Matteus
Chapter 21
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Freedom Bible (Thai)

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Toen zij Jerusalem naderden, en te Bétfage bij de Olijfberg waren gekomen, zond Jesus twee leerlingen vooruit,
1เมื่อ​พวกเขา​เข้าใกล้​กรุงเยรูซาเล็ม และ​มาถึง​เบธสฟาเก ที่​ภูเขามะกอกเทศ พระเยซู​จึง​ส่ง​สาวก​สองคน​ไป
2en zei tot hen: Gaat naar het dorp, dat tegenover u ligt; terstond zult gij er een ezelin vinden, die is vastgebonden. met een veulen erbij; maakt ze los en brengt ze Mij.
2และ​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “จง​เข้าไป​ใน​หมู่บ้าน​ที่อยู่​ตรงข้าม​พวกคุณ แล้ว​พวกคุณ​จะ​พบ​แม่ลา​ตัวหนึ่ง​ผูกอยู่​ทันที และ​มี​ลูกลา​อยู่​กับ​มัน จง​แก้​เชือก​แล้ว​พา​ทั้งสอง​มา​หา​เรา
3Zo iemand u een bemerking maakt, zegt hem dan: De Heer heeft ze nodig. En dadelijk zal hij ze laten gaan.
3ถ้า​ใคร​พูด​อะไร​กับ​พวกคุณ จง​บอก​ว่า ‘องค์พระผู้เป็นเจ้า​ต้องการ​ใช้​มัน’ แล้ว​เขา​จะ​ส่ง​มัน​มา​ทันที”
4Dit alles geschiedde, opdat vervuld zou worden, wat door den profeet was voorspeld:
4เหตุการณ์​ทั้งหมด​นี้​เกิด​ขึ้น เพื่อ​ให้​สิ่งที่​กล่าว​ไว้​ผ่าน​ผู้เผยพระวจนะ​สำเร็จ คือ
5“Zegt tot de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt naar u toe, Zachtmoedig, op een ezel gezeten, Op een veulen, het jong van een lastdier.”
5“จง​บอก​ธิดา​แห่ง​ศิโยน​ว่า กษัตริย์​ของ​เจ้า​กำลัง​มา​หา​เจ้า พระองค์​ถ่อม​ตน และ​นั่ง​บน​ลา บน​ลูกลา ลูก​ของ​แม่ลา”
6De leerlingen gingen heen, en deden wat Jesus hun bevolen had.
6สาวก​ทั้งสอง​ก็​ไป และ​ทำ​ตามที่​พระเยซู​สั่ง
7Ze brachten de ezelin met het veulen mee, legden er hun mantels op, en Hij zette Zich daarop neer.
7พวกเขา​พา​แม่ลา​กับ​ลูกลา​มา เอา​เสื้อผ้า​ของ​ตน​ปู​บน​มัน แล้ว​พระองค์​นั่ง​บน​เสื้อผ้า​เหล่านั้น
8Nu spreidde het talrijke volk zijn mantels uit over de weg; anderen sneden takken van de bomen, en strooiden ze op de weg.
8ฝูงชน​จำนวนมาก​เอา​เสื้อผ้า​ของ​ตน​ปู​บน​ถนน ส่วน​คนอื่น ๆ​ตัด​กิ่งไม้​จาก​ต้นไม้​มา​ปู​บน​ถนน
9En de scharen, die voorop gingen en volgden, riepen uit: Hosanna den Zoon van David; Gezegend die komt in de naam des Heren; Hosanna in den hogen!
9ฝูงชน​ที่​เดิน​นำหน้า​พระองค์ และ​คน​ที่​ตามมา ต่าง​ร้อง​ว่า “โฮซันนา แด่​บุตร​ของ​ดาวิด! ผู้​ที่​มา​ใน​พระนาม​ของ​องค์พระผู้เป็นเจ้า​ย่อม​เป็นสุข! โฮซันนา​ใน​ที่สูงสุด!”
10En toen Hij Jerusalem was binnengereden, kwam de hele stad in beroering, en men zeide: Wie is dat?
10เมื่อ​พระองค์​เข้า​กรุงเยรูซาเล็ม ทั้งเมือง​ก็​เกิด​ความโกลาหล และ​ถาม​กัน​ว่า “คนนี้​คือ​ใคร?”
