Genesis 12
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Jahweh sprak tot Abram: Trek weg uit uw land, Uit uw stam en uit het huis uws vaders Naar het land, dat Ik u tonen zal.
1พระยาห์เวห์กล่าวกับอับรามว่า “ออกจากบ้านเมืองของเจ้า จากญาติพี่น้อง และจากบ้านของพ่อ แล้วไปยังดินแดนที่เราจะชี้ให้เจ้าเห็น
2Ik zal een groot volk van u maken, U zegenen en uw naam beroemd maken, Zodat hij ten zegen zal zijn.
2เราจะทำให้เจ้าเป็นชนชาติใหญ่ เราจะอวยพรเจ้า และทำให้ชื่อของเจ้ายิ่งใหญ่ และเจ้าเองจะนำพรมาให้ผู้อื่น
3Ik zal zegenen, die u zegent, Vervloeken, die u vervloekt. En in u zullen alle geslachten der aarde worden gezegend.
3เราจะอวยพรคนที่อวยพรเจ้า และจะสาปคนที่ดูหมิ่นเจ้า ทุกครอบครัวบนแผ่นดินจะได้รับพรผ่านเจ้า”
4Toen vertrok Abram, zoals Jahweh hem bevolen had, en Lot ging met hem mee; Abram was vijf en zeventig jaar oud, toen hij uit Charan wegtrok.
4อับรามจึงออกเดินทางตามที่พระยาห์เวห์กล่าว โลทไปกับเขาด้วย ตอนที่อับรามออกจากฮารานเขาอายุ 75 ปี
5Abram nam Sarai, zijn vrouw, en zijn neef Lot met zich mee, met heel hun bezit, en al de slaven, die zij in Charan hadden verworven; ze gingen op weg naar het land Kanaän, en kwamen daar aan.
5อับรามพาซารายภรรยาของเขา โลทหลานชายของเขา รวมทั้งทรัพย์สินทั้งหมดที่สะสมไว้ และผู้คนทั้งหมดที่ได้มาอยู่กับพวกเขาในฮาราน พวกเขาออกเดินทางไปยังดินแดนคานาอัน และก็เข้ามาถึงดินแดนคานาอัน
6Abram trok het land door tot de plaats Sikem, en de eik van More. De Kanaänieten woonden toen nog in het land.
6อับรามเดินผ่านดินแดนไปถึงเชเคมตรงต้นโอ๊กแห่งโมเรห์ เวลานั้นชาวคานาอันอาศัยอยู่ในดินแดนนั้น
7Nu verscheen Jahweh aan Abram, en sprak: Dit land zal Ik aan uw nageslacht geven. Toen bouwde hij daar een altaar ter ere van Jahweh, die hem verschenen was.
7พระยาห์เวห์ปรากฏแก่อับรามและกล่าวว่า“เราจะมอบดินแดนนี้ให้ลูกหลานของเจ้า” เขาจึงสร้างแท่นบูชาถวายพระยาห์เวห์ที่นั่น คือพระองค์ผู้ปรากฏแก่เขา
8Vandaar reisde hij verder naar het bergland ten oosten van Betel, en sloeg zijn tent op tussen Betel ten westen en Ai ten oosten; daar bouwde hij een altaar voor Jahweh, en riep de naam van Jahweh aan.
8จากที่นั่นเขาเดินทางไปยังภูเขาทางตะวันออกของเบเทล แล้วกางเต็นท์ระหว่างเบเทลทางตะวันตกกับอัยทางตะวันออก ที่นั่นเขาสร้างแท่นบูชาถวายพระยาห์เวห์ และเรียกหาพระยาห์เวห์โดยเอ่ยพระนามของพระองค์
9Daarna trok Abram steeds verder naar het zuiden.
9อับรามเดินทางต่อไปเรื่อยๆมุ่งลงทางใต้
10Toen er in het land eens hongersnood uitbrak, zakte Abram naar Egypte af, om daar enige tijd te verblijven; want de hongersnood teisterde het land hevig.
10เกิดความอดอยากในดินแดนนั้น อับรามจึงลงไปอียิปต์เพื่ออาศัยอยู่ที่นั่นในฐานะคนต่างถิ่น เพราะความอดอยากรุนแรงมาก
11Maar op het punt Egypte binnen te trekken, zeide hij tot Sarai, zijn vrouw: Luister; ik weet, dat gij een mooie vrouw zijt.
11เมื่อใกล้จะเข้าอียิปต์เขาพูดกับซารายภรรยาว่า“ฟังนะ ฉันรู้ว่าเธอเป็นผู้หญิงที่สวยมาก
12Als de Egyptenaren u zien, en denken: dat is zijn vrouw, dan zullen ze mij vermoorden, maar u in leven laten.
12เมื่อชาวอียิปต์เห็นเธอ พวกเขาจะพูดว่า ‘นี่ภรรยาของเขา’ แล้วจะฆ่าฉัน แต่ไว้ชีวิตเธอ
13Zeg dus, dat gij mijn zuster zijt, dan zal het mij goed gaan om wille van u, en zal ik om uwentwil gespaard blijven.
13ช่วยบอกว่าเราเป็นพี่น้องกัน เพื่อพวกเขาจะปฏิบัติดีต่อฉันเพราะเห็นแก่เธอ และฉันจะรอดชีวิตเพราะเธอ”
14Zodra Abram nu in Egypte was gekomen, zagen de Egyptenaren, hoe buitengewoon mooi die vrouw was.
14เมื่ออับรามเข้ามาในอียิปต์ชาวอียิปต์ก็เห็นว่าหญิงคนนี้สวยมาก
15En toen Farao’s hovelingen haar zagen, roemden zij haar bij Farao, met het gevolg, dat de vrouw in het paleis van Farao werd gehaald.
15ขุนนางของฟาโรห์เห็นเธอและกล่าวชมเธอต่อฟาโรห์ หญิงคนนั้นจึงถูกพาเข้าไปในวังของฟาโรห์
16Hij overlaadde Abram om wille van haar met weldaden, zodat hij schapen, runderen en ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen ontving.
16ฟาโรห์ปฏิบัติดีต่ออับรามเพราะเห็นแก่เธอ อับรามจึงมีแกะโคลาตัวผู้ทาสชายทาสหญิงลาตัวเมียและอูฐ
17Maar Jahweh trof Farao en zijn huis met zware slagen naar aanleiding van Sarai, de vrouw van Abram.
17แต่พระยาห์เวห์นำภัยพิบัติร้ายแรงมาสู่ฟาโรห์และคนในวังเพราะซารายภรรยาของอับราม
18Toen ontbood Farao Abram, en zeide: Wat hebt ge mij daar aangedaan; waarom hebt ge mij niet meegedeeld, dat het uw vrouw is?
18ฟาโรห์จึงเรียกอับรามมา แล้วพูดว่า “เจ้าทำอะไรกับเรานี่ ทำไมไม่บอกว่านางเป็นภรรยาของเจ้า
19Waarom hebt ge gezegd: het is mijn zuster; zodat ik ze mij tot vrouw heb genomen. Daar hebt ge uw vrouw terug; neem haar mee en vertrek.
19ทำไมเจ้าถึงบอกว่า ‘เราเป็นพี่น้องกัน’ จนเรารับนางมาเป็นภรรยา นี่ภรรยาของเจ้า พานางไป แล้วออกไปเสีย”
20En Farao gaf aan enige mannen bevel, om hem en zijn vrouw, met alles wat hem toebehoorde, uitgeleide te doen.
20ฟาโรห์สั่งคนของตนให้พาอับราม ภรรยา และทุกสิ่งที่เขามีออกไป
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.