サムエル記第一 4
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1サムエルの言葉は全イスラエルに臨んだ。さて、イスラエルはペリシテ人と戦うために出て行き、エベン・エゼルのそばに陣を敷いた。ペリシテ人はアフェクに陣を敷いた。
1En het woord van Samuël drong tot heel Israël door, In die dagen trokken de Filistijnen met vereende krachten tegen Israël ten strijde. De Israëlieten trokken de Filistijnen tegemoet, om tegen hen slag te leveren; zij sloegen hun kamp op bij Eben-Haézer terwijl de Filistijnen bij Afek gelegerd waren.
2ペリシテ人はイスラエルに向かって陣形を整えた。戦いが始まると、イスラエルはペリシテ人の前に打ち負かされ、野の陣営で約四千人が殺された。
2De Filistijnen gingen over tot de aanval op Israël, het gevecht breidde zich uit, en Israël werd door de Filistijnen verslagen; omstreeks vierduizend man sneuvelden aan het front in het open veld.
3民が陣営に帰って来た時、イスラエルの長老たちは言った。「なぜ主は今日、ペリシテ人の前で私たちを打ち負かされたのか。シロから主の契約の箱を私たちのところに持って来よう。それが私たちの間に来て、私たちを敵の手から救い出すように。」
3Toen het volk naar de legerplaats was teruggekeerd, vroegen de oudsten van Israël: Waarom heeft Jahweh ons vandaag door de Filistijnen laten verslaan? Laat ons uit Sjilo de verbondsark van Jahweh hierheen halen. Ze moet in ons midden komen en ons uit de greep van onze vijanden verlossen!
4そこで民はシロに人を遣わし、そこからケルビムの上に座しておられる万軍の主の契約の箱を持って来た。神の契約の箱とともに、エリの二人の息子ホフニとピネハスがそこにいた。
4Daarom zond het volk een boodschap naar Sjilo, en men bracht vandaar de verbondsark van Jahweh der heirscharen, die op de cherubs troont. De beide zonen van Eli: Chofni en Pinechas, kwamen mee met de verbondsark van God.
5主の契約の箱が陣営に入って来た時、全イスラエルが大声で叫んだので、地は鳴り響いた。
5Toen nu de verbondsark van Jahweh de legerplaats binnenkwam, begonnen alle Israëlieten zo oorverdovend te juichen, dat de grond ervan dreunde.
6ペリシテ人がその叫び声を聞いた時、彼らは言った。「ヘブル人の陣営におけるこの大きな叫び声は何の意味か。」彼らは、主の箱が陣営に入って来たことを悟った。
6Ook de Filistijnen hoorden dat gejuich, en vroegen: Wat moet dat oorverdovend gejuich in het kamp der Hebreeën? Toen de Filistijnen echter vernamen, dat de ark van Jahweh in het kamp was gekomen,
7ペリシテ人は恐れた。彼らが、「神が陣営に入って来た」と言ったからである。彼らは言った。「私たちにわざわいが下る。今までこのようなことはなかったからだ。
7werden ze bevreesd; want ze meenden: Hun goden zijn in de legerplaats gekomen. Ze riepen: Wee ons; zo iets is nog nimmer gebeurd!
8私たちにわざわいが下る。だれがこの力ある神々の手から私たちを救い出せるだろうか。これらは、荒野であらゆる災害をもってエジプト人を打った神々である。
8Wee ons; wie zal ons uit de macht van die ontzagwekkende goden verlossen? Dat zijn immers de goden, die in de woestijn de Egyptenaren met allerlei plagen hebben geslagen?
9ペリシテ人よ、強くあり、男らしく振る舞え。彼らがあなたがたに仕えたように、ヘブル人に仕えることがないように。男らしく振る舞って戦え。」
9Moed Filistijnen; weest mannen! Anders wordt ge de slaven van de Hebreën, zoals zij het van u zijn geweest. Weert u in de strijd als mannen!
10ペリシテ人は戦い、イスラエルは打ち負かされ、それぞれ自分の天幕へ逃げ去った。イスラエルは甚大な打撃を受け、歩兵三万人が倒れた。
10Inderdaad hervatten de Filistijnen het gevecht; Israël werd verslagen, en allen sloegen op de vlucht naar hun tenten. Het werd een verschrikkelijk bloedbad; van Israël vielen er dertig duizend man voetvolk.