11De scharen antwoordden: Dat is Jesus, de profeet van Názaret in Galilea.
11ฝูงชน​ตอบ​ว่า “นี่​คือ​ผู้เผยพระวจนะ​เยซู จาก​นาซาเร็ธ​ใน​แคว้นกาลิลี”
12Jesus trad de tempel binnen, dreef er allen uit, die in de tempel verkochten en kochten, en smeet de tafels van de wisselaars en de stoelen der duivenverkopers omver.
12พระเยซู​เข้าไป​ใน​พระวิหาร​ของ​พระเจ้า และ​ขับไล่​ทุกคน​ที่​ซื้อขาย​อยู่​ใน​พระวิหาร พระองค์​คว่ำ​โต๊ะ​ของ​คนแลกเงิน และ​ที่นั่ง​ของ​คนขาย​นกพิราบ
13Hij sprak tot hen: Er staat geschreven: “Mijn huis zal heten een huis van gebed; maar gij hebt er een rovershol van gemaakt”.
13พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “มี​เขียน​ไว้​ว่า ‘บ้าน​ของ​เรา​จะ​ได้ชื่อว่า​เป็น​บ้าน​แห่ง​การอธิษฐาน’ แต่​พวกคุณ​กลับ​ทำ​ให้​มัน​เป็น​รัง​ของ​พวกโจร!”
14En er kwamen blinden en kreupelen in de tempel naar Hem toe, en Hij genas ze.
14คนตาบอด​และ​คนขาพิการ​มา​หา​พระองค์​ใน​พระวิหาร และ​พระองค์​รักษา​พวกเขา
15Toen de opperpriesters en schriftgeleerden de wonderen zagen die Hij verrichtte, en de knapen die in de tempel riepen: “Hosanna den Zoon van David”, werden ze verontwaardigd.
15แต่​เมื่อ​หัวหน้า​ปุโรหิต​และ​พวกอาลักษณ์​เห็น​สิ่งมหัศจรรย์​ที่​พระองค์​ทำ และ​เห็น​เด็ก ๆ​ร้อง​ใน​พระวิหาร​ว่า “โฮซันนา​แด่​บุตร​ของ​ดาวิด!” พวกเขา​ก็​ไม่​พอใจ​อย่าง​ยิ่ง
16Ze zeiden tot Hem: Hoort Gij niet, wat ze roepen? Jesus antwoordde hun: Zeker; hebt gij nooit gelezen: “Uit de mond van kind en zuigeling stemt Gij U een loflied aan?”
16และ​ถาม​พระองค์​ว่า “ท่าน​ได้ยิน​สิ่งที่​เด็กเหล่านี้​พูด​หรือ?” พระเยซู​ตอบ​พวกเขา​ว่า “ได้ยิน พวกคุณ​ไม่เคย​อ่าน​หรือ​ว่า ‘พระองค์​ทำ​ให้​คำสรรเสริญ​จาก​ปาก​เด็ก​และ​ทารก​ที่​ยัง​กินนม​สมบูรณ์’?”
17Hij liet hen staan, ging de stad uit naar Betánië, en overnachtte daar.
17แล้ว​พระองค์​จาก​พวกเขา ออก​จาก​เมือง​ไป​เบธานี และ​พัก​ที่นั่น
18Toen Hij de volgende morgen naar de stad terugkeerde, kreeg Hij honger.
18เช้าวันรุ่งขึ้น ขณะ​พระองค์​กลับ​เข้า​เมือง พระองค์​หิว
19Hij zag een vijgeboom langs de weg, en ging er heen; maar hij vond er niets dan bladeren aan. Hij sprak: Nooit in der eeuwigheid komen er nog vruchten aan u. Terstond verdorde de vijgeboom.
19เมื่อ​เห็น​ต้นมะเดื่อ​ต้นหนึ่ง​อยู่​ริมทาง พระองค์​เข้าไป​หา แต่​ไม่พบ​อะไร​นอกจาก​ใบ พระองค์​กล่าว​กับ​ต้นนั้น​ว่า “อย่า​ออก​ผล​อีก​ตลอดไป!” ทันใดนั้น ต้นมะเดื่อ​ก็​เหี่ยวแห้ง
20De leerlingen, die dit zagen, waren verwonderd, en zeiden: Hoe is de vijgeboom zo eensklaps verdord?
