1 Samuel
Chapter 17
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (Thai)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Eens verzamelden de Filistijnen hun troepen ten strijde; zij trokken zich samen bij Soko, dat tot Juda behoort, en sloegen hun kamp op tussen Soko en Azeka, bij Éfes-Dammim.
1ชาว​ฟีลิสเตีย​รวม​ทัพ​เพื่อ​ทำ​สง​คราม​ที่​โส​โคห์​ใน​ดิน​แดน​ยูดาห์ แล้ว​ตั้ง​ค่าย​ระ​หว่าง​โส​โคห์​กับ​อา​เซ​คาห์​ที่​เอ​เฟส​ดัม​มิม
2Ook Saul en de Israëlieten trokken zich samen; ze sloegen hun kamp op in het Terebintendal, en maakten front tegenover de Filistijnen.
2ซาอูล​กับ​ชาย​อิสราเอล​รวม​ทัพ​ตั้ง​ค่าย​ใน​หุบเขา​เอลาห์ และ​จัด​กำลัง​รบ​เผชิญ​หน้า​กับ​ชาว​ฟีลิสเตีย
3Zo stonden de Filistijnen aan de ene kant tegen het gebergte, de Israëlieten aan de andere kant, en het dal lag tussen hen in.
3ชาว​ฟีลิสเตีย​ยืน​อยู่​บน​ภูเขา​ฝั่ง​หนึ่ง ชาว​อิสราเอล​อยู่​อีก​ฝั่ง มี​หุบเขา​คั่น​กลาง
4Daar trad uit de rijen der Filistijnen een kampvechter naar voren. Hij heette Goliat, en was afkomstig uit Gat. Hij was zes el en een span lang,
4นักรบ​ตัวแทน​จาก​ค่าย​ฟีลิสเตีย​ชื่อ​โกลิอัท ชาวเมือง​กัท ผู้​สูง​หก​ศอก​กับ​อีก​หนึ่ง​คืบ ออก​มา
5had een koperen helm op zijn hoofd en droeg een schubbenpantser, dat aan koper vijfduizend sikkels woog;
5เขา​สวม​หมวกเหล็ก​ทอง​สัมฤทธิ์​และ​เสื้อ​เกราะ​ถัก​ทอง​สัมฤทธิ์​หนัก​ห้า​พัน​เชเขล
6aan zijn benen had hij koperen scheenplaten, en op zijn schouders rustte een koperen speer.
6เขา​มีสนับแข้ง​ทองสัมฤทธิ์ และ​มี​หอกซัด​ทอง​สัมฤทธิ์​อยู่​ระหว่าง​บ่า
7De schacht van zijn lans leek wel een weversboom, en de spits ervan woog aan ijzer zes honderd sikkels. Zijn schilddrager ging voor hem uit.
7ด้าม​หอก​ของ​เขา​ใหญ่​เหมือน​ไม้​คาน​เครื่อง​ทอ​ผ้า ปลาย​หอก​ทำ​ด้วย​เหล็ก​หนัก​หก​ร้อย​เชเขล มี​คน​ถือ​โล่​เดิน​นำ​หน้า​เขา
8Hij bleef staan, en riep tot de slagorden van Israël: Waarom zijt gij uitgetrokken? Om oorlog te voeren? Nu dan; ik ben de Filistijn en gij zijt slaven van Saul! Wijst dus iemand aan, die op mij af durft komen.
8โกลิอัท​ยืน​ตะโกน​ใส่​กองทัพ​อิสราเอล​ว่า “ทำไม​พวก​เจ้า​ต้อง​ออก​มา​จัด​ทัพ​รบ? ฉัน​เป็น​ชาว​ฟีลิสเตีย ส่วน​พวก​เจ้า​เป็น​คน​รับ​ใช้​ซาอูล​ไม่ใช่​หรือ? เลือก​คน​หนึ่ง​ลง​มา​สู้​กับ​ฉัน​สิ
9Als hij mij aan kan en mij verslaat, dan zullen wij uw slaven zijn; maar als ik hem aan kan en hem versla, dan zult gij ónze slaven zijn en óns dienen!
