コリント人への第二の手紙 12
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1誇ることは、確かに私の益にはなりません。それでも私は、主からの幻と啓示について語ることにします。
1Moet er geroemd worden, al dient het nergens toe, dan kom ik nu aan de visioenen en openbaringen des Heren.
2私はキリストにある一人の人を知っています。その人は十四年前、第三の天にまで引き上げられました。体のままであったのか、体を離れていたのか、私には分かりません。神がご存じです。
2Ik ken een mens in Christus, die veertien jaar geleden naar de derde hemel is weggevoerd, —in het lichaam: ik weet het niet, of buiten het lichaam: ik weet het niet, God weet het.
3私はそのような人を知っています。体のままであったのか、体の外にいたのか、私には分かりません。神がご存じです。
3En ik weet van dien mens, dat hij in het Paradijs is opgenomen, —in het lichaam of buiten het lichaam: ik weet het niet, God weet het;
4その人は楽園にまで引き上げられ、人が口にすることを許されていない、言い表すことのできない言葉を聞きました。
4en dat hij onuitsprekelijke woorden hoorde, die een mens niet nazeggen kan.
5そのような人については誇ります。しかし、自分自身については、弱さ以外は誇りません。
5Over hem zal ik roemen; over mijzelf zal ik het niet doen, dan alleen in mijn zwakheden.
6たとえ誇りたいと思っても、私は愚か者にはなりません。真実を語るからです。しかし、私を見たり、私から聞いたりする以上に、だれかが私を評価することのないよう、誇ることを控えます。
6Maar al wilde ik ook roemen, toch was ik geen dwaas, omdat ik de waarheid spreek; maar ik doe het niet, opdat niemand meer van mij denken zal, dan wat hij van mij ziet of hoort,
7また、あまりにもすばらしい啓示のために私が高ぶりすぎないよう、肉体に一つのとげが与えられました。それは私を苦しめるサタンの使いであり、私が高ぶりすぎないようにするためです。
7zelfs niet op grond van buitengewone openbaringen. En opdat ik hierop niet ijdel zou worden, is mij een doorn in het vlees gestoken; een engel van Satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik niet hoogmoedig zou worden.
8このとげが私から離れるようにと、私は三度、主に願いました。
8Tot driemaal toe bad ik den Heer, dat hij zou weggaan van mij.
9しかし主は私に、 「わたしの恵みはあなたに十分である。わたしの力は弱さのうちで完全なものとなるからだ。」 と言われました。ですから私は、キリストの力が私の上にとどまるように、むしろ大いに喜んで自分の弱さを誇ります。
9Maar Hij heeft mij gezegd: “Mijn genade is u genoeg; want juist bij zwakheid komt de Kracht tot haar recht!” Het liefst zal ik dus op mijn zwakheden roemen, opdat de kracht van Christus in mij mag wonen.
10それゆえ私は、キリストのためなら、弱さ、侮辱、窮乏、迫害、苦境を喜びます。私が弱いときにこそ、強いからです。
10En zelfs verheug ik mij om Christus’ wil over zwakheid en smaad, over noden, vervolgingen en angsten. Want als ik zwak ben, ben ik sterk.
11私は誇ることによって愚か者になってしまいました。あなたがたが私をそうさせたのです。本来なら、あなたがたから推薦されるべきでした。私は取るに足りない者ですが、あの「大使徒」たちに少しも劣っていないからです。
11Zeker, ik ben onverstandig geweest; maar gij hebt me er toe gedwongen. Want eigenlijk had ik moeten geprezen worden door ú. Want al ben ik ook niets, toch sta ik in niets ten achter bij die buitengewone apostelen;
12使徒であることの証拠は、あらゆる忍耐と、しるし、不思議、力ある業によって、あなたがたの間ではっきり示されました。
12de kentekenen toch van Apostel zijn onder u uitgewerkt met het grootste geduld, door wondertekenen, mirakels en krachten.
13私自身があなたがたの負担にならなかったこと以外に、あなたがたがほかの諸教会より劣った扱いを受けたことがあるでしょうか。この不正をどうか赦してください。
13Waarin zijt gij dan wel bij de andere kerken achtergesteld? Alleen hierin, dat ikzelf u niet tot last ben geweest. Vergeeft me dit onrecht.
14見よ、私は三度目にあなたがたのところへ行く用意ができています。あなたがたの負担にはなりません。私が求めているのは、あなたがたの財産ではなく、あなたがた自身だからです。子どもが親のために蓄えるべきなのではなく、親が子どものために蓄えるべきです。
14Zie, ik sta op het punt, om voor de derde keer tot u te komen, en weer zal ik u niet tot last zijn. Want ik zoek niet het uwe, maar u. Niet de kinderen moeten schatten beleggen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen.
15私はあなたがた自身のために、喜んで自分の持ち物を使い尽くし、自分自身をも使い尽くしましょう。私があなたがたをより深く愛すれば、私はますます愛されなくなるのでしょうか。
15Ik zal me dus gaarne offers getroosten, me zelfs uitputten voor uw zielen. En wanneer ik u zo grenzeloos liefheb, zou ik dan minder wederliefde ontvangen?
16確かに、私はあなたがたに負担をかけませんでした。それなのに、私は悪賢く、策略によってあなたがたを捕らえたというのでしょうか。
16Goed! Persoonlijk ben ik u niet tot last geweest, maar als sluw mens heb ik u met list beet gehad.
17私があなたがたのところへ送った人のだれかを使って、あなたがたから不当に利益を得たでしょうか。
17Heb ik u soms uitgebuit door één van hen, die ik u zond?
18私はテトスに行くよう勧め、一人の兄弟を彼と一緒に送りました。テトスがあなたがたから不当に利益を得たでしょうか。私たちは同じ心で歩み、同じ足跡をたどったではありませんか。
18Hiervoor bestemde ik Titus, en zond den broeder met hem mee. Heeft Titus u dan uitgebuit? Hebben we niet in dezelfde geest, niet in dezelfde sporen gewandeld?
19また、私たちがあなたがたに対して自分を弁明していると思っているのですか。私たちは神の御前で、キリストにあって語っています。しかし、愛する者たち、すべてはあなたがたを築き上げるためです。
19Gij zijt zeker reeds lang in de mening, dat we ons bij u aan het verdedigen zijn. Voor God en in Christus betuigen we: dit alles, geliefden, geschiedde om u te stichten.
20私が行ったとき、あなたがたが私の望むような状態ではなく、私もあなたがたの望まないような者になっているのではないかと心配しています。争い、ねたみ、激しい怒り、派閥、悪口、陰口、高ぶった思い、騒動があるのではないかと恐れています。
20Want ik vrees, dat ik bij mijn komst u misschien niet zó zal vinden, als ik gaarne zou wensen; en dat ikzelf niet door u zal bevonden worden, zoals gij het verlangt; dat er misschien twist zal bestaan, naijver, wrok, partijzucht, kwaadspreken, laster, verwaandheid, wanordelijkheid;
21私が再び行ったとき、私の神があなたがたの前で私を低くされるのではないか、また、以前に罪を犯し、自分たちが行った汚れ、淫らな行い、みだらな欲望を悔い改めていない多くの人のために、私が嘆くことになるのではないかと恐れています。
21ook, dat bij mijn komst God me door u zal vernederen, en dat ik verdriet zal hebben over velen, die vroeger hebben gezondigd, en nog geen berouw hebben getoond over de onreinheid, ontucht en ongebondenheid, waaraan ze zich schuldig hebben gemaakt.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.