Genesis 43
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Maar de hongersnood bleef het land teisteren.
1ความอดอยากในแผ่นดินรุนแรงมาก
2En toen al het koren op was, dat zij van Egypte hadden meegebracht, zei hun vader tot hen: Gaat voor ons weer wat levensmiddelen kopen.
2เมื่อพวกเขากินข้าวที่นำมาจากอียิปต์หมดแล้ว พ่อก็บอกว่า “กลับไปซื้ออาหารมาให้พวกเราอีกหน่อย”
3Maar Juda sprak tot hem: Die man heeft ons uitdrukkelijk gewaarschuwd: Waagt het niet, mij onder de ogen te komen, als ge uw broer niet meebrengt.
3ยูดาห์ตอบว่า “ชายคนนั้นกำชับพวกเราอย่างหนักว่า ‘ถ้าน้องของพวกคุณไม่ได้มาด้วย ก็อย่ามาให้ผมเห็นหน้าอีก’
4Zo gij dus onzen broer met ons meegeeft, zullen wij levensmiddelen voor u gaan kopen;
4ถ้าพ่อส่งน้องไปกับพวกเรา พวกเราก็จะลงไปซื้ออาหารให้พ่อ
5maar zo ge hem niet laat gaan, vertrekken we niet. Want die man heeft ons gezegd: Waagt het niet, mij onder de ogen te komen, als uw broer niet bij u is.
5แต่ถ้าพ่อไม่ส่งเขาไป พวกเราก็ไม่ลงไป เพราะชายคนนั้นพูดไว้ว่า ‘ถ้าน้องของพวกคุณไม่ได้มาด้วย ก็อย่ามาให้ผมเห็นหน้าอีก’”
6Israël hernam: Waarom hebt gij mij dit leed aangedaan, met dien man te vertellen, dat gij nog een broer hadt.
6อิสราเอลพูดว่า “ทำไมพวกลูกต้องทำให้พ่อลำบากด้วยการบอกเขาว่ายังมีน้องอีกคน?”
7Zij antwoordden: Die man vroeg ons uitdrukkelijk naar ons en onze familie. Hij zeide: Leeft uw vader nog; hebt gij nog een anderen broer? Alleen op die vragen hebben we hem geantwoord. Konden we dan weten, dat hij zou zeggen: brengt uw broer hier?
7พวกเขาตอบว่า “ชายคนนั้นถามเรื่องพวกเราและครอบครัวโดยตรงว่า ‘พ่อของพวกคุณยังมีชีวิตอยู่ไหม? ยังมีน้องอีกหรือเปล่า?’ พวกเราก็ตอบตามที่เขาถาม จะไปรู้ได้อย่างไรว่าเขาจะสั่งว่า ‘พาน้องลงมาด้วย’?”
8En Juda drong bij zijn vader Israël aan: Geef den jongen maar met mij mee, en laten we vertrekken; dan kunnen we in leven blijven en behoeven we niet te sterven, wij, gijzelf en onze kinderen.
8ยูดาห์พูดกับอิสราเอลพ่อของตนว่า “ส่งเด็กไปกับผมเถอะ พวกเราจะได้ลุกขึ้นเดินทาง จะได้มีชีวิตอยู่และไม่ตาย ทั้งพวกเรา พ่อ และเด็กๆ ของเราด้วย
9Ik blijf borg voor hem; van mij moogt ge hem terugeisen. Als ik hem niet bij u terugbreng en weer voor u doe staan, blijf ik voor u mijn leven lang schuldig.
9ผมจะรับผิดชอบเขาเอง พ่อจะเรียกเขาคืนจากผมได้ ถ้าผมไม่พาเขากลับมายืนต่อหน้าพ่อ ก็ให้ผมรับผิดเรื่องนี้ไปตลอดชีวิต
10Hadden we maar niet zo getalmd, dan waren we al voor de tweede keer terug.
10ถ้าเราไม่มัวชักช้า ป่านนี้คงไปกลับมาได้สองรอบแล้ว”
11Toen sprak hun vader Israël tot hen: Als het dan moet, doet het dan maar. Neemt het beste van het land in uw zakken mee, en biedt het dien man als geschenk aan: wat balsem en honing, wat gom en hars, met pimpernoten en amandelen.
11อิสราเอลพ่อของพวกเขาจึงพูดว่า “ถ้าจำเป็นต้องเป็นอย่างนี้ ก็ทำตามนี้ เอาของดีที่สุดจากแผ่นดินใส่ถุงไปเป็นของฝากให้ชายคนนั้น มียางหอม น้ำผึ้ง เครื่องเทศ มดยอบ ถั่ว และอัลมอนด์อย่างละเล็กน้อย
12Neemt ook een dubbel bedrag aan geld met u mee. Want ge moet het geld teruggeven, dat boven in uw zakken werd gevonden; misschien was het maar een vergissing.
