Genesis
Chapter 24
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (Thai)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Abraham was oud en hoogbejaard, en Jahweh had Abraham in alles gezegend.
1อับราฮัม​แก่​มาก​แล้ว​และ​พระยาห์เวห์​อวยพร​เขา​ใน​ทุก​เรื่อง
2Daarom sprak Abraham tot den oudsten dienaar van zijn huis, die het opzicht had over heel zijn bezit: Leg uw hand onder mijn heup;
2อับราฮัม​พูด​กับ​คน​รับใช้​คน​อาวุโส​ที่สุด​ใน​เรือน​ซึ่ง​ดูแล​ทุก​สิ่ง​ที่​เขา​มี​ว่า“เอา​มือ​วาง​ใต้​ต้น​ขา​ของ​ฉัน
3want ik wil u doen zweren bij Jahweh, den God des hemels en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw zult kiezen uit de dochters der Kanaänieten, in wier midden ik woon;
3ฉัน​จะ​ให้​เจ้า​สาบาน​ต่อ​พระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่ง​ท้องฟ้า​และ​พระเจ้า​แห่ง​แผ่นดิน​ว่า​เจ้า​จะ​ไม่​หา​ภรรยา​ให้​ลูกชาย​ฉัน​จาก​ลูกสาว​ชาว​คานาอัน​ที่​ฉัน​อาศัย​อยู่​ท่ามกลาง​พวก​เขา
4maar dat gij naar mijn land en mijn familie zult gaan, om dáár een vrouw voor mijn zoon Isaäk te zoeken.
4แต่​ให้​ไป​ยัง​บ้านเมือง​และ​ญาติ​พี่น้อง​ของ​ฉัน​แล้ว​หา​ภรรยา​ให้​อิสอัค​ลูกชาย​ฉัน​จาก​ที่​นั่น”
5De dienaar antwoordde: Maar als nu de vrouw mij niet wil volgen naar dit land, moet ik dan uw zoon terugbrengen naar het land, waaruit gij zijt weggetrokken?
5คน​รับใช้​ถาม​ว่า“ถ้า​ผู้หญิง​ไม่​ยอม​ตาม​ผม​มา​ที่ดิน​แดน​นี้​ผม​ต้อง​พา​ลูกชาย​ของ​ท่าน​กลับ​ไป​ดินแดน​ที่​ท่าน​จาก​มา​หรือ”
6Maar Abraham zeide hem: Pas op, dat ge mijn zoon daar niet terugbrengt.
6อับราฮัม​ตอบ​ว่า“ระวัง​อย่า​พา​ลูกชาย​ฉัน​กลับ​ไป​ที่​นั่น
7Jahweh, de God des hemels, die mij uit mijn vaderlijk huis en uit mijn geboorteland heeft geleid, en die mij gezegd en bezworen heeft: “Aan uw nageslacht geef Ik dit land”: Hij zal zijn engel voor u uit zenden, en u daar voor mijn zoon een vrouw laten vinden.
7พระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่ง​ท้องฟ้า​เป็น​ผู้​พา​ฉัน​ออก​จาก​บ้าน​พ่อ​และ​ดินแดน​ที่​ฉัน​เกิด​พระองค์​พูด​กับ​ฉัน​และ​สาบาน​ว่า‘เรา​จะ​มอบ​ดินแดน​นี้​ให้​ลูกหลาน​ของ​เจ้า’พระองค์​จะ​ส่ง​ทูต​ของ​พระองค์​ไป​นำ​หน้า​เจ้า​และ​เจ้า​จะ​หา​ภรรยา​ให้​ลูกชาย​ฉัน​จาก​ที่​นั่น​ได้
8Mocht die vrouw u niet willen volgen, dan verplicht mijn eed u niet langer; maar in geen geval moogt ge mijn zoon daar terugbrengen.
8ถ้า​ผู้หญิง​ไม่​ยอม​ตาม​เจ้า​มา​เจ้า​ก็​พ้น​จาก​คำสาบาน​นี้​ที่​ให้​ไว้​กับ​ฉัน แต่​ห้าม​พา​ลูกชาย​ฉัน​กลับ​ไป​ที่​นั่น”
9Toen legde de dienaar zijn hand onder de heup van Abraham, zijn meester, en zwoer hem de gevraagde eed.
