Hebreeen 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Het geloof is een vaste grond voor wat men hoopt; een overtuiging over dingen, die men niet ziet.
1Ora, a fé é a certeza daquilo que esperamos, a prova das coisas que não se veem.
2Om het geloof zijn de Ouden met ere vermeld;
2Pois por meio dela os antigos foram aprovados.
3hierdoor ook erkennen we, dat de wereld door Gods Woord is geschapen, dat het zichtbare uit het Onzichtbare is ontstaan.
3Pela fé entendemos que o universo foi formado pela palavra de Deus, de modo que o que se vê não foi feito do que é visível.
4Door het geloof heeft Abel meer dan Kaïn aan God een voortreffelijk offer gebracht. Daardoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was; want om zijn gave heeft God zelf dit betuigd. Door het geloof spreekt hij ook nog na zijn dood.
4Pela fé Abel ofereceu a Deus um sacrifício mais excelente do que Caim. Por meio desse sacrifício recebeu o testemunho de que era justo, pois Deus testemunhou a respeito de suas ofertas; e, por meio disso, mesmo morto, ele ainda fala.
5Door het geloof werd Henok opgenomen, zodat hij de dood niet heeft gezien; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem opgenomen had. Want voordat hij opgenomen werd, is van hem getuigd, dat hij welgevallig was aan God.
5Pela fé Enoque foi levado, para que não visse a morte, e não foi encontrado, porque Deus o levou. Pois antes de ser levado, ele recebeu o testemunho de que havia agradado a Deus.
6Welnu, zonder geloof is het onmogelijk, welgevallig te zijn; want wie tot God wil naderen, moet geloven, dat Hij bestaat, en Beloner is voor hen, die Hem zoeken.
6Sem fé é impossível agradar a Deus, pois aquele que se aproxima dele deve crer que ele existe e que recompensa os que o buscam.
7Door het geloof heeft Noë, toen hem geopenbaard werd, wat nog niet was te zien, dit ter harte genomen, en tot redding van zijn huis de ark gebouwd; waardoor hij de wereld veroordeelde, en deelachtig werd aan de gerechtigheid door het geloof.
7Pela fé Noé, sendo avisado sobre coisas que ainda não se viam, movido por santo temor, preparou uma arca para a salvação de sua família, por meio da qual ele condenou o mundo e se tornou herdeiro da justiça que vem segundo a fé.
8Door het geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam uit naar de plaats, die hij tot erfdeel zou ontvangen; hij vertrok. zonder te weten, waarheen hij ging.
8Pela fé Abraão, quando foi chamado, obedeceu e saiu para o lugar que haveria de receber como herança. Ele saiu, sem saber para onde ia.
9Door het geloof vestigde hij zich in het land der beloften als in den vreemde, en woonde daar in tenten tezamen met Isaäk en Jakob, de medeërfgenamen derzelfde belofte;
9Pela fé ele viveu como estrangeiro na terra da promessa, como em uma terra que não era sua, habitando em tendas com Isaque e Jacó, coerdeiros com ele da mesma promessa.
10want hij wachtte op de stad met grondslagen, wier kunstenaar en bouwheer God is.
10Pois ele esperava a cidade que tem alicerces, cujo arquiteto e construtor é Deus.
11Door het geloof heeft zelfs Sara, en nog wel boven de bepaalde leeftijd, de kracht tot zwangerschap ontvangen, omdat ze Hem, die het beloofd had, voor getrouw heeft gehouden.
11Pela fé a própria Sara recebeu poder para conceber, e deu à luz um filho quando já havia passado da idade, pois considerou fiel aquele que havia prometido.
12Daarom ook is uit één man, en nog wel uit een, die afgeleefd was, een geslacht ontsproten, talrijk als de sterren aan de hemel en als het ontelbare zand aan het strand van de zee.
12Portanto, de um só homem, e este já praticamente morto, foram gerados descendentes tão numerosos como as estrelas do céu e inumeráveis como a areia que está na praia do mar.