9ถ้า​เขา​สู้​ชนะ​และ​ฆ่า​ฉัน​ได้ เรา​จะ​เป็น​คน​รับ​ใช้​พวก​เจ้า แต่​ถ้า​ฉัน​ชนะ​และ​ฆ่า​เขา​ได้ พวก​เจ้า​ต้อง​เป็น​คน​รับ​ใช้​เรา”
10En de Filistijn ging voort: Ik tart vandaag de slagorden van Israël; zend me iemand, om het uit te vechten!
10เขา​กล่าว​อีก​ว่า “วัน​นี้​ฉัน​ท้าทาย​กองทัพ​อิสราเอล ส่ง​คน​มา​สู้​กับ​ฉัน!”
11Toen Saul en alle Israëlieten die uitdaging van den Filistijn hoorden, schrokken ze en waren doodsbenauwd.
11ซาอูล​กับ​ชาว​อิสราเอล​ทั้งหมด​ได้ยิน​ก็​เสีย​ขวัญ​และ​กลัว​มาก
12David was de zoon van een Efrateër uit Betlehem in Juda, die Jesse heette en acht zonen had. Deze man was ten tijde van Saul reeds op hoge leeftijd gekomen.
12ดาวิด​เป็น​ลูก​ของ​เจสซี ชาว​เอฟราธาห์​จาก​เบธเลเฮม​ใน​ยูดาห์ เจสซี​มี​ลูกชาย​แปด​คน และ​ใน​สมัย​ซาอูล​เขา​ก็​แก่​ชรา​แล้ว
13De drie oudste zonen van Jesse waren met Saul ten strijde getrokken. Deze drie zonen, die aan de strijd deelnamen, heetten: de eerstgeborene Eliab, de tweede Abinadab en de derde Sjamma.
13ลูกชาย​สาม​คน​โต​ของ​เจสซี​ตาม​ซาอูล​ไป​สนามรบ ได้แก่ เอลีอับ​คนโต อาบีนาดับ​คน​รอง และ​ชัมมาห์​คน​ที่​สาม
14David was de jongste. Omdat dus de drie oudsten met Saul waren meegetrokken,
14ดาวิด​เป็น​คน​สุด​ท้อง ส่วน​พี่​ชาย​สาม​คน​โต​ตาม​ซาอูล​ไป
15was David van Saul naar Betlehem teruggekeerd, om de schapen van zijn vader te hoeden.
15ดาวิด​ไป ๆ มา ๆ ระหว่าง​ซาอูล​กับ​เบธเลเฮม เพื่อ​เลี้ยง​แกะ​ของ​พ่อ
16Nadat de Filistijn reeds veertig dagen lang iedere morgen en avond opnieuw vooruit was getreden, en zich in postuur had gezet,
16ชาว​ฟีลิสเตีย​คน​นั้น​ออก​มา​แสดง​ตัว​เช้า​และ​เย็น​ตลอด​สี่​สิบ​วัน
17beval Jesse zijn zoon David: Neem voor uw broers een efa van die geroosterde korrels en deze tien broden mee, en breng ze vlug in het legerkamp naar uw broers;
17เจสซี​บอก​ดาวิด​ว่า “รีบ​เอา​ข้าว​คั่ว​หนึ่ง​เอฟาห์ กับ​ขนมปัง​สิบ​ก้อน​นี้​ไป​ให้​พี่ ๆ ที่​ค่าย
18deze tien kazen moet ge aan den hoofdman van duizend afleveren. Vraag dan, of uw broers het goed maken, en neem hun kwijting in ontvangst.
18และ​นำ​เนย​แข็ง​สิบ​ก้อน​นี้​ไป​ให้หัวหน้า​ทหาร​พัน​คน​ด้วย ดู​ว่า​พี่ ๆ เป็น​อย่างไร แล้ว​นำ​ข่าว​กลับ​มา”
19Saul staat met hen en met alle Israëlieten in het Terebintendal, om tegen de Filistijnen te strijden.