20เมื่อ​สาวก​เห็น​ก็​ประหลาดใจ และ​ถาม​ว่า “ทำไม​ต้นมะเดื่อ​ถึง​เหี่ยวแห้ง​ทันที​อย่างนี้?”
21Jesus antwoordde hun: Voorwaar. Ik zeg u: Zo gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij dit niet alleen met de vijgeboom doen, maar zelfs als gij tot deze berg zult zeggen: “Hef u op en werp u in zee”, dan zal het gebeuren.
21พระเยซู​ตอบ​พวกเขา​ว่า “เรา​บอก​ความจริง​แก่​พวกคุณ​ว่า ถ้า​พวกคุณ​มี​ความเชื่อ และ​ไม่​สงสัย พวกคุณ​จะ​ไม่เพียง​ทำ​สิ่งที่​เกิด​กับ​ต้นมะเดื่อ​นี้​ได้ แต่​ถึงแม้​พวกคุณ​จะ​บอก​ภูเขา​ลูกนี้​ว่า ‘จง​ถูก​ยก​ขึ้น และ​โยน​ลง​ใน​ทะเล’ ก็​จะ​เป็น​เช่นนั้น
22En al wat gij in uw gebed met geloof zult vragen, zult gij verkrijgen.
22ทุกสิ่ง​ที่​พวกคุณ​ขอ​ด้วย​ความเชื่อ​ใน​การอธิษฐาน พวกคุณ​จะ​ได้รับ”
23Toen Hij daarna in de tempel gekomen was, en daar leerde, traden de oversten der priesters en de oudsten van het volk op Hem toe, en zeiden: Met welk recht doet Gij dit alles; en wie heeft U dit recht gegeven?
23เมื่อ​พระองค์​เข้า​พระวิหาร หัวหน้า​ปุโรหิต​กับ​ผู้อาวุโส​ของ​ประชาชน​มา​หา​พระองค์​ขณะ​กำลัง​สอน และ​ถาม​ว่า “ท่าน​ทำ​สิ่งเหล่านี้​ด้วย​อำนาจ​อะไร? ใคร​ให้​อำนาจ​นี้​แก่​ท่าน?”
24Jesus antwoordde hun: Ook Ik zal u een vraag stellen; zo gij er Mij op antwoordt, zal ook Ik u zeggen, met welk recht Ik dit alles doe.
24พระเยซู​ตอบ​พวกเขา​ว่า “เรา​ก็​จะ​ถาม​พวกคุณ​หนึ่งคำถาม ถ้า​พวกคุณ​ตอบ เรา​ก็​จะ​บอก​พวกคุณ​เช่นกัน​ว่า​เรา​ทำ​สิ่งเหล่านี้​ด้วย​อำนาจ​อะไร
25Waar was het doopsel van Johannes vandaan; van de hemel of van de mensen? Ze overlegden bij zichzelf:
25การ​รับ​บัพติศมา​ของ​ยอห์น​มา​จาก​ไหน? จาก​สวรรค์ หรือ​จาก​มนุษย์?” พวกเขา​ปรึกษา​กัน​ว่า “ถ้า​เรา​ตอบ​ว่า ‘จาก​สวรรค์’ เขา​จะ​ถาม​เรา​ว่า ‘ถ้าอย่างนั้น ทำไม​พวกคุณ​จึง​ไม่​เชื่อ​เขา?’
26Als we zeggen: “van de hemel”, dan zal Hij ons toevoegen: “Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?” Zeggen we: “van de mensen”, dan hebben we het volk te vrezen: want allen houden Johannes voor een profeet.
26แต่​ถ้า​เรา​ตอบ​ว่า ‘จาก​มนุษย์’ เรา​ก็​กลัว​ฝูงชน เพราะ​ทุกคน​ถือว่า​ยอห์น​เป็น​ผู้เผยพระวจนะ”
27Ze gaven dus Jesus ten antwoord: We weten het niet. Nu sprak Hij tot hen eveneens: Dan zeg Ik u evenmin, met welk recht Ik dit alles doe.
27พวกเขา​จึง​ตอบ​พระเยซู​ว่า “พวกเรา​ไม่รู้” พระองค์​จึง​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เรา​ก็​จะ​ไม่​บอก​พวกคุณ​เช่นกัน​ว่า​เรา​ทำ​สิ่งเหล่านี้​ด้วย​อำนาจ​อะไร
28Wat dunkt u? Iemand had twee zonen. Hij ging naar den eerste en sprak: Mijn zoon, ga vandaag in mijn wijngaard werken.
