Matteus 25
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Dan zal het rijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, die haar lampen namen, om den bruidegom tegemoet te gaan.
1“เวลานั้น อาณาจักรแห่งสวรรค์จะเปรียบเหมือนหญิงสาวพรหมจารีสิบคน ซึ่งถือตะเกียงของตนออกไปรอรับเจ้าบ่าว
2Vijf van haar waren dwaas, en vijf waren wijs.
2ในพวกนาง มีห้าคนโง่ และห้าคนฉลาด
3De dwaze namen wel haar lampen mee, doch geen olie.
3คนโง่เอาตะเกียงไป แต่ไม่ได้เอาน้ำมันไปด้วย
4Maar de wijze namen met haar lampen ook olie in haar kruiken mee.
4ส่วนคนฉลาดเอาน้ำมันใส่ภาชนะไปพร้อมกับตะเกียง
5Toen nu de bruidegom toefde, werden ze slaperig en sluimerden allemaal in.
5เมื่อเจ้าบ่าวยังมาช้า พวกนางทุกคนก็ง่วงและหลับไป
6Maar midden in de nacht werd er geroepen: Ziet, de bruidegom komt; gaat naar buiten, hem te gemoet.
6พอถึงเที่ยงคืน ก็มีเสียงร้องว่า ‘ดูสิ เจ้าบ่าวมาแล้ว! ออกไปรับเขาเถอะ!’
7Toen stonden al die maagden op, en brachten haar lampen in orde.
7หญิงสาวพรหมจารีทั้งหมดจึงลุกขึ้น และตัดแต่งไส้ตะเกียงของตน
8Nu zeiden de dwaze tot de wijze: Geeft ons wat van uw olie; want onze lampen gaan uit.
8คนโง่พูดกับคนฉลาดว่า ‘แบ่งน้ำมันของพวกคุณให้พวกเราบ้าง เพราะตะเกียงของพวกเรากำลังจะดับ’
9De wijze gaven ten antwoord: Neen, dan is er misschien niet genoeg voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers, en koopt voor uzelf.
9แต่คนฉลาดตอบว่า ‘ถ้าน้ำมันไม่พอทั้งสำหรับพวกเราและพวกคุณล่ะ? พวกคุณไปหาคนขาย แล้วซื้อสำหรับตัวเองดีกว่า’
10Maar terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en zij die gereed waren, gingen met hem ter bruiloft in; en de deur werd gesloten.
10ระหว่างที่พวกนางออกไปซื้อ เจ้าบ่าวก็มา คนที่เตรียมพร้อมจึงเข้าไปในงานเลี้ยงแต่งงานพร้อมกับเขา แล้วประตูก็ปิด
11Later kwamen ook de andere maagden, en zeiden: Heer, heer, doe ons open.
11หลังจากนั้น หญิงสาวพรหมจารีคนอื่น ๆ ก็มา และพูดว่า ‘ท่านคะ ท่านคะ เปิดให้พวกเราด้วย’
12Maar hij antwoordde: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet.
12แต่เขาตอบว่า ‘เราบอกความจริงแก่พวกคุณว่า เราไม่รู้จักพวกคุณ’
13Waakt dus, want gij kent dag noch uur.
13เพราะฉะนั้น จงเฝ้าระวัง เพราะพวกคุณไม่รู้วันหรือเวลาที่บุตรมนุษย์จะมา
14Het gaat er mee als met een mens, die naar het buitenland vertrok, zijn dienaars riep, en hun zijn bezittingen overdroeg.
14“เพราะเรื่องนี้เปรียบเหมือนชายคนหนึ่งกำลังจะเดินทางไปต่างถิ่น เขาเรียกคนรับใช้ของตน และมอบทรัพย์สินให้พวกเขาดูแล
15En aan den één gaf hij vijf talenten, den ander twee, een derde één; ieder volgens zijn bekwaamheid. Toen ging hij op reis.
15เขาให้คนหนึ่งห้าตะลันต์ อีกคนสองตะลันต์ และอีกคนหนึ่งตะลันต์ ตามความสามารถของแต่ละคน แล้วเขาก็ออกเดินทาง
16Die nu de vijf talenten had ontvangen, ging aanstonds heen, dreef er handel mee. en won er vijf andere bij.
16คนที่ได้รับห้าตะลันต์ไปทำการค้าทันที และได้กำไรเพิ่มอีกห้าตะลันต์
17Zo ook won hij, die er twee had ontvangen, er nog twee andere bij.
17คนที่ได้สองตะลันต์ก็ได้เพิ่มอีกสองตะลันต์เช่นกัน
18Maar die er één had ontvangen, ging heen, maakte een kuil in de grond, en verborg het geld van zijn heer.
18แต่คนที่ได้หนึ่งตะลันต์ออกไปขุดหลุมในดิน แล้วซ่อนเงินของนายไว้
19Na lange tijd kwam de heer van die dienaars terug, en rekende met hen af.
19“หลังจากนั้นนานมาก นายของคนรับใช้เหล่านั้นกลับมา และชำระบัญชีกับพวกเขา
20En hij, die de vijf talenten had ontvangen, trad naar voren, bracht nog vijf andere talenten, en zeide: Heer, vijf talenten hebt ge mij gegeven; zie, nog vijf heb ik er bijgewonnen.
