Ezechiel
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Mensenkind, ge moet een scherp zwaard nemen, het als een scheermes gebruiken, en het over uw hoofd en baard laten gaan. Haal dan een weegschaal, om de haren nauwkeurig te verdelen.
1ΚΑΙ σύ, υἱὲ ἀνθρώπου, λαβὲ σεαυτῷ ρομφαίαν ὀξεῖαν ὑπὲρ ξυρὸν κουρέως· κτήσῃ αὐτὴν σεαυτῷ καὶ ἐπάξεις αὐτὴν ἐπὶ τὴν κεφαλήν σου καὶ ἐπὶ τὸν πώγωνά σου. καὶ λήψῃ ζυγὸν σταθμίων καὶ διαστήσεις αὐτούς·
2Een derde deel moet ge in de stad verbranden, als de dagen der belegering voorbij zijn; een derde deel in haar omgeving neersabelen, en een derde deel in de wind verstrooien.
2τὸ τέταρτον ἐν πυρὶ ἀνακαύσεις ἐν μέσῃ τῇ πόλει κατὰ τὴν πλήρωσιν τῶν ἡμερῶν τοῦ συγκλεισμοῦ· καὶ λήψῃ τὸ τέταρτον καὶ κατακαύσεις αὐτὸ ἐν μέσῳ αὐτῆς, καὶ τὸ τέταρτον κατακόψεις ἐν ρομφαίᾳ κύκλῳ αὐτῆς, καὶ τὸ τέταρτον διασκορπιεῖς τῷ πνεύματι, καὶ μάχαιραν ἐκκενώσω ὀπίσω αὐτῶν.
3Maar daaruit moet ge er een paar, een zeker aantal opvangen, en ze binden in de zomen van uw kleed.
3καὶ λήψῃ ἐκεῖθεν ὀλίγους ἐν ἀριθμῷ καὶ συμπεριλήψῃ αὐτοὺς τῇ ἀναβολῇ σου.
4Zelfs daarvan moet ge er nog afnemen, om ze midden in het vuur te werpen en te verbranden. Zeg dan tot heel het huis van Israël:
4καὶ ἐκ τούτων λήψῃ ἔτι καὶ ρίψεις αὐτοὺς εἰς μέσον τοῦ πυρὸς καὶ κατακαύσεις αὐτοὺς ἐν πυρί· ἐξ αὐτῆς ἐξελεύσεται πῦρ. Καὶ ἐρεῖς παντὶ οἴκω Ἰσραήλ.
5Zo spreekt Jahweh, de Heer: Dàt is nu Jerusalem! Midden tussen de volken heb Ik het geplaatst met de landen er omheen.
5τάδε λέγει Κύριος· αὕτη ἡ Ἱερουσαλὴμ ἐν μέσῳ τῶν ἐθνῶν τέθεικα αὐτὴν καὶ τὰς κύκλῳ αὐτῆς χώρας.
6Maar het verzette zich goddeloos tegen mijn geboden meer dan de volken, en tegen mijn wetten meer dan de landen die het omringen; want mijn geboden hebben zij veracht, en volgens mijn wetten zich niet gedragen.
6καὶ ἐρεῖς τὰ δικαιώματά μου τῇ ἀνόμῳ ἐκ τῶν ἐθνῶν καὶ τὰ νόμιμά μου ἐκ τῶν χωρῶν τῶν κύκλῳ αὐτῆς, διότι τὰ δικαιώματά μου ἀπώσαντο καὶ ἐν τοῖς νομίμοις μου οὐκ ἐπορεύθησαν ἐν αὐτοῖς.
7Daarom zegt Jahweh, de Heer: Omdat ge nog weerspanniger geweest zijt dan de volken om u heen, u niet volgens mijn wetten hebt gedragen, en mijn geboden niet hebt onderhouden, maar naar de zeden van de volken om u heen hebt geleefd:
7διὰ τοῦτο τάδε λέγει Κύριος· ἀνθ᾿ ὧν ἡ ἀφορμὴ ὑμῶν ἐκ τῶν ἐθνῶν τῶν κύκλῳ ὑμῶν καὶ ἐν τοῖς νομίμοις μου οὐκ ἐπορεύθητε καὶ τὰ δικαιώματά μου οὐκ ἐποιήσατε, ἀλλ᾿ οὐδὲ κατὰ τὰ δικαιώματα τῶν ἐθνῶν τῶν κύκλῳ ὑμῶν οὐ πεποιήκατε,
8daarom zegt Jahweh, de Heer, kom Ik zelf op u af, ga Ik binnen uw muren gericht houden ten aanschouwen der volken,
8διὰ τοῦτο τάδε λέγει Κύριος· ἰδοὺ ἐγὼ ἐπὶ σὲ καὶ ποιήσω ἐν μέσῳ σου κρίμα ἐνώπιον τῶν ἐθνῶν
9ga Ik u treffen, zoals Ik het nog nooit heb gedaan, en zoals Ik het nimmer meer doen zal.
