Exodus
Chapter 32
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Toen het volk intussen zag, dat Moses nog maar steeds niet van de berg afdaalde, liep het rond Aäron te hoop en zei tot hem: Kom, maak ons een god, die voor ons uittrekt; want we weten niet, wat er met Moses is gebeurd, den man, die ons uit Egypte heeft geleid.
1百姓見 摩西 遲延不下山,就大家聚集到 亞倫 那裏,對他說:「起來!為我們做神 像 ,可以在我們前面引路;因為領我們出 埃及 地的那個 摩西 ,我們不知道他遭了甚麼事。」
2Aäron gaf hun ten antwoord: Haalt de gouden ringen uit de oren van uw vrouwen, zonen en dochters, en brengt die bij mij.
2亞倫 對他們說:「你們去摘下你們妻子、兒女耳上的金環,拿來給我。」
3En al het volk legde de gouden oorringen af, en bracht ze naar Aäron.
3百姓就都摘下他們耳上的金環,拿來給 亞倫 。
4Deze nam ze van hen aan, goot ze in een kleivorm, en maakte er een gegoten kalf van. Nu riepen zij: Israël, daar is uw God, die u uit Egypte heeft geleid!
4亞倫 從他們手裏接過來,鑄了一隻牛犢,用雕刻的器具做成。他們就說:「 以色列 啊,這是領你出 埃及 地的神。」
5Toen Aäron dat zag, bouwde hij er een altaar voor, en kondigde af: Morgen is het feest ter ere van Jahweh!
5亞倫 看見,就在牛犢面前築壇,且宣告說:「明日要向耶和華守節。」
6En de volgende morgen droeg men brand(-) en vredeoffers op, en het volk zat neer, om te eten en te drinken, en ging zich vermaken.
6次日清早,百姓起來獻燔祭和平安祭,就坐下吃喝,起來玩耍。
7Toen sprak Jahweh tot Moses: Ga naar beneden, want uw volk, dat ge uit Egypte hebt geleid, is diep bedorven.
7耶和華吩咐 摩西 說:「下去吧,因為你的百姓,就是你從 埃及 地領出來的,已經敗壞了。
8Het heeft nu de weg al verlaten, die Ik het heb voorgeschreven. Zij hebben zich een kalf gegoten, aanbidden het, brengen het offers, en roepen: Israël, dit is uw God, die u uit Egypte heeft geleid!
8他們快快偏離了我所吩咐的道,為自己鑄了一隻牛犢,向它下拜獻祭,說:『 以色列 啊,這就是領你出 埃及 地的神。』」
9En Jahweh vervolgde tot Moses: Ik heb nu gemerkt, wat voor volk het is: een halsstarrig volk.
9耶和華對 摩西 說:「我看這百姓真是硬着頸項的百姓。
10Laat Mij dus begaan, en mijn woede op hen koelen; Ik zal ze vernietigen en dan van u een groot volk maken.
10你且由着我,我要向他們發烈怒,將他們滅絕,使你的後裔成為大國。」
11Maar Moses trachtte Jahweh, zijn God, te vermurwen, en sprak: Ach, Jahweh, waarom zoudt Gij uw woede koelen op uw volk, dat Gij met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid?
11摩西 便懇求耶和華-他的上帝說:「耶和華啊,你為甚麼向你的百姓發烈怒呢?這百姓是你用大力和大能的手從 埃及 地領出來的。
12Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: “Met opzet heeft Hij hen weggeleid, om hen in de bergen te doen omkomen en hen van de aarde te verdelgen!” Laat toch uw ziedende gramschap bedaren, en trek het onheil weer terug van uw volk.
12為甚麼使 埃及 人議論說『他領他們出去,是要降禍與他們,把他們殺在山中,將他們從地上除滅』?求你轉意,不發你的烈怒,後悔,不降禍與你的百姓。
13Gedenk toch uw dienaren Abraham, Isaäk en Israël, wien Gij bij Uzelf hebt gezworen: “Ik zal uw kroost talrijk maken als de sterren aan de hemel, en hun heel dit land schenken, dat Ik hun heb beloofd, en zij zullen het als erfdeel bezitten voor eeuwig.”
13求你記念你的僕人 亞伯拉罕 、 以撒 、 以色列 。你曾指着自己起誓說:『我必使你們的後裔像天上的星那樣多,並且我所應許的這全地,必給你們的後裔,他們要永遠承受為業。』」
14Toen kreeg Jahweh spijt over het onheil, waarmee Hij zijn volk had bedreigd.
14於是耶和華後悔,不把所說的禍降與他的百姓。
15Nu daalde Moses af van de berg met de beide tafelen van het Verbond in de hand, die aan beide zijden, van voren en van achteren, waren beschreven.
15摩西 轉身下山,手裏拿着兩塊法版。這版是兩面寫的,這面那面都有字,
16Die tafelen waren Gods eigen werk, en het schrift in die tafelen gegrift, was Gods eigen schrift.
16是上帝的工作,字是上帝寫的,刻在版上。
17Toen Josuë het volk hoorde joelen, zei hij tot Moses: Er is strijdrumoer in de legerplaats.
