1 Samuel
Chapter 28
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (Thai)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Toen dan ook in die dagen de Filistijnen hun troepen op de been brachten, om met Israël te strijden, sprak Akisj tot David: Ge weet dus, dat ge aan mijn zijde ten strijde moet trekken, gij met uw mannen.
1ใน​เวลา​นั้น​ชาว​ฟีลิสเตีย​ระดม​กองทัพ​เพื่อ​ทำ​สงคราม​กับ​อิสราเอล อาคีช​บอก​ดาวิด​ว่า “เจ้า​กับ​คน​ของ​เจ้า​จะ​ต้อง​ออก​ไป​รบ​พร้อม​กับ​ฉัน จง​รู้​ไว้​ให้​แน่”
2David gaf Akisj ten antwoord: Goed; dan zult ge ondervinden, wat uw dienaar zal doen. En Akisj verzekerde David: Best, dan stel ik u voor altijd tot mijn lijfwacht aan.
2ดาวิด​ตอบ​อาคีช​ว่า “แล้ว​ท่าน​จะ​ได้​เห็น​ว่า​คน​รับ​ใช้​ของ​ท่าน​ทำ​อะไร​ได้​บ้าง” อาคีช​บอก​ดาวิด​ว่า “ถ้า​อย่าง​นั้น​ฉัน​จะ​ตั้ง​เจ้า​เป็น​องครักษ์​ของ​ฉัน​ตลอด​ไป”
3Intussen was Samuël gestorven; heel Israël had over hem gerouwd, en men had hem te Rama in zijn woonplaats begraven. En Saul had de geestenbezweerders en waarzeggers uit het land verwijderd.
3ซามูเอล​ตาย​แล้ว ชาว​อิสราเอล​ทั้งหมด​ไว้​ทุกข์​ให้​เขา​และ​ฝัง​เขา​ไว้​ใน​เมือง​ของ​เขา​ที่​รามาห์ ซาอูล​ได้​ขับ​ไล่​คนทรง​วิญญาณ​และ​หมอผี​ออก​จาก​แผ่น​ดิน
4Toen dan de verenigde Filistijnen aanrukten en hun kamp bij Sjoenem opsloegen, riep ook Saul heel Israël onder de wapens, en ze legerden zich op de Gilbóa.
4ชาว​ฟีลิสเตีย​รวม​พล​มา​ตั้ง​ค่าย​ที่​ชูเนม ส่วน​ซาอูล​ระดม​ชาว​อิสราเอล​ทั้งหมด​มา​ตั้ง​ค่าย​ที่​กิลโบอา
5Maar bij het aanschouwen van het leger der Filistijnen sloeg Saul de schrik om het hart.
5เมื่อ​ซาอูล​เห็น​กองทัพ​ฟีลิสเตีย​ก็​กลัว ใจ​สั่น​สะท้าน​อย่าง​ยิ่ง
6Hij raadpleegde Jahweh; maar Jahweh antwoordde hem niet, noch in dromen noch met de Oerim, noch door profeten.
6ซาอูล​ทูล​ถาม​พระยาห์เวห์ แต่​พระยาห์เวห์​ไม่​ทรง​ตอบ​เขา ไม่​ว่า​ทาง​ความ​ฝัน อู​ริม หรือ​ผู้เผยพระวจนะ
7Daarom sprak Saul tot zijn dienaren: Zoek me een vrouw op, die geesten bezweert; dan ga ik erheen, om ze te ondervragen. Zijn dienaren antwoordden hem: Te En-Dor woont een vrouw, die geesten bezweert.
7ซาอูล​จึง​สั่ง​คน​รับ​ใช้​ว่า “หา​ผู้​หญิง​ที่​ทรง​วิญญาณ​ให้​ฉัน ฉัน​จะ​ไป​ถาม​นาง” คน​รับ​ใช้​ตอบ​ว่า “มี​ผู้​หญิง​ที่​ทรง​วิญญาณ​อยู่​ที่​เอนโดร์”
8Daarop maakte Saul zich onkenbaar, door andere kleren aan te trekken. Begeleid door twee mannen begaf hij zich op weg, en in de nacht kwamen ze bij de vrouw aan. En hij sprak: Roep voor mij den geest op, dien ik u zal zeggen, en laat hem voor mij de toekomst voorspellen.
8ซาอูล​ปลอม​ตัว​เปลี่ยน​เสื้อผ้า แล้วไป​กับ​ชาย​อีก​สอง​คน พวก​เขา​มา​หา​ผู้​หญิง​คน​นั้น​ตอน​กลาง​คืน ซาอูล​กล่าว​ว่า “ขอ​ทำนาย​ให้​ฉัน​ด้วย​วิญญาณ​ที่​เจ้า​ใช้ และ​เรียกคน​ที่​ฉัน​บอก​ชื่อ​ให้​ขึ้น​มา”
9De vrouw antwoordde hem: Wel, ge weet toch, dat Saul de geestenbezweerders en waarzeggers uit het land heeft verdreven; waarom wilt ge me dan een valstrik leggen, om me te doden?
