Genesis 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Abraham trok vandaar de Négeb in, en vestigde zich tussen Kadesj en Sjoer. Zolang Abraham in Gerar verbleef,
1อับราฮัมเดินทางจากที่นั่นไปทางดินแดนตอนใต้และอาศัยอยู่ระหว่างคาเดชกับชูร์ ต่อมาเขาไปพักอาศัยเป็นคนต่างถิ่นที่เกราร์
2vertelde hij van zijn vrouw Sara, dat ze zijn zuster was; zo liet Abimélek, de koning van Gerar, Sara schaken.
2อับราฮัมบอกเรื่องซาราห์ภรรยาว่า“ซาราห์กับผมเป็นพี่น้องกัน” อาบีเมเลคกษัตริย์แห่งเกราร์จึงส่งคนไปรับซาราห์มา
3Maar God verscheen Abimélek des nachts in een droom, en sprak tot hem: Zie, ge zult sterven, omdat ge die vrouw hebt geschaakt; want ze is al gehuwd.
3แต่กลางคืนพระเจ้ามาหาอาบีเมเลคในความฝันและกล่าวว่า“เจ้ากำลังจะตายเพราะผู้หญิงที่เจ้ารับมานั้นมีสามีแล้ว”
4Abimélek, die haar nog niet was genaderd, sprak: Heer, zoudt Gij dan een rechtschapen man willen doden?
4อาบีเมเลคยังไม่ได้เข้าใกล้นางเขาพูดว่า“พระองค์จะฆ่าแม้แต่ชนชาติที่ชอบธรรมหรือ
5Heeft hij mij niet gezegd: Het is mijn zuster; en heeft ook zij zelf niet gezegd: Het is mijn broer? Met onschuldig hart en reine handen heb ik dit gedaan.
5เขาบอกผมเองไม่ใช่หรือว่า‘เราเป็นพี่น้องกัน’และนางเองก็พูดว่า‘เขากับฉันเป็นพี่น้องกัน’ ผมทำเรื่องนี้ด้วยใจซื่อตรงและมือที่บริสุทธิ์”
6En God sprak tot hem in de droom: Omdat Ik wist, dat gij dit met onschuldig hart hebt gedaan, heb Ik er u voor bewaard, tegen Mij te zondigen, en u daarom belet, haar aan te raken.
6พระเจ้ากล่าวกับเขาในความฝันว่า“ใช่เรารู้ว่าเจ้าทำเรื่องนี้ด้วยใจซื่อตรงและเราเองก็กันเจ้าไว้ไม่ให้ทำบาปต่อเรา เพราะเหตุนี้เราจึงไม่ยอมให้เจ้าแตะต้องนาง
7Geef nu de vrouw van dien man terug; want hij is een profeet. Hij zal voor u bidden, en ge zult blijven leven; maar als ge haar niet terugzendt, weet dan, dat ge zeker zult sterven, gij en al de uwen:
7ตอนนี้คืนภรรยาให้ชายคนนั้นเสีย เพราะเขาเป็นผู้เผยคำของพระเจ้าและเขาจะอธิษฐานเพื่อเจ้าแล้วเจ้าจะมีชีวิต แต่ถ้าไม่คืนนางรู้ไว้ให้แน่ว่าเจ้ากับทุกคนที่เป็นของเจ้าจะต้องตาย”
8De volgende morgen riep Abimélek al zijn dienaren bijeen, en deelde hun de hele toedracht mee; zijn mannen schrokken er geweldig van.
8อาบีเมเลคตื่นแต่เช้าเรียกคนรับใช้ทั้งหมดมาแล้วเล่าเรื่องทุกอย่างให้ฟัง คนเหล่านั้นกลัวมาก
9Nu liet Abimélek Abraham roepen, en zei hem: Wat hebt ge ons aangedaan? Wat heb ik tegen u misdreven, dat gij op mij en op mijn koninkrijk zo’n zware schuld hebt geladen. Ge hebt met mij iets gedaan, wat nog nooit is voorgekomen.