12เอาเงินไปสองเท่าด้วย และนำเงินที่ถูกคืนมาไว้ตรงปากกระสอบกลับไปด้วย บางทีอาจเป็นความผิดพลาด
13Neemt dan uw broer mee, en gaat terug naar dien man.
13พาน้องของพวกลูกไปด้วย ลุกขึ้นกลับไปหาชายคนนั้น
14Geve de almachtige God, dat ge genade vindt bij dien man, en dat hij uw anderen broer en Benjamin met u laat vertrekken. Wat mij betreft, moet ik kinderloos worden, het zij zo.
14ขอพระเจ้าผู้ทรงฤทธิ์ทำให้ชายคนนั้นเมตตาพวกลูก เพื่อเขาจะปล่อยพี่น้องอีกคนกับเบนยามินกลับมา ถ้าพ่อต้องสูญเสียลูก ก็จำต้องสูญเสีย”
15De mannen namen dus het geschenk en een dubbel bedrag aan geld met zich mee, vertrokken met Benjamin naar Egypte, en verschenen voor Josef.
15พวกเขาจึงเอาของฝาก เงิน 2 เท่า และเบนยามินไปด้วย แล้วเดินทางลงไปอียิปต์และไปยืนต่อหน้าโยเซฟ
16Toen Josef hen met Benjamin zag, beval hij zijn hofmeester: Breng die mannen naar binnen; laat het nodige slachten, en maak een maaltijd gereed; want die mannen zullen vanmiddag bij mij eten.
16เมื่อโยเซฟเห็นเบนยามินมากับพวกเขา เขาพูดกับผู้ดูแลบ้านว่า “พาคนพวกนี้เข้าไปในบ้าน ฆ่าสัตว์และเตรียมอาหารไว้ เพราะพวกเขาจะกินข้าวกับผมตอนเที่ยง”
17De man deed zoals Josef beval, en bracht de mannen naar het huis van Josef.
17ชายคนนั้นทำตามที่โยเซฟสั่ง และพาพวกเขาเข้าไปในบ้านของโยเซฟ
18Toen de mannen naar het huis van Josef werden gebracht, werden zij bang en zeiden: We worden weggebracht om het geld, dat de vorige maal in onze zakken is teruggevonden. Men wil ons overrompelen en overvallen, ons tot slaven maken, en onze ezels in beslag nemen.
18พวกเขากลัวเพราะถูกพาเข้าไปในบ้านของโยเซฟ จึงพูดกันว่า “เขาพาเราเข้ามาเพราะเงินที่ถูกคืนไว้ในกระสอบครั้งก่อนแน่ เขาคงจะหาเรื่องเรา จู่โจมเรา แล้วจับเราเป็นทาสพร้อมยึดลาของเรา”
19Zij traden op den hofmeester van Josef toe, spraken hem aan bij de deur van het huis, en zeiden tot hem:
19พวกเขาจึงเข้าไปหาผู้ดูแลบ้านของโยเซฟ และพูดกับเขาตรงประตูบ้านว่า
20Met uw verlof, heer; wij waren vroeger al hier, om koren te kopen.
20“นายท่านครับ ครั้งก่อนพวกเราลงมาซื้ออาหารจริงๆ
21Maar toen wij in het nachtverblijf kwamen en onze zakken openden, lag ieders geld boven in zijn zak: ons eigen geld naar het volle bedrag. Dit hebben we nu weer meegebracht,
21แต่เมื่อถึงที่พักระหว่างทางและเปิดกระสอบ ก็พบว่าเงินของแต่ละคนอยู่ตรงปากกระสอบครบตามน้ำหนัก พวกเราจึงนำเงินนั้นกลับมาด้วย
22tegelijk met het andere geld, dat we bij ons hebben, om levensmiddelen te kopen. Wij weten niet, wie ons geld weer in onze zakken heeft gelegd.
22และพวกเราก็นำเงินอีกส่วนมาซื้ออาหาร พวกเราไม่รู้ว่าใครเอาเงินของเราใส่กลับเข้าไปในกระสอบ”
23Hij gaf hun ten antwoord: Weest maar gerust, vreest niet; uw God en de God van uw vader heeft heimelijk een schat in uw zakken gelegd; want ik heb uw geld ontvangen. Nadat de man ook Simeon bij hen had gebracht,
23เขาตอบว่า “สบายใจได้ อย่ากลัวเลย พระเจ้าของพวกคุณ พระเจ้าของพ่อพวกคุณ ให้ทรัพย์แก่พวกคุณไว้ในกระสอบเอง เงินของพวกคุณผมได้รับแล้ว” แล้วเขาก็พาสิเมโอนออกมาหาพวกเขา
24leidde hij hen naar het huis van Josef, en gaf hun water, om hun voeten te wassen, en voer voor hun ezels.
