Haggai 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1In de zevende maand, de een en twintigste dag van de maand, werd het woord van Jahweh door den profeet Aggeüs verkondigd!
1第七の月の二十一日に、主の言葉が預言者ハガイを通して臨んだ。
2Spreek tot Zorobabel, den zoon van Salatiël en landvoogd van Juda, tot Jehosjóea, den hogepriester en zoon van Jehosadak, en tot al het overige volk:
2「今、シェアルティエルの子でユダの総督であるゼルバベルと、エホツァダクの子で大祭司であるヨシュアと、民の残りの者に告げよ。
3Wie is er nog onder u, die dit huis in zijn vroegere glorie heeft aanschouwd; en hoe ziet ge het nu? Is het niet in vergelijking daarmee als niets in uw ogen?
3『あなたがたのうち、かつてこの家の栄光を見た者で、今も残っているのはだれか。今、この家はどう見えるか。あなたがたの目には、無に等しいではないか。
4En toch, houd moed, Zorobabel, is de godsspraak van Jahweh; houd moed, Jehosjóea, hogepriester en zoon van Jehosadak; houdt moed, gij allen, volk van het land, is de godsspraak van Jahweh! Werkt voort, want Ik blijf met u, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!
4しかし今、ゼルバベルよ、強くあれ』と主は言われる。『エホツァダクの子で大祭司であるヨシュアよ、強くあれ。この地のすべての民よ、強くあれ』と主は言われる。『働け。私はあなたがたとともにいるからだ』と万軍の主は言われる。
5Ik heb u beloofd bij uw uittocht uit Egypte: Mijn geest blijft in uw midden; ge behoeft niet te vrezen!
5『あなたがたがエジプトから出た時、私はこの言葉をもってあなたがたと契約を結んだ。私の霊はあなたがたの間にとどまっている。恐れるな。』
6Want zo spreekt Jahweh der heirscharen: Nog eenmaal, binnen korte tijd, Zal Ik de hemel en aarde beroeren, De zee en het droge;
6万軍の主はこう言われる。『あとしばらくすれば、もう一度、私は天と地、海と乾いた地を揺り動かす。
7Ik zal alle volken beroeren, En de schatten van alle volken komen hierheen. Ik zal dit huis met glorie vervullen, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen.
7私はすべての国々を揺り動かす。すると、諸国の宝が来る。私はこの家を栄光で満たす』と万軍の主は言われる。
8Van Mij is het zilver, Van Mij is het goud: Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!
8『銀は私のもの、金も私のものだ』と万軍の主は言われる。
9De glorie van dit tweede huis Zal groter zijn dan die van het eerste, Spreekt Jahweh der heirscharen: In deze plaats zal Ik vrede geven, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!
9『後に現れるこの家の栄光は、以前の栄光よりも大きくなる』と万軍の主は言われる。『この場所に私は平和を与える』と万軍の主は言われる。」
10Op de vier en twintigste dag van de negende maand, in het tweede jaar van Darius, werd het woord van Jahweh door den profeet Aggeus verkondigd:
10ダレイオスの第二年、第九の月の二十四日に、主の言葉が預言者ハガイに臨んだ。
11Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Vraag aan de priesters een uitspraak:
11「万軍の主はこう言われる。『祭司たちに律法について尋ねよ。
12Wanneer iemand heilig vlees in de slip van zijn mantel draagt, en met die slip brood, moes, wijn, olie of een andere spijs aanraakt: zal dit dan worden geheiligd? De priesters gaven ten antwoord: Neen!
12だれかが衣の裾に聖なる肉を包んで運び、その裾がパン、煮物、ぶどう酒、油、または何かの食物に触れたなら、それは聖なるものになるか。』」 祭司たちは「なりません」と答えた。
13Aggeus vervolgde: Maar zo hij zich aan een lijk heeft verontreinigd, en een van die dingen aanraakt: is het dan onrein? De priesters antwoordden: Dan is het onrein!
13そこでハガイは言った。「死体によって汚れた者が、これらのいずれかに触れたなら、それは汚れるか。」 祭司たちは「汚れます」と答えた。
14Toen hernam Aggeus: Zo is het ook met dit volk, zo is het ook met deze natie in hun verhouding tot Mij, is de godsspraak van Jahweh; al wat zij doen, zelfs wat zij offeren, is onrein!
14そこでハガイは答えた。「『この民も、この国も、私の前ではそのようなものだ』と主は言われる。『彼らの手のすべての働きもそのようなものであり、彼らがそこでささげるものも汚れている。
15Welnu, let dan eens op, wat er vóór deze dag is gebeurd, eer de ene steen op de andere gelegd werd in de tempel van Jahweh!
15さあ、今日より前、主の神殿で石が石の上に据えられる以前のことを、よく考えよ。
16Hoe ging het u toen? Dan kwam men bij een korenhoop van twintig maten, en men vond er slechts tien; en men ging naar de perskuip om er vijftig vaten uit te scheppen, en er waren er twintig.
16その間、二十の量を期待して穀物の山に来ても、十しかなかった。五十くみ出そうと酒ぶねに来ても、二十しかなかった。
17Ik heb u met brand en meeldauw geslagen, en al uw produkten met hagel; maar ge hebt u niet tot Mij bekeerd, is de godsspraak van Jahweh!
17私はあなたがたの手のすべての働きを、立ち枯れと黴と雹で打った。それでも、あなたがたは私に立ち返らなかった』と主は言われる。
18Let toch eens op, wat er vóór deze dag is geschied: vóór de vier en twintigste dag van de negende maand, sinds de dag, waarop de grondslag van de tempel van Jahweh gelegd is!
18『今日までのことを、よく考えよ。第九の月の二十四日、主の神殿の基礎が据えられたこの日を、よく心に留めよ。
19En ziet nu eens toe: Is er nu nog zaad in de schuur? Beginnen de wijnstok en vijg, de granaat en olijf niet te dragen? Van deze dag af zegen Ik u!
19種はまだ納屋にあるか。ぶどうの木も、いちじくの木も、ざくろの木も、オリーブの木も、まだ実を結んでいない。しかし今日から、私はあなたがたを祝福する。』」
20Het woord van Jahweh werd op de vier en twintigste dag van de maand een tweede maal tot Aggeus gericht:
20その月の二十四日に、主の言葉が二度目にハガイに臨んだ。
21Spreek tot Zorobabel, den landvoogd van Juda! Ik zal de hemel en aarde beroeren:
21「ユダの総督ゼルバベルに告げよ。『私は天と地を揺り動かす。
22Koningstronen werp Ik omver, En verniel de kracht der heidense rijken. Ik werp de wagens omver, met die erop rijden; Paarden en ruiters storten neer, De een door het zwaard van den ander!
22私は諸王国の王座を覆し、諸国の力を滅ぼす。戦車とそれに乗る者たちを覆す。馬とその乗り手たちは倒れ、それぞれ同胞の剣によって倒れる。
23Op die dag, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen, Neem Ik u, Zorobabel, zoon van Salatiël, Mijn dienaar, is de godsspraak van Jahweh, En draag u als een zegelring: Want u heb Ik uitverkoren, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!
23その日』と万軍の主は言われる。『シェアルティエルの子、私のしもべゼルバベルよ、私はあなたを私のものとして取り、印章の指輪のようにする。私があなたを選んだからだ』と万軍の主は言われる。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.