19ตอน​นั้น​ซาอูล พี่​ชาย​ของ​ดาวิด และ​ทหาร​อิสราเอล​ทั้งหมด​อยู่​ใน​หุบเขา​เอลาห์ กำลัง​สู้​กับ​ชาว​ฟีลิสเตีย
20De volgende morgen maakte David zich gereed, vertrouwde de kudde aan een bewaker toe, nam zijn vracht op en begaf zich op weg, zoals Jesse het bevolen had. Hij kwam in de legerplaats aan, juist toen het leger uittrok naar het front, de strijdkreet werd aangeheven
20เช้า​ตรู่ ดาวิด​ฝาก​แกะ​ไว้​กับ​คน​ดูแล แล้ว​นำ​เสบียง​ออก​ไป​ตาม​ที่​เจสซี​สั่ง เมื่อ​มา​ถึง​บริเวณ​ที่​จอด​เกวียน กองทัพ​กำลัง​โห่​ร้อง​ออก​สู่​สนามรบ
21en Israëlieten en Filistijnen zich tegenover elkander in slagorde stelden.
21อิสราเอล​กับ​ชาว​ฟีลิสเตีย​จัด​ทัพ​เผชิญ​หน้า​กัน
22David gaf dus zijn vracht aan den oppasser van de legertros in bewaring, en spoedde zich naar het front, om daar zijn broers te gaan groeten.
22ดาวิด​ฝาก​สัมภาระ​ไว้​กับ​คน​ดูแล แล้ว​วิ่ง​ไป​หา​พี่​ชาย​ใน​กองทัพ​เพื่อ​ทักทาย
23Maar terwijl hij met hen stond te praten, daagde uit de Filistijnse rijen de kampvechter op: Goliat, de Filistijn uit Gat. Hij kwam met zijn bekend voorstel, en David hoorde het.
23ระหว่าง​พูด​คุย โกลิอัท​นักรบ​ตัวแทน​จาก​เมือง​กัท​ก็​ออก​จาก​แนว​ทัพ​ฟีลิสเตีย​มา​พูด​ท้าทาย​เหมือน​เดิม ดาวิด​ได้ยิน
24Bij het zien van den man vluchtten alle Israëlieten weer doodsbenauwd weg.
24ชาย​อิสราเอล​ทั้งหมด​พอ​เห็น​เขา​ก็​หนี​ด้วย​ความ​หวาด​กลัว
25Een van de Israëlieten sprak: Zien jullie den man, die daar optreedt en Israël komt uitdagen? Die hem verslaat, zal door den koning rijk worden begiftigd; hij zal hem ook zijn dochter geven, en aan zijn familie vrijdom van belasting schenken in Israël.
25พวก​เขา​พูด​กัน​ว่า “เห็น​คน​ที่​ออก​มา​หรือ​ยัง? เขา​มา​ท้าทาย​อิสราเอล กษัตริย์​จะ​ให้​ทรัพย์​สมบัติ​มากมาย​แก่​คน​ที่​ฆ่า​เขา ยก​ลูกสาว​ให้​แต่งงาน​ด้วย และ​ยกเว้น​ภาษี​ให้​ครอบครัว​พ่อ​ของ​คน​นั้น​ใน​อิสราเอล”
26David vroeg aan de mannen, die bij hem stonden: Wat zal er met den man gebeuren, die dezen Filistijn verslaat en de schande van Israël wegneemt? Wat moet die onbesneden Filistijn, dat hij de slagorde van den levenden God durft tarten!
26ดาวิด​ถาม​คน​ที่​ยืน​อยู่​ใกล้​ว่า “คน​ที่​ฆ่า​ชาว​ฟีลิสเตีย​ผู้​นี้​และ​ลบ​ความ​อัปยศ​จาก​อิสราเอล​จะ​ได้​อะไร? ชาว​ฟีลิสเตีย​ที่​ไม่​ได้​เข้า​สุหนัต​คน​นี้​เป็น​ใคร จึง​กล้า​ท้าทาย​กองทัพ​ของ​พระเจ้า​ผู้ทรง​พระชนม์?”
27Het volk antwoordde hem zoals gezegd: Dat zal er gebeuren met den man, die hem verslaat.