9จากนั้นอาบีเมเลคเรียกอับราฮัมมาถามว่า“เจ้าทำอะไรกับพวกเรา เราทำผิดอะไรต่อเจ้าเจ้าถึงนำบาปใหญ่มาสู่เราและอาณาจักรของเรา เจ้าทำสิ่งที่ไม่ควรทำกับเรา!”
10En Abimélek vervolgde tot Abraham: Wat was eigenlijk uw bedoeling, toen ge dat deedt?
10อาบีเมเลคถามอับราฮัมอีกว่า“เจ้าเห็นอะไรถึงได้ทำแบบนี้”
11Abraham antwoordde: Ik dacht, er mocht eens in deze stad volstrekt geen vrees voor God worden gevonden; dan zou men er mij om mijn vrouw vermoorden.
11อับราฮัมตอบว่า“ผมคิดว่า‘ที่นี่คงไม่มีใครยำเกรงพระเจ้าและพวกเขาจะฆ่าผมเพราะภรรยา’
12Trouwens ze is ook werkelijk mijn zuster: de dochter van mijn vader, maar niet van mijn moeder; zo is ze mijn vrouw geworden.
12ที่จริงนางก็เป็นพี่น้องกับผม เรามีพ่อคนเดียวกันแต่คนละแม่แล้วนางมาเป็นภรรยาของผม
13En toen God mijn rondzwervingen ver van mijn vaderlijk huis liet beginnen, zei ik tot haar: Ge moet me deze liefdedienst bewijzen: overal waar we komen, moet ge van mij vertellen: hij is mijn broer.
13เมื่อพระเจ้าให้ผมต้องเดินทางเร่ร่อนออกจากบ้านพ่อผมบอกเธอว่า‘ขอให้เธอช่วยฉันอย่างนี้ ไม่ว่าเราไปที่ไหนให้บอกคนอื่นว่าเราเป็นพี่น้องกัน’”
14Toen liet Abimélek schapen en runderen, slaven en slavinnen halen, gaf ze Abraham ten geschenke, en zond hem ook zijn vrouw Sara terug.
14อาบีเมเลคนำแกะ โค ทาสชายและทาสหญิงมามอบให้อับราฮัมและคืนซาราห์ภรรยาให้เขา
15Abimélek sprak bovendien: Zie, mijn land ligt voor u open; ga wonen, waar het u bevalt.
15อาบีเมเลคกล่าวว่า“ดินแดนของเราอยู่ตรงหน้าเจ้า อยากอยู่ที่ไหนก็อยู่เถอะ”
16En tot Sara zeide hij: Ziehier, ik geef duizend zilverstukken aan uw broer; dat zal in de ogen van al de uwen een vergoeding voor u zijn; en dan hebt ge in alles voldoening gekregen.
16อาบีเมเลคพูดกับซาราห์ว่า“เราได้มอบเงิน 1,000 ชิ้นให้อับราฮัมซึ่งเป็นพี่น้องกับเจ้าแล้วเงินนี้จะเป็นสิ่งปิดบังสายตาของทุกคนที่อยู่กับเจ้าและต่อหน้าทุกคนเจ้าก็พ้นข้อกล่าวหา”
17Nu bad Abraham tot God; en God genas Abimélek, zijn vrouw en zijn slavinnen, zodat zij kinderen konden krijgen.
17อับราฮัมอธิษฐานต่อพระเจ้า พระเจ้าจึงรักษาอาบีเมเลคภรรยาและทาสหญิงของเขาแล้วพวกเธอก็มีลูกได้อีก
18Want Jahweh had iedere schoot van Abiméleks huis gesloten om Sara, de vrouw van Abraham.
18เพราะพระยาห์เวห์ปิดครรภ์ของผู้หญิงทุกคนในครัวเรือนของอาบีเมเลคจนมีลูกไม่ได้เพราะซาราห์ภรรยาของอับราฮัม
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.