17約書亞 一聽見百姓呼喊的聲音,就對 摩西 說:「在營裏有爭戰的聲音。」
18Maar Moses antwoordde: Dit zijn geen overwinningskreten noch kreten bij een nederlaag; maar ik hoor zingen.
18摩西 說:「這不是人打勝仗的聲音,也不是人打敗仗的聲音;我所聽見的乃是人歌唱的聲音。」
19Toen Moses de legerplaats was genaderd, en het kalf en de reidansen zag, barstte zijn gramschap los, wierp hij de tafelen uit zijn handen en smeet ze tegen de voet van de berg aan stukken.
19摩西 挨近營前就看見牛犢,又看見人跳舞,便發烈怒,把兩塊版扔在山下摔碎了,
20Daarop greep hij het kalf, dat ze hadden gemaakt, verbrandde het, vergruizelde het tot stof, en strooide dit op het water, dat hij de Israëlieten liet drinken.
20又將他們所鑄的牛犢用火焚燒,磨得粉碎,撒在水面上,叫 以色列 人喝。
21Toen zei Moses tegen Aäron: Wat heeft dit volk u toch gedaan, dat ge het met zulk een zware schuld hebt beladen?
21摩西 對 亞倫 說:「這百姓向你做了甚麼?你竟使他們陷在大罪裏!」
22Aäron antwoordde: Laat mijn heer niet toornig worden; gij weet toch zelf, hoe slecht dat volk is.
22亞倫 說:「求我主不要發烈怒。這百姓 專於 作惡,是你知道的。
23Ze zeiden tot mij: Maak ons een god, die voor ons uittrekt; want we weten niet, wat er met Moses is gebeurd, den man, die ons uit Egypte heeft geleid.
23他們對我說:『你為我們做神 像 ,可以在我們前面引路;因為領我們出 埃及 地的那個 摩西 ,我們不知道他遭了甚麼事。』
24Toen sprak ik tot hen: Wie goud heeft, moet er zich van ontdoen. En ze gaven het mij; ik wierp het in het vuur, en dit kalf kwam er uit.
24我對他們說:『凡有金環的可以摘下來』,他們就給了我。我把金環扔在火中,這牛犢便出來了。」
25Toen Moses zag hoe bandeloos het volk was geworden, omdat Aäron de teugels had laten schieten tot leedvermaak van hun vijanden,
25摩西 見百姓放肆( 亞倫 縱容他們,使他們在仇敵中間被譏刺),
26ging hij aan de ingang van de legerplaats staan, en riep: Wie voor Jahweh is, hierheen! Alle zonen van Levi schaarden zich om hem heen.
26就站在營門中,說:「凡屬耶和華的,都 要到 我這裏來!」於是 利未 的子孫都到他那裏聚集。
27Hij sprak tot hen: Zo spreekt Jahweh Israëls God! Gordt allen uw zwaard aan! Trekt heen en weer de legerplaats door van de ene poort naar de andere, en slaat broeder, vriend en kennis dood.
27他對他們說:「耶和華- 以色列 的上帝這樣說:『你們各人把刀跨在腰間,在營中往來,從這門到那門,各人殺他的弟兄與同伴並鄰舍。』」
28De zonen van Levi deden, wat Moses gelastte, en zo vielen er op die dag van het volk ongeveer drieduizend man.
28利未 的子孫照 摩西 的話行了。那一天百姓中被殺的約有三千。
29Nu sprak Moses: Ge hebt u heden aan Jahweh gewijd, iedereen ten koste van zijn zoon en zijn broeder; zo hebt ge u heden zegen verworven.
29摩西 說:「今天你們要自潔,歸耶和華為聖,各人攻擊他的兒子和弟兄,使耶和華賜福與你們。」
30De volgende dag sprak Moses tot het volk: Ge hebt een zware zonde bedreven. Maar ik wil omhoog naar Jahweh gaan; misschien dat ik nog vergiffenis voor uw zonden kan krijgen.
30到了第二天, 摩西 對百姓說:「你們犯了大罪。我如今要上耶和華那裏去,或者可以為你們贖罪。」
31En Moses keerde naar Jahweh terug, en sprak: Ach Jahweh, het volk heeft zwaar gezondigd; zij hebben zich een god van goud gemaakt.
31摩西 回到耶和華那裏,說:「唉!這百姓犯了大罪,為自己做了金像。
32Maar vergeef toch hun zonden, of schrap mij uit het boek, dat Gij hebt geschreven.
32倘或你肯赦免他們的罪......不然,求你從你所寫的冊上塗抹我的名。」
33Jahweh gaf Moses ten antwoord: Ik schrap hem uit mijn boek, die tegen Mij heeft gezondigd!
33耶和華對 摩西 說:「誰得罪我,我就從我的冊上塗抹誰的名。
34Ga nu, en leid het volk naar de plaats, waarvan Ik u gesproken heb. Zie, een engel zal wel voor u uitgaan; maar als de dag voor mijn wraak is gekomen, zal Ik hen voor hun zonden straffen.
34現在你去領這百姓,往我所告訴你的 地方 去,我的使者必在你前面引路;只是到我追討的日子,我必追討他們的罪。」
35Zo kastijdde Jahweh het volk, omdat zij Aäron het kalf hadden laten maken.
35耶和華殺百姓的緣故是因他們同 亞倫 做了牛犢。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.