9คน​รับใช้​จึง​วางมือ​ใต้​ต้น​ขา​ของ​อับราฮัม​นาย​ของ​ตน​และ​สาบาน​เรื่อง​นี้​กับ​เขา
10Nu nam de dienaar tien kamelen uit de kudde van zijn meester, pakte allerlei kostbaarheden van zijn meester bijeen, trok op en reisde naar Aram-Naharáim, naar de stad van Nachor.
10คน​รับใช้​เลือก​อูฐ​ของ​นาย​มา 10 ตัว​และ​เอา​ของ​ดี​นานาชนิด​ของ​นาย​ไป​ด้วย เขา​ออก​เดินทาง​ไป​เมโสโปเตเมีย​ถึง​เมือง​ของ​นาโฮร์
11Buiten de stad bij de waterput liet hij de kamelen neerknielen; het was tegen de avond, dus tegen de tijd, dat de vrouwen naar buiten gaan, om water te putten.
11เมื่อ​ถึง​นอก​เมือง​เขา​ให้​อูฐ​คุกเข่า​ข้าง​บ่อ​น้ำ​ตอน​เย็น​ซึ่ง​เป็น​เวลา​ที่​หญิง​สาว​ออก​มา​ตัก​น้ำ
12Toen sprak hij: Jahweh, God van mijn heer Abraham; ik bid U, laat mij nu slagen, en wees Abraham, mijn meester, genadig.
12เขา​อธิษฐาน​ว่า“พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของ​อับราฮัม​นาย​ของ​ผม​ขอ​ให้​วัน​นี้​ผม​ทำ​ภารกิจ​นี้​สำเร็จ​และ​ขอ​ให้​พระองค์​แสดง​ความ​เมตตา​ต่อ​นาย​ของ​ผม
13Zie, ik sta bij de bron, en de dochters van de burgers der stad komen naar buiten, om water te putten.
13ตอน​นี้​ผม​ยืน​อยู่​ข้าง​ตา​น้ำ​และ​ลูกสาว​ของ​คน​ใน​เมือง​กำลัง​ออก​มา​ตัก​น้ำ
14Wanneer het meisje, tot wie ik zeg: “reik mij uw kruik, om te drinken”, ten antwoord geeft: “drink, en ook uw kamelen zal ik water geven”; dan zal dàt het meisje zijn, dat Gij voor uw dienaar Isaäk hebt bestemd; en daaraan zal ik erkennen, dat Gij mijn heer genadig zijt.
14ขอ​ให้​เป็น​อย่าง​นี้​ถ้า​ผม​พูด​กับ​หญิง​สาว​คน​หนึ่ง​ว่า‘ช่วย​ลด​เหยือก​ลง​ให้​ผม​ดื่ม​น้ำ​หน่อย’แล้ว​เธอ​ตอบ​ว่า‘ดื่ม​สิ​ท่าน​ฉัน​จะ​ให้​อูฐ​ของ​ท่าน​ดื่ม​ด้วย’ก็​ขอ​ให้​เธอ​เป็น​คน​ที่​พระองค์​กำหนด​ไว้​สำหรับ​อิสอัค​คน​รับใช้​ของ​พระองค์​แล้ว​ผม​จะ​รู้​ว่า​พระองค์​แสดง​ความ​เมตตา​ต่อ​นาย​ของ​ผม”
15Nog had hij niet uitgesproken, of Rebekka kwam met een kruik op haar schouder naar buiten; zij was de dochter van Betoeël, den zoon van Milka, de vrouw van Nachor, Abrahams broer.
15ก่อน​ที่​เขา​จะ​พูด​จบ​เรเบคาห์​ก็​เดิน​ออก​มา​พร้อม​เหยือก​บน​ไหล่ เธอ​เป็น​ลูกสาว​ของ​เบธูเอล​ซึ่ง​เป็น​ลูก​ของ​มิลคาห์​กับ​นาโฮร์​ผู้​เป็น​พี่น้อง​กับ​อับราฮัม
16Het was een bijzonder mooi meisje; een maagd, die nog met geen man omgang had gehad. Zij daalde af naar de bron, vulde haar kruik, en kwam weer naar boven.