20คนที่ได้รับห้าตะลันต์นำอีกห้าตะลันต์มา และพูดว่า ‘ท่านมอบห้าตะลันต์ให้ข้าพเจ้า ดูสิ ข้าพเจ้าได้เพิ่มมาอีกห้าตะลันต์’
21Zijn meester sprak tot hem: Heel best, goede en trouwe knecht; over weinig zijt ge getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga binnen in de vreugde uws heren.
21“นายกล่าวกับเขาว่า ‘ดีมาก คนรับใช้ที่ดีและซื่อสัตย์ เจ้าซื่อสัตย์ในเรื่องเล็กน้อย เราจะให้เจ้าดูแลเรื่องมากมาย จงมาร่วมยินดีกับนายของเจ้า’
22Ook hij, die de twee talenten had ontvangen, trad naar voren, en zeide: Heer, twee talenten hebt ge mij gegeven: zie, nog twee heb ik er bijgewonnen.
22“คนที่ได้สองตะลันต์ก็มา และพูดว่า ‘ท่านมอบสองตะลันต์ให้ข้าพเจ้า ดูสิ ข้าพเจ้าได้เพิ่มมาอีกสองตะลันต์’
23Zijn meester sprak tot hem: Heel best, goede en trouwe knecht; over weinig zijt ge getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga binnen in de vreugde uws heren.
23“นายกล่าวกับเขาว่า ‘ดีมาก คนรับใช้ที่ดีและซื่อสัตย์ เจ้าซื่อสัตย์ในเรื่องเล็กน้อย เราจะให้เจ้าดูแลเรื่องมากมาย จงมาร่วมยินดีกับนายของเจ้า’
24Nu trad ook hij naar voren, die het éne talent had ontvangen. Hij zeide: Heer, ik weet, dat ge een streng man zijt; ge maait, waar ge niet hebt gezaaid, en oogst, waar ge niet hebt uitgestrooid.
24“ส่วนคนที่ได้รับหนึ่งตะลันต์ก็มา และพูดว่า ‘ข้าพเจ้ารู้ว่าท่านเป็นคนเข้มงวด เก็บเกี่ยวในที่ที่ท่านไม่ได้หว่าน และรวบรวมในที่ที่ท่านไม่ได้โปรย
25Ik was dus bang, en ben uw talent in de grond gaan begraven; zie, daar hebt ge het uwe terug.
25ข้าพเจ้ากลัว จึงไปซ่อนตะลันต์ของท่านไว้ในดิน นี่คือของของท่าน’
26Maar zijn meester antwoordde hem: Gij slechte en luie knecht; ge wist dat ik maai, waar ik niet heb gezaaid, en dat ik oogst, waar ik niet heb uitgestrooid.
26“แต่นายตอบเขาว่า ‘เจ้าคนรับใช้ชั่วและเกียจคร้าน เจ้ารู้ว่าเราเก็บเกี่ยวในที่ที่เราไม่ได้หว่าน และรวบรวมในที่ที่เราไม่ได้โปรย
27Ge hadt dus mijn geld bij de wisselaars moeten beleggen; dan zou ik het bij mijn komst met rente hebben teruggekregen.
27ถ้าอย่างนั้น เจ้าควรนำเงินของเราไปฝากไว้กับนายธนาคาร เมื่อเรากลับมา เราก็จะได้รับเงินของเราคืนพร้อมดอกเบี้ย
28Neemt dus het talent van hem af, en geeft het aan hem, die de tien talenten heeft.
28เพราะฉะนั้น จงเอาตะลันต์จากเขา แล้วให้แก่คนที่มีสิบตะลันต์
29Want wie heeft, aan hem zal worden gegeven, en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, hem zal ook nog ontnomen worden wat hij bezit.
29เพราะทุกคนที่มี จะได้รับเพิ่ม และจะมีอย่างเหลือเฟือ แต่คนที่ไม่มี แม้สิ่งที่เขามีก็จะถูกเอาไป
30Werpt den onbruikbaren knecht naar buiten de duisternis in; daar zal geween zijn, en gekners der tanden.
30ส่วนคนรับใช้ที่ไร้ประโยชน์นั้น จงโยนออกไปในความมืดภายนอก ที่นั่นจะมีการร้องไห้และขบเขี้ยวเคี้ยวฟัน’
31Wanneer dan de Mensenzoon in zijn heerlijkheid komt, en alle engelen met Hem, zal Hij plaats nemen op de troon zijner majesteit.
31“เมื่อบุตรมนุษย์มาในพระสิริของพระองค์ พร้อมกับเหล่าทูตสวรรค์ผู้บริสุทธิ์ทั้งหมด พระองค์จะนั่งบนบัลลังก์แห่งพระสิริของพระองค์
32En alle volkeren zullen vóór Hem worden vergaderd: maar Hij zal ze van elkander scheiden, zoals een herder scheiding maakt tussen schapen en bokken.
