Matteus 26
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Nadat Jesus al deze toespraken geëindigd had, zeide Hij tot zijn leerlingen:
1เมื่อพระเยซูกล่าวถ้อยคำทั้งหมดนี้จบแล้ว พระองค์กล่าวกับสาวกว่า
2Gij weet, dat het over twee dagen Pasen is; dan wordt de Mensenzoon overgeleverd, om gekruisigd te worden.
2“พวกคุณรู้ว่า อีกสองวันจะถึงเทศกาลปัสกา และบุตรมนุษย์จะถูกมอบให้นำไปตรึงบนกางเขน”
3Toen vergaderden de opperpriesters en de oudsten van het volk in het paleis van den hogepriester, die Káifas heette.
3เวลานั้น หัวหน้าปุโรหิต พวกอาลักษณ์ และพวกผู้อาวุโสของประชาชนมาชุมนุมกันในลานบ้านของมหาปุโรหิต ซึ่งชื่อคายาฟาส
4Ze beraadslaagden, om Jesus met list gevangen te nemen en Hem te doden.
4พวกเขาปรึกษากันว่าจะจับพระเยซูด้วยอุบาย และฆ่าพระองค์
5Maar ze zeiden: Niet op het feest; er mocht eens oproer komen onder het volk.
5แต่พวกเขาพูดว่า “อย่าทำในช่วงเทศกาล มิฉะนั้นประชาชนอาจก่อจลาจล”
6Terwijl Jesus nu te Betánië was in het huis van Simon den melaatse,
6ขณะที่พระเยซูอยู่ที่เบธานี ในบ้านของซีโมนผู้เป็นโรคเรื้อน
7kwam er een vrouw naar Hem toe, die een albasten kruik vol kostbare balsem droeg; ze goot die uit over zijn hoofd, terwijl Hij aanlag aan tafel.
7มีหญิงคนหนึ่งถือขวดอะลาบาสเตอร์ที่บรรจุน้ำมันหอมราคาแพงมากเข้ามาหาพระองค์ และเทน้ำมันหอมลงบนศีรษะของพระองค์ ขณะที่พระองค์นั่งอยู่ที่โต๊ะอาหาร
8Toen de leerlingen dit zagen, werden ze verontwaardigd en zeiden: Waarom die verkwisting?
8เมื่อสาวกเห็น ก็ไม่พอใจอย่างยิ่ง และพูดว่า “ทำไมจึงทำให้สูญเปล่าอย่างนี้?
9Men had dat toch duur kunnen verkopen, en het goed aan de armen kunnen geven.
9น้ำมันหอมนี้ขายได้เงินมาก แล้วเอาเงินให้คนยากจนก็ได้”
10Jesus merkte het, en sprak: Waarom valt gij de vrouw lastig? Ze heeft immers een goed werk aan Mij gedaan.
10พระเยซูรู้เรื่องนี้ จึงกล่าวกับพวกเขาว่า “พวกคุณรบกวนหญิงคนนี้ทำไม? นางได้ทำสิ่งดีแก่เรา
11Want de armen hebt gij altijd bij u; Mij niet.
11พวกคุณมีคนยากจนอยู่กับพวกคุณเสมอ แต่พวกคุณจะไม่มีเราอยู่ด้วยเสมอ
12Toen ze die balsem uitgoot over mijn lichaam, deed ze dat voor mijn begrafenis.
12ที่นางเทน้ำมันหอมนี้บนร่างกายของเรา ก็เพื่อเตรียมเราไว้สำหรับการฝังศพ
13Voorwaar, Ik zeg u: overal in heel de wereld, waar dit Evangelie wordt gepreekt, zal ook tot hare gedachtenis worden vermeld, wat ze gedaan heeft.
13เราบอกความจริงแก่พวกคุณว่า ไม่ว่าข่าวดีนี้จะถูกประกาศที่ใดทั่วโลก สิ่งที่หญิงคนนี้ทำก็จะถูกกล่าวถึงที่นั่น เพื่อระลึกถึงนาง”
14Toen ging één van de twaalf, Judas Iskáriot genaamd, naar de opperpriesters,
14แล้วยูดาสอิสคาริโอท คนหนึ่งในสิบสองคน ไปหาหัวหน้าปุโรหิต
15en sprak: Wat wilt gij me geven, als ik Hem aan u overlever? Ze beloofden hem dertig zilverlingen.