27พวก​เขา​ก็​ตอบ​ดาวิด​ซ้ำ​ว่า “คน​ที่​ฆ่า​เขา​จะ​ได้​สิ่ง​เหล่า​นั้น”
28Toen Eliab, zijn oudste broeder, hem zo met de mannen hoorde spreken, werd hij nijdig op David en zei: Waarom zijt ge eigenlijk hier gekomen, en onder wiens hoede hebt ge die paar schapen in de woestijn achtergelaten? Ik ken uw roekeloosheid en vermetel hart; ge zijt hier gekomen, om naar het vechten te kijken!
28เอลีอับ​พี่​ชาย​คน​โต​ได้ยิน​ดาวิด​พูด​กับ​คน​เหล่า​นั้น​ก็​โกรธ​จัด​และ​ว่า “เจ้า​ลง​มา​ทำไม? ฝาก​แกะ​ไม่​กี่​ตัว​ไว้​กับ​ใคร​ใน​ถิ่น​ทุรกันดาร? ฉัน​รู้​ว่า​เจ้า​หยิ่ง​และ​ใจ​ชั่ว เจ้า​ลง​มา​เพียง​เพื่อ​ดู​การ​รบ!”
29David antwoordde: Wat heb ik misdaan? Het is toch maar een vraag!
29ดาวิด​ตอบ​ว่า “ฉัน​ทำ​อะไร​ผิด​อีก? ไม่มี​เหตุ​ให้​ฉัน​พูด​หรือ?”
30Hij keerde zich van hem af, en vroeg hetzelfde aan anderen; en het volk gaf hem hetzelfde antwoord als straks.
30เขา​หัน​ไป​ถาม​คน​อื่น​เรื่อง​เดิม และ​ได้​รับคำ​ตอบ​เหมือน​เดิม
31Maar toen het bekend werd, wat David gezegd had, werd het aan Saul oververteld, en deze liet hem halen.
31มี​คน​ได้ยิน​คำ​พูด​ของ​ดาวิด​แล้ว​นำ​ไป​บอก​ซาอูล ซาอูล​จึง​เรียก​เขา​มา
32En David sprak tot Saul: Laat mijn heer omwille van dien Filistijn de moed niet verliezen; uw dienaar zal met hem gaan vechten!
32ดาวิด​บอก​ซาอูล​ว่า “อย่า​ให้​ใคร​เสีย​ขวัญ​เพราะ​ชาย​คน​นั้น​เลย ผม​ผู้รับ​ใช้​ของ​ท่าน​จะ​ไป​สู้​กับ​เขา”
33Saul gaf David ten antwoord: Ge kunt met dien Filistijn niet gaan vechten; ge zijt nog maar een knaap, en hij is van jongs af aan vechten gewend.
33ซาอูล​ตอบ​ว่า “เจ้า​ไป​สู้​เขา​ไม่​ไหว เจ้า​ยัง​เป็น​เด็ก​หนุ่ม แต่​เขา​เป็น​นักรบ​มา​ตั้งแต่​หนุ่ม”
34Maar David sprak tot Saul: Als uw dienaar de schapen van zijn vader hoedde, en er kwam een leeuw, die een lam van de kudde weghaalde,
34ดาวิด​กล่าว​ว่า “ผม​เคย​เลี้ยง​แกะ​ให้​พ่อ เมื่อ​สิงโต​หรือ​หมี​มา​คาบ​ลูก​แกะ​ไป​จาก​ฝูง
35dan ging ik hem achterna, sloeg hem neer en redde het lam uit zijn muil. En wilde hij mij aanvallen, dan greep ik hem bij zijn manen en sloeg hem dood.
35ผม​ก็​ไล่​ตาม ตี​มัน และ​ช่วย​ลูก​แกะ​ออก​จาก​ปาก​มัน ถ้า​มัน​หัน​มา​ทำร้าย ผม​จะ​คว้า​เครา​ของ​มัน ตี​จน​ตาย
36Leeuwen en beren heeft uw dienaar neergelegd; die onbesneden Filistijn zal hetzelfde lot ondergaan als zij, want hij tart de slagorde van den levenden God.