9นาง​ตอบ​ว่า “ท่าน​ก็​รู้​ว่า​ซาอูล​ทำ​อะไร เขา​กำจัด​คนทรง​วิญญาณ​กับ​หมอผี​ออก​จาก​แผ่น​ดิน ทำไม​ท่าน​วาง​กับ​ดัก​เอา​ชีวิต​ฉัน​ให้​ฉัน​ต้อง​ตาย?”
10Maar Saul bezwoer haar bij Jahweh: Zo waar Jahweh leeft, om deze zaak zal geen schuld u treffen.
10ซาอูล​สาบาน​ต่อ​นาง​โดย​อ้าง​พระยาห์เวห์​ว่า “พระยาห์เวห์​ทรง​พระชนม์​อยู่​แน่ เจ้า​จะ​ไม่​ถูก​ลงโทษ​เพราะ​เรื่อง​นี้”
11Nu vroeg de vrouw: Wien moet ik voor u oproepen? Hij zeide: Roep Samuël voor mij op.
11นาง​ถาม​ว่า “จะ​ให้​ฉัน​เรียก​ใคร​ขึ้น​มา?” เขา​ตอบ​ว่า “เรียก​ซามูเอล​ขึ้น​มา​ให้​ฉัน”
12En de vrouw zag Samuël. Maar nu begon ze luidkeels te gillen, en vroeg aan Saul: Waarom hebt ge mij bedrogen; ge zijt Saul zelf!
12เมื่อ​ผู้​หญิง​คน​นั้น​เห็น​ซามูเอล นาง​ก็​ร้อง​เสียง​ดัง​และ​พูด​กับ​ซาอูล​ว่า “ท่าน​หลอก​ฉัน​ทำไม? ท่าน​คือ​ซาอูล!”
13De koning antwoordde haar: Wees maar niet bang; zeg liever, wat ge ziet. En de vrouw sprak tot Saul: Een geest zie ik uit de aarde opkomen.
13กษัตริย์​ตรัส​กับ​นาง​ว่า “อย่า​กลัว​เลย เจ้า​เห็น​อะไร?” นาง​ตอบ​ซาอูล​ว่า “ฉัน​เห็น​เทพ​องค์​หนึ่ง​ขึ้น​มา​จาก​ใต้ดิน”
14Hij vroeg haar: Hoe ziet hij er uit? Ze antwoordde: Een man, een oude man komt op, in een mantel gehuld. Toen begreep Saul, dat het Samuël was; en zijn gelaat ter aarde buigend wierp hij zich neer.
14เขา​ถาม​ว่า “รูป​ร่าง​เป็น​อย่างไร?” นาง​ตอบ​ว่า “เป็น​ชาย​ชรา​คน​หนึ่ง​กำลัง​ขึ้น​มา เขา​สวม​เสื้อ​คลุม” ซาอูล​เข้าใจ​ว่า​เป็น​ซามูเอล จึง​ก้ม​กราบ​จน​หน้า​ถึง​พื้น​เพื่อ​แสดง​ความ​เคารพ
15En Samuël sprak tot Saul: Waarom hebt ge mij gestoord, door mij op te roepen? Saul antwoordde: Ik ben ten einde raad. De Filistijnen vechten tegen mij, en God is van mij geweken; Hij antwoordt mij niet meer, noch door profeten noch in dromen. Daarom heb ik u geroepen, om mij te verkondigen, wat ik moet doen.
15ซามูเอล​พูด​กับ​ซาอูล​ว่า “เจ้า​รบกวน​ฉัน เรียก​ฉัน​ขึ้น​มา​ทำไม?” ซาอูล​ตอบ​ว่า “ข้าพเจ้า​เดือด​ร้อน​หนัก ชาว​ฟีลิสเตีย​ทำ​สงคราม​กับ​ข้าพเจ้า พระเจ้า​ทรง​จาก​ข้าพเจ้า​ไป​และ​ไม่​ทรง​ตอบ​อีก​เลย ไม่​ว่า​จะ​ทาง​ผู้เผยพระวจนะ​หรือ​ความ​ฝัน ข้าพเจ้า​จึง​เรียก​ท่าน​มา​เพื่อ​ให้​บอก​ว่า​ควร​ทำ​อย่างไร”
16Samuël sprak: Maar waarom mij nog ondervragen, als Jahweh van u geweken is en uw vijand is geworden?
16ซามูเอล​ตอบ​ว่า “เจ้า​จะ​ถาม​ฉัน​ทำไม ใน​เมื่อ​พระยาห์เวห์​ทรง​จาก​เจ้า​ไป​และ​กลาย​เป็น​ศัตรู​ของ​เจ้า​แล้ว?
17Jahweh heeft met u gedaan, zoals Hij door mij heeft voorzegd: Jahweh heeft het koningschap aan u ontnomen, en het aan een ander, aan David, gegeven.