15และถามว่า “พวกคุณจะให้อะไรข้าพเจ้า ถ้าข้าพเจ้ามอบเขาให้พวกคุณ?” พวกเขาจึงชั่งเงินสามสิบเหรียญให้เขา
16Van toen af zocht hij naar een gelegenheid, om Hem te verraden.
16ตั้งแต่เวลานั้น ยูดาสก็หาโอกาสที่จะทรยศพระองค์
17Op de eerste dag der ongedesemde broden kwamen de leerlingen bij Jesus, en zeiden: Waar wilt Gij, dat we U de toebereidselen maken, om het paasmaal te eten?
17ในวันแรกของเทศกาลขนมปังไร้เชื้อ สาวกมาหาพระเยซู และถามว่า “ท่านต้องการให้พวกเราเตรียมปัสกาให้ท่านรับประทานที่ไหน?”
18Hij sprak: Gaat in de stad naar zeker iemand, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij; bij u houd Ik met mijn leerlingen het paasmaal.
18พระองค์กล่าวว่า “จงเข้าไปในเมือง ไปหาคนหนึ่ง แล้วบอกเขาว่า ‘อาจารย์บอกว่า “เวลาของเราใกล้มาถึงแล้ว เราจะฉลองปัสกาที่บ้านของท่านพร้อมกับสาวกของเรา”’”
19En de leerlingen deden zoals Jesus hun had gelast, en maakten het paasmaal gereed.
19สาวกทำตามที่พระเยซูสั่ง และเตรียมปัสกา
20Toen nu de avond was gevallen, lag Hij met zijn twaalf leerlingen aan tafel aan.
20เมื่อถึงเวลาเย็น พระองค์เอนกายรับประทานอาหารพร้อมกับสาวกสิบสองคน
21En terwijl zij aten. zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, één van u zal Mij verraden.
21ขณะที่พวกเขากำลังกิน พระองค์กล่าวว่า “เราบอกความจริงแก่พวกคุณว่า คนหนึ่งในพวกคุณจะทรยศเรา”
22Nu werden ze diep bedroefd en vroegen Hem de een na den ander: Ben ik het, Heer?
22พวกเขาเศร้าใจอย่างยิ่ง และเริ่มถามพระองค์ทีละคนว่า “องค์พระผู้เป็นเจ้า คงไม่ใช่ข้าพเจ้าใช่ไหม?”
23Hij antwoordde: Wie de hand met Mij in de schotel steekt, die zal Mij verraden.
23พระองค์ตอบว่า “คนที่จุ่มมือลงในชามพร้อมกับเรา คนนั้นจะทรยศเรา
24De Mensenzoon gaat wel heen, zoals van Hem geschreven staat; maar wee den mens, door wien de Mensenzoon zal worden verraden! Het zou beter voor hem zijn, zo hij niet was geboren, die mens!
24บุตรมนุษย์จะจากไปตามที่มีเขียนไว้ถึงพระองค์ แต่วิบัติแก่คนที่ทรยศบุตรมนุษย์! สำหรับคนนั้น ถ้าไม่ได้เกิดมาก็ยังดีกว่า”
25Toen nam Judas, die Hem verried, het woord en sprak: Ben ik het, Rabbi? Hij zei hem: Ge hebt het gezegd.
25ยูดาส คนที่กำลังจะทรยศพระองค์ ถามว่า “รับบี คงไม่ใช่ข้าพเจ้าใช่ไหม?” พระองค์ตอบเขาว่า “ท่านพูดเอง”
26Terwijl zij nu aten nam Jesus het brood, zegende het, brak het, gaf het zijn leerlingen en sprak: Neemt en eet, dit is mijn lichaam.
26ขณะที่พวกเขากำลังกิน พระเยซูหยิบขนมปังขึ้นมา กล่าวขอบคุณ แล้วหักและส่งให้สาวก พร้อมกับกล่าวว่า “รับไปกิน นี่คือกายของเรา”
27Daarna nam Hij de kelk, sprak een dankgebed uit, gaf hun de kelk, en zeide: Drinkt allen hieruit;
27พระองค์หยิบถ้วย กล่าวขอบพระคุณ แล้วส่งให้พวกเขา พร้อมกับกล่าวว่า “พวกคุณทุกคนจงดื่มจากถ้วยนี้
28want dit is mijn bloed van het Nieuwe Verbond, dat wordt vergoten voor velen tot vergiffenis der zonden.
