1 Samuel 25
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Intussen stierf Samuël. Heel Israël kwam bijeen voor de dodenklacht, en men begroef hem in zijn huis te Rama. David trok verder, en week naar de woestijn van Maon uit.
1ซามูเอลสิ้นชีวิต ชาวอิสราเอลทั้งหมดมารวมตัวกันไว้ทุกข์ให้เขา และฝังเขาไว้ที่บ้านของเขาในรามาห์ จากนั้นดาวิดออกเดินทางลงไปยังถิ่นทุรกันดารปาราน
2Nu was er in Maon een man, die zijn bedrijf in Karmel had. De man was zeer vermogend, en de eigenaar van drieduizend schapen en duizend geiten. Bij gelegenheid van het scheren der schapen bevond hij zich toen in Karmel.
2มีชายคนหนึ่งอยู่ที่มาโอน ทรัพย์สินของเขาอยู่ในคารเมล เขามั่งคั่งมาก มีแกะสามพันตัวและแพะหนึ่งพันตัว ขณะนั้นเขากำลังตัดขนแกะที่คารเมล
3Hij heette Nabal, zijn vrouw Abigil. Terwijl de vrouw een vlug begrip had en een. knap uiterlijk, was de man hardvochtig en kwaadaardig; het was een Kalebiet.
3ชายคนนั้นชื่อนาบาล ภรรยาชื่ออาบีกายิล นางมีไหวพริบและหน้าตาสวยงาม แต่สามีเป็นคนหยาบกระด้างและประพฤติชั่ว เขาเป็นคนในตระกูลคาเลบ
4Toen nu David in de woestijn vernomen had, dat bij Nabal de schapen geschoren werden,
4ดาวิดอยู่ในถิ่นทุรกันดาร ได้ยินว่านาบาลกำลังตัดขนแกะ
5zond hij tien knechten met de opdracht: Gaat naar Karmel en vervoegt u bij Nabal; ge moet hem namens mij begroeten en dit tegen mijn broeder zeggen:
5จึงส่งชายหนุ่มสิบคนไป โดยบอกว่า “ขึ้นไปคารเมล หานาบาลและทักทายเขาในนามของฉัน
6De vrede aan u, vrede aan uw gezin, vrede aan allen, die u toebehoren!
6บอกเขาว่า ‘ขอให้ท่านมีอายุยืน ขอให้ท่านอยู่เป็นสุข ขอให้ครอบครัวของท่านอยู่เป็นสุข ขอให้ทุกสิ่งที่ท่านมีอยู่ดี
7Ik heb vernomen, dat men bij u de schapen scheert. Welnu, wij hebben uw herders, die in onze nabijheid waren, niet gehinderd, en nooit, zolang ze in Karmel waren, hebben ze ook maar iets vermist;
7ฉันได้ยินว่าท่านมีคนกำลังตัดขนแกะ คนเลี้ยงแกะของท่านอยู่กับพวกเรา พวกเราไม่ได้ทำร้ายพวกเขา และตลอดเวลาที่อยู่ในคารเมลก็ไม่มีอะไรของพวกเขาหายไป
8vraag het uw knechten, en ze zullen het bevestigen. Laat daarom mijn knechten een gunstig onthaal bij u vinden, omdat we op een feestdag komen, en geef aan uw dienaren en aan uw zoon David wat ge kunt missen.
8ลองถามคนหนุ่มของท่านดู พวกเขาจะบอกท่านเอง ขอให้ท่านเมตตาคนหนุ่มเหล่านี้ เพราะเรามาในวันดีเช่นนี้ ขอโปรดแบ่งสิ่งที่ท่านมีให้คนรับใช้ของท่านและดาวิดลูกชายของท่านด้วย’”
9Zo kwamen de knechten van David, brachten Nabal de boodschap namens David over, en wachtten af.
9คนหนุ่มของดาวิดไปบอกนาบาลตามคำของดาวิดทุกประการ แล้วรอคำตอบ
10Maar Nabal gaf Davids dienaars ten antwoord: Wie is die David? Wie is die zoon van Jesse? Het wemelt tegenwoordig van knechten, die van hun meester zijn weggelopen!
