus, de stadsrentmeester, en broeder Quartus laten u groeten.
23Pozdravuje vás Gáius, hospodář můj i vší církve. Pozdravuje vás Erastus, důchodní písař městský, a Kvartus bratr.
24De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u allen. Amen!
24Milost Pána našeho Jezukrista se všemi vámi. Amen.
25Aan Hem, die bij machte is, u vast te doen staan in overeenstemming met mijn Evangelie en de verkondiging van Jesus Christus, -in overeenstemming ook met het heilsgeheim, dat van eeuwigheid was verzwegen,
25Tomu pak, jenž může vás utvrditi podle evangelium mého a kázání Ježíše Krista, podle zjevení tajemství od časů věčných skrytého,
26maar dat thans is geopenbaard, en op bevel van den eeuwigen God door de profetische schriften aan alle heidenen bekend is gemaakt, om hen tot de gehoorzaamheid aan het geloof te brengen:
26Nyní pak zjeveného i skrze Písma prorocká, podle poručení věčného Boha, ku poslušenství víry všechněm národům oznámeného,
27aan Hem, den enig wijzen God, zij door Jesus Christus de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
27Tomu, pravím, samému moudrému Bohu sláva skrze Jezukrista na věky. Amen List tento k Římanům psán jest z Korintu, a poslán po Fében, služebnici sboru Cenchrenského.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.