Exodus
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Eens dat Moses de kudde weidde van zijn schoonvader Jitro, priester van Midjan, en hij zijn kudde diep de woestijn in had gedreven, en bij de Horeb, de berg van God, was gekomen,
1摩西 牧養他岳父 米甸 祭司 葉忒羅 的羊群;一日領羊群往野外去,到了上帝的山,就是 何烈山 。
2verscheen hem de engel van Jahweh in een vlammend vuur midden in een braambos. Hij zag op, en ofschoon het braambos in lichte laaie stond, werd het niet verteerd.
2耶和華的使者從荊棘裏火焰中向 摩西 顯現。 摩西 觀看,不料,荊棘被火燒着,卻沒有燒毀。
3Moses dacht bij zichzelf: Ik moet dat wondere schouwspel toch eens wat nader gaan bezien en kijken, waarom het braambos niet verbrandt.
3摩西 說:「我要過去看這大異象,這荊棘為何沒有燒壞呢?」
4Toen Jahweh zag, dat hij dichterbij kwam, om scherper toe te zien, riep God hem midden uit het braambos toe: Moses, Moses! Hij antwoordde: Hier ben ik!
4耶和華上帝見他過去要看,就從荊棘裏呼叫說:「 摩西 ! 摩西 !」他說:「我在這裏。」
5Hij ging voort: Kom hier niet dichterbij, maar doe uw schoenen van uw voeten; want de plaats, waar gij staat, is heilige grond.
5上帝說:「不要近前來。當把你腳上的鞋脫下來,因為你所站之地是聖地」;
6En Hij vervolgde: Ik ben de God van uw vader; de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob. Toen bedekte Moses zijn gelaat, want hij durfde niet naar God opzien.
6又說:「我是你父親的上帝,是 亞伯拉罕 的上帝, 以撒 的上帝, 雅各 的上帝。」 摩西 蒙上臉,因為怕看上帝。
7En Jahweh sprak: Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien en zijn noodkreten om zijn verdrukkers gehoord. Waarachtig, zijn lijden is Mij bekend!
7耶和華說:「我的百姓在 埃及 所受的困苦,我實在看見了;他們因受督工的轄制所發的哀聲,我也聽見了。我原知道他們的痛苦,
8Daarom ben Ik neergedaald, om het uit de macht van Egypte te verlossen, en om het uit dit land te geleiden naar een schoon en uitgestrekt land: naar een land, dat druipt van melk en honing, de woonplaats van de Kanaänieten en Chittieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten.
8我下來是要救他們脫離 埃及 人的手,領他們出了那地,到美好、寬闊、流奶與蜜之地,就是到 迦南 人、 赫 人、 亞摩利 人、 比利洗 人、 希未 人、 耶布斯 人之地。
9Ja, het geschrei van Israëls zonen is tot Mij doorgedrongen en Ik heb de verdrukking gezien, waarmede Egypte hen kwelt.
9現在 以色列 人的哀聲達到我耳中,我也看見 埃及 人怎樣欺壓他們。
10Welnu dan, Ik zal u tot Farao zenden; gij moet mijn volk, de kinderen Israëls, uit Egypte leiden.
10故此,我要打發你去見法老,使你可以將我的百姓 以色列 人從 埃及 領出來。」
11Maar Moses zeide tot God: Wie ben ik, dat ik tot Farao zou gaan, en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?
11摩西 對上帝說:「我是甚麼人,竟能去見法老,將 以色列 人從 埃及 領出來呢?」
12Hij hernam: Ik ben met u! En dit zal voor u het teken zijn, dat Ik het ben, die u gezonden heb: wanneer ge het volk uit Egypte zult hebben geleid, zult ge God vereren op deze berg.
12上帝說:「我必與你同在。你將百姓從 埃及 領出來之後,你們必在這山上事奉我;這就是我打發你去的證據。」
13Toen zei Moses tot God: Wanneer ik nu tot de zonen Israëls ga en hun zeg: “De God uwer vaderen zendt mij tot u”, wat moet ik dan antwoorden, als ze vragen: Hoe is zijn Naam?