13In het geloof zijn ze allen gestorven, zonder het beloofde te hebben ontvangen; maar ze hebben het slechts gezien en begroet uit de verte, en beleden, dat ze vreemdelingen zijn en zwervelingen op aarde.
13Todos estes morreram na fé, sem ter recebido as promessas, mas tendo-as visto de longe e as abraçado, e tendo confessado que eram estrangeiros e peregrinos na terra.
14Waarlijk, die zó iets zeggen, tonen wel degelijk, op zoek te zijn naar een vaderland.
14Pois os que dizem tais coisas deixam claro que estão buscando uma pátria para si.
15En zo ze daarbij gedacht hadden aan het land, dat ze waren uitgetrokken, dan hadden ze tijd genoeg gehad, om daarheen terug te keren;
15Se, de fato, estivessem pensando naquela pátria de onde saíram, teriam tido tempo suficiente para voltar.
16maar feitelijk hebben ze naar een beter gesmacht, naar het hemelse. Daarom schaamt God Zich niet, hun God te worden genoemd; want Hij heeft voor hen een stad bereid.
16Mas agora eles desejam uma pátria melhor, isto é, uma celestial. Portanto, Deus não se envergonha de ser chamado o Deus deles, pois preparou uma cidade para eles.
17Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaäk opgeofferd en zijn ééngeborene opgedragen,
17Pela fé, Abraão, sendo provado, ofereceu Isaque. Sim, aquele que havia recebido as promessas com alegria estava oferecendo o seu filho unigênito,
18ofschoon hij de belofte had ontvangen, en tot hem was gezegd: “In Isaäk zal uw naam worden voortgeplant.”
18a quem foi dito: “A sua descendência será considerada a partir de Isaque,”
19Want hij was overtuigd, dat God machtig was, hem op te wekken zelfs uit de doden; vanwaar hij hem dan ook, om zo te zeggen, terug heeft ontvangen.
19concluindo que Deus é poderoso para ressuscitar até mesmo dentre os mortos. Figurativamente falando, ele também o recebeu de volta dentre os mortos.
20Door het geloof heeft Isaäk een zegening uitgesproken over Jakob en Esau, zelfs met betrekking tot de toekomstige dingen.
20Pela fé Isaque abençoou Jacó e Esaú também a respeito das coisas que estavam por vir.
21Door het geloof heeft de stervende Jakob beide zonen van Josef gezegend, en bad hij, steunend op de knop van zijn staf.
21Pela fé Jacó, quando estava morrendo, abençoou cada um dos filhos de José, e adorou, apoiando-se no topo do seu cajado.
22Door het geloof heeft Josef bij zijn sterven nog aan de uittocht der zonen Israëls gedacht, en bevelen gegeven met betrekking tot zijn gebeente.
22Pela fé José, quando o seu fim estava próximo, fez menção da saída dos filhos de Israel e deu instruções a respeito dos seus ossos.
23Door het geloof werd Moses na zijn geboorte drie maanden lang door zijn ouders verborgen, daar ze zagen, “dat het knaapje schoon was;” en ze hebben het bevel van den koning niet gevreesd.
23Pela fé Moisés, quando nasceu, foi escondido por três meses por seus pais, porque viram que ele era um menino formoso; e eles não tiveram medo do mandamento do rei.
24Door het geloof heeft Moses, toen hij groot was geworden, geweigerd, den zoon van Fárao’s dochter te heten,
24Pela fé Moisés, quando já era adulto, recusou ser chamado filho da filha de Faraó,
25en wilde hij liever smaad lijden met Gods volk dan een vergankelijk voordeel trekken uit de zonde;
25escolhendo antes ser maltratado com o povo de Deus do que desfrutar dos prazeres do pecado por algum tempo,
26hij stelde de smaad van Christus boven de schatten van Egypte, want hij hield het oog op de beloning gevestigd.