32ทุกชนชาติจะมารวมอยู่ต่อหน้าพระองค์ และพระองค์จะแยกพวกเขาออกจากกัน เหมือนผู้เลี้ยงแกะแยกแกะออกจากแพะ
33En de schapen zal Hij aan zijn rechterhand plaatsen, de bokken aan zijn linkerhand.
33พระองค์จะให้แกะอยู่ทางขวา และแพะอยู่ทางซ้าย
34Dan zal de Koning zeggen tot hen, die aan zijn rechterhand staan: Komt, gezegenden van mijn Vader; neemt bezit van het rijk, dat voor u is bereid van de grondvesting der wereld af.
34แล้วกษัตริย์จะกล่าวกับคนทางขวาว่า ‘มาเถอะ พวกคุณผู้ได้รับพรจากพระบิดาของเรา จงรับอาณาจักรที่เตรียมไว้สำหรับพวกคุณตั้งแต่การวางรากฐานของโลกเป็นมรดก
35Want Ik was hongerig, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik was dorstig, en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling, en gij naamt Mij op.
35เพราะเมื่อเราหิว พวกคุณให้อาหารเรา เมื่อเรากระหาย พวกคุณให้เราดื่ม เราเป็นคนแปลกหน้า พวกคุณก็ต้อนรับเรา
36Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; ziek, en gij hebt Mij bezocht: in de gevangenis, en gij zijt Mij komen bezoeken.
36เราเปลือยกาย พวกคุณก็ให้เสื้อผ้าเรา เราป่วย พวกคุณก็มาเยี่ยม เราอยู่ในคุก พวกคุณก็มาหาเรา’
37Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heer, wanneer zagen we U hongerig, en spijsden we U: of dorstig, en gaven we U te drinken?
37“แล้วคนชอบธรรมจะตอบพระองค์ว่า ‘องค์พระผู้เป็นเจ้า เมื่อไรที่พวกเราเห็นท่านหิวแล้วให้อาหาร หรือเห็นท่านกระหายแล้วให้ดื่ม?
38Wanneer zagen we U als vreemdeling, en namen U op; of naakt, en hebben we U gekleed?
38เมื่อไรที่พวกเราเห็นท่านเป็นคนแปลกหน้าแล้วต้อนรับ หรือเห็นท่านเปลือยกายแล้วให้เสื้อผ้า?
39Of wanneer zagen we U ziek of in de gevangenis, en zijn we tot U gekomen?
39เมื่อไรที่พวกเราเห็นท่านป่วย หรืออยู่ในคุก แล้วมาหาท่าน?’
40Dan zal de Koning hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: Wat gij voor één van mijn geringste broeders gedaan hebt, dat hebt gij voor Mij gedaan.
40“กษัตริย์จะตอบพวกเขาว่า ‘เราบอกความจริงแก่พวกคุณว่า เมื่อพวกคุณทำสิ่งนี้แก่พี่น้องของเราคนหนึ่ง แม้แต่คนที่เล็กน้อยที่สุด พวกคุณก็ทำแก่เรา’
41Maar dan zal Hij zeggen tot hen, die aan de linkerhand staan: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat bereid is voor den duivel en zijn engelen.
41แล้วพระองค์จะกล่าวกับคนทางซ้ายด้วยว่า ‘พวกเจ้าผู้ถูกสาป จงไปจากเรา เข้าสู่ไฟนิรันดร์ที่เตรียมไว้สำหรับมารและทูตสวรรค์ของมัน
42Want Ik was hongerig, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; dorstig, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven.
42เพราะเราหิว พวกเจ้าไม่ได้ให้อาหารเรา เรากระหาย พวกเจ้าไม่ได้ให้เราดื่ม
43Ik was vreemdeling, en gij naamt Mij niet op; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; ziek en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht.
43เราเป็นคนแปลกหน้า พวกเจ้าไม่ได้ต้อนรับ เราเปลือยกาย พวกเจ้าไม่ได้ให้เสื้อผ้า เราป่วยและอยู่ในคุก พวกเจ้าไม่ได้มาเยี่ยมเรา’
44Dan zullen ook zij antwoorden: Heer, wanneer zagen we U hongerig of dorstig, vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hielpen we U niet?
44“แล้วพวกเขาจะตอบว่า ‘องค์พระผู้เป็นเจ้า เมื่อไรที่พวกเราเห็นท่านหิว กระหาย เป็นคนแปลกหน้า เปลือยกาย ป่วย หรืออยู่ในคุก แล้วไม่ได้ช่วยท่าน?’
45Dan zal Hij hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u; wat gij niet hebt gedaan voor één van deze geringsten, dat hebt gij ook voor Mij niet gedaan.
45“แล้วพระองค์จะตอบพวกเขาว่า ‘เราบอกความจริงแก่พวกคุณว่า เมื่อพวกคุณไม่ได้ทำแก่คนหนึ่งในบรรดาคนที่เล็กน้อยที่สุดเหล่านี้ พวกคุณก็ไม่ได้ทำแก่เรา’
46Dan zullen zij gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.
46คนเหล่านี้จะไปรับการลงโทษนิรันดร์ แต่คนชอบธรรมจะเข้าสู่ชีวิตนิรันดร์”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.