16หญิง​สาว​สวย​มาก​และ​ยัง​เป็น​สาว​พร​หม​จารี​ไม่​เคย​หลับ​นอน​กับ​ชาย​คน​ใด เธอ​ลง​ไป​ที่​ตา​น้ำ​เติม​น้ำ​ใส่​เหยือก​แล้ว​เดิน​ขึ้น​มา
17De dienaar liep op haar toe, en sprak: Laat mij een beetje water drinken uit uw kruik.
17คน​รับใช้​วิ่ง​ไป​หา​และ​พูด​ว่า“ขอ​น้ำ​จาก​เหยือก​ให้​ผม​ดื่ม​สัก​หน่อย​ได้​ไหม”
18Zij antwoordde: Drink, heer. En terstond liet zij de kruik op haar hand zakken, en gaf hem te drinken.
18เธอ​ตอบ​ว่า“ดื่ม​สิ​ท่าน”แล้ว​รีบ​ลด​เหยือก​ลง​มา​พยุง​ไว้​ใน​มือ​ให้​เขา​ดื่ม
19En toen zij hem had laten drinken, zeide zij nog: Ook voor uw kamelen zal ik water putten, tot ze genoeg hebben.
19พอ​เขา​ดื่ม​เสร็จ​เธอ​พูด​ว่า“ฉัน​จะ​ตัก​น้ำ​ให้​อูฐ​ของ​ท่าน​ด้วย​จน​มัน​ดื่ม​อิ่ม”
20Vlug goot ze haar kruik in de drinkbak leeg, repte zich weer naar de put, om opnieuw te gaan scheppen, en water te putten voor al zijn kamelen.
20เธอ​รีบ​เท​น้ำ​จาก​เหยือก​ลง​ราง​แล้ว​วิ่ง​กลับ​ไป​ที่​บ่อ​ตัก​น้ำ​อีก​ตัก​ให้​อูฐ​ทุก​ตัว
21Zwijgend nam de man haar nauwkeuriger op, om te weten, of Jahweh zijn reis had doen slagen, of niet.
21ชาย​คน​นั้น​ยืน​มอง​เธอ​เงียบ​ๆ​อย่าง​ตั้งใจ​เพื่อ​จะ​รู้​ว่า​พระยาห์เวห์​ทำให้​การ​เดินทาง​ของ​เขา​สำเร็จ​หรือ​ไม่
22En nadat de kamelen volop hadden gedronken, nam de man een gouden neusring ter waarde van een halve sikkel, stak die in haar neus, deed om haar polsen twee armbanden ter waarde van tien gouden sikkels,
22เมื่อ​อูฐ​ดื่ม​น้ำ​เสร็จ​ชาย​คน​นั้น​หยิบ​ห่วง​ทองคำ​หนัก​ครึ่ง​เชเขล และ​กำไล​ทอง​สอง​วง​สำหรับ​มือ​ของ​เธอ​หนัก​รวม 10 เชเขล
23en vroeg: Wiens dochter zijt gij; vertel me dat eens? Is er in het huis van uw vader plaats voor ons, om te overnachten?
23แล้ว​ถาม​ว่า“เธอ​เป็น​ลูกสาว​ใคร ช่วย​บอก​ผม​หน่อย ที่​บ้าน​พ่อ​ของ​เธอ​มี​ที่​ให้​พวก​เรา​พัก​คืน​นี้​ไหม”
24Ze gaf hem ten antwoord: Ik ben de dochter van Betoeël, den zoon van Milka, dien zij aan Nachor heeft gebaard.
24เธอ​ตอบ​ว่า“ฉัน​เป็น​ลูกสาว​ของ​เบธูเอล​ลูก​ของ​มิลคาห์​ซึ่ง​มิลคาห์​คลอด​ให้​นาโฮร์”
25En zij ging voort: We hebben stro en voedsel in overvloed, ook plaats om te overnachten.
