1 Samuel 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Op zekere dag zei Jonatan, de zoon van Saul, tot zijn wapendrager: Laat ons oversteken naar de Filistijnenpost daar aan de overkant! Hij had er echter niets van aan zijn vader verteld.
1วันหนึ่งโยนาธานบุตรซาอูลบอกชายหนุ่มผู้ถือเครื่องอาวุธให้ว่า “ไปกันเถอะ ข้ามไปยังกองทหารฟีลิสเตียที่ประจำอยู่อีกฝั่งหนึ่ง” แต่เขาไม่ได้บอกพ่อ
2Saul bevond zich toen aan de rand van Giba onder de granaatappelboom op de dorsvloer. Zijn gevolg bestond uit ongeveer zeshonderd man;
2ซาอูลอยู่ที่ชายขอบกิเบอาห์ใต้ต้นทับทิมที่มิกรอน มีคนอยู่กับเขาราวหกร้อยคน
3en Achija, de zoon van Achitoeb, die de broer was van I-Kabod, den zoon van Pinechas, zoon van Eli, den priester van Jahweh in Sjilo, droeg de efod. Ook het volk wist niet, dat Jonatan was heengegaan.
3ในจำนวนนั้นมีอาหิยาห์ ผู้สวมเอโฟด เขาเป็นบุตรของอาหิทูบผู้เป็นพี่น้องกับอีคาโบด อาหิทูบเป็นบุตรของฟีเนหัส หลานของเอลีปุโรหิตของพระยาห์เวห์ที่ชิโลห์ ประชาชนไม่รู้ว่าโยนาธานไปแล้ว
4Tussen de passen, waarlangs Jonatan een doortocht zocht naar de Filistijnenpost, bevond zich aan weerszijden een rotspunt; de een heette Boses, de andere Senne;
4สองข้างช่องเขาที่โยนาธานตั้งใจใช้ข้ามไปหากองทหารฟีลิสเตียมีหน้าผาหินข้างละแห่ง แห่งหนึ่งชื่อโบเซส อีกแห่งชื่อเสเนห์
5de ene rotspunt stond noordelijk tegenover Mikmas, de andere zuidelijk tegenover Géba.
5หน้าผาด้านหนึ่งอยู่ทางเหนือหันหน้าหามิคมาช อีกด้านอยู่ทางใต้หันหน้าหาเกบา
6Jonatan zeide dus tot zijn wapendrager: Laat ons oversteken naar de post van die onbesnedenen. Misschien wil Jahweh voor ons ingrijpen; want het maakt voor Jahweh geen verschil, of Hij met een groot of met een klein aantal de zege verleent.
6โยนาธานบอกผู้ถือเครื่องอาวุธว่า “ข้ามไปหากองทหารของพวกที่ไม่ได้เข้าสุหนัตกันเถอะ บางทีพระยาห์เวห์อาจทรงช่วยเรา เพราะพระยาห์เวห์ทรงช่วยให้รอดได้ ไม่ว่าจะใช้คนมากหรือคนน้อย”
7De wapendrager antwoordde hem: Doe wat uw hart u ingeeft; ik sta tot uw beschikking, en ik doe wat gij wilt.
7ผู้ถือเครื่องอาวุธตอบว่า “ทำตามที่ท่านตั้งใจเถอะ ไปเถอะ ผมพร้อมไปกับท่าน”
8Jonatan sprak af: Welnu, als we naar die mannen oversteken, moeten we ons aan hen laten zien.
8โยนาธานกล่าวว่า “เราจะข้ามไปให้พวกเขาเห็นตัว
9Roepen ze ons toe: “Halt, totdat we bij u zijn, dan blijven we beneden staan en klimmen niet naar hen op”.
9ถ้าพวกเขาบอกว่า ‘รออยู่นั่นจนกว่าเราจะไปหา’ เราก็จะยืนอยู่ที่เดิม ไม่ขึ้นไป
10Maar roepen ze: “Kom op!” dan gaan we naar boven; want dat is voor ons het teken, dat Jahweh ze aan ons heeft overgeleverd.