13摩西 對上帝說:「我到 以色列 人那裏,對他們說:『你們祖宗的上帝打發我到你們這裏來。』他們若問我說:『他叫甚麼名字?』我要對他們說甚麼呢?」
14God sprak tot Moses: Ik ben: “Ik ben!” En Hij vervolgde: Dit moet ge aan de Israëlieten antwoorden: “Ik ben” zendt mij tot u!
14上帝對 摩西 說:「我是自有永有的」;又說:「你要對 以色列 人這樣說:『那自有的打發我到你們這裏來。』」
15En God sprak verder tot Moses: Dit moet gij aan Israëls kinderen zeggen: “Jahweh, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob zendt mij tot u!” Dit is voor eeuwig mijn Naam; zo zal Ik heten van geslacht tot geslacht.
15上帝又對 摩西 說:「你要對 以色列 人這樣說:『耶和華-你們祖宗的上帝,就是 亞伯拉罕 的上帝, 以撒 的上帝, 雅各 的上帝,打發我到你們這裏來。』耶和華是我的名,直到永遠;這也是我的紀念,直到萬代。
16Ga nu en roep de oudsten van Israël bijeen, en zeg hun: Jahweh, de God uwer vaderen, is mij verschenen; de God van Abraham, Isaäk en Jakob heeft mij gezegd: “Ik heb vol zorg op u nedergezien en gelet op wat men u in Egypte aandoet.
16你去招聚 以色列 的長老,對他們說:『耶和華-你們祖宗的上帝,就是 亞伯拉罕 的上帝, 以撒 的上帝, 雅各 的上帝,向我顯現,說:我實在眷顧了你們,我也 看見 埃及 人怎樣待你們。
17Daarom heb Ik besloten: Uit de ellende van Egypte voer Ik u weg naar het land der Kanaänieten en Chittieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten, naar een land, dat druipt van melk en honing!”
17我也說:要將你們從 埃及 的困苦中領出來,往 迦南 人、 赫 人、 亞摩利 人、 比利洗 人、 希未 人、 耶布斯 人的地去,就是到流奶與蜜之地。』
18Zij zullen aan uw oproep gehoor geven. Dan moet gij met de oudsten van Israël naar den koning van Egypte gaan, en hem zeggen: “Jahweh, de God der Hebreën, is ons verschenen; wij moeten drie dagreizen ver de woestijn in, om aan Jahweh, onzen God, een offer te brengen”.
18他們必聽你的話。你和 以色列 的長老要去見 埃及 王,對他說:『耶和華- 希伯來 人的上帝遇見了我們,現在求你容我們往曠野去,走三天的路程,為要祭祀耶和華-我們的上帝。』
19Maar Ik weet, dat de koning van Egypte u slechts gedwongen zal laten vertrekken.
19我知道雖用大能的手, 埃及 王也不容你們去。
20Daarom zal Ik mijn hand uitstrekken, om Egypte te treffen met al mijn wonderen, die Ik in dat land zal verrichten; daarna zal hij u laten gaan.
20我必伸手在 埃及 中間施行我一切的奇事,攻擊那地,然後他才容你們去。
21Ik zal de Egyptenaren inschikkelijk maken jegens dit volk, zodat ge bij uw vertrek niet met lege handen zult heengaan.
21我必叫你們在 埃及 人眼前蒙恩,你們去的時候就不至於空手而去。
22De vrouwen moeten van haar buren en medebewoners zilveren en gouden sieraden en klederen eisen, die ge uw zonen en dochters moet aandoen. Zo zult ge Egypte uitschudden.
22但各婦女必向她的鄰舍,並居住在她家裏的女人,要金器銀器和衣裳,好給你們的兒女穿戴。這樣你們就把 埃及 人的 財物 奪去了。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.