28เพราะนี่คือโลหิตของเรา คือโลหิตแห่งพันธสัญญาใหม่ ซึ่งหลั่งออกเพื่อคนจำนวนมาก เพื่อการยกโทษบาป
29En Ik zeg u: Van nu af aan zal Ik deze vrucht van de wijnstok niet meer drinken, tot op de dag, waarop Ik ze hernieuwd met u zal drinken in het rijk van mijn Vader.
29แต่เราบอกพวกคุณว่า ตั้งแต่นี้ไป เราจะไม่ดื่มผลจากเถาองุ่นนี้อีก จนถึงวันที่เราจะดื่มใหม่กับพวกคุณในอาณาจักรของพระบิดาของเรา”
30En nadat zij de lofzang hadden gezongen, gingen zij naar de Olijfberg.
30เมื่อร้องเพลงสรรเสริญแล้ว พวกเขาก็ออกไปยังภูเขามะกอกเทศ
31Toen sprak Jesus tot hen: Deze nacht zult gij allen aan Mij worden geërgerd. Want er staat geschreven: “Ik zal den herder slaan, en de schapen der kudde zullen worden verstrooid.”
31แล้วพระเยซูกล่าวกับพวกเขาว่า “คืนนี้ พวกคุณทุกคนจะสะดุดล้มเพราะเรา เพราะมีเขียนไว้ว่า ‘เราจะตีผู้เลี้ยงแกะ และแกะในฝูงจะกระจัดกระจายไป’
32Maar wanneer Ik verrezen zal zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
32แต่หลังจากเราฟื้นขึ้นจากความตายแล้ว เราจะไปยังกาลิลีก่อนพวกคุณ”
33Petrus antwoordde: Al werden ook allen aan U geërgerd. ik nooit!
33เปโตรตอบพระองค์ว่า “แม้ทุกคนจะสะดุดล้มเพราะท่าน ข้าพเจ้าก็จะไม่สะดุดล้มเลย”
34Jesus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: Nog deze nacht, eer er een haan heeft gekraaid, zult ge Mij driemaal verloochenen.
34พระเยซูกล่าวกับเขาว่า “เราบอกความจริงแก่ท่านว่า คืนนี้ ก่อนไก่ขัน ท่านจะปฏิเสธเราสามครั้ง”
35Petrus zeide Hem: Al moest ik zelfs met U sterven, verloochenen zal Ik U niet. Zo spraken ook de andere leerlingen.
35เปโตรกล่าวกับพระองค์ว่า “แม้ข้าพเจ้าต้องตายพร้อมกับท่าน ข้าพเจ้าก็จะไม่ปฏิเสธท่าน” สาวกทุกคนก็พูดเช่นเดียวกัน
36Toen kwam Jesus met hen bij een landgoed, Getsémani genaamd. Nu zei Hij tot de leerlingen: Zet u hier neer, terwijl Ik ginds ga bidden.
36แล้วพระเยซูมากับพวกเขาถึงสถานที่แห่งหนึ่งชื่อเกทเสมนี และกล่าวกับสาวกว่า “นั่งอยู่ที่นี่ ขณะที่เราไปอธิษฐานที่โน่น”
37Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee, en begon bedroefd en angstig te worden.
37พระองค์พาเปโตร และบุตรสองคนของเศเบดีไปด้วย แล้วเริ่มเศร้าใจและทุกข์ใจอย่างหนัก
38En Hij sprak tot hen: Mijn ziel is dodelijk bedroefd; blijft hier met Mij waken.
38พระเยซูกล่าวกับพวกเขาว่า “จิตใจของเราเศร้าอย่างยิ่ง จนแทบจะตาย จงอยู่ที่นี่ และเฝ้าระวังกับเรา”
39Hij ging nog een weinig verder, viel biddend op zijn aangezicht neer, en sprak: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze kelk Mij voorbijgaan; maar niet zoals Ik wil, maar zoals Gij het wilt.
39พระองค์เดินต่อไปอีกเล็กน้อย หมอบหน้าลงกับพื้น และอธิษฐานว่า “พระบิดาของเรา ถ้าเป็นไปได้ ขอให้ถ้วยนี้ผ่านพ้นไปจากเรา แต่อย่าให้เป็นตามที่เราต้องการ ให้เป็นตามที่พระองค์ต้องการ”
40Nu ging Hij naar zijn leerlingen terug, en vond ze in slaap. En Hij sprak tot Petrus: Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?