10แต่ถ้าพวกเขาบอกว่า ‘ขึ้นมาหาเรา’ เราจะขึ้นไป เพราะนั่นเป็นหมายสำคัญว่าพระยาห์เวห์ทรงมอบพวกเขาไว้ในมือเราแล้ว”
11Toen beiden zich nu aan de Filistijnse wachtpost vertoonden, riepen de Filistijnen: Kijk eens, er komen Hebreën uit de holen gekropen, waarin ze zich verborgen hadden!
11ทั้งสองจึงเผยตัวต่อกองทหารฟีลิสเตีย ชาวฟีลิสเตียพูดว่า “ดูสิ ชาวฮีบรูออกมาจากหลุมที่ซ่อนตัวแล้ว!”
12En de mannen van de wachtpost daagden Jonatan en zijn wapendrager uit met de kreet: Kom op! dan zullen we jullie eens laten zien! Nu sprak Jonatan tot zijn wapendrager: Volg me; want Jahweh heeft ze aan Israël overgeleverd.
12ทหารกองนั้นตะโกนบอกโยนาธานกับผู้ถือเครื่องอาวุธว่า “ขึ้นมาหาเราสิ แล้วเราจะให้พวกเจ้าดูอะไรบางอย่าง!” โยนาธานบอกผู้ถือเครื่องอาวุธว่า “ตามฉันขึ้นมา พระยาห์เวห์ทรงมอบพวกเขาไว้ในมืออิสราเอลแล้ว”
13Gevolgd door zijn wapendrager kroop hij op handen en voeten naar boven. En waar Jonatan verscheen, vielen de Filistijnen neer, en achter hem gaf zijn wapendrager hun de genadeslag.
13โยนาธานใช้มือกับเท้าปีนขึ้นไป ผู้ถือเครื่องอาวุธตามไป ศัตรูล้มลงต่อหน้าโยนาธาน แล้วผู้ถือเครื่องอาวุธก็ฆ่าพวกเขาตามหลัง
14Deze eerste nederlaag, die Jonatan met zijn wapendrager hun toebracht, kostte hun ongeveer twintig man op een terrein van een halve morgen land.
14การโจมตีครั้งแรกของโยนาธานกับผู้ถือเครื่องอาวุธทำให้ตายราวยี่สิบคน ในบริเวณพื้นที่ขนาดประมาณครึ่งร่องไถของทุ่งหนึ่งเอเคอร์
15Maar de schrik sloeg ook over op het kamp en het veld. Al het volk, met de wachtposten en roversbenden werd bang; zelfs de aarde beefde, en er ontstond een vreselijke paniek.
15คนทั้งค่ายและในทุ่งต่างตัวสั่นด้วยความกลัว ทั้งกองทหารประจำการและกองปล้นสะดมก็กลัว แผ่นดินยังสั่นสะเทือน เกิดความตื่นตระหนกอย่างยิ่ง
16Toen de schildwachten van Saul in Giba van Benjamin bemerkten, dat de menigte ontsteld in alle richtingen rende,
16คนเฝ้ายามของซาอูลที่กิเบอาห์ในเบนยามินมองไป เห็นกองทัพฟีลิสเตียแตกกระจัดกระจาย
17gaf Saul aan zijn gevolg het bevel: Onderzoekt eens, wie ons verlaten heeft. En bij het onderzoek bleek, dat Jonatan en zijn wapendrager er niet waren.
17ซาอูลบอกคนที่อยู่ด้วยว่า “นับดูว่าใครหายไป” เมื่อนับแล้วก็พบว่าโยนาธานกับผู้ถือเครื่องอาวุธไม่อยู่
18Toen zei Saul tot Achija: Breng de ark van God hierheen. Want de ark van God was weer in het bezit van Israël.