17พระยาห์เวห์​ทรง​ทำ​ต่อ​เจ้า​ตาม​ที่​ตรัส​ผ่าน​ฉัน พระองค์​ทรง​ฉีก​อาณาจักร​จาก​มือ​เจ้า​แล้ว​มอบ​ให้คน​ร่วม​ชาติ​ของ​เจ้า คือ​ดาวิด
18Omdat ge niet hebt geluisterd naar het bevel van Jahweh en zijn gloeiende toorn op Amalek niet hebt gekoeld, daarom laat Jahweh u dit alles thans overkomen:
18เพราะ​เจ้า​ไม่​เชื่อ​ฟัง​พระดำรัส​ของ​พระยาห์เวห์ ไม่​ลงโทษ​ชาว​อามาเลข​ตามพ​ระ​พิโรธ​รุนแรง​ของ​พระองค์ พระยาห์เวห์​จึง​ทรง​ทำ​เช่น​นี้​กับ​เจ้า​วัน​นี้
19Jahweh geeft u en Israël met u in de macht der Filistijnen; gij en uw zonen zullen morgen bij mij zijn; zelfs het kamp van Israël laat Jahweh in de handen der Filistijnen vallen.
19พระยาห์เวห์​จะ​ทรง​มอบ​อิสราเอล​พร้อม​กับ​เจ้า​ไว้​ใน​มือ​ชาว​ฟีลิสเตีย พรุ่ง​นี้​เจ้า​กับ​ลูกชาย​จะ​อยู่​กับ​ฉัน พระยาห์เวห์​จะ​ทรง​มอบ​กองทัพ​อิสราเอล​ไว้​ใน​มือ​ชาว​ฟีลิสเตีย​ด้วย”
20Diep verslagen viel Saul in zijn volle lengte op de grond; want hij was van Samuëls woorden bang geworden, en zijn krachten waren uitgeput, daar hij de ganse dag en de ganse nacht geen voedsel had gebruikt.
20ซาอูล​ล้ม​ตัว​เหยียด​ยาว​ลง​กับ​พื้น​ทันที​ด้วย​ความ​หวาด​กลัว​คำ​ของ​ซามูเอล เขา​ไม่มี​แรง เพราะ​ไม่​ได้​กิน​อะไร​เลย​ตลอด​วัน​และ​คืน​ที่​ผ่าน​มา
21De vrouw kwam op Saul toe, en ziende, dat hij erg van streek was, sprak zij tot hem: Zie, uw dienstmaagd heeft naar uw wens geluisterd; ik heb mijn leven op het spel gezet om te volbrengen, wat gij me gevraagd hebt.
21ผู้​หญิง​คน​นั้น​เข้า​มา​หา​ซาอูล เห็น​ว่า​เขา​ทุกข์​ใจ​มาก จึง​กล่าว​ว่า “ดิฉัน​ผู้รับ​ใช้​ของ​ท่าน​ฟัง​คำ​ท่าน​แล้ว ยอม​เสี่ยง​ชีวิต​ทำ​ตาม​ที่​ท่าน​บอก
22Luister gij dus ook naar de wens van uw dienstmaagd; eet een stuk brood, dat ik u wil voorzetten, opdat gij in staat zult zijn, uw weg te vervolgen.
22บัดนี้​ขอ​ท่าน​ฟัง​คำ​ของ​ดิฉัน​บ้าง ให้​ดิฉัน​นำ​ขนมปัง​สัก​เล็ก​น้อย​มา​ให้​ท่าน​กิน เพื่อ​จะ​มี​แรง​เดินทาง​ต่อ”
23Maar hij weigerde en zeide: Ik wil niet eten. Eerst toen ook zijn dienaren met de vrouw bij hem aandrongen, gaf hij toe; hij stond van de grond op, en zette zich neer op de rustbank.
23แต่​ซาอูล​ปฏิเสธ​ว่า “ฉัน​จะ​ไม่​กิน” คน​รับ​ใช้​ของ​เขา​กับ​ผู้​หญิง​คน​นั้น​ช่วย​กัน​คะยั้นคะยอ เขา​จึง​ยอม​ฟัง ลุก​จาก​พื้น​มา​นั่ง​บน​เตียง
24Daarop slachtte de vrouw in allerijl het mestkalf, dat ze op stal had staan, haalde meel en kneedde het, bakte er ongedesemde broden van,
24ผู้​หญิง​คน​นั้น​มี​ลูกวัว​ขุน​อยู่​ใน​บ้าน นาง​รีบ​ฆ่า​มัน แล้ว​นำ​แป้ง​มา​นวด​และ​อบ​เป็น​ขนมปัง​ไร้​เชื้อ
25en diende het voor Saul en zijn dienaren op. En na gegeten te hebben, stonden ze op, en gingen diezelfde nacht nog weg.
25นาง​ยก​อาหาร​มา​ให้​ซาอูล​กับ​คน​รับ​ใช้ พวก​เขา​กิน​แล้ว​ลุก​ขึ้น​ออก​ไป​ใน​คืน​นั้น

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.