Ezechiel
Chapter 48
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Nu volgen de namen der stammen. In het uiterste noorden, naast de weg van Chetlon in de richting van Chamat naar Chaser-Enon, en met het grondgebied van Damascus en dat van Chamat ten noorden, krijgt Dan een gebied van oost- tot westgrens.
1Voici les noms des tribus. Depuis l’extrémité septentrionale, le long du chemin de Hethlon à Hamath, Hatsar-Énon, la frontière de Damas au nord vers Hamath, de l’orient à l’occident: Dan, une tribu.
2Aser een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Dan.
2Sur la limite de Dan, de l’orient à l’occident: Aser, une tribu.
3Neftali een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Aser.
3Sur la limite d’Aser, de l’orient à l’occident: Nephthali, une tribu.
4Manasse een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Neftali.
4Sur la limite de Nephthali, de l’orient à l’occident: Manassé, une tribu.
5Efraïm een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Manasse.
5Sur la limite de Manassé, de l’orient à l’occident: Éphraïm, une tribu.
6Ruben een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Efraïm.
6Sur la limite d’Éphraïm, de l’orient à l’occident: Ruben, une tribu.
7Juda een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Ruben.
7Sur la limite de Ruben, de l’orient à l’occident: Juda, une tribu.
8Naast het gebied van Juda, van oost- tot westgrens, komt het heilig gebied te liggen, dat ge moet afstaan, en dat vijf en twintig duizend el breed is, en even lang als een der andere gebieden van oost- tot westgrens. Midden daarop komt het heiligdom te staan.
8Sur la frontière de Juda, de l’orient à l’occident, sera la portion que vous prélèverez, large de vingt-cinq mille cannes et longue comme l’une des parts de l’orient à l’occident; et le sanctuaire sera au milieu.
9Het gebied, dat ge aan Jahweh moet afstaan, is vijf en twintig duizend el lang en twintig duizend breed.
9La portion que vous prélèverez pour l’Éternel aura vingt-cinq mille cannes de longueur et dix mille de largeur.
10Voor de volgende personen zal het heilig gebied bestemd zijn: De priesters krijgen een gebied, dat aan de noordkant vijf en twintig duizend el lang is, aan de westkant tienduizend breed, aan de oostkant tienduizend breed, en aan de zuidkant vijf en twintig duizend lang. Midden daarop komt het heiligdom van Jahweh te staan.
10C’est aux sacrificateurs qu’appartiendra cette portion sainte: vingt-cinq mille cannes au septentrion, dix mille en largeur à l’occident, dix mille en largeur à l’orient, et vingt-cinq mille en longueur au midi; et le sanctuaire de l’Éternel sera au milieu.
11Aan de gewijde priesters, de zonen van Sadok, die mijn dienst hebben waargenomen, en die niet evenals de levieten afgedwaald zijn, toen de Israëlieten afdwaalden,
11Elle appartiendra aux sacrificateurs consacrés, aux fils de Tsadok, qui ont fait le service de mon sanctuaire, qui ne se sont point égarés, lorsque les enfants d’Israël s’égaraient, comme s’égaraient les Lévites.
12zal het toebehoren als deel van het heilig gebied, als iets hoogheiligs, grenzend aan het terrein der levieten.
12Elle leur appartiendra comme portion très sainte, prélevée sur la portion du pays qui aura été prélevée, à côté de la limite des Lévites.
13Evenwijdig aan het terrein der priesters krijgen de levieten een terrein van vijf en twintig duizend el lang en tien duizend breed. Samen dus een lengte van vijf en twintig duizend el en een breedte van twintig duizend.
13Les Lévites auront, parallèlement à la limite des sacrificateurs, vingt-cinq mille cannes en longueur et dix mille en largeur, vingt-cinq mille pour toute la longueur et dix mille pour la largeur.
14Niets mogen ze daarvan verkopen of inruilen; het beste van het land mag niet in andere handen overgaan, want het is aan Jahweh gewijd.
14Ils n’en pourront rien vendre ni échanger; et les prémices du pays ne seront point aliénées, car elles sont consacrées à l’Éternel.
15De vijfduizend el, die van de breedte overblijven, op de strook van de vijf en twintig duizend el, is profaan land, en dient de stad tot woonplaats en weidegrond. Midden daarop komt de stad te staan.
15Les cinq mille cannes qui resteront en largeur sur les vingt-cinq mille seront destinées à la ville, pour les habitations et la banlieue; et la ville sera au milieu.
16Dit is de omvang van de stad: aan de noordkant vijf en veertig honderd el, aan de zuidkant vijf en veertig honderd, aan de oostkant vijf en veertig honderd en aan de westkant vijf en veertig honderd.
16En voici les mesures: du côté septentrional quatre mille cinq cents, du côté méridional quatre mille cinq cents, du côté oriental quatre mille cinq cents, et du côté occidental quatre mille cinq cents.
17Daarenboven een weidegrond voor de stad van tweehonderd vijftig el in het noorden, tweehonderd vijftig in het zuiden, tweehonderd vijftig in het oosten en tweehonderd vijftig in het westen.
17La ville aura une banlieue de deux cent cinquante au nord, de deux cent cinquante au midi, de deux cent cinquante à l’orient, et de deux cent cinquante à l’occident.