18ซาอูลบอกอาหิยาห์ว่า “นำหีบของพระเจ้ามาที่นี่” เพราะเวลานั้นหีบของพระเจ้าอยู่กับชาวอิสราเอล
19Maar terwijl Saul met den priester sprak, werd het rumoer in het kamp der Filistijnen hoe langer hoe erger. Daarom zei Saul tot den priester: Laat maar!
19ขณะซาอูลกำลังพูดกับปุโรหิต เสียงอึกทึกในค่ายฟีลิสเตียก็ดังขึ้นเรื่อย ๆ ซาอูลจึงบอกปุโรหิตว่า “ชักมือกลับเถอะ!”
20En met al het volk dat bij hem was, stortte hij als één man zich in het gevecht. Maar zie, reeds sloeg daar de een op den ander in, en was er een geweldige verwarring ontstaan.
20ซาอูลกับคนที่อยู่ด้วยรวมตัวกันแล้วเข้าสู่สนามรบ เห็นชาวฟีลิสเตียใช้ดาบฟันกันเองท่ามกลางความโกลาหล
21Nu liepen ook de Hebreën over, die het vroeger met de Filistijnen gehouden hadden en met hen te velde waren getrokken, en kozen de partij van Israël, dat Saul en Jonatan volgde.
21ชาวฮีบรูที่ก่อนหน้านี้อยู่กับชาวฟีลิสเตียและติดตามพวกเขาเข้าค่ายจากรอบด้าน ก็เปลี่ยนมาเข้ากับชาวอิสราเอลที่อยู่กับซาอูลและโยนาธาน
22Ook de Israëlieten, die zich in het Efraïmgebergte schuil hadden gehouden, sloten zich allen in het gevecht bij hen aan, zodra ze vernamen, dat de Filistijnen op de vlucht waren geslagen.
22ชายอิสราเอลทั้งหมดที่ซ่อนตัวในเขตภูเขาเอฟราอิมก็ได้ยินว่าชาวฟีลิสเตียหนี จึงออกมาไล่ตามอย่างกระชั้นชิดในการรบ
23Zo werd Israël die dag door Jahweh bevrijd. Het gevecht strekte zich uit tot over Bet-wen,
23วันนั้นพระยาห์เวห์ทรงช่วยอิสราเอล และการรบลามเลยเบธอาเวนไป
24en het volk, dat zich aan de zijde van Saul schaarde, groeide aan tot ongeveer tienduizend man. Maar terwijl de strijd zich over heel het Efraïmgebergte verspreidde, beging Saul die dag een grote dwaasheid. Want Saul liet het volk zweren: Gevloekt de man, die iets durft eten voor vanavond, eer ik mij op mijn vijanden gewroken heb. Iedereen onthield zich dan ook van voedsel over het hele land.
24วันนั้นทหารอิสราเอลลำบากมาก เพราะซาอูลให้ประชาชนอยู่ใต้คำสาบานว่า “ใครกินอาหารก่อนค่ำขอให้ถูกสาป ฉันจะต้องแก้แค้นศัตรูให้ได้ก่อน” จึงไม่มีใครกินอะไรเลย
25Men kwam echter in een bos, waar de honing zo maar op de grond lag.
25ทุกคนเข้าไปในป่า ที่นั่นมีน้ำผึ้งอยู่ตามพื้น
26Toen het volk bij de raten kwam, was de zwerm eruit verdwenen. Toch was er niemand, die de hand naar zijn mond bracht; zoveel ontzag had het volk voor de eed.
26เมื่อเข้าไป พวกเขาเห็นน้ำผึ้งหยดอยู่ แต่ไม่มีใครแตะกิน เพราะกลัวคำสาบาน
27Jonatan echter, die niet gehoord had, dat zijn vader het volk een eed had doen zweren, stak de punt van de stok, die hij in zijn hand had, omlaag, doopte die in de honingraat en bracht de hand naar zijn mond. Zijn ogen begonnen ervan te schitteren.