25แล้ว​พูด​ต่อว่า“ที่​บ้าน​เรา​มี​ทั้ง​ฟาง​และ​อาหาร​สัตว์​มาก​พอ​และ​มี​ที่​ให้​พัก​ด้วย”
26Toen viel de man op zijn knieën, aanbad Jahweh,
26ชาย​คน​นั้น​ก้ม​ศีรษะ​ลง​และ​นมัสการ​พระยาห์เวห์
27en sprak: Gezegend zij Jahweh, de God van Abraham, mijn meester, die zijn genade en trouw aan mijn heer niet onthoudt; want Jahweh heeft mij geleid naar het huis van den broer van mijn heer.
27เขา​กล่าว​ว่า“ขอ​สรรเสริญ​พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของ​อับราฮัม​นาย​ของ​ผม​ผู้​ไม่​ได้​ละทิ้ง​ความ​เมตตา​และ​ความ​ซื่อสัตย์​ที่​มี​ต่อ​นาย​ของ​ผม พระยาห์เวห์​นำ​ผม​มา​ตาม​ทาง​จน​ถึง​บ้าน​ของ​ญาติ​นาย”
28Het meisje was al naar huis gelopen, en vertelde thuis aan haar moeder, wat er gebeurd was.
28หญิง​สาว​วิ่ง​กลับ​บ้าน​ไป​เล่า​เรื่อง​เหล่า​นี้​ให้​คน​ใน​บ้าน​แม่​ฟัง
29Nu had Rebekka een broer, die Laban heette. Laban liep naar den man, die buiten bij de bron stond;
29เรเบคาห์​กับ​ลาบัน​เป็น​พี่น้อง​กัน​ลาบัน​วิ่ง​ออก​ไป​หา​ชาย​คน​นั้น​ที่​ตา​น้ำ
30want hij had de neusring gezien met de armbanden om de polsen van zijn zuster, en zijn zuster Rebekka horen vertellen: zo en zo heeft de man met mij gesproken. Hij trad op hem toe, terwijl hij nog met de kamelen bij de bron stond te wachten,
30เมื่อ​ลาบัน​เห็น​ห่วง​ทอง​และ​กำไล​ที่​มือ​ของ​เรเบคาห์​และ​ได้ยิน​เธอ​เล่า​ว่า“ชาย​คน​นั้น​พูด​กับ​ฉัน​แบบ​นี้”เขา​ก็​ออก​มา​หา​ชาย​คน​นั้น​ซึ่ง​ยัง​ยืน​อยู่​ข้าง​อูฐ​ที่​ตา​น้ำ
31en sprak: Kom, gezegende van Jahweh; waarom blijft ge nog buiten staan, terwijl ik het huis en een plaats voor de kamelen al gereed heb?
31ลาบัน​กล่าว​ว่า“เชิญ​เข้า​มา​เถอะ​ผู้​ที่​พระยาห์เวห์​อวยพร จะ​ยืน​อยู่​ข้างนอก​ทำไม ผม​เตรียม​บ้าน​และ​ที่​สำหรับ​อูฐ​ไว้​แล้ว”
32Hij leidde den man naar huis, zadelde de kamelen af, en gaf ze stro en voer; dan bracht hij voor hem en zijn mannen water, om zich de voeten te wassen.
32ชาย​คน​นั้น​เข้า​บ้าน​แล้ว​ปลด​ของ​จาก​อูฐ เขา​เอา​ฟาง​กับ​อาหาร​มา​ให้​อูฐ​และ​เอา​น้ำ​มา​ล้าง​เท้า​ของ​ตน​กับ​คน​ที่​มา​ด้วย
33Maar toen hem spijzen werden voorgezet, zeide hij: Ik eet niet, eer ik gezegd heb, wat ik moet zeggen. Hij zeide: Spreek op.
33พวก​เขา​ยก​อาหาร​มา​ให้​แต่​เขา​บอก​ว่า“ผม​ยัง​ไม่​กิน​จน​กว่า​จะ​เล่า​ธุระ​ที่​มา​ให้​ฟัง” ลาบัน​ตอบ​ว่า“พูด​มา​เถอะ”
34En hij sprak: Ik ben de dienaar van Abraham.
