Amos
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Wee de zorgelozen van Sion, De onbezorgden van Samaria’s gebergte! Bezoekt de keur der oudste volken, huis van Israël:
1シオンで安逸に暮らす者たちに災いあれ。 サマリアの山で安心しきっている者たちにも。 諸国の第一とされる国の名高い者たち、 イスラエルの家が頼って行く者たちよ。
2Trekt naar Kalne en stelt een onderzoek in; Gaat vandaar naar het machtige Chamat, Daalt af naar Gat der Filistijnen! Zijt gij beter dan die rijken, Is ùw gebied groter dan het hunne?
2カルネへ行って見よ。 そこから大ハマトへ行け。 さらにペリシテ人のガトへ下れ。 それらは、あなたがたの王国より優れているか。 その領土は、あなたがたの領土より広いか。
3De dag van onheil houden zij ver van zich af, Maar de zetel van geweld dicht bij:
3災いの日を遠ざけながら、 暴虐の座を引き寄せる者たちに災いあれ。
4Ze leggen zich op ivoren rustbedden neer, Strekken zich lui op hun rustbanken uit; Ze eten de lammeren van hun kudde, En de kalveren van hun stal;
4彼らは象牙の寝台に横たわり、 長椅子の上で手足を伸ばし、 羊の群れから子羊を、 牛舎の中から子牛を取って食べる。
5Ze zingen als David bij het ruisen der harp, En denken allerlei liederen uit!
5竪琴の弦をかき鳴らし、 ダビデのように自分たちのために楽器を考え出す。
6Ze drinken de allerfijnste wijn, En zalven zich met de geurigste olie; Maar ze bekreunen zich niet Om de ruïne van Josef!
6鉢からぶどう酒を飲み、 最上の香油を身に塗る。 しかし、ヨセフの破滅を痛まない。
7Daarom gaan ze nu de ballingschap in, In de voorste rijen der ballingen; Het is uit met de bent van die slempers:
7それゆえ今、彼らは捕囚となる者たちの先頭に立って行く。 寝そべって騒ぐ宴は終わる。
8Is de godsspraak van Jahweh! Jahweh, de Heer, heeft bij Zichzelf gezworen, Der heirscharen God: Ik verfoei de hoogmoed van Jakob, En haat zijn paleizen; De stad geef Ik prijs Met al wat er in is;
8「主なる神はご自身にかけて誓われた」 と万軍の神、主は言われる。 「私はヤコブの誇りを忌み嫌い、 その要塞を憎む。 それゆえ、町とその中のすべてのものを引き渡す。
9En al waren tien mannen overgebleven, In één huis bijeen: ook zij zullen sterven!
9一軒の家に十人が残っていても、 彼らは死ぬ。」
10En als hun verwanten of doodgravers ze halen, Om de beenderen uit het huis te ruimen, Dan zal de een tot den ander roepen, Die achter in huis is: Zijn er bij u soms nog meer? En als hij antwoordt: Niemand meer! Dan zal de eerste zeggen: Zwijg stil; De Naam van Jahweh niet uitgeroepen!
10人の親族、すなわち遺体を焼く者が、家から遺体を運び出す。彼が家の奥にいる者に、「まだ誰か一緒にいるか」と尋ね、その者が「いない」と答えると、彼は言う。「黙れ。主の御名を口にしてはならない。」
11Waarachtig, Jahweh heeft het bevel al gegeven: De huizen zal Hij vernielen, De grote tot gruizel De kleine tot splinters!
11見よ、主が命じられると、 大きな家は粉々に砕かれ、 小さな家も砕け散る。
12Of kunnen paarden op klippen rennen, En kan men de zee met buffels beploegen: Maar gij hebt het recht in gif veranderd, De vrucht der gerechtigheid in alsem!
12馬が岩山を駆けるだろうか。 そこで牛を使って耕すだろうか。 しかし、あなたがたは公正を毒に変え、 義の実を苦味に変えた。
13Ge maakt u blij met Lo-Debar, En zegt: Hebben we niet door eigen macht Karnáim veroverd?
13あなたがたは何にもならないものを喜び、 「われわれは自分たちの力で角を得たではないか」と言う。
14Zie, Ik laat een volk op u los, Huis van Israël, Dat u verdrukt van Chamat af, Tot de beek der Araba toe: Is de godsspraak van Jahweh, der heirscharen God!
14「見よ、イスラエルの家よ、 私はあなたがたに立ち向かう一つの国を起こす」 と万軍の神、主は言われる。 「彼らはハマトの入口からアラバの谷川まで、 あなたがたを苦しめる。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.