27โยนาธานไม่ได้ยินตอนพ่อสั่งให้ประชาชนสาบาน เขาจึงยื่นปลายไม้เท้าไปจุ่มรวงผึ้ง แล้วเอามือแตะปากกิน ดวงตาของเขาก็สดใสขึ้น
28Maar iemand uit het volk sprak hem aan, en zeide: Uw vader heeft het volk deze plechtige eed laten zweren: “Gevloekt de man, die vandaag iets eet!” Daar echter het volk uitgeput was,
28ชายคนหนึ่งบอกว่า “พ่อของท่านสั่งประชาชนอย่างเคร่งครัดภายใต้คำสาบานว่า ‘ใครกินอะไรวันนี้ขอให้ถูกสาป’” ประชาชนจึงอ่อนแรง
29gaf Jonatan ten antwoord: Dan heeft mijn vader het land in het ongeluk gestort! Zie maar eens, hoe mijn ogen schitteren, nu ik een beetje van die honing geproefd heb!
29โยนาธานกล่าวว่า “พ่อของฉันทำให้แผ่นดินลำบาก ดูสิ แค่ชิมน้ำผึ้งนิดเดียว ตาฉันก็สว่างขึ้นแล้ว
30Hoeveel groter zou de nederlaag der Filistijnen geweest zijn, als het volk vandaag genoeg had gegeten van de buit, die het op zijn vijanden heeft behaald.
30ถ้าวันนี้ประชาชนได้กินของที่ยึดจากศัตรูอย่างเต็มที่ จะฆ่าชาวฟีลิสเตียได้มากเพียงใด! แต่ตอนนี้ชาวฟีลิสเตียไม่ได้ถูกสังหารมากนัก”
31Die dag ve rsloeg het volk de Filistijnen van Mikm as tot Ajjalon. Maar toen was het ook zo uitgeput,
31วันนั้นพวกเขาโจมตีชาวฟีลิสเตียตั้งแต่มิคมาชจนถึงอัยยาโลน ประชาชนอ่อนแรงมาก
32dat het zich op de buit stortte, schapen, runderen en kalveren nam, ze zo maar op de grond slachtte, en ze met bloed en al opat.
32จึงกรูกันไปแย่งของที่ยึดได้ นำแกะ วัว และลูกวัวมาฆ่าบนพื้น แล้วกินเนื้อพร้อมเลือด
33Toen men aan Saul berichtte, dat het volk tegen Jahweh zondigde, door ze met bloed en al te eten, sprak hij tot hen, die het hem kwamen vertellen: Rol ogenblikkelijk een grote steen hier naar toe.
33มีคนบอกซาอูลว่า “ประชาชนกำลังทำบาปต่อพระยาห์เวห์ด้วยการกินเนื้อพร้อมเลือด” ซาอูลกล่าวว่า “พวกเจ้าทำผิดร้ายแรง กลิ้งหินก้อนใหญ่มาหาฉันเดี๋ยวนี้!”
34En Saul ging voort: Verspreidt u onder het volk en zegt hun: Laat iedereen zijn rund of schaap bij mij brengen en hierop slachten; dan kunt gij eten en hoeft gij niet tegen Jahweh te zondigen, door ze met bloed en al te eten. Toen bracht iedereen van het volk, wat hij bemachtigd had, daar naar toe, en slachtte het daar.
34แล้วเขาสั่งว่า “ไปบอกประชาชนทุกคนให้เอาวัวและแกะของตนมาฆ่าที่นี่แล้วกิน อย่าทำบาปต่อพระยาห์เวห์ด้วยการกินเนื้อพร้อมเลือด” คืนนั้นทุกคนจึงนำวัวของตนมาฆ่าที่นั่น
35En Saul bouwde een altaar voor Jahweh; dit was het eerste altaar, dat hij voor Jahweh bouwde.
35ซาอูลสร้างแท่นบูชาแด่พระยาห์เวห์ นี่เป็นแท่นบูชาแห่งแรกที่เขาสร้างแด่พระองค์
36Toen sprak Saul: Laat ons vannacht de Filistijnen achtervolgen en ze uitplunderen tot de morgen aanlicht, zonder iemand van hen te sparen. Men antwoordde: Doe wat u goeddunkt! Maar de priester zeide: We moeten ons eerst hier tot God wenden.