26considerando o opróbrio de Cristo riquezas maiores do que os tesouros do Egito, pois tinha os olhos na recompensa.
27Door het geloof verliet hij Egypte zonder de toorn van den koning te vrezen; want hij stond pal, daar hij als het ware den Onzichtbare had gezien.
27Pela fé ele deixou o Egito, não temendo a ira do rei; pois ele perseverou, como quem vê aquele que é invisível.
28Door het geloof heeft hij het Pascha verordend en het bestrijken met bloed, opdat de verderver hun eerstgeborenen niet zou treffen.
28Pela fé ele celebrou a Páscoa e a aspersão do sangue, para que o destruidor dos primogênitos não tocasse neles.
29Door het geloof zijn ze de Rode Zee doorgetrokken als door het droge; toen de Egyptenaren het beproefden, verdronken ze.
29Pela fé eles passaram pelo Mar Vermelho como em terra seca. Quando os egípcios tentaram fazer o mesmo, foram engolidos.
30Door het geloof vielen de muren van Jéricho om na een rondgang van zeven dagen.
30Pela fé as muralhas de Jericó caíram, depois de terem sido rodeadas por sete dias.
31Door het geloof kwam de ontuchtige Rachab niet met de ongehoorzamen om, daar ze de verspieders in vrede ontving.
31Pela fé Raabe, a prostituta, não pereceu com os desobedientes, tendo recebido os espiões em paz.
32En wat zal ik nog zeggen? De tijd zou me ontbreken, zo ik verhalen ging van Gédeon, Barak, Samson, Jefte, David, Samuël en de Profeten.
32E o que mais direi? Pois me faltaria tempo para falar de Gideão, Baraque, Sansão, Jefté, Davi, Samuel e os profetas—
33Door het geloof hebben ze koninkrijken overweldigd, gerechtigheid uitgeoefend, beloften zien vervullen, leeuwenmuilen gestopt;
33os quais, por meio da fé, subjugaram reinos, praticaram a justiça, alcançaram promessas, fecharam as bocas de leões,
34hebben ze het geweld van het vuur geblust, de scherpte van het zwaard kunnen ontgaan, nieuwe krachten na zwakheid bekomen, sterkte ontvangen in de strijd, heirscharen van vreemden doen wijken.
34apagaram o poder do fogo, escaparam do fio da espada, passaram da fraqueza à força, tornaram-se poderosos na guerra e puseram em fuga exércitos estrangeiros.
35Vrouwen ontvingen haar doden door opstanding terug. Anderen lieten zich folteren en namen de vrijspraak niet aan, om een betere opstanding te bekomen.
35Mulheres receberam seus mortos pela ressurreição. Outros foram torturados, não aceitando o seu livramento, para que pudessem alcançar uma ressurreição melhor.
36Anderen weer leden bespotting en geseling, boeien zelfs en gevangenis;
36Outros foram provados por zombarias e açoites, e ainda por correntes e prisões.
37ze werden gestenigd, door midden gezaagd, op de pijnbank beproefd, door het moordend zwaard gedood. Ze zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, verlaten, verdrukt en mishandeld:
37Foram apedrejados. Foram serrados ao meio. Foram tentados. Foram mortos ao fio da espada. Andaram vestidos de peles de ovelhas e de peles de cabras; necessitados, afligidos e maltratados—
38de wereld was hunner niet waardig; dus doolden ze rond in woestijnen en bergen, spelonken en holen.
38dos quais o mundo não era digno—vagando por desertos, montanhas, cavernas e buracos da terra.
39En toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan. ofschoon ze om hun geloof met ere worden vermeld.
39Todos estes receberam aprovação por sua fé, mas não receberam a promessa,
40Want daar God voor ons iets beters beschikt had, mochten zij niet zonder ons tot verheerlijking komen.
40pois Deus havia provido algo melhor para nós, para que, sem nós, eles não fossem aperfeiçoados.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.