40พระองค์กลับมาหาสาวก และพบพวกเขากำลังหลับ จึงกล่าวกับเปโตรว่า “พวกคุณเฝ้าระวังกับเราสักหนึ่งชั่วโมงไม่ได้หรือ?
41Waakt en bidt, dat gij niet in bekoring komt. De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.
41จงเฝ้าระวังและอธิษฐาน เพื่อจะไม่เข้าสู่การทดลอง จิตวิญญาณเต็มใจก็จริง แต่ร่างกายอ่อนแอ”
42Opnieuw ging Hij heen, en bad: Mijn Vader, zo hij niet kan voorbijgaan, zonder dat Ik hem drink, dan geschiede Uw wil.
42พระองค์จากไปอีกเป็นครั้งที่สอง และอธิษฐานว่า “พระบิดาของเรา ถ้าถ้วยนี้ไม่อาจผ่านพ้นไปจากเรา เว้นแต่เราจะดื่ม ขอให้เป็นไปตามที่พระองค์ต้องการ”
43En weer kwam Hij terug, en vond ze in slaap; want hun ogen vielen toe.
43พระองค์กลับมาอีก และพบพวกเขากำลังหลับ เพราะตาของพวกเขาหนัก
44Nogmaals verliet Hij hen en ging heen, en bad voor de derde maal met dezelfde woorden.
44พระองค์จึงปล่อยพวกเขาไว้ แล้วจากไปอธิษฐานเป็นครั้งที่สาม โดยกล่าวคำเดิม
45Toen kwam Hij bij zijn leerlingen terug, en sprak tot hen: Slaapt nu voort, en rust uit; ziet, het uur is genaderd, waarop de Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der zondaars.
45แล้วพระองค์กลับมาหาสาวก และกล่าวว่า “พวกคุณยังนอนและพักกันอยู่หรือ? ดูสิ เวลานั้นใกล้มาถึงแล้ว และบุตรมนุษย์กำลังถูกทรยศ และถูกมอบไว้ในมือของคนบาป
46Staat op, laat ons gaan; ziet, hij die Mij verraadt, is nabij.
46ลุกขึ้น ไปกันเถอะ ดูสิ คนที่ทรยศเรามาใกล้แล้ว”
47Terwijl Hij nog sprak, zie, daar kwam Judas, één van de twaalf, vergezeld van een grote bende, met zwaarden en stokken, uitgezonden door de opperpriesters en de oudsten van het volk.
47ขณะที่พระองค์ยังพูดอยู่ ยูดาส คนหนึ่งในสิบสองคนก็มาถึง พร้อมกับฝูงชนจำนวนมากที่ถือดาบและไม้ตะบอง ซึ่งหัวหน้าปุโรหิตและพวกผู้อาวุโสของประชาชนส่งมา
48De verrader had hun een teken gegeven en gezegd: Dien ik zal kussen. Hij is het; grijpt Hem vast.
48คนที่ทรยศพระองค์ได้ให้สัญญาณแก่พวกเขาไว้ว่า “เราจูบใคร คนนั้นแหละ จงจับเขา”
49Haastig liep hij op Jesus toe, en sprak: Wees gegroet, Rabbi. En hij kuste Hem.
49เขาตรงเข้าไปหาพระเยซูทันที และกล่าวว่า “สวัสดี รับบี!” แล้วจูบพระองค์
50Maar Jesus zeide hem: Vriend, waartoe zijt ge gekomen? Nu kwamen ze toegelopen, sloegen de hand aan Jesus, en grepen Hem vast.
50พระเยซูกล่าวกับเขาว่า “เพื่อน ท่านมาที่นี่ทำไม?” แล้วพวกเขาก็เข้ามาจับพระเยซู และคุมตัวพระองค์ไว้
51En zie, een van Jesus’ gezellen strekte de hand uit, trok zijn zwaard, trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het oor af.
51คนหนึ่งในพวกที่อยู่กับพระเยซูยื่นมือไปชักดาบออก ฟันคนรับใช้ของมหาปุโรหิต และตัดหูของเขาขาด
52Jesus sprak tot hem: Steek uw zwaard op zijn plaats; want allen, die het zwaard trekken, zullen omkomen door het zwaard.
