黙示録
Chapter 14
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1私が見ると、見よ、小羊がシオンの山に立っていた。小羊とともに十四万四千人がいて、その額には小羊の名と、その父の名が書かれていた。
1Ik bleef toezien: Zie, op de berg Sion stond het Lam, en tezamen met Hem honderd vier en veertig duizend, die zijn Naam en de Naam van zijn Vader op hun voorhoofden hadden geschreven.
2また、大水のとどろきのような、激しい雷鳴のような音が天から聞こえた。私が聞いた音は、竪琴を奏でる人々の音のようであった。
2En ik hoorde een geluid uit de hemel als het geruis van talrijke wateren en het daveren van geweldige donder, maar toch was het geluid, dat ik hoorde, als dat van citerspelers, die op hun citers tokkelen.
3彼らは王座と四つの生き物と長老たちの前で、新しい歌を歌っていた。地上から贖われた十四万四千人のほかは、だれもその歌を学ぶことができなかった。
3En een nieuw lied hieven ze aan voor de Troon, voor de vier Dieren en de Oudsten; niemand kon dat lied leren zingen, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde zijn vrijgekocht.
4この人々は、女によって身を汚さなかった者たちである。彼らは純潔だからである。また、小羊がどこへ行っても従う者たちである。彼らは人々の中からイエスによって贖われ、神と小羊にささげられる初穂となった。
4Zij zijn het, die zich met vrouwen niet hebben besmet, Want ze zijn maagden. Zij zijn het, die het Lam volgen, Waar Het ook gaat. Zij zijn het, die zijn vrijgekocht uit de mensen, Als eerstelingen voor God en het Lam;
5彼らの口には偽りが見いだされなかった。彼らは傷のない者だからである。
5In hun mond wordt geen leugen gevonden; Ze zijn zonder enige smet.
6また、一人の御使いが中天を飛んでいるのを見た。その御使いは、地上に住む者たち、すなわち、あらゆる国民、部族、言語、民族に告げ知らせる永遠の福音を携えていた。
6Toen zag ik een anderen engel, vliegend hoog tegen de lucht. Hij moest een eeuwig Evangelie verkondigen aan hen, die de aarde bewonen, aan alle naties en stammen, talen en volken.
7御使いは大声で言った。「主を恐れ、主に栄光を帰しなさい。主の裁きの時が来たからである。天と地と海と水の泉を造られた方を礼拝しなさい。」
7En hij riep met machtige stem: Vreest God! Geeft Hem ere! Want gekomen is het uur van zijn oordeel. Aanbidt Hem, die hemel en aarde gemaakt heeft, De zee en de waterbronnen.
8続いて、第二の御使いが言った。「倒れた。大バビロンは倒れた。その淫行の激しいぶどう酒を、すべての国民に飲ませた都である。」
8Een andere engel, een tweede, volgde en riep: Gevallen, gevallen! Bábylon de grote! Die al de volken dronken maakt Met de driftwijn van haar ontucht.
9続いて、第三の御使いが大声で言った。「獣とその像を礼拝し、自分の額か手に印を受ける者は、
9Een andere engel, een derde, volgde en riep met machtige stem: Zo iemand het Beest aanbidt en zijn beeld, Het merkteken aanneemt op voorhoofd of hand;
10神の怒りの杯に混ぜ物なしで注がれた、神の激しい怒りのぶどう酒を飲む。その者は、聖なる御使いたちと小羊の前で、火と硫黄によって苦しめられる。
10Dan zal hij drinken de wijn van Gods toorn, Onvermengd bereid in de beker van zijn gramschap. Gepijnigd zal hij worden Door vuur en door zwavel. Ten aanschouwen der heilige engelen En voor het aanschijn van het Lam.
11彼らの苦しみの煙は永遠に立ち上る。獣とその像を礼拝する者、また、その名の印を受ける者には、昼も夜も休みがない。
11De rook hunner foltering stijgt op in de eeuwen der eeuwen, Ze hebben geen rust dag of nacht: Zij die aanbidden het Beest en zijn beeld, Al wie het merkteken draagt van zijn naam.
12ここに、神の戒めとイエスの信仰を守る聖徒たちの忍耐がある。」
12Hier geldt slechts het geduld der heiligen, Die de geboden van God en het geloof in Jesus bewaren!
13また、天からこう言う声を聞いた。「書き記しなさい。『今から後、主にあって死ぬ者たちは幸いである。』」 聖霊も言われる。「そのとおりである。彼らは労苦から解かれて休む。その行いが彼らについて行くからである。」
13Toen hoorde ik een stem uit de hemel, die sprak: “Schrijf op: Zalig de doden, die in den Heer sterven; van nu af! Ja, zegt de Geest, ze zullen uitrusten van hun zwoegen; want hun werken volgen hen achterna.”
14私が見ると、一つの白い雲があり、その雲の上には人の子のような方が座っていた。頭には金の冠をかぶり、手には鋭い鎌を持っていた。
14Ik zag toe, en zie: Een witte wolk, en op die wolk zat Iemand, een Mensenzoon gelijk, met een gouden kroon op zijn hoofd, een scherpe sikkel in zijn hand.
15すると、別の御使いが神殿から出て来て、雲の上に座っている方に大声で叫んだ。「鎌を入れて刈り取りなさい。刈り取る時が来た。地の穀物は実った。」
15En weer een andere engel trad uit de tempel, en riep met machtige stem tot Hem, die op de wolk was gezeten: Sla uw scherpe sikkel uit, Want gekomen is het uur om te maaien; Geel staat de oogst van de aarde.
16そこで、雲の上に座っている方が地に鎌を入れると、地の穀物は刈り取られた。
16En Die op de wolk was gezeten sloeg zijn sikkel uit over de aarde, en de aarde werd afgemaaid.
17また、別の御使いが天にある神殿から出て来た。この御使いも鋭い鎌を持っていた。
17Nog een andere engel trad uit de tempel des hemels; ook hij droeg een scherpe sikkel.
18さらに、火を支配する別の御使いが祭壇から出て来て、鋭い鎌を持つ御使いに大声で叫んだ。「あなたの鋭い鎌を入れ、地のぶどうの房を刈り集めなさい。ぶどうの実は熟した。」
18Weer een andere trad uit van het altaar, en deze had macht over het vuur; hij riep met geweldige stem tot hem, die de scherpe sikkel voert, en hij sprak: Sla uw scherpe sikkel uit, Snijd af de trossen van de wijnstok der aarde; Want zijn druiven zijn rijp.
19そこで御使いは地に鎌を入れ、地のぶどうを刈り集めて、神の怒りの大きな酒ぶねに投げ込んだ。
19Toen sloeg de engel zijn sikkel uit over de aarde; hij sneed de trossen af van de wijnstok der aarde, en wierp ze in de grote perskuip van Gods toorn.
20酒ぶねは都の外で踏まれ、そこから血が流れ出て、馬のくつわに届くほどになり、千六百スタディオンにわたって流れた。
20En buiten de stad werd de perskuip getreden, en uit de kuip stroomde het bloed tot aan de tomen der paarden, duizend zes honderd stadiën ver.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.