36ซาอูลกล่าวว่า “คืนนี้ลงไปไล่ตามชาวฟีลิสเตียกัน ยึดของจากพวกเขาจนรุ่งเช้า อย่าให้เหลือสักคน” พวกเขาตอบว่า “ทำตามที่ท่านเห็นว่าดีเถิด” แต่ปุโรหิตกล่าวว่า “เรามาทูลถามพระเจ้ากันก่อน”
37Saul vroeg dus aan God: Zal ik de Filistijnen achtervolgen, en zult Gij ze aan Israël overleveren? Maar hij kreeg toen geen antwoord.
37ซาอูลทูลถามพระเจ้าว่า “ข้าพเจ้าควรลงไปไล่ตามชาวฟีลิสเตียหรือ? พระองค์จะทรงมอบพวกเขาไว้ในมืออิสราเอลไหม?” แต่วันนั้นพระองค์ไม่ทรงตอบ
38Daarom beval Saul: Aanvoerders van het volk, komt allen hierheen en brengt aan het licht, bij wien de schuld hiervan ligt.
38ซาอูลจึงกล่าวว่า “หัวหน้าประชาชนทั้งหมด จงเข้ามาใกล้ ให้เราสืบรู้ว่าบาปนี้เกิดจากใครในวันนี้
39Zowaar Jahweh leeft, de bevrijder van Israël, al was het mijn eigen zoon Jonatan, de dood zal hij sterven! Maar niemand van het volk durfde hem antwoorden.
39พระยาห์เวห์ผู้ทรงช่วยอิสราเอลทรงพระชนม์อยู่แน่ฉันใด แม้ผู้ทำผิดจะเป็นโยนาธานลูกฉัน เขาก็ต้องตายแน่” แต่ไม่มีใครตอบเขา
40Nu sprak hij tot de Israëlieten: Gij moet aan de ene kant gaan staan; ik met mijn zoon Jonatan zullen aan de andere kant blijven. Het volk gaf Saul ten antwoord: Doe wat u goeddunkt.
40เขาบอกชาวอิสราเอลว่า “พวกเจ้าอยู่ฝั่งหนึ่ง ฉันกับโยนาธานลูกฉันจะอยู่อีกฝั่ง” ประชาชนตอบว่า “ทำตามที่ท่านเห็นว่าดีเถิด”
41En Saul bad tot Jahweh: God van Israël; waarom hebt Gij heden uw dienaar geen antwoord gegeven? Jahweh, God van Israël, zo de schuld bij mij of mijn zoon Jonatan ligt, geef dan Oerim; zo de schuld bij uw volk Israël ligt, geef dan Toemmim. Jonatan en Saul werden aangewezen, en het volk ging vrij uit.
41ซาอูลจึงทูลพระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอลว่า “โปรดชี้ให้เห็นคำตอบที่ถูกต้อง” ซาอูลกับโยนาธานถูกเลือก ส่วนประชาชนพ้นไป
42Toen beval Saul: Werpt nu het lot tussen mij en mijn zoon Jonatan. En Jonatan werd aangewezen.
42ซาอูลกล่าวว่า “จับสลากระหว่างฉันกับโยนาธานลูกฉัน” สลากตกแก่โยนาธาน
43Nu sprak Saul tot Jonatan: Vertel me, wat hebt ge gedaan? En Jonatan vertelde hem: Met de punt van de stok, die ik in mijn hand had, heb ik een beetje honing geproefd; ik ben bereid te sterven.
43ซาอูลถามโยนาธานว่า “บอกมาว่าเจ้าทำอะไร” โยนาธานตอบว่า “ผมเอาปลายไม้เท้าจุ่มน้ำผึ้งชิมไปนิดเดียว และนี่ผมต้องตายแล้ว”
44Saul sprak: Zo moge God met mij doen en nog erger, als ge de dood niet zult sterven, Jonatan!