24ชายคนนั้นพาพวกเขาเข้าไปในบ้านของโยเซฟ เอาน้ำมาให้ล้างเท้า และเอาอาหารให้ลา
25Zij legden hun geschenken gereed in afwachting van Josef, die tegen de middag zou komen; want zij hadden gehoord, dat hij daar zou eten.
25พวกเขาเตรียมของฝากไว้รอโยเซฟมาตอนเที่ยง เพราะได้ยินว่าจะกินอาหารกันที่นั่น
26Toen Josef thuis kwam, boden zij hem de geschenken aan, die zij van huis hadden meegenomen, en bogen zich voor hem ter aarde neer.
26เมื่อโยเซฟกลับมาบ้าน พวกเขาก็นำของฝากเข้าไปให้และก้มกราบเขาจนถึงพื้น
27Hij vroeg hun, hoe zij het maakten, en zei: Maakt ook uw oude vader, van wien ge mij hebt gesproken, het nog goed; is hij nog in leven?
27โยเซฟถามสารทุกข์สุกดิบ แล้วถามว่า “พ่อชราที่พวกคุณพูดถึงสบายดีไหม? ยังมีชีวิตอยู่หรือ?”
28Zij antwoordden: Onze vader, uw dienaar, maakt het goed, en is nog in leven; en weer bogen zij eerbiedig voor hem ter aarde.
28พวกเขาตอบว่า “พ่อของพวกเรา คนรับใช้ของท่าน สบายดีและยังมีชีวิตอยู่” แล้วพวกเขาก็ก้มกราบอีกครั้ง
29Toen hij rondkeek, en zijn broer Benjamin zag, den zoon van zijn moeder, zei hij: Is dat uw jongste broer, van wien ge mij hebt gesproken? En hij voegde er aan toe: God zij u genadig, mijn zoon.
29โยเซฟเงยหน้าขึ้นเห็นเบนยามินน้องชายร่วมมารดา จึงถามว่า “นี่คือน้องคนเล็กที่พวกคุณพูดถึงใช่ไหม?” แล้วพูดกับเบนยามินว่า “ขอพระเจ้าเมตตาเจ้า ลูกเอ๋ย”
30Dan snelde Josef weg, om uit te schreien; want bij het zien van zijn broer was hij diep ontroerd. Hij ging zijn kamer binnen en snikte het uit.
30โยเซฟรีบออกไป เพราะใจเอ่อล้นด้วยความรักต่อน้องจนอยากร้องไห้ เขาเข้าไปในห้องส่วนตัวและร้องไห้ที่นั่น
31Na zijn gelaat te hebben gewassen, kwam hij weer de kamer uit. Hij vermande zich en sprak: Dient de maaltijd op!
31จากนั้นล้างหน้าแล้วออกมา ข่มอารมณ์ไว้และสั่งว่า “ยกอาหารมาได้”
32Toen diende men voor ieder afzonderlijk het eten op, voor Josef, voor hen, en voor de Egyptenaren, die met hem aten. Want de Egyptenaren mogen niet met de Hebreën eten: dit is voor de Egyptenaren een gruwel.
32คนรับใช้จัดอาหารให้โยเซฟต่างหาก ให้พวกพี่น้องต่างหาก และให้ชาวอียิปต์ที่กินกับเขาต่างหาก เพราะชาวอียิปต์ถือว่าการกินอาหารร่วมกับชาวฮีบรูเป็นสิ่งน่ารังเกียจ
33Zo zaten de mannen tegenover hem, van den oudste tot den jongste, juist volgens hun leeftijd; verwonderd keken zij elkaar er op aan.
33พวกพี่น้องนั่งต่อหน้าโยเซฟเรียงจากคนโตตามสิทธิของคนโตไปจนถึงคนเล็กตามอายุ พวกเขามองหน้ากันด้วยความประหลาดใจ
34Hij liet hen van de gerechten bedienen, die voor hem stonden; maar het deel van Benjamin was vijf maal zo groot als dat van ieder der anderen. Zij dronken met hem, en werden vrolijk.
34โยเซฟส่งอาหารจากโต๊ะของตนให้พวกเขา แต่ส่วนของเบนยามินมากกว่าของคนอื่นถึง 5 เท่า พวกเขาดื่มกินกับโยเซฟอย่างรื่นเริง
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.