28“แต่​พวกคุณ​คิด​อย่างไร? ชาย​คนหนึ่ง​มี​ลูกชาย​สองคน เขา​ไป​หา​คนแรก และ​พูด​ว่า ‘ลูกเอ๋ย วันนี้​จง​ไป​ทำงาน​ใน​สวนองุ่น​ของ​พ่อ’
29Deze antwoordde: Ik ga, heer; maar hij ging niet.
29ลูก​ตอบ​ว่า ‘ไม่ไป’ แต่​ภายหลัง​ก็​เปลี่ยนใจ และ​ไป
30Hij kwam bij den ander, en zei hetzelfde. Deze antwoordde: Ik wil niet; maar later kwam hij tot inkeer en ging.
30พ่อ​ไป​หา​คนที่สอง และ​พูด​แบบเดียวกัน เขา​ตอบ​ว่า ‘ไปครับ’ แต่​ไม่ได้​ไป
31Wie van de twee heeft de wil van zijn vader volbracht? Ze zeiden: De laatste. Jesus sprak tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: De tollenaars en zondaressen zullen eerder in het rijk Gods binnengaan dan gij.
31ใน​สองคนนี้ ใคร​ทำ​ตาม​ความประสงค์​ของ​พ่อ?” พวกเขา​ตอบ​ว่า “คนแรก” พระเยซู​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เรา​บอก​ความจริง​แก่​พวกคุณ​ว่า คนเก็บภาษี​และ​หญิงโสเภณี​กำลัง​เข้า​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​ก่อน​พวกคุณ
32Want Johannes kwam tot u langs de weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en zondaressen hebben hem wel geloofd. En zelfs toen gij dit hebt gezien, zijt gij nog niet tot inkeer gekomen, en in hem gaan geloven.
32เพราะ​ยอห์น​มา​หา​พวกคุณ​ตาม​ทาง​แห่ง​ความชอบธรรม แต่​พวกคุณ​ไม่​เชื่อ​เขา ส่วน​คนเก็บภาษี​และ​หญิงโสเภณี​เชื่อ​เขา แม้​พวกคุณ​เห็น​แล้ว ภายหลัง​ก็​ยัง​ไม่​กลับใจ​เพื่อ​จะ​เชื่อ​เขา
33Luistert naar een andere gelijkenis: Er was een huisvader, die een wijngaard plantte; hij omringde hem met een muur, groef er een wijnpers in, en bouwde er een toren op. Daarna verpachtte hij hem aan landbouwers, en vertrok naar het buitenland.
33“จง​ฟัง​อุปมา​อีกเรื่องหนึ่ง ชาย​เจ้าของบ้าน​คนหนึ่ง​ปลูก​สวนองุ่น ทำ​รั้ว​ล้อม ขุด​บ่อย่ำองุ่น​ไว้​ใน​สวน สร้าง​หอคอย แล้ว​ให้​ชาวไร่​เช่า ก่อน​จะ​เดินทาง​ไป​ต่างประเทศ
34Toen nu de tijd van de oogst was gekomen, zond hij zijn dienaars naar de landbouwers, om de hem verschuldigde vruchten in ontvangst te nemen.
34เมื่อ​ใกล้​ถึง​ฤดู​เก็บผล เขา​ส่ง​คนรับใช้​ไป​หา​ชาวไร่ เพื่อ​รับ​ผลผลิต​ของ​เขา
35Maar de landbouwers grepen zijn dienaars vast; den een sloegen ze, een ander doodden, een derde stenigden ze.
35ชาวไร่​จับ​คนรับใช้​ของ​เขา คนหนึ่ง​ถูก​ตี อีกคน​ถูก​ฆ่า และ​อีกคน​ถูก​เอา​หิน​ขว้าง
36Weer zond hij andere dienaars, talrijker nog dan de vorige; en ze behandelden hen op dezelfde wijze.
36เขา​ส่ง​คนรับใช้​ชุดอื่น​ไป​อีก มากกว่า​ครั้งแรก แต่​ชาวไร่​ก็​ทำ​กับ​พวกเขา​แบบเดียวกัน
37Ten laatste zond hij zijn zoon tot hen; want hij sprak: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben.