34เขา​เริ่ม​ว่า“ผม​เป็น​คน​รับใช้​ของ​อับราฮัม
35Jahweh heeft mijn heer overvloedig gezegend, zodat hij rijk is geworden; Hij heeft hem schapen en runderen, zilver en goud, slaven en slavinnen, kamelen en ezels geschonken.
35พระยาห์เวห์​อวยพร​นาย​ของ​ผม​อย่าง​มาก​จน​เขา​กลาย​เป็น​ผู้​ยิ่งใหญ่ พระองค์​ให้​เขา​มี​ฝูง​แกะ ฝูง​โค เงิน ทอง ทาส​ชาย ทาส​หญิง อูฐ​และ​ลา
36En Sara, de vrouw van mijn meester, heeft mijn heer een zoon gebaard, toen ze reeds oud was; en aan hem heeft hij heel zijn bezit vermaakt.
36ซาราห์​ภรรยา​ของ​นาย​คลอด​ลูกชาย​ให้​นาย​ตอน​ที่​เธอ​แก่​แล้ว​และ​นาย​ยก​ทุก​สิ่ง​ที่​มี​ให้​ลูก​คน​นี้
37Nu heeft mijn meester mij een eed laten zweren: Gij moogt voor mijn zoon geen vrouw nemen uit de dochters der Kanaänieten, in wier land ik woon;
37นาย​ให้​ผม​สาบาน​ว่า‘อย่า​หา​ภรรยา​ให้​ลูกชาย​ฉัน​จาก​ลูกสาว​ชาว​คานาอัน​ใน​ดินแดน​ที่​ฉัน​อาศัย​อยู่
38maar ge moet naar het huis van mijn vader gaan en naar mijn stam, om daar een vrouw voor mijn zoon te halen.
38แต่​ให้​ไป​ที่​บ้าน​พ่อ​และ​ญาติ​ของ​ฉัน​แล้ว​หา​ภรรยา​ให้​ลูกชาย​จาก​ที่​นั่น’
39Ik zeide tot mijn heer: Maar als die vrouw mij niet wil volgen?
39ผม​ถาม​นาย​ว่า‘ถ้า​ผู้หญิง​ไม่​ยอม​ตาม​ผม​มา​ล่ะ’
40Hij antwoordde mij: Jahweh voor wiens aanschijn ik heb geleefd, Hij zal zijn engel met u zenden, en uw reis doen gelukken; gij zult een vrouw voor mijn zoon krijgen uit mijn stam en uit het huis van mijn vader.
40นาย​ตอบ​ว่า‘พระยาห์เวห์​ผู้​ที่​ฉัน​ดำเนิน​ชีวิต​อยู่​ต่อ​หน้า​พระองค์​จะ​ส่ง​ทูต​ของ​พระองค์​ไป​กับ​เจ้า​และ​ทำให้​การ​เดินทาง​ของ​เจ้า​สำเร็จ​เจ้า​จะ​หา​ภรรยา​ให้​ลูกชาย​ฉัน​จาก​ญาติ​และ​บ้าน​พ่อ​ของ​ฉัน
41Eerst dan zijt gij van de eed, die ik u opleg, ontslagen, als ge bij mijn stam zijt gekomen, en men er u geen geven wil; dan verplicht mijn eed u niet meer.
41เมื่อ​เจ้า​ไป​ถึง​ญาติ​ของ​ฉัน​เจ้า​ก็​พ้น​จาก​คำสาบาน ถ้า​พวก​เขา​ไม่​ยอม​มอบ​นาง​ให้​เจ้า​เจ้า​ก็​พ้น​จาก​คำสาบาน​ของ​ฉัน’
42Toen ik dan vandaag bij de bron was gekomen, zeide ik: Jahweh, God van mijn heer Abraham; ach, laat toch de reis gelukken, die ik heb ondernomen.