36ผม​ฆ่า​ทั้ง​สิงโต​และ​หมี​มา​แล้ว ชาว​ฟีลิสเตีย​ที่​ไม่​ได้​เข้า​สุหนัต​คน​นี้​ก็​จะ​เป็น​เหมือน​พวก​มัน เพราะ​เขา​ท้าทาย​กองทัพ​ของ​พระเจ้า​ผู้ทรง​พระชนม์”
37Jahweh, die mij bevrijd heeft uit de klauw van leeuw en beer, Hij zal mij bevrijden uit de hand van dien Filistijn. Nu sprak Saul tot David: Vooruit dan, en moge Jahweh met u zijn.
37ดาวิด​กล่าว​อีก​ว่า “พระยาห์เวห์​ผู้ทรง​ช่วย​ผม​ให้​พ้น​อุ้งเท้า​สิงโต​และ​หมี จะ​ทรง​ช่วย​ให้​พ้น​มือ​ชาว​ฟีลิสเตีย​คน​นี้” ซาอูล​บอก​ว่า “ไป​เถอะ ขอ​พระยาห์เวห์​ทรง​อยู่​กับ​เจ้า”
38Hij liet David zijn eigen kleren aantrekken, zette hem een koperen helm op het hoofd, deed hem een pantser aan,
38ซาอูล​ให้​ดาวิด​สวม​เสื้อผ้า​ของ​ตน สวม​หมวกเหล็ก​ทอง​สัมฤทธิ์​และ​เสื้อ​เกราะ​ถัก​ให้
39en gordde hem zijn zwaard aan over zijn kleren. Maar David was niet in staat, daarin vooruit te komen; want hij had het nog nooit geprobeerd. Daarom zei David tot Saul: Daarin kan ik niet lopen; ik heb het nog nooit geprobeerd. David trok dus alles uit,
39ดาวิด​คาด​ดาบ​ทับ​เสื้อ​แล้ว​ลอง​เดิน​ดู แต่​เขา​ยัง​ไม่​เคย​ลอง​ใช้​อุปกรณ์​เหล่า​นี้ เขา​จึง​บอก​ซาอูล​ว่า “ผม​ใส่​ของ​พวก​นี้​ไป​ไม่​ได้ เพราะ​ยัง​ไม่​เคย​ลอง​ใช้” แล้ว​ถอด​ออก
40nam zijn stok in zijn hand, koos uit de beek vijf van de gladste stenen, deed ze in zijn herderstas, die hem voor slingertas diende, en met een slinger in de hand ging hij op den Filistijn af.
40ดาวิด​ถือ​ไม้​เท้า เลือก​ก้อน​หิน​เรียบ​ห้า​ก้อน​จาก​ลำธาร ใส่​ใน​กระเป๋า​ย่าม​ของ​คน​เลี้ยง​แกะ ถือ​สาย​เหวี่ยง​หิน​ไว้​ใน​มือ​แล้ว​เดิน​เข้าไป​หา​ชาว​ฟีลิสเตีย
41Ook de Filistijn trad vooruit, voorafgegaan door zijn schilddrager, en kwam hoe langer hoe dichter bij David.
41โกลิอัท​เดิน​เข้า​มา​หา​ดาวิด โดย​มี​คน​ถือ​โล่​เดิน​นำ
42Maar toen de Filistijn David gewaar werd en hem opnam, lachte hij hem uit, omdat hij zo jong en blond was, en zo’n knap gezicht had.
42เขา​มอง​ดาวิด​แล้ว​ดู​หมิ่น เพราะ​เห็น​เป็น​เพียง​เด็ก​หนุ่ม​ผิว​อม​แดง​หน้าตา​ดี
43En de Filistijn riep David toe: Ben ik soms een hond, dat ge met stokken op mij af komt? David riep hem terug: Neen, je bent nog minder dan een hond. Nu begon de Filistijn David bij zijn goden te vervloeken,
43โกลิอัท​พูด​ว่า “ฉัน​เป็น​หมา​หรือ เจ้า​ถึง​ถือ​ไม้​มา​ใส่​ฉัน?” แล้ว​เขา​สาป​แช่ง​ดาวิด​ใน​นาม​เทพเจ้า​ของ​ตน
44en hij riep hem toe: Kom hier, dan geef ik uw vlees aan de vogels in de lucht en aan de dieren op het veld!
