1 Samuel
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Bíblia Portuguesa …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Nadat met dit al de ark van Jahweh zeven maanden op Filistijnse bodem had vertoefd,
1A arca do SENHOR esteve na terra dos filisteus durante sete meses.
2riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers bijeen, en vroegen: Hoe moeten we doen met de ark van Jahweh; zegt ons, hoe wij ze naar haar plaats terug moeten sturen.
2Os filisteus chamaram os sacerdotes e os adivinhos, dizendo: “O que faremos com a arca do SENHOR? Mostrem-nos como devemos enviá-la ao seu lugar.”
3Zij antwoordden: Stuurt gij de ark van Israëls God terug, dan moogt gij haar niet zo maar laten gaan, maar moet gij haar een zoenoffer brengen. Dan zult gij genezen, en zal het u duidelijk worden, waarom haar hand van u niet week.
3Eles responderam: “Se vocês mandarem embora a arca do Deus de Israel, não a mandem vazia; mas, sem falta, enviem-lhe uma oferta pela culpa. Então vocês serão curados e saberão por que a mão dele não se afasta de vocês.”
4Ze zeiden nu: Wat voor een zoenoffer moeten we haar brengen? Ze antwoordden: Naar het aantal van de Filistijnse tyrannen: vijf gouden aambeien en vijf gouden muizen, want dezelfde plaag heeft allen getroffen, volk zowel als tyrannen.
4Então perguntaram: “Qual deve ser a oferta pela culpa que lhe enviaremos?” Eles responderam: “Cinco tumores de ouro e cinco ratos de ouro, de acordo com o número dos governantes dos filisteus; pois a mesma praga atingiu a todos vocês e aos seus governantes.
5Gij moet dus afbeeldingen maken van uw aambeien en afbeeldingen van uw muizen, die het land verpesten; zo zult ge hulde brengen aan Israëls God. Misschien trekt Hij dan zijn hand van u terug, en van uw goden en uw land.
5Portanto, façam imagens dos seus tumores e imagens dos seus ratos que devastam a terra; e deem glória ao Deus de Israel. Talvez ele alivie a sua mão de sobre vocês, de sobre os seus deuses e de sobre a sua terra.
6Waarom zoudt ge u blijven verzetten, evenals de Egyptenaren en Farao dit hebben gedaan? Ze moesten hen toch laten gaan, zodra Hij zijn spel met hen begon te drijven.
6Por que endurecer o coração como os egípcios e o faraó endureceram os seus corações? Quando ele agiu de modo extraordinário entre eles, acaso não deixaram o povo ir, e eles partiram?
7Maakt dus een nieuwe wagen, haalt twee zogende koeien, die nog geen juk gedragen hebben, spant de koeien voor de wagen, en laat haar jongen op stal.
7“Agora, pois, preparem uma carroça nova e duas vacas leiteiras sobre as quais nunca tenha sido colocado um jugo; amarrem as vacas à carroça e levem os seus bezerros de volta para casa, para longe delas;
8Dan moet gij de ark van Jahweh nemen en haar op de wagen zetten, en de gouden voorwerpen, welke ge haar als zoenoffer brengt, in een kistje naast haar neerleggen. Laat de ark dan maar gaan,
8peguem a arca do SENHOR e coloquem-na sobre a carroça. Coloquem os objetos de ouro, que vocês lhe estão enviando como oferta pela culpa, em um cofre ao lado dela; e deixem-na ir.
9en let op! Als zij de weg naar haar eigen land inslaat, naar Bet-Sjémesj, dan is zij het, die ons die vreselijke ramp heeft bezorgd; zo niet, dan weten we tenminste, dat niet haar hand ons het leed heeft berokkend, maar dat het ons bij toeval trof.
9Observem: se ela subir pelo caminho da sua própria fronteira em direção a Bete-Semes, então foi ele quem nos fez este grande mal; mas se não, saberemos que não foi a sua mão que nos feriu, mas que isso nos aconteceu por acaso.”
10De mensen deden aldus. Ze haalden twee zogende koeien en spanden die voor de wagen, terwijl ze haar jongen op stal hielden.
10Os homens assim o fizeram: pegaram duas vacas leiteiras, amarraram-nas à carroça e prenderam os seus bezerros em casa.
11Ze laadden de ark van Jahweh op de wagen, eveneens het kistje met de gouden muizen en de afbeeldingen van hun gezwellen.
11Colocaram a arca do SENHOR sobre a carroça, junto com o cofre contendo os ratos de ouro e as imagens dos seus tumores.