42วัน​นี้​เมื่อ​มา​ถึง​ตา​น้ำ​ผม​อธิษฐาน​ว่า‘พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของ​อับราฮัม​นาย​ของ​ผม​ถ้า​พระองค์​จะ​ทำให้​การ​เดินทาง​ที่​ผม​มา​นี้​สำเร็จ
43Zie, ik sta nu bij de waterbron. Wanneer de maagd, die naar buiten komt, om water te putten, en tot wie ik zeg: “geef mij een beetje water te drinken uit uw kruik”,
43ตอน​นี้​ผม​ยืน​อยู่​ข้าง​ตา​น้ำ ขอ​ให้​หญิง​สาว​ที่​ออก​มา​ตัก​น้ำ​และ​ผม​บอก​ว่า“ขอ​น้ำ​จาก​เหยือก​ให้​ผม​ดื่ม​สัก​หน่อย”
44mij ten antwoord geeft: “drink, en ook voor uw kamelen zal ik putten”, dan zal zij de vrouw zijn, die Jahweh voor den zoon van mijn heer heeft bestemd.
44แล้ว​เธอ​ตอบ​ว่า“ดื่ม​สิ​ท่าน​ฉัน​จะ​ตัก​ให้​อูฐ​ของ​ท่าน​ด้วย”ก็​ขอ​ให้​เธอ​เป็น​ผู้หญิง​ที่​พระยาห์เวห์​กำหนด​ไว้​สำหรับ​ลูกชาย​ของ​นาย’
45Nog had ik bij mezelf niet uitgesproken, of daar kwam Rebekka naar buiten met haar kruik op haar schouder, en daalde af naar de bron, om te putten. En toen ik haar zeide: “laat mij wat drinken”,
45ก่อน​ผม​จะ​พูด​ใน​ใจ​จบ​เรเบคาห์​ก็​ออก​มา​พร้อม​เหยือก​บน​ไหล่ เธอ​ลง​ไป​ตัก​น้ำ​ที่​ตา​น้ำ ผม​บอก​ว่า‘ขอ​น้ำ​ให้​ผม​ดื่ม​หน่อย’
46liet ze dadelijk haar kruik zakken, en sprak: “drink, en ook uw kamelen zal ik water geven”. Ik dronk, en ze liet ook de kamelen drinken.
46เธอ​รีบ​ลด​เหยือก​จาก​ไหล่​แล้ว​พูด​ว่า‘ดื่ม​สิ​ท่าน​ฉัน​จะ​ให้​อูฐ​ของ​ท่าน​ดื่ม​ด้วย’ผม​จึง​ดื่ม​และ​เธอ​ก็​ให้​อูฐ​ดื่ม​ด้วย
47Ik vroeg haar: Wiens dochter zijt gij? Zij antwoordde: De dochter van Betoeël, den zoon van Nachor, dien Milka hem geschonken heeft. Toen stak ik een ring in haar neus, en deed armbanden om haar polsen.
47ผม​ถาม​ว่า‘เธอ​เป็น​ลูกสาว​ใคร’ เธอ​ตอบ​ว่า‘ลูกสาว​ของ​เบธูเอล​ลูกชาย​ของ​นาโฮร์​ซึ่ง​มิลคาห์​คลอด​ให้​เขา’ ผม​จึง​ใส่​ห่วง​ทอง​ที่​จมูก​เธอ​และ​สวม​กำไล​ที่​มือ
48Ik viel op mijn knieën om Jahweh te aanbidden, en ik zegende Jahweh, den God van mijn heer Abraham, die mij op de rechte weg had geleid, om voor zijn zoon de dochter van den broer van mijn meester te gaan halen.
48แล้ว​ผม​ก้ม​ศีรษะ​นมัสการ​พระยาห์เวห์​และ​สรรเสริญ​พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของ​อับราฮัม​นาย​ของ​ผม​ผู้​พา​ผม​มา​ถูก​ทาง​จน​ได้​พบ​ลูกสาว​ของ​ชาย​ผู้​เป็น​พี่น้อง​กับ​นาย​เพื่อ​ให้​เป็น​ภรรยา​ของ​ลูกชาย​นาย
49Welnu dan, als gij mijn heer liefde en trouw wilt bewijzen, zegt het mij dan; maar zo niet, laat het mij eveneens weten, dan kan ik naar rechts of naar links gaan.