10นาบาลตอบคนรับใช้ของดาวิดว่า “ดาวิดเป็นใคร? ลูกชายเจสซีเป็นใคร? เดี๋ยวนี้คนรับใช้ที่หนีจากนายมีอยู่มากมาย
11En dan zou ik mijn brood en mijn water en het vlees, dat ik voor mijn scheerders geslacht heb, gebruiken, om het aan lieden te geven, van wie ik niet eens weet, waar ze vandaan komen?
11จะให้ฉันเอาขนมปัง น้ำ และเนื้อจากสัตว์ที่ฉันฆ่าไว้สำหรับคนตัดขนแกะ ไปให้คนที่ไม่รู้ว่ามาจากไหนหรือ?”
12Davids knechten maakten dus rechtsomkeer en vertelden hem bij hun terugkomst, hoe ze ontvangen waren.
12คนหนุ่มของดาวิดจึงกลับไปตามทาง และรายงานคำตอบทั้งหมดให้ดาวิดฟัง
13Toen beval David zijn mannen: Laat ieder zijn zwaard in de gordel steken! En iedereen stak zijn zwaard in de gordel. Ook David omgordde zich met zijn zwaard, en terwijl tweehonderd man bij de legertros bleven, gingen er ongeveer vierhonderd met David mee.
13ดาวิดสั่งคนของเขาว่า “ทุกคนคาดดาบ!” ทุกคนก็คาดดาบ ดาวิดเองก็คาดดาบ มีชายประมาณสี่ร้อยคนตามดาวิดไป ส่วนอีกสองร้อยคนอยู่เฝ้าสัมภาระ
14Intussen had Abigil, Nabals vrouw, van een der knechten de boodschap gekregen: David heeft uit de woestijn boden gezonden, om onzen heer te begroeten; maar hij heeft hen uitgescholden.
14แต่คนหนุ่มคนหนึ่งไปบอกอาบีกายิล ภรรยาของนาบาลว่า “ดาวิดส่งคนจากถิ่นทุรกันดารมาทักทายนายของเรา แต่นายกลับด่าทอพวกเขา
15Toch zijn die lieden zeer goed voor ons geweest. Toen we buiten waren, hebben we van hen geen hinder ondervonden, en zolang we met hen omgingen, hebben we niets vermist.
15คนเหล่านั้นดีต่อพวกเรามาก ไม่เคยทำร้ายเรา และตลอดเวลาที่เราไปกับพวกเขาในทุ่งก็ไม่มีอะไรหายไปเลย
16Nacht en dag waren zij voor ons een muur, zolang wij in hun nabijheid de schapen hoedden.
16พวกเขาเป็นเหมือนกำแพงป้องกันเราทั้งกลางวันกลางคืน ตลอดเวลาที่เราอยู่กับพวกเขาขณะเลี้ยงแกะ
17Welnu, denk eens na, of gij er iets aan kunt doen; want de wraak op onzen heer en heel zijn huis kan niet uitblijven. Hij is nu eenmaal een Belialskind; er valt met hèm niet te praten.
17ตอนนี้ท่านคิดดูเถอะว่าจะทำอย่างไร เพราะภัยร้ายกำลังจะมาถึงนายของเราและทุกคนในบ้าน เขาเป็นคนพาลจนไม่มีใครพูดกับเขาได้”
18Terstond haalde Abigáil tweehonderd broden en twee zakken wijn, vijf toebereide schapen, vijf maten geroosterd graan, en honderd rozijnen-en tweehonderd vijgenkoeken.
18อาบีกายิลรีบนำขนมปังสองร้อยก้อน เหล้าองุ่นสองภาชนะ แกะห้าตัวที่ชำแหละเตรียมไว้แล้ว ข้าวคั่วห้าเซอาห์ ลูกเกดหนึ่งร้อยพวง และขนมมะเดื่อสองร้อยก้อน บรรทุกบนหลังลา
19Zij liet dat alles op ezels laden, en zonder iets aan haar man te vertellen, sprak zij tot haar knechten: Gaat mij vooruit; ik kom achter u aan.