44เขา​กล่าว​ว่า “เข้า​มา​สิ ฉัน​จะ​เอา​เนื้อ​เจ้า​ให้​ฝูง​นก​บน​ฟ้า​และ​สัตว์​ใน​ทุ่ง​กิน”
45Maar David sprak tot den Filistijn: Ge komt op mij af met zwaard, speer en lans; maar ik kom op u af in de naam van Jahweh der heirscharen, den God van Israëls legers, dien gij getart hebt.
45ดาวิด​ตอบ​ว่า “เจ้า​มา​หา​ฉัน​ด้วย​ดาบ หอก และ​หอกซัด แต่​ฉัน​มา​หา​เจ้า​ใน​พระนาม​พระยาห์เวห์​จอมทัพ พระเจ้า​ของกอง​ทัพ​อิสราเอล​ที่​เจ้า​ท้าทาย
46Vandaag zal Jahweh u aan mij overleveren; ik zal u neerslaan, de kop van uw romp scheiden, en uw lijk met de lijken van het Filistijnse leger vandaag nog aan de vogels geven in de lucht en aan de dieren op het veld. Dan zal heel de aarde weten, dat er een God in Israël is;
46วัน​นี้​พระยาห์เวห์​จะ​ทรง​มอบ​เจ้า​ไว้​ใน​มือ​ฉัน ฉัน​จะ​โจมตี​เจ้า​และ​ตัด​หัว​เจ้า ฉัน​จะ​เอา​ศพ​ทหาร​ฟีลิสเตีย​ให้​ฝูง​นก​บน​ฟ้า​และ​สัตว์​ป่า​บน​แผ่น​ดิน​กิน เพื่อ​คน​ทั้ง​โลก​จะ​รู้​ว่า​มี​พระเจ้า​ใน​อิสราเอล
47en heel dit leger zal weten, dat de zege niet komt door zwaard of lans, maar dat het Jahweh is, die de strijd beslist, en dat Hij u in onze hand heeft gegeven.
47และ​ทุก​คน​ที่​ชุมนุม​กัน​จะ​รู้​ว่า​พระยาห์เวห์​ไม่​ได้​ทรง​ช่วย​ให้​รอด​ด้วย​ดาบ​หรือ​หอก เพราะ​สงคราม​นี้​เป็น​ของ​พระยาห์เวห์ พระองค์​จะ​ทรง​มอบ​พวก​เจ้า​ไว้​ใน​มือ​เรา”
48Toen nu de Filistijn vooruittrad en David tegemoet ging, liep David vlug uit de slagorde den Filistijn tegemoet.
48เมื่อ​โกลิอัท​เดิน​เข้า​มา​หา ดาวิด​รีบ​วิ่ง​ไป​ยัง​แนว​ทัพ​เพื่อ​สู้​กับ​เขา
49Hij deed een greep in de tas, nam er een steen uit, slingerde hem weg en trof den Filistijn er mee op het voorhoofd. De steen drong door de helm in zijn voorhoofd, en hij viel voorover op de grond.
49ดาวิด​ล้วง​ย่าม หยิบ​ก้อน​หิน​ใส่​สาย​เหวี่ยง แล้ว​ยิง​ถูก​หน้าผาก​โกลิอัท หิน​ฝัง​เข้าไป​ใน​หน้า​ผาก เขา​ล้ม​หน้า​คว่ำ​ลง​กับ​พื้น
50Zo won David het van den Filistijn met slinger en steen; hij had den Filistijn dodelijk getroffen, zonder dat hij een zwaard bij zich had!
50ดัง​นั้น​ดาวิด​จึง​ชนะ​ชาว​ฟีลิสเตีย​คน​นั้นด้วย​สาย​เหวี่ยง​และ​ก้อน​หิน ยิง​เขา​จน​ตาย ทั้ง​ที่​ใน​มือ​ดาวิด​ไม่มี​ดาบ
51Nu rende David naar den Filistijn en ging bij hem staan; hij greep diens zwaard, rukte het uit de schede, onthoofdde hem en maakte hem af. Toen de Filistijnen zagen, dat hun held dood was, sloegen zij op de vlucht.