52แล้วพระเยซูกล่าวกับเขาว่า “จงเก็บดาบกลับเข้าที่เดิม เพราะทุกคนที่ใช้ดาบจะตายด้วยดาบ
53Of meent ge, dat mijn Vader Mij niet aanstonds meer dan twaalf legioenen engelen zou zenden, als Ik Hem daarom bad.
53หรือท่านคิดว่า เราขอพระบิดาของเราไม่ได้หรือ? และพระองค์จะส่งทูตสวรรค์มากกว่าสิบสองเลกิโอนมาให้เราเดี๋ยวนี้
54Maar hoe zullen dan de Schriften worden vervuld, die zeggen, dat het zó moet geschieden?
54ถ้าอย่างนั้น พระคัมภีร์จะสำเร็จได้อย่างไร ซึ่งบอกว่าเรื่องนี้ต้องเกิดขึ้น?”
55Nu sprak Jesus tot de bende: Gij zijt uitgetrokken als tegen een rover, met zwaarden en stokken, om Mij gevangen te nemen; dag aan dag zat Ik in de tempel te leren, en gij hebt Mij niet gegrepen.
55เวลานั้น พระเยซูกล่าวกับฝูงชนว่า “พวกคุณออกมาพร้อมดาบและไม้ตะบองเพื่อจับเรา เหมือนมาจับโจรหรือ? ทุกวันเรานั่งสอนอยู่ในพระวิหาร แต่พวกคุณไม่ได้จับเรา
56Maar dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden worden vervuld. Toen verlieten Hem al zijn leerlingen, en namen de vlucht.
56แต่ทั้งหมดนี้เกิดขึ้น เพื่อให้พระคัมภีร์ของบรรดาผู้เผยพระวจนะสำเร็จ” แล้วสาวกทุกคนก็ละพระองค์และหนีไป
57Zij, die Jesus hadden gegrepen, voerden Hem weg naar Káifas den hogepriester, waar de schriftgeleerden en oudsten waren vergaderd.
57คนที่จับพระเยซูพาพระองค์ไปหาคายาฟาสมหาปุโรหิต ซึ่งพวกอาลักษณ์และพวกผู้อาวุโสมาชุมนุมกันอยู่
58Petrus volgde Hem van verre, tot in de voorhof van den hogepriester; hij trad er binnen, en zette zich bij de dienaars neer, om de afloop te zien.
58เปโตรตามพระองค์ไปห่าง ๆ จนถึงลานบ้านของมหาปุโรหิต แล้วเข้าไปนั่งกับพวกเจ้าหน้าที่ เพื่อดูว่าเรื่องจะจบอย่างไร
59De opperpriesters en heel de Hoge Raad zochten naar een valse aanklacht tegen Jesus, om Hem ter dood te brengen.
59หัวหน้าปุโรหิต พวกผู้อาวุโส และสมาชิกสภาทั้งหมดหาพยานเท็จมากล่าวหาพระเยซู เพื่อจะประหารพระองค์
60Maar ze vonden niets, ofschoon er veel valse getuigen waren gekomen. Eindelijk traden er twee naar voren,
60แต่หาไม่ได้ แม้จะมีพยานเท็จหลายคนมาให้การ ในที่สุดมีพยานเท็จสองคนมา
61die zeiden: Hij heeft gezegd: Ik kan Gods tempel afbreken, en binnen drie dagen weer opbouwen.
61และกล่าวว่า “ชายคนนี้พูดว่า ‘เราสามารถทำลายพระวิหารของพระเจ้า และสร้างขึ้นใหม่ในสามวัน’”
62Toen stond de hogepriester op, en zeide: Antwoordt Gij niets op wat ze tegen U getuigen?
62มหาปุโรหิตยืนขึ้น และถามพระองค์ว่า “ท่านไม่ตอบอะไรเลยหรือ? คนเหล่านี้เป็นพยานกล่าวหาท่านเรื่องอะไร?”
63Maar Jesus zweeg. Nu sprak de hogepriester tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij de Christus zijt, de Zoon van God.
63แต่พระเยซูนิ่งเงียบ มหาปุโรหิตจึงกล่าวกับพระองค์ว่า “ข้าพเจ้าให้ท่านสาบานต่อพระเจ้าผู้ทรงพระชนม์ ให้บอกพวกเราว่า ท่านคือพระคริสต์ พระบุตรของพระเจ้าหรือไม่”
64Jesus zeide hem: Ge hebt het gezegd. Maar Ik zeg ú: Van nu af aan zult gij den Mensenzoon gezeten zien aan de rechterhand van de Kracht, en Hem zien komen op de wolken des hemels.
