Ezechiel
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Mensenkind, ge moet een scherp zwaard nemen, het als een scheermes gebruiken, en het over uw hoofd en baard laten gaan. Haal dan een weegschaal, om de haren nauwkeurig te verdelen.
1Et toi, fils de l’homme, prends un instrument tranchant, un rasoir de barbier; prends-le, et passe-le sur ta tête et sur ta barbe. Prends ensuite une balance à peser, et partage les cheveux.
2Een derde deel moet ge in de stad verbranden, als de dagen der belegering voorbij zijn; een derde deel in haar omgeving neersabelen, en een derde deel in de wind verstrooien.
2Brûles-en un tiers dans le feu, au milieu de la ville, lorsque les jours du siège seront accomplis; prends-en un tiers, et frappe-le avec le rasoir tout autour de la ville; disperses-en un tiers au vent, et je tirerai l’épée derrière eux.
3Maar daaruit moet ge er een paar, een zeker aantal opvangen, en ze binden in de zomen van uw kleed.
3Tu en prendras une petite quantité, que tu serreras dans les bords de ton vêtement.
4Zelfs daarvan moet ge er nog afnemen, om ze midden in het vuur te werpen en te verbranden. Zeg dan tot heel het huis van Israël:
4Et de ceux-là tu en prendras encore quelques-uns, que tu jetteras au feu et que tu brûleras dans le feu. De là sortira un feu contre toute la maison d’Israël.
5Zo spreekt Jahweh, de Heer: Dàt is nu Jerusalem! Midden tussen de volken heb Ik het geplaatst met de landen er omheen.
5Ainsi parle le Seigneur, l’Éternel: C’est là cette Jérusalem que j’avais placée au milieu des nations et des pays d’alentour.
6Maar het verzette zich goddeloos tegen mijn geboden meer dan de volken, en tegen mijn wetten meer dan de landen die het omringen; want mijn geboden hebben zij veracht, en volgens mijn wetten zich niet gedragen.
6Elle a violé mes lois et mes ordonnances, et s’est rendue plus coupable que les nations et les pays d’alentour; car elle a méprisé mes lois, elle n’a pas suivi mes ordonnances.
7Daarom zegt Jahweh, de Heer: Omdat ge nog weerspanniger geweest zijt dan de volken om u heen, u niet volgens mijn wetten hebt gedragen, en mijn geboden niet hebt onderhouden, maar naar de zeden van de volken om u heen hebt geleefd:
7C’est pourquoi ainsi parle le Seigneur, l’Éternel: Parce que vous avez été plus rebelles que les nations qui vous entourent, parce que vous n’avez pas suivi mes ordonnances et pratiqué mes lois, et que vous n’avez pas agi selon les lois des nations qui vous entourent;
8daarom zegt Jahweh, de Heer, kom Ik zelf op u af, ga Ik binnen uw muren gericht houden ten aanschouwen der volken,
8à cause de cela, ainsi parle le Seigneur, l’Éternel: Voici, j’en veux à toi, et j’exécuterai au milieu de toi mes jugements sous les yeux des nations.
9ga Ik u treffen, zoals Ik het nog nooit heb gedaan, en zoals Ik het nimmer meer doen zal.
9A cause de toutes tes abominations, je te ferai ce que je n’ai point encore fait, ce que je ne ferai jamais.
10Om uw stuitend gedrag zullen binnen uw muren de vaders hun kinderen, en de kinderen hun vader verslinden; Ik ga wraakgericht houden, en wat er van u overblijft naar alle winden verstrooien.
10C’est pourquoi des pères mangeront leurs enfants au milieu de toi, et des enfants mangeront leurs pères; j’exercerai mes jugements contre toi, et je disperserai à tous les vents tout ce qui restera de toi.
11Zowaar Ik leef, spreekt Jahweh, de Heer, Ik zal u! Omdat ge mijn heiligdom ontwijd hebt met al uw afgoden en uw gruwelen, ga ook Ik scheren zonder mededogen, zonder erbarming.
11C’est pourquoi, je suis vivant! Dit le Seigneur, l’Éternel, parce que tu as souillé mon sanctuaire par toutes tes idoles et toutes tes abominations, moi aussi je retirerai mon œil, et mon œil sera sans pitié, moi aussi je n’aurai point de miséricorde.
12Het derde deel van u zal sterven aan de pest, en van de honger omkomen binnen uw muren; een derde deel zal in uw omtrek neergesabeld worden; een derde deel zal Ik naar alle winden verstrooien, en ze met het zwaard vervolgen.
12Un tiers de tes habitants mourra de la peste et sera consumé par la famine au milieu de toi; un tiers tombera par l’épée autour de toi; et j’en disperserai un tiers à tous les vents, et je tirerai l’épée derrière eux.
13Zo zal mijn toorn bedaren, zal Ik mijn woede op hen koelen; zo zullen ze erkennen, dat Ik, Jahweh, in mijn ijverzucht heb gesproken, als Ik mijn woede op hen koel.
13J’assouvirai ainsi ma colère, je ferai reposer ma fureur sur eux, je me donnerai satisfaction; et ils sauront que moi, l’Éternel, j’ai parlé dans ma colère, en répandant sur eux ma fureur.
14Ik zal u tot een puinhoop maken, en tot hoon van de volken om u heen, zodat ieder die voorbijgaat het ziet.
14Je ferai de toi un désert, un sujet d’opprobre parmi les nations qui t’entourent, aux yeux de tous les passants.
15Ge zult het mikpunt worden voor hun spot en hoon, een heilzaam voorbeeld en een reden tot bezinning voor de volken die u omringen, als Ik aan u het wraakgericht in woede en gramschap en met grimmige straffen voltrek: Ik, Jahweh, heb het gezegd!
15Tu seras un sujet d’opprobre et de honte, un exemple et un objet d’effroi pour les nations qui t’entourent, quand j’exécuterai contre toi mes jugements, avec colère, avec fureur, et par des châtiments rigoureux, c’est moi, l’Éternel, qui parle,
16En als Ik mijn venijnige pijlen op u heb afgeschoten om u te verderven, dan zal Ik bij u de broodstok breken.
16quand je lancerai sur eux les flèches pernicieuses de la famine, qui donnent la mort, et que j’enverrai pour vous détruire; car j’ajouterai la famine à vos maux, je briserai pour vous le bâton du pain.
17Dan stuur Ik de honger en de wilde dieren op u af, om u te ontvolken; pest en bloed zullen onder u rondwaren, en Ik zal het zwaard over u brengen: Ik, Jahweh, heb het gezegd!
17J’enverrai contre vous la famine et les bêtes féroces, qui te priveront d’enfants; la peste et le sang passeront au milieu de toi; je ferai venir l’épée sur toi. C’est moi, l’Éternel, qui parle.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.