51ดาวิด​วิ่ง​ไป​ยืน​เหนือ​ร่าง​โกลิอัท ชัก​ดาบ​ของ​เขา​ออก​จาก​ฝัก ฆ่า​เขา​และ​ใช้​ดาบ​นั้น​ตัด​หัว เมื่อ​ชาว​ฟีลิสเตีย​เห็น​ว่า​นักรบ​ตัวแทน​ของ​ตน​ตาย​แล้ว​ก็​หนี
52Maar nu sprongen de mannen van Israël en Juda op, hieven de strijdkreet aan, en achtervolgden de Filistijnen tot aan Gat en tot de poorten van Ekron; en van Sjaäráim tot Gat en Ekron lagen de gevallen Filistijnen langs de weg!
52ชาย​อิสราเอล​และ​ยูดาห์​ลุก​ขึ้น​โห่​ร้อง​ไล่​ตาม​ชาว​ฟีลิสเตีย​ไป​จนถึง​กา​อี​และ​ประตู​เมือง​เอโครน ชาว​ฟีลิสเตีย​ที่​บาด​เจ็บ​ล้ม​ลง​ตาม​ทาง​ไป​ชา​อา​รา​อิม จนถึง​เมือง​กัท​และ​เอโครน
53Toen keerden de Israëlieten van de achtervolging der Filistijnen terug, en plunderden hun kampen.
53ชาว​อิสราเอล​กลับ​จาก​การ​ไล่​ตาม แล้ว​เข้า​ปล้น​ค่าย​ฟีลิสเตีย
54David nam het hoofd van den Filistijn en bracht het naar Jerusalem; maar zijn wapens legde hij in zijn tent.
54ดาวิด​นำ​ศีรษะ​ของ​ชาว​ฟีลิสเตีย​ไป​เยรูซาเล็ม แต่​เก็บ​ชุด​เกราะ​ของ​เขา​ไว้​ใน​เต็นท์​ของ​ตน
55Toen Saul David den Filistijn tegemoet zag gaan, vroeg hij aan Abner, den legeroverste: Wiens zoon is die knaap, Abner? Abner antwoordde: Zowaar gij leeft, koning, ik weet het niet.
55เมื่อ​ซาอูล​เห็น​ดาวิด​ออก​ไป​สู้​กับ​โกลิอัท เขา​ถาม​อับเนอร์​แม่ทัพ​ว่า “อับเนอร์ เด็ก​หนุ่ม​คน​นั้น​เป็น​ลูก​ใคร?” อับเนอร์​ตอบ​ว่า “ขอ​สาบาน​ต่อ​ชีวิต​ของ​ฝ่า​บาท ข้าพเจ้า​ไม่​ทราบ”
56Daarom beval de koning: Ga dan eens vragen, van wien die jongen de zoon is.
56กษัตริย์​สั่ง​ว่า “ไป​สืบ​มา​ว่า​เขา​เป็น​ลูก​ใคร”
57Toen David dus van zijn overwinning op den Filistijn terugkeerde, nam Abner hem mee, en bracht hem, met het hoofd van den Filistijn in zijn hand, voor Saul.
57เมื่อ​ดาวิด​กลับ​จาก​การ​ฆ่า​โกลิอัท อับเนอร์​พา​เขา​ไป​เฝ้า​ซาอูล ดาวิด​ยัง​ถือ​ศีรษะ​ของ​โกลิอัท​อยู่
58Saul vroeg hem: Wiens zoon zijt ge, mijn jongen? David antwoordde: De zoon van uw dienaar Jesse, den Betlehemiet.
58ซาอูล​ถาม​ว่า “หนุ่ม​น้อย เจ้า​เป็น​ลูก​ใคร?” ดาวิด​ตอบ​ว่า “ผม​เป็น​ลูก​ของ​เจสซี​ชาว​เบธเลเฮม ผู้รับ​ใช้​ของ​ท่าน”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.