19นางบอกคนหนุ่มของนางว่า “นำหน้าไปก่อน ฉันจะตามไป” แต่นางไม่ได้บอกนาบาลสามี
20Toen zij nu, rijdend op haar ezel, langs een holle weg de bergen afdaalde, kwam David met zijn mannen aan de andere kant naar beneden, zodat ze hen moest ontmoeten.
20ขณะที่นางขี่ลาลงมาตามทางลับสายตาหลังภูเขา ดาวิดกับคนของเขาก็ลงมาทางนั้นและพบกับนาง
21David dacht juist: Dus heb ik voor niets op alles gepast, wat dien kerel in de woestijn toebehoort! Van al zijn eigendom is er niet het minste vermist, en nu gaat hij mij goed met kwaad vergelden!
21ก่อนหน้านั้นดาวิดพูดว่า “ฉันเสียแรงเปล่าที่คอยปกป้องทุกสิ่งของชายคนนี้ในถิ่นทุรกันดาร ไม่ให้อะไรของเขาหายไปเลย เขากลับตอบแทนความดีของฉันด้วยความชั่ว
22God mag David zo doen en nog erger, als er morgenvroeg van al de zijnen nog één mannelijk wezen over is!
22ขอพระเจ้าทรงลงโทษศัตรูของดาวิดอย่างหนักยิ่ง หากก่อนรุ่งเช้าฉันยังปล่อยให้ผู้ที่ปัสสาวะรดกำแพงสักคนในบรรดาคนของเขามีชีวิตอยู่”
23Zodra Abigáil David zag, gleed zij van haar ezel en boog zich eerbiedig voor David ter aarde neer.
23เมื่ออาบีกายิลเห็นดาวิด นางรีบลงจากลา หมอบลงต่อหน้าดาวิดจนหน้าถึงพื้น
24Ze bleef aan zijn voeten liggen en sprak: Heer, op mij rust de schuld! Maar laat uw dienstknecht tot u spreken, en luister naar de worden van uw dienstmaagd
24นางหมอบแทบเท้าของเขาและกล่าวว่า “เจ้านายของดิฉัน ขอให้ความผิดตกอยู่ที่ดิฉันเถอะ ขอให้ผู้รับใช้คนนี้ได้พูดกับท่าน โปรดฟังคำของดิฉัน
25Laat mijn heer zich toch niet storen aan dien deugnietmvan een Nabal; want zoals hij heet, zo is hij: “dwaas” is zijn naam en dwaasheid is zijn faam. Ik, uw dienares, heb de knechten niet gezien, die mijn heer had gestuurd.
25ขอเจ้านายอย่าใส่ใจนาบาลคนพาลผู้นี้ ชื่อของเขาบอกนิสัยของเขา นาบาล เป็นชื่อของเขา และเขาก็โง่เขลาจริง ๆ ส่วนดิฉันผู้รับใช้ของท่านไม่เห็นคนหนุ่มที่ท่านส่งมา
26Welnu, mijn heer, zowaar Jahweh leeft: Jahweh heeft niet toegelaten, dat ge u in bloedschuld verwikkelde en u zelf met de vuist recht verschafte. Moge het met Nabal gaan als met al uw vijanden en met allen, die uw ongeluk willen!
26ดังนั้นเจ้านายของดิฉัน พระยาห์เวห์ทรงพระชนม์อยู่แน่ และท่านก็ยังมีชีวิตอยู่แน่ เพราะพระยาห์เวห์ทรงยับยั้งท่านไม่ให้มีความผิดจากการทำให้นองเลือด และไม่ให้แก้แค้นด้วยมือตนเอง ขอให้ศัตรูของท่านและคนที่คิดร้ายต่อท่านเป็นเหมือนนาบาล
27Aanvaard dit huldeblijk, dat uw dienstmaagd voor mijn heer heeft meegebracht, en laat het gegeven worden aan de knechten, die mijn heer op zijn schreden volgen.