37ในที่สุด เขา​ส่ง​ลูกชาย​ของ​ตน​ไป​หา​พวกเขา โดย​คิด​ว่า ‘พวกเขา​จะ​ให้เกียรติ​ลูกชาย​ของ​เรา’
38Maar toen de landbouwers den zoon zagen komen, zeiden ze onder elkaar: Dat is de erfgenaam; komt, laten we hem doden; dan zullen wij zijn erfenis krijgen.
38แต่​เมื่อ​ชาวไร่​เห็น​ลูกชาย พวกเขา​พูด​กัน​ว่า ‘นี่​คือ​ทายาท มา​เถอะ ให้​เรา​ฆ่า​เขา แล้ว​ยึด​มรดก​ของ​เขา’
39Ze grepen hem vast, wierpen hem buiten de wijngaard, en doodden hem.
39พวกเขา​จึง​จับ​เขา โยน​ออก​นอก​สวนองุ่น แล้ว​ฆ่า​เขา
40Wanneer nu de heer van de wijngaard terugkomt, wat zal hij dan met die landbouwers doen?
40เพราะฉะนั้น เมื่อ​เจ้าของ​สวนองุ่น​มา เขา​จะ​ทำ​อย่างไร​กับ​ชาวไร่​เหล่านั้น?”
41Ze zeiden: Hij zal de booswichten een schrikkelijke dood doen sterven, en zijn wijngaard aan andere landbouwers verpachten, die hem te rechter tijd de vruchten brengen.
41พวกเขา​ตอบ​พระองค์​ว่า “เขา​จะ​ทำลาย​คนชั่ว​เหล่านั้น​อย่าง​ย่อยยับ และ​จะ​ให้​ชาวไร่​คนอื่น​เช่า​สวน ซึ่ง​จะ​ส่งมอบ​ผลผลิต​ให้​เขา​ตาม​ฤดูกาล”
42Jesus sprak tot hen: Hebt gij niet in de Schriften gelezen: “De steen, die de bouwlieden hebben verworpen, Is de hoeksteen geworden; De Heer heeft het gedaan: Een wonder is het in onze ogen.”
42พระเยซู​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “พวกคุณ​ไม่เคย​อ่าน​ใน​พระคัมภีร์​หรือ​ว่า ‘ศิลา​ที่​ช่างก่อสร้าง​ปฏิเสธ ได้​กลาย​เป็น​ศิลา​หัวมุม สิ่งนี้​มา​จาก​องค์พระผู้เป็นเจ้า และ​เป็น​สิ่ง​มหัศจรรย์​ใน​สายตา​ของ​พวกเรา’?”
43Daarom zeg Ik u: Het rijk Gods zal u ontnomen worden, en aan een volk worden gegeven, dat er de vruchten van opbrengt.
43“เพราะฉะนั้น เรา​บอก​พวกคุณ​ว่า อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​จะ​ถูก​เอา​ไป​จาก​พวกคุณ และ​มอบ​ให้​ชนชาติ​ที่​ทำ​ให้​เกิด​ผล​ของ​อาณาจักร
44En wie valt op deze steen, zal worden verbrijzeld; en op wien hij valt, dien zal hij verpletteren.
44ผู้​ที่​ล้ม​ลง​บน​ศิลา​ก้อนนี้​จะ​แตก​เป็น​ชิ้น ๆ แต่​ถ้า​ศิลา​นี้​ตก​ทับ​ใคร ก็​จะ​ทำ​ให้​คนนั้น​แหลก​เป็น​ผง”
45Toen de opperpriesters en de farizeën zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze, dat Hij hèn had bedoeld.
45เมื่อ​หัวหน้า​ปุโรหิต​และ​พวกฟาริสี​ได้ยิน​อุปมา​ของ​พระองค์ พวกเขา​ก็​รู้ว่า​พระองค์​กล่าว​ถึง​พวกเขา
46Ze zochten zich van Hem meester te maken, maar waren bang voor het volk; want men hield Hem voor een profeet.
46พวกเขา​อยาก​จับ​พระองค์ แต่​กลัว​ฝูงชน เพราะ​ประชาชน​ถือว่า​พระองค์​เป็น​ผู้เผยพระวจนะ

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.