1 Samuel 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Nog altijd verrichtte de jonge Samuël de dienst van Jahweh onder toezicht van Eli. Nu was in die dagen een woord van Jahweh zeldzaam, en visioenen kwamen niet dikwijls voor.
1O menino Samuel ministrava ao SENHOR perante Eli. Naqueles dias, a palavra do SENHOR era rara; não havia muitas visões.
2Maar eens gebeurde het volgende. Eli lag thuis te slapen, daar zijn ogen zo zwak begonnen te worden, dat hij niets meer kon zien;
2Naquele tempo, estando Eli deitado no seu aposento (ora, os seus olhos já começavam a escurecer, de modo que ele não podia ver),
3de godslamp was nog niet gedoofd en Samuël lag te rusten in Jahweh’s heiligdom, waar de ark van God stond.
3e não tendo ainda se apagado a lâmpada de Deus, e estando Samuel deitado no templo do SENHOR, onde estava a arca de Deus,
4Toen riep Jahweh: Samuël! Hij antwoordde: Hier ben ik!
4O SENHOR chamou a Samuel. E ele respondeu: “Eis-me aqui.”
5Hij liep naar Eli en zeide: Hier ben ik; gij hebt me immers geroepen? Maar deze antwoordde: Ik heb niet geroepen; ga weer slapen. Hij ging heen, en legde zich weer te rusten.
5Ele correu até Eli e disse: “Eis-me aqui, pois o senhor me chamou.” Eli respondeu: “Eu não o chamei. Volte a deitar-se.” Ele foi e se deitou.
6En weer riep Jahweh: Samuël! Samuël stond op, ging naar Eli en zeide: Hier ben ik; gij hebt me immers geroepen? Deze antwoordde: Ik heb niet geroepen, mijn jongen; ga maar weer slapen.
6O SENHOR o chamou outra vez: “Samuel!” Samuel se levantou, foi até Eli e disse: “Eis-me aqui, pois o senhor me chamou.” Ele respondeu: “Não o chamei, meu filho. Volte a deitar-se.”
7Want Samuël was nog niet met Jahweh vertrouwd; nog nooit was het woord van Jahweh tot hem gericht.
7Ora, Samuel ainda não conhecia o SENHOR, nem a palavra do SENHOR lhe havia sido revelada.
8En weer riep Jahweh, nu voor de derde maal: Samuël! Hij stond op, liep naar Eli en zeide: Hier ben ik; gij hebt me immers geroepen? Toen begreep Eli, dat het Jahweh was, die den jongen riep,
8O SENHOR chamou a Samuel novamente, pela terceira vez. Ele se levantou, foi até Eli e disse: “Eis-me aqui, pois o senhor me chamou.” Então Eli percebeu que o SENHOR estava chamando o menino.
9en hij zeide tot Samuël: Ga weer slapen; en mocht het gebeuren, dat iemand u roept, antwoord dan: Spreek Jahweh, uw dienaar luistert. Samuël ging dus heen, en legde zich op zijn plaats te rusten.
9Por isso Eli disse a Samuel: “Vá, deite-se. E se ele o chamar, você dirá: ‘Fala, SENHOR; porque o teu servo ouve.’” Então Samuel foi e deitou-se no seu lugar.
10Toen kwam Jahweh bij hem staan, en evenals de vorige malen riep Hij: Samuël, Samuël! Nu antwoordde Samuël: Spreek, uw dienaar luistert.
10O SENHOR veio, ficou ali e chamou como das outras vezes: “Samuel! Samuel!” Então Samuel respondeu: “Fala, porque o teu servo ouve.”
11En Jahweh sprak tot Samuël: Waarachtig, Ik ga in Israël iets doen; en ieder die het verneemt, zijn beide oren zullen ervan tuiten!
11O SENHOR disse a Samuel: “Eis que farei algo em Israel que fará tinir os dois ouvidos de todo aquele que ouvir.
12Die dag ga Ik van begin tot eind aan Eli alles voltrekken, waarmede Ik zijn huis heb bedreigd.
12Naquele dia cumprirei contra Eli tudo o que falei a respeito da sua casa, do começo ao fim.
13Ge moet hem verkondigen, dat Ik zijn huis voor altijd veroordeel, en wel omdat hij, wetend dat zijn zonen God verachtten, hen niet heeft bestraft.
13Pois eu lhe disse que julgarei a sua casa para sempre por causa da iniquidade que ele conhecia; porque os seus filhos trouxeram maldição sobre si mesmos, e ele não os repreendeu.
14Daarom ook zweer Ik het huis van Eli: Nooit in der eeuwigheid zal de schuld van Eli’s huis door offer of gave worden verzoend.
14Portanto, jurei à casa de Eli que a iniquidade da casa de Eli jamais será expiada com sacrifício ou com oferta.”
15Samuël sliep nu door tot de morgen, en zette toen de deuren van Jahweh’s huis open. Maar Samuël zag er tegen op, om het visioen aan Eli mee te delen.
15Samuel ficou deitado até a manhã e então abriu as portas da casa do SENHOR. Mas Samuel teve medo de relatar a visão a Eli.
16Eli echter riep Samuël, en zeide: Samuël, mijn jongen! Deze antwoordde: Hier ben ik!
16Então Eli chamou a Samuel e disse: “Samuel, meu filho!” Ele respondeu: “Eis-me aqui.”
17Hij vroeg: Wat heeft Hij tot u gesproken? Verberg het mij niet. Zo mag God met u doen, en nog erger, als ge mij iets verzwijgt van alles wat Hij u heeft gezegd!
17Eli perguntou: “O que foi que ele lhe falou? Por favor, não esconda de mim. Que Deus o castigue com severidade, e ainda mais, se você me esconder alguma coisa de tudo o que ele lhe falou.”
18Toen deelde Samuël hem alles mee, zonder iets achter te houden. Waarop hij antwoordde: Het was Jahweh! Hij moge doen, wat Hem goeddunkt.
18Samuel lhe contou tudo e não lhe escondeu nada. Eli disse: “Ele é o SENHOR. Que ele faça o que lhe parecer bem.”
19Samuël groeide op, en Jahweh was met hem; niet één van zijn woorden liet Hij onvervuld.
19Samuel cresceu, e o SENHOR estava com ele e não deixou que nenhuma das suas palavras caísse por terra.
20en van Dan tot Beër-Sjéba erkende heel Israël, dat Samuël tot profeet van Jahweh was aangesteld.
20Todo o Israel, desde Dã até Berseba, reconheceu que Samuel estava confirmado como profeta do SENHOR.
21Nog meerdere malen verscheen Jahweh in Sjilo; want in Sjilo openbaarde Hij Zich aan Samuël door het woord van Jahweh.
21O SENHOR voltou a aparecer em Siló; pois o SENHOR se revelava a Samuel em Siló por meio da palavra do SENHOR.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.