Hosea 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1“Komt, laat ons teruggaan tot Jahweh!” Want Hij verscheurt, maar Hij zal ons genezen, Hij slaat, maar Hij zal ons verbinden;
1[In tribulatione sua mane consurgent ad me: Venite, et revertamur ad Dominum,
2Na twee dagen zal Hij ons doen herleven, De derde dag doen verrijzen, opdat wij leven voor zijn aanschijn!
2quia ipse cepit, et sanabit nos; percutiet, et curabit nos.
3Laat ons Jahweh kennen, Hem ijverig zoeken! Zodra wij Hem zoeken, vinden wij Hem: Dan komt Hij tot ons als een milde regen, Als een lentebui, die de aarde drenkt!
3Vivificabit nos post duos dies; in die tertia suscitabit nos, et vivemus in conspectu ejus. Sciemus, sequemurque ut cognoscamus Dominum: quasi diluculum præparatus est egressus ejus, et veniet quasi imber nobis temporaneus et serotinus terræ.
4Efraïm, wat zal Ik u doen, Juda, hoe met u handelen? Uw vroomheid is als een morgenwolk, Vergankelijk als de ochtenddauw!
4Quid faciam tibi, Ephraim? quid faciam tibi, Juda? misericordia vestra quasi nubes matutina, et quasi ros mane pertransiens.
5Daarom heb Ik er op ingeslagen door de profeten, Ze gedood door de woorden van mijn mond; Is mijn gericht als het licht Te voorschijn getreden.
5Propter hoc dolavi in prophetis; occidi eos in verbis oris mei: et judicia tua quasi lux egredientur.
6Want vroomheid wil Ik, geen offers; Kennis van God liever dan offeranden.
6Quia misericordiam volui, et non sacrificium; et scientiam Dei plus quam holocausta.
7Maar laaghartig hebben zij mijn verbond overtreden, En zijn Mij toen ontrouw geworden.
7Ipsi autem sicut Adam transgressi sunt pactum: ibi prævaricati sunt in me.
8Gilad is een vesting van schurken, Vol bloedige sporen;
8Galaad civitas operantium idolum, supplantata sanguine.
9Als een roverbende De priesterschaar! Op de weg naar Sikem wordt gemoord, Worden boze plannen gesmeed;
9Et quasi fauces virorum latronum, particeps sacerdotum, in via interficientium pergentes de Sichem: quia scelus operati sunt.
10In Betel heb Ik gruwelen aanschouwd: Daar heeft Efraïm ontucht bedreven. Israël heeft zich bezoedeld;
10In domo Israël vidi horrendum: ibi fornicationes Ephraim, contaminatus est Israël.
11Juda, ook u is een oogst weggelegd: Al zou Ik het lot van mijn volk ten beste keren, En Israël willen genezen!
11Sed et Juda, pone messem tibi, cum convertero captivitatem populi mei.]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.