27ขอให้ของขวัญที่ผู้รับใช้ของท่านนำมานี้มอบให้ชายหนุ่มที่ติดตามเจ้านายของดิฉัน
28Wil zo de onachtzaamheid van uw dienstmaagd vergeven. Waarachtig, Jahweh zal het huis van mijn heer bestendigen; want mijn heer voert Jahweh’s krijg, en heel uw leven is er geen kwaad in u gevonden!
28โปรดยกโทษความผิดของดิฉันด้วย พระยาห์เวห์จะทรงทำให้วงศ์วานของท่านมั่นคงแน่ เพราะท่านทำศึกของพระยาห์เวห์ และจะไม่พบความชั่วในตัวท่านตลอดชีวิต
29Wel is er iemand opgestaan, om u te vervolgen en uw leven te belagen; maar dank zij Jahweh, uw God, zal het leven van mijn heer geborgen zijn in de buidel des levens4, terwijl het leven van uw vijanden wordt weggeslingerd uit de holte van de slinger.
29แม้มีคนลุกขึ้นไล่ตามและเอาชีวิตท่าน ชีวิตของท่านจะถูกรวบไว้ในห่อแห่งชีวิตกับพระยาห์เวห์พระเจ้าของท่าน แต่พระองค์จะเหวี่ยงชีวิตศัตรูของท่านออกไปราวกับสิ่งที่พุ่งจากกระเปาะของสายเหวี่ยงหิน
30En wanneer Jahweh aan mijn heer al het goed zal hebben volbracht, dat Hij hem heeft beloofd, wanneer Hij u tot leider van Israël zal hebben gesteld,
30เมื่อพระยาห์เวห์ทรงทำความดีทุกอย่างที่ตรัสไว้เกี่ยวกับท่าน และทรงตั้งท่านเป็นผู้นำเหนืออิสราเอล
31moge het dan nooit voor u, mijn heer, een reden tot ongerustheid en gewetenswroeging zijn, dat mijn heer nodeloos bloed heeft vergoten en zichzelf recht heeft verschaft! En wanneer Jahweh mijn heer voorspoed zal hebben geschonken, laat hij dan aan zijn dienstmaagd denken.
31ท่านจะไม่ต้องเสียใจหรือรู้สึกผิดในใจที่ฆ่าคนโดยไม่มีเหตุหรือแก้แค้นด้วยตนเอง เมื่อพระยาห์เวห์ทรงทำดีต่อท่านแล้ว โปรดระลึกถึงผู้รับใช้คนนี้ด้วย”
32Toen sprak David tot Abigáil: Gezegend zij Jahweh, de God van Israël, die u heden op mijn weg gezonden heeft!
32ดาวิดตอบอาบีกายิลว่า “สรรเสริญพระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอล ผู้ทรงส่งท่านมาพบฉันวันนี้!
33Gezegend uw doorzicht en gezegend gijzelf, dat gij mij heden verhinderd hebt, mij in bloedschuld te verwikkelen en mijzelf met de vuist recht te verschaffen.
33ความรอบคอบของท่านน่าสรรเสริญ และขอให้ท่านได้รับพร เพราะวันนี้ท่านยับยั้งฉันไม่ให้มีความผิดจากการทำให้นองเลือด และไม่ให้แก้แค้นด้วยมือตนเอง
34Want zowaar Jahweh leeft, de God van Israël, die mij verhinderd heeft, u kwaad te doen: waart gij mij niet aanstonds tegemoet gekomen, dan was er bij de dageraad geen man van Nabal overgebleven!
34พระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอลผู้ทรงยับยั้งฉันไม่ให้ทำร้ายท่านทรงพระชนม์อยู่แน่ หากท่านไม่รีบมาพบฉัน ก่อนรุ่งเช้าคงไม่มีผู้ที่ปัสสาวะรดกำแพงสักคนในบรรดาคนของนาบาลเหลืออยู่”
35En David nam van haar aan, wat zij voor hem had meegebracht, en hij sprak tot haar: Ga in vrede naar huis! Zie, ik heb naar uw verzoek geluisterd en ben u gunstig gestemd.