18Wat er dan van de lengte langs het heilig gebied overblijft, namelijk tienduizend el oostelijk en tienduizend westelijk, daarvan zal de opbrengst dienen tot levensonderhoud van de bewoners der stad.
18Le reste sur la longueur, parallèlement à la portion sainte, dix mille à l’orient et dix mille à l’occident, parallèlement à la portion sainte, formera les revenus destinés à l’entretien de ceux qui travailleront pour la ville.
19Uit alle stammen van Israël zal de bevolking der stad samengesteld zijn.
19Le sol en sera cultivé par ceux de toutes les tribus d’Israël qui travailleront pour la ville.
20Dit gehele gebied:een vierkant van vijf en twintig duizend el bij vijf en twintig duizend el, moet ge afstaan als heilig gebied en stadsbezit.
20Toute la portion prélevée sera de vingt-cinq mille cannes en longueur sur vingt-cinq mille en largeur; vous en séparerez un carré pour la propriété de la ville.
21Wat er overblijft is voor den vorst. Wat aan weerskanten van het heilig gebied en het stadsbezit ligt, oostelijk naast de vijf en twintig duizend el van het heilig gebied tot de oostgrens toe, en westelijk naast de vijf en twintig duizend el van het heilig gebied tot de westgrens toe, en wat evenwijdig aan de stamgebieden loopt, zal den vorst toebehoren. Het heilig gebied met de tempel zal er middenin liggen.
21Ce qui restera sera pour le prince, aux deux côtés de la portion sainte et de la propriété de la ville, le long des vingt-cinq mille cannes de la portion sainte jusqu’à la limite de l’orient, et à l’occident le long des vingt-cinq mille cannes vers la limite de l’occident, parallèlement aux parts. C’est là ce qui appartiendra au prince; et la portion sainte et le sanctuaire de la maison seront au milieu.
22Het land, dat enerzijds aan het grondbezit der levieten en het stadsbezit grenst—die midden tussen het gebied van den vorst liggen—en dat anderzijds tussen de gebieden van Juda en Benjamin ligt, zal den vorst toebehoren.
22Ainsi ce qui appartiendra au prince sera l’espace compris depuis la propriété des Lévites et depuis la propriété de la ville; ce qui sera entre la limite de Juda et la limite de Benjamin appartiendra au prince.
23Wat de overige stammen betreft: Benjamin krijgt een gebied van oost- tot westgrens;
23Voici les autres tribus. De l’orient à l’occident: Benjamin, une tribu.
24Simeon een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Benjamin;
24Sur la limite de Benjamin, de l’orient à l’occident: Siméon, une tribu.
25Issakar een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Simeon;
25Sur la limite de Siméon, de l’orient à l’occident: Issacar, une tribu.
26Zabulon een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Issakar;
26Sur la limite d’Issacar, de l’orient à l’occident: Zabulon, une tribu.
27Gad een gebied van oost- tot westgrens, naast dat van Zabulon.
27Sur la limite de Zabulon, de l’orient à l’occident: Gad, une tribu.
28Naast het gebied van Gad, aan de kant van de Négeb, ten zuiden, loopt de grens. Deze gaat van Tamar over het water van Meribat-Kadesj en langs de beek naar de grote zee.
28Sur la limite de Gad, du côté méridional, au midi, la frontière ira depuis Thamar, jusqu’aux eaux de Meriba à Kadès, jusqu’au torrent vers la grande mer.
29Tot zover dus over het land, dat ge aan de stammen van Israël als erfdeel moet toewijzen, en over hun stamgebieden, spreekt Jahweh, de Heer.
29Tel est le pays que vous diviserez en héritage par le sort pour les tribus d’Israël et telles sont leurs parts, dit le Seigneur, l’Éternel.
30Nu volgen de uitgangen van de stad.
30Voici les issues de la ville. Du côté septentrional quatre mille cinq cents cannes.
31De stadspoorten zijn naar de stammen van Israël genoemd. Aan de noordkant, die vijf en veertighonderd el lang is, liggen drie poorten: een Rubenpoort, een Judapoort en een Levipoort.
31et les portes de la ville d’après les noms des tribus d’Israël, trois portes au nord: la porte de Ruben, une, la porte de Juda, une, la porte de Lévi, une.
32Aan de oostkant, die vijf en veertighonderd el lang is, liggen drie poorten: een Josefpoort, een Benjaminpoort en een Danpoort.
32Du côté oriental quatre mille cinq cents cannes, et trois portes: la porte de Joseph, une, la porte de Benjamin, une, la porte de Dan, une.
33Aan de zuidkant, die vijf en veertighonderd el lang is, liggen drie poorten: een Simeonpoort, een Issakarpoort en een Zabulonpoort.
33Du côté méridional quatre mille cinq cents cannes, et trois portes: la porte de Siméon, une, la porte d’Issacar, une, la porte de Zabulon, une.
34Aan de westzijde, die vijf en veertighonderd el lang is, liggen drie poorten: een Gadpoort, een Aserpoort en een Neftalipoort.
34Du côté occidental quatre mille cinq cents cannes, et trois portes: la porte de Gad, une, la porte d’Aser, une, la porte de Nephthali, une.
35De gehele omtrek bedraagt achttienduizend el. En de naam der stad zal voortaan zijn: Jahweh is daar!
35Circuit: dix-huit mille cannes. Et, dès ce jour, le nom de la ville sera: l’Éternel est ici.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.