12De koeien liepen recht voor zich uit in de richting van Bet-Sjémesj; al loeiend liepen ze altijd rechtdoor, zonder naar rechts of links af te wijken. De tyrannen der Filistijnen bleven ze volgen tot aan het grondgebied van Bet-Sjémesj.
12As vacas seguiram direto pelo caminho de Bete-Semes. Andavam pela estrada, mugindo enquanto iam, e não se desviaram nem para a direita nem para a esquerda; e os governantes dos filisteus as seguiram até a fronteira de Bete-Semes.
13De inwoners van Bet-Sjémesj waren juist bezig met het binnenhalen van de tarweoogst in de vallei. Toen ze opkeken en de ark bemerkten, liepen ze haar verheugd tegemoet.
13O povo de Bete-Semes estava colhendo trigo no vale; e, levantando os olhos, viram a arca e se alegraram ao vê-la.
14Op de akker van Jehosjóea, een inwoner van Bet-Sjémesj aangekomen, bleef de wagen stilstaan, en omdat zich daar een grote steen bevond, hakte men de planken van de wagen aan stukken en droeg de koeien als een brandoffer aan Jahweh op.
14A carroça chegou ao campo de Josué, de Bete-Semes, e parou ali, onde havia uma grande pedra. Então eles racharam a madeira da carroça e ofereceram as vacas como holocausto ao SENHOR.
15Het waren de levieten, die de ark van Jahweh en het bijbehorend kistje met de gouden voorwerpen aflaadden en op de grote steen plaatsten; en de bevolking van Bet-Sjémesj bracht die dag brandoffers en slachtoffers aan Jahweh.
15Os levitas desceram a arca do SENHOR e o cofre que estava com ela, no qual estavam os objetos de ouro, e os colocaram sobre a grande pedra; e os homens de Bete-Semes ofereceram holocaustos e sacrifícios ao SENHOR naquele mesmo dia.
16Toen de vijf tyrannen der Filistijnen het gezien hadden, keerden ze diezelfde dag naar Ekron terug.
16Quando os cinco governantes dos filisteus viram isso, voltaram para Ecrom no mesmo dia.
17Hier volgt een lijst van de gouden aambeien, die de Filistijnen als zoenoffer aan Jahweh hadden meegegeven: één van Asjdod, één van Gaza, één van Asjkelon, één van Gat en één van Ekron.
17Estes são os tumores de ouro que os filisteus enviaram como oferta pela culpa ao SENHOR: um por Asdode, um por Gaza, um por Ascalom, um por Gate, um por Ecrom;
18Het getal der gouden muizen beantwoordde aan dat der Filistijnse steden, die aan de vijf tyrannen onderhorig waren, vestingen zowel als boerendorpen. De getuige ervan, de grote steen, waarop men de ark van Jahweh neerliet, bevindt zich vandaag nog op de akker van Jehosjóea, den Bet-Sjemiet.
18e os ratos de ouro, segundo o número de todas as cidades dos filisteus pertencentes aos cinco governantes, tanto as cidades fortificadas como os povoados sem muros, até a grande pedra sobre a qual colocaram a arca do SENHOR. Essa pedra permanece até o dia de hoje no campo de Josué, de Bete-Semes.
19Maar de zonen van Jekonja hadden zich niet met de inwoners van Bet-Sjémesj verheugd, toen zij de ark van Jahweh aanschouwden. Daarom doodde Hij van hen zeventig man, zodat de bevolking in rouw was gedompeld, omdat Jahweh zulk een vreselijke slag onder het volk had aangericht.
19Ele feriu os homens de Bete-Semes, porque haviam olhado para dentro da arca do SENHOR; ele feriu cinquenta mil e setenta homens. Então o povo chorou amargamente, porque o SENHOR os havia ferido com grande matança.
20En de inwoners van Bet-Sjémesj zeiden: Wie kan het bestaan voor Jahweh, dien heiligen God; naar wien moet Hij nu heen?
20Os homens de Bete-Semes disseram: “Quem é capaz de permanecer diante do SENHOR, este Deus santo? E para quem ela subirá, afastando-se de nós?”
21Toen zonden ze boden naar de bewoners van Kirjat-Jearim met de uitnodiging: De Filistijnen hebben de ark van Jahweh teruggebracht. Komt, en vervoert ze naar u.
21Eles enviaram mensageiros aos habitantes de Quiriate-Jearim, dizendo: “Os filisteus trouxeram de volta a arca do SENHOR. Desçam e levem-na para vocês.”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.