35ดาวิดรับสิ่งที่นางนำมาแล้วกล่าวว่า “กลับบ้านไปอย่างสงบเถอะ ฉันฟังคำของท่านและรับคำขอของท่านแล้ว”
36Toen Abigáil naar Nabal terugkeerde, was er waarachtig in zijn huis een feest als een koningsmaal. En daar Nabal zeer vrolijk was en zwaar beschonken, vertelde zij hem vóór de volgende morgen niet het minste of geringste.
36อาบีกายิลกลับไปหานาบาล เขากำลังจัดงานเลี้ยงที่บ้านอย่างงานเลี้ยงของกษัตริย์ เขารื่นเริงมากเพราะเมาหนัก นางจึงไม่บอกอะไรเขาจนรุ่งเช้า
37Maar toen de volgende morgen Nabal zijn roes had uitgeslapen, en zijn vrouw hem vertelde, wat er gebeurd was, stokte zijn hart en hij werd als een steen.
37เช้าวันต่อมา เมื่อนาบาลสร่างเมา ภรรยาจึงเล่าเรื่องเหล่านี้ให้เขาฟัง ใจของเขาเหมือนตายไป และตัวเขาก็นิ่งราวกับก้อนหิน
38En een dag of tien later sloeg Jahweh hem, en Nabal stierf.
38ราวสิบวันต่อมา พระยาห์เวห์ทรงลงโทษนาบาล เขาจึงตาย
39Toen David vernam, dat Nabal dood was, zeide hij: Gezegend zij Jahweh, die de mij aangedane smaad op Nabal heeft gewroken, zijn dienaar van een misstap weerhield en de fout van Nabal op zijn eigen hoofd heeft doen neerkomen! En David zond boden naar Abigáil, om haar voor zich tot vrouw te vragen.
39เมื่อดาวิดได้ยินว่านาบาลตายแล้ว เขากล่าวว่า “สรรเสริญพระยาห์เวห์ ผู้ทรงว่าความให้ฉันพ้นจากความอัปยศที่นาบาลก่อ และทรงยับยั้งผู้รับใช้ของพระองค์ไม่ให้ทำชั่ว พระยาห์เวห์ทรงให้ความชั่วของนาบาลตกลงบนหัวเขาเอง” แล้วดาวิดส่งคนไปพูดเรื่องแต่งงานกับอาบีกายิล เพื่อรับนางมาเป็นภรรยา
40De dienaren van David kwamen dus bij Abigáil in Karmel, en zeiden tot haar: David heeft ons tot u gezonden; want hij wil u tot vrouw nemen.
40คนรับใช้ของดาวิดมาหาอาบีกายิลที่คารเมล กล่าวว่า “ดาวิดส่งพวกเรามารับท่านไปเป็นภรรยาของเขา”
41Zij stond op, boog zich diep ter aarde, en sprak: Hier hebt ge uw dienstmaagd tot slavin, om de voeten van mijns meesters knechten te wassen.
41นางลุกขึ้นหมอบกราบจนหน้าถึงพื้นแล้วกล่าวว่า “ดิฉันผู้รับใช้ยินดีเป็นคนรับใช้ คอยล้างเท้าให้คนรับใช้ของเจ้านาย”
42En aanstonds maakte Abigáil zich gereed; ze ging op haar ezel zitten, en door haar vijf dienstmaagden gevolgd, reed zij achter de boden van David aan. En ze werd zijn vrouw.
42อาบีกายิลรีบลุกขึ้นขี่ลา โดยมีสาวใช้ห้าคนติดตาม นางตามคนของดาวิดไปและเป็นภรรยาของเขา
43Daarenboven huwde David Achinóam uit Jizreël, zodat ze beiden zijn vrouw waren.
43ดาวิดรับอาหิโนอัมชาวยิสเรเอลเป็นภรรยาด้วย ทั้งสองจึงเป็นภรรยาของเขา
44Saul had echter zijn dochter Mikal, Davids vrouw, aan Palti gegeven, den zoon van Láisj uit Gallim.
44ส่วนซาอูลยกมีคาลลูกสาวของตนซึ่งเป็นภรรยาของดาวิดให้ปัลที ลูกชายของลาอิช ชาวกัลลิม
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.