9καὶ ποιήσω ἐν σοὶ ἃ οὐ πεποίηκα καὶ ἃ οὐ ποιήσω ὅμοια αὐτοῖς ἔτι κατὰ πάντα τὰ βελύγματά σου.
10Om uw stuitend gedrag zullen binnen uw muren de vaders hun kinderen, en de kinderen hun vader verslinden; Ik ga wraakgericht houden, en wat er van u overblijft naar alle winden verstrooien.
10διὰ τοῦτο πατέρες φάγονται τέκνα ἐν μέσῳ σου, καὶ τέκνα φάγονται πατέρας· καὶ ποιήσω ἐν σοὶ κρίματα καὶ διασκορπιῶ πάντας τοὺς καταλοίπους σου εἰς πάντα ἄνεμον.
11Zowaar Ik leef, spreekt Jahweh, de Heer, Ik zal u! Omdat ge mijn heiligdom ontwijd hebt met al uw afgoden en uw gruwelen, ga ook Ik scheren zonder mededogen, zonder erbarming.
11διὰ τοῦτο ζῶ ἐγώ, λέγει Κύριος, ἦ μὴν ἀνθ᾿ ὧν τὰ ἅγιά μου ἐμίανας ἐν πᾶσι τοῖς βδελύγμασί σου, κἀγὼ ἀπώσομαί σε, οὐ φείσεταί μου ὁ ὀφθαλμός, κἀγὼ οὐκ ἐλεήσω.
12Het derde deel van u zal sterven aan de pest, en van de honger omkomen binnen uw muren; een derde deel zal in uw omtrek neergesabeld worden; een derde deel zal Ik naar alle winden verstrooien, en ze met het zwaard vervolgen.
12τὸ τέταρτόν σου ἐν θανάτῳ ἀναλωθήσεται, καὶ τὸ τέταρτόν σου ἐν λιμῷ συντελεσθήσεται ἐν μέσῳ σου, καὶ τὸ τέταρτόν σου εἰς πάντα ἄνεμον σκορπιῶ αὐτούς, καὶ τὸ τέταρτόν σου ἐν ρομφαίᾳ πεσοῦνται κύκλῳ σου, καὶ μάχαιραν ἐκκενώσω ὀπίσω αὐτῶν.
13Zo zal mijn toorn bedaren, zal Ik mijn woede op hen koelen; zo zullen ze erkennen, dat Ik, Jahweh, in mijn ijverzucht heb gesproken, als Ik mijn woede op hen koel.
13καὶ συντελεσθήσεται ὁ θυμός μου καὶ ἡ ὀργή μου ἐπ᾿ αὐτούς, καὶ ἐπιγνώσῃ διότι ἐγὼ Κύριος λελάληκα ἐν ζήλῳ μου ἐν τῷ συντελέσαι με τὴν ὀργήν μου ἐπ᾿ αὐτούς.
14Ik zal u tot een puinhoop maken, en tot hoon van de volken om u heen, zodat ieder die voorbijgaat het ziet.
14καὶ θήσομαί σε εἰς ἔρημον καὶ τὰς θυγατέρας σου κύκλῳ σου ἐνώπιον παντὸς διοδεύοντος,
15Ge zult het mikpunt worden voor hun spot en hoon, een heilzaam voorbeeld en een reden tot bezinning voor de volken die u omringen, als Ik aan u het wraakgericht in woede en gramschap en met grimmige straffen voltrek: Ik, Jahweh, heb het gezegd!
15καὶ ἔσῃ στενακτὴ καὶ δηλαϊστὴ ἐν τοῖς ἔθνεσι τοῖς κύκλῳ σου ἐν τῷ ποιῆσαί με ἐν σοὶ κρίματα ἐν ἐκδικήσει θυμοῦ μου· ἐγὼ Κύριος λελάληκα.
16En als Ik mijn venijnige pijlen op u heb afgeschoten om u te verderven, dan zal Ik bij u de broodstok breken.
16καὶ ἐν τῷ ἀποστεῖλάι με βολίδας τοῦ λιμοῦ ἐπ᾿ αὐτοὺς καὶ ἔσονται εἰς ἔκλειψιν, καὶ συντρίψω στήριγμα ἄρτου σου.
17Dan stuur Ik de honger en de wilde dieren op u af, om u te ontvolken; pest en bloed zullen onder u rondwaren, en Ik zal het zwaard over u brengen: Ik, Jahweh, heb het gezegd!
17καὶ ἐξαποστελῶ ἐπὶ σὲ λιμὸν καὶ θηρία πονηρὰ καὶ τιμωρήσομαί σε, καὶ θάνατος καὶ αἷμα διελεύσονται ἐπὶ σέ, καὶ ρομφαίαν ἐπάξω ἐπὶ σὲ κυκλόθεν· ἐγὼ Κύριος λελάληκα.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.