44ซาอูลกล่าวว่า “ขอพระเจ้าลงโทษฉันอย่างหนักและหนักยิ่งกว่า โยนาธาน เจ้าต้องตายแน่”
45Maar het volk zeide tot Saul: Moet dan Jonatan sterven, hij, die deze grote overwinning bevochten heeft in Israël? Néén, zo waar Jahweh leeft, geen haar van zijn hoofd zal ter aarde vallen; want met de hulp van Jahweh heeft hij ze heden bevochten! Zo werd Jonatan door het volk bevrijd, en hoefde hij niet te sterven.
45แต่ประชาชนพูดกับซาอูลว่า “โยนาธานผู้ทำให้อิสราเอลได้รับชัยชนะยิ่งใหญ่นี้จะต้องตายหรือ? ไม่ได้เด็ดขาด! พระยาห์เวห์ทรงพระชนม์อยู่แน่ฉันใด แม้เส้นผมบนศีรษะเขาก็จะไม่ตกถึงพื้น เพราะวันนี้เขาได้ร่วมกับพระเจ้าช่วยอิสราเอล” ประชาชนจึงช่วยโยนาธานไว้ เขาไม่ตาย
46Saul staakte de achtervolging van de Filistijnen, en de Filistijnen trokken zich in hun woonplaatsen terug.
46ซาอูลเลิกไล่ตามชาวฟีลิสเตียและยกกลับขึ้นไป ส่วนพวกเขาก็กลับไปดินแดนของตน
47Nadat Saul het koningschap over Israël had aanvaard, voerde hij krijg aan alle kanten tegen zijn vijanden: tegen Moab, tegen de Ammonieten, tegen Edom, tegen de koningen van Soba en tegen de Filistijnen; en wie hij ook aanviel, werd door hem overwonnen.
47เมื่อซาอูลได้ปกครองอิสราเอลแล้ว เขารบกับศัตรูทุกทิศทาง ทั้งโมอับ ชาวอัมโมน เอโดม กษัตริย์ทั้งหลายแห่งโศบาห์ และชาวฟีลิสเตีย ไม่ว่าหันไปรบทางใด เขาก็ชนะ
48Hij ontplooide zulk een kracht, dat hij zelfs Amalek versloeg, en Israël bevrijdde uit de macht van die het plunderden.
48เขารบอย่างกล้าหาญ โจมตีชาวอามาเลขและช่วยอิสราเอลให้พ้นมือผู้ปล้นสะดม
49De zonen van Saul waren Jonatan, Jisjwi en Malkisjóea; de oudste zijner beide dochters heette Merab, de jongste Mikal.
49ลูกชายของซาอูลคือโยนาธาน อิชวี และมัลคีชูอา ลูกสาวสองคน คนโตชื่อเมรับ คนน้องชื่อมีคาล
50Zijn vrouw heette Achinóam, en was een dochter van Achimáas. Zijn legeroverste heette Abner, en was een zoon van Ner, den oom van Saul.
50ภรรยาของซาอูลชื่ออาหิโนอัม เป็นบุตรสาวของอาหิมาอัส แม่ทัพของเขาชื่ออับเนอร์ เป็นบุตรของเนอร์ผู้เป็นลุงของซาอูล
51Want Kisj, de vader van Saul, en Ner, de vader van Abner, waren zonen van Abiël.
51คีชเป็นพ่อของซาอูล ส่วนเนอร์พ่อของอับเนอร์เป็นบุตรของอาบีเอล
52Zolang Saul leefde, was het een harde strijd tegen de Filistijnen; en telkens als Saul een flinke kerel zag of een dapper held, verbond hij hem aan zijn dienst.
52ซาอูลทำสงครามหนักกับชาวฟีลิสเตียตลอดสมัยของเขา เมื่อเห็นชายแข็งแกร่งหรือกล้าหาญคนใด ก็นำเข้ามารับใช้ตน
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.