64พระเยซูกล่าวกับเขาว่า “ท่านพูดเอง แต่เราบอกพวกคุณว่า หลังจากนี้ พวกคุณจะเห็นบุตรมนุษย์นั่งทางขวาขององค์ผู้ทรงฤทธิ์ และมาบนเมฆแห่งท้องฟ้า”
65Toen scheurde de hogepriester zijn klederen, en zeide: Hij heeft God gelasterd; wat hebben we nog getuigen nodig? Ziet, nu hebt gij de godslastering gehoord.
65มหาปุโรหิตฉีกเสื้อผ้าของตน และกล่าวว่า “เขาพูดหมิ่นประมาทพระเจ้า! พวกเรายังต้องการพยานอะไรอีก? ดูสิ ตอนนี้พวกคุณได้ยินคำหมิ่นประมาทของเขาแล้ว
66Wat dunkt u? En ze antwoordden: Hij is des doods schuldig.
66พวกคุณคิดอย่างไร?” พวกเขาตอบว่า “เขาสมควรตาย!”
67Toen spuwden ze Hem in het gelaat, en gaven Hem vuistslagen; anderen sloegen Hem in het aangezicht,
67แล้วพวกเขาถ่มน้ำลายใส่หน้าพระองค์ ชกพระองค์ และบางคนตบพระองค์
68en zeiden: Profeteer ons Christus: wie heeft U geslagen?
68พร้อมกับพูดว่า “พระคริสต์ พยากรณ์ให้พวกเราสิ! ใครตีท่าน?”
69Petrus dan zat buiten in de voorhof. Een dienstmeisje kwam naar hem toe, en zeide: Ook gij waart met Jesus, den Galileër.
69ขณะนั้น เปโตรนั่งอยู่ข้างนอกในลาน สาวใช้คนหนึ่งมาหาเขา และพูดว่า “ท่านก็อยู่กับเยซูชาวกาลิลีด้วย!”
70Doch hij loochende het ten aanhoren van allen, en sprak: Ik begrijp niet wat ge zegt.
70แต่เขาปฏิเสธต่อหน้าทุกคนว่า “ข้าพเจ้าไม่รู้ว่าท่านพูดเรื่องอะไร”
71Maar toen hij wegging naar de poort, zag hem een ander dienstmeisje, en ze sprak tot de aanwezigen: Ook deze was bij Jesus, den Nazarener.
71เมื่อเขาออกไปที่เฉลียง มีอีกคนหนึ่งเห็นเขา และพูดกับคนที่อยู่ที่นั่นว่า “ชายคนนี้ก็อยู่กับเยซูชาวนาซาเร็ธด้วย”
72Nog eens loochende hij het met een eed: Ik ken den mens niet.
72เขาปฏิเสธอีกครั้ง พร้อมกับสาบานว่า “ข้าพเจ้าไม่รู้จักชายคนนั้น”
73Kort daarna kwamen de omstanders naar Petrus toe, en zeiden hem: Zeker, ook gij zijt er een van; zelfs uw spraak doet u herkennen.
73ต่อมาอีกไม่นาน คนที่ยืนอยู่ใกล้ ๆ ก็เข้ามาพูดกับเปโตรว่า “ท่านเป็นคนหนึ่งในพวกเขาแน่ เพราะสำเนียงของท่านบอกได้”
74Nu begon hij te vloeken en te zweren: Ik ken den mens niet. En aanstonds kraaide een haan.
74แล้วเขาเริ่มสาปแช่งและสาบานว่า “ข้าพเจ้าไม่รู้จักชายคนนั้น!” ทันทีนั้น ไก่ก็ขัน
75Toen dacht Petrus aan het woord, dat Jesus had gesproken: Eer er een haan heeft gekraaid, zult ge Mij drie maal verloochenen. En hij ging naar buiten, en weende bitter.
75เปโตรนึกถึงคำที่พระเยซูเคยกล่าวกับเขาว่า “ก่อนไก่ขัน ท่านจะปฏิเสธเราสามครั้ง” แล้วเขาออกไปร้องไห้อย่างขมขื่น
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.