49ตอน​นี้​ถ้า​พวก​ท่าน​จะ​แสดง​ความ​เมตตา​และ​ความ​ซื่อสัตย์​ต่อ​นาย​ของ​ผม​ก็​บอก​ผม​ถ้า​ไม่​ก็​บอก​เพื่อ​ผม​จะ​ได้​หัน​ไป​ทาง​ขวา​หรือ​ทาง​ซ้าย”
50Laban en Betoeël gaven ten antwoord: Dit is een beschikking van Jahweh; we kunnen er niets tegen inbrengen.
50ลาบัน​กับ​เบธูเอล​ตอบ​ว่า“เรื่อง​นี้​มา​จาก​พระยาห์เวห์ พวก​เรา​จะ​พูด​ว่า​ดี​หรือ​ไม่​ดี​กับ​ท่าน​ก็​ไม่​ได้
51Zie Rebekka staat te uwer beschikking; neem haar met u mee, opdat zij de vrouw wordt van den zoon van uw heer, zoals Jahweh gezegd heeft.
51เรเบคาห์​อยู่​ตรง​หน้า​ท่าน​แล้ว พา​เธอ​ไป​ให้​เป็น​ภรรยา​ลูกชาย​ของ​นาย​ท่าน​ตาม​ที่​พระยาห์เวห์​กล่าว​เถอะ”
52Toen de dienaar van Abraham had gehoord wat ze zeiden, wierp hij zich ter aarde voor Jahweh neer.
52เมื่อ​คน​รับใช้​ของ​อับราฮัม​ได้ยิน​คำ​ของ​พวก​เขา​เขา​ก็​หมอบ​ลง​ถึง​พื้น​นมัสการ​พระยาห์เวห์
53Hij haalde zilveren en gouden sieraden en klederen te voorschijn, en schonk ze aan Rebekka; ook aan haar broer en haar moeder gaf hij kostbare geschenken.
53จาก​นั้น​เขา​นำ​เครื่องประดับ​เงิน เครื่องประดับ​ทอง​และ​เสื้อผ้า​มา​มอบ​ให้​เรเบคาห์​พร้อม​มอบ​ของ​มี​ค่า​ให้​ลาบัน​และ​แม่​ของ​เธอ
54Toen eerst aten en dronken hij en zijn mannen, en bleven ze overnachten. Zodra men de volgende morgen was opgestaan, sprak hij: Laat mij nu terug gaan naar mijn heer.
54ชาย​คน​นั้น​กับ​คน​ที่​มา​ด้วย​กิน​ดื่ม​และ​พัก​ค้าง​คืน เช้า​ขึ้น​เขา​พูด​ว่า“ขอ​ให้​ผม​กลับ​ไป​หา​นาย​ของ​ผม​เถอะ”
55Maar haar broer en haar moeder zeiden: Laat het meisje nog een dag of tien bij ons blijven; dan kan ze vertrekken.
55ลาบัน​กับ​แม่​ของ​เรเบคาห์​ตอบ​ว่า“ให้​หญิง​สาว​อยู่​กับ​พวก​เรา​อีก​สัก​หลาย​วัน​อย่าง​น้อย 10 วัน​แล้ว​ค่อย​ไป”
56Maar hij antwoordde hun: Houdt me niet tegen, nu Jahweh mijn reis heeft doen slagen; staat mij dus toe, naar mijn heer te vertrekken.
56เขา​ตอบ​ว่า“อย่า​รั้ง​ผม​ไว้​เลย​ใน​เมื่อ​พระยาห์เวห์​ทำให้​การ​เดินทาง​ของ​ผม​สำเร็จ​แล้ว ขอ​ให้​ผม​กลับ​ไป​หา​นาย”
57Ze zeiden: We zullen het meisje roepen, en het haar zelf vragen.
57พวก​เขา​พูด​ว่า“เรียก​หญิง​สาว​มา​ถาม​กัน”
58Zij riepen Rebekka, en vroegen haar: Wilt ge met dien man meegaan? Zij antwoordde: Ja!
