Exodus
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Jahweh had tot Moses gezegd: Nog één plaag zal Ik over Farao en over Egypte brengen; dan zal hij u van hier laten gaan. En wanneer hij u eindelijk laat vertrekken, zal hij u zelfs met geweld verdrijven.
1耶和華對 摩西 說:「我再使一樣的災殃臨到法老和 埃及 ,然後他必容你們離開這地。他容你們去的時候,總要催逼你們都從這地出去。
2Zeg dus aan het volk, dat ze allen, mannen en vrouwen, van hun kennissen gouden en zilveren sieraden eisen.
2你要傳於百姓的耳中,叫他們男女各人向鄰舍要金器銀器。」
3Want reeds had Jahweh de Egyptenaren murw geslagen; bovendien was Moses een man van hoog aanzien in Egypte, zowel bij het hof van Farao als bij het volk.
3耶和華叫百姓在 埃及 人眼前蒙恩,並且 摩西 在 埃及 地、法老臣僕,和百姓的眼中看為極大。
4En Moses vervolgde: Zo spreekt Jahweh! Te middernacht zal Ik door Egypte trekken.
4摩西 說:「耶和華這樣說:『約到半夜,我必出去巡行 埃及 遍地。
5Dan zullen alle eerstgeborenen in het land van Egypte sterven, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon is gezeten, tot den eerstgeborene van de slavin, die achter de handmolen zit; en al het eerstgeborene van het vee bovendien.
5凡在 埃及 地,從坐寶座的法老直到磨子後的婢女所有的長子,以及一切頭生的牲畜,都必死。
6Er zal een zo luid geschrei over heel Egypte weerklinken, als er nog nooit is geweest, en ook nooit meer zal zijn.
6埃及 遍地必有大哀號;從前沒有這樣的,後來也必沒有。
7Maar geen hond zal er tegen een van Israëls kinderen blaffen, tegen mens noch dier; opdat gij moogt weten, dat Jahweh onderscheid maakt tussen Egypte en Israël.
7至於 以色列 中,無論是人是牲畜,連狗也不敢向他們搖舌,好叫你們知道耶和華是將 埃及 人和 以色列 人分別出來。』
8Dan zal heel dit hof hier naar mij toe komen, zich voor mij ter aarde werpen en zeggen: Ga heen met al het volk, dat u volgen wil. En dan zal ik gaan! Toen liep hij, ziedend van toorn, van Farao weg.
8你這一切臣僕都要俯伏來見我,說:『求你和跟從你的百姓都出去』,然後我要出去。」於是, 摩西 氣忿忿地離開法老,出去了。
9Want Jahweh had Moses en Aäron voorspeld: Farao zal niet naar u luisteren, opdat mijn wonderen in Egypte nog groter worden.
9耶和華對 摩西 說:「法老必不聽你們,使我的奇事在 埃及 地多起來。」
10Moses en Aäron hadden al deze wonderen voor Farao verricht; maar Jahweh had het hart van Farao verhard, zodat hij de Israëlieten niet uit zijn land liet vertrekken.
10摩西 、 亞倫 在法老面前行了這一切奇事;耶和華使法老的心剛硬,不容 以色列 人出離他的地。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.