58พวก​เขา​เรียก​เรเบคาห์​มา​แล้ว​ถาม​ว่า“เธอ​จะ​ไป​กับ​ชาย​คน​นี้​ไหม” เธอ​ตอบ​ว่า“ไป”
59Nu lieten ze hun zuster Rebekka vertrekken, vergezeld van haar min en den dienaar van Abraham met zijn volk.
59พวก​เขา​จึง​ส่ง​เรเบคาห์​ซึ่ง​เป็น​พี่น้อง​กัน​กับ​พวก​เขา​ไป​พร้อม​แม่นม​คน​รับใช้​ของ​อับราฮัม​และ​คน​ของ​เขา
60Zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: Zuster, moogt ge tot duizend maal tienduizenden groeien, En moge uw kroost de poorten bezitten van die het haten.
60พวก​เขา​อวยพร​เรเบคาห์​ว่า“เรเบคาห์​เรา​เป็น​พี่น้อง​กัน​ขอ​ให้​เธอ​เป็น​แม่​ของ​คน​นับ​พัน​นับ​หมื่น​และ​ขอ​ให้​ลูกหลาน​ของ​เธอ​ยึด​ประตู​เมือง​ของ​คน​ที่​เกลียด​พวก​เขา”
61Toen maakten Rebekka en haar dienstmaagd zich klaar, stegen op de kamelen, en sloten zich aan bij den man; de dienaar nam Rebekka mee, en vertrok.
61เรเบคาห์​กับ​หญิง​สาว​ที่​ติดตาม​เธอ​ลุก​ขึ้น​ขี่​อูฐ​ตาม​ชาย​คน​นั้น​ไป คน​รับใช้​จึง​พา​เรเบคาห์​ออก​เดินทาง
62Intussen was Isaäk naar de woestijn bij de bron van Lachai-Roï getrokken, en woonde hij in het land van de Négeb.
62อิสอัค​กลับ​มา​จาก​ทาง​เบเออร์ลาไฮรอย​เพราะ​เขา​อาศัย​อยู่​ใน​ดินแดน​ตอน​ใต้
63Eens was Isaäk bij het vallen van de avond het veld ingegaan, om zich wat te verzetten; toevallig sloeg hij zijn ogen op, en zie: daar kwamen kamelen aan.
63ตอน​เย็น​อิสอัค​ออก​ไป​ครุ่นคิด​อยู่​ใน​ทุ่ง เมื่อ​มอง​ขึ้น​ไป​ก็​เห็น​อูฐ​กำลัง​เดิน​มา
64Ook Rebekka sloeg haar ogen op; en toen zij Isaäk zag, liet zij zich van haar kameel afglijden,
64เรเบคาห์​มอง​ขึ้น​ไป​เห็น​อิสอัค​ก็​ลง​จาก​อูฐ
65en sprak tot den dienaar: Wie is die man daar, die ons in het veld tegemoet komt? De dienaar antwoordde: Dat is mijn meester. Toen nam ze haar sluier, en bedekte zich.
65เธอ​ถาม​คน​รับใช้​ว่า“ผู้ชาย​ที่​กำลัง​เดิน​ใน​ทุ่ง​มา​พบ​พวก​เรา​คือ​ใคร” คน​รับใช้​ตอบ​ว่า“นาย​ของ​ผม​เอง” เรเบคาห์​จึง​หยิบ​ผ้าคลุม​มา​คลุม​ตัว
66En nadat de dienaar alles, wat hij gedaan had, aan Isaäk had verteld,
66คน​รับใช้​เล่า​ให้​อิสอัค​ฟัง​ทุก​เรื่อง​ที่​เขา​ทำ​มา
67leidde Isaäk Rebekka naar de tent van Sara zijn moeder, en nam haar tot vrouw. Isaäk kreeg haar lief, en troostte zich over de dood van zijn moeder.
67อิสอัค​พา​เรเบคาห์​เข้า​ไป​ใน​เต็นท์​ของ​ซาราห์​แม่​ของ​เขา​รับ​เรเบคาห์​เป็น​ภรรยา​และ​รัก​เธอ อิสอัค​จึง​คลาย​ความ​โศก​หลัง​จาก​แม่​เสีย​ชีวิต

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.