11神の箱は奪われ、エリの二人の息子ホフニとピネハスは殺された。
11Ook de ark Gods werd buitgemaakt, en de beide zonen van Eli: Chofni en Pinechas sneuvelden.
12ベニヤミンのある男が陣営から走り出し、その日のうちにシロに来た。彼の衣は引き裂かれ、頭には土をかぶっていた。
12Een Benjamiet verliet ijlings het slagveld, en met gescheurde klederen en met aarde op het hoofd3 bereikte hij Sjilo nog diezelfde dag.
13彼が来た時、見よ、エリは道端の自分の席に座って見守っていた。彼の心は神の箱のことで震えていたからである。その男が町に入って来て報告すると、町全体が叫び声を上げた。
13Bij zijn aankomst zat Eli op de zetel opzij van de poort in de richting van Mispa; want hij was ongerust over de ark Gods. Toen de man in de stad het nieuws kwam berichten, begon de hele stad te jammeren.
14エリはその叫び声を聞いた時、「この騒ぎの声は何の意味か」と言った。その男は急いで来て、エリに告げた。
14Eli hoorde dat gejammer, en vroeg: Wat betekent dat rumoer? Intussen was de man ijlings naderbij gekomen, om de tijding aan Eli mede te delen.
15さて、エリは九十八歳であった。目はこわばり、見えなくなっていた。
15Eli nu was een man van acht en negentig jaar; zijn ogen stonden star, zodat hij niets kon zien.
16男はエリに言った。「わたしは陣営から出て来た者です。今日、わたしは陣営から逃げて来ました。」彼が「わたしの息子よ、事の次第はどうであったか」と言うと、
16De man zei tot Eli: Ik ben vandaag van het slagveld gekomen en van het front weggelopen. Hij vroeg: Hoe is het gegaan, mijn zoon?
17報告をもたらした者は答えて、「イスラエルはペリシテ人の前で逃げ去り、民も甚大な打撃を受けました。あなたの二人の息子、ホフニとピネハスも死に、神の箱は奪われました」と言った。
17De boodschapper antwoordde: Israël is voor de Filistijnen gevlucht, en het volk heeft een gevoelige nederlaag geleden; ook uw beide zonen, Chofni en Pinechas, zijn gesneuveld, en de ark Gods is buitgemaakt!
18彼が神の箱について言及した時、エリは門のそばで席から後ろに倒れ、首を折って死んだ。彼は年老いており、体が重かったからである。彼は四十年の間イスラエルをさばいた。
18Zodra hij echter van de ark Gods gewaagde, viel Eli van zijn zetel naast de poort achterover. Hij brak zijn nek en stierf; want de man was oud en zwaar. Veertig jaar had hij Israël gericht.
19彼の嫁であるピネハスの妻は身ごもっており、出産が近づいていた。彼女は神の箱が奪われたこと、そしてしゅうとと夫が死んだという知らせを聞いた時、身をかがめて出産した。産みの苦しみが彼女を襲ったからである。
19Zijn schoondochter, de vrouw van Pinechas, die zwanger was en elk ogenblik bevallen kon, kromp ineen, toen zij de tijding vernam, dat de ark van God was buitgemaakt, en haar schoonvader en echtgenoot gestorven waren; de weeën overvielen haar, en haar kind werd geboren.
20彼女が死のうとしていた時、そばに立っていた女たちが彼女に「恐れることはない。あなたは男の子を産んだのだから」と言った。しかし彼女は答えず、気にも留めなかった。
20Als ze nu ging sterven, zeiden de vrouwen, die om haar heen stonden: Wees maar niet ongerust; ge hebt het leven geschonken aan een zoon. Maar ze antwoordde niet, en schonk er zelfs geen aandacht aan.
21彼女はその子をイカボデ と名付け、「栄光はイスラエルから去った」と言った。神の箱が奪われ、しゅうとと夫が死んだためであった。
21Ze noemde het kind I-Kabod, dat wil zeggen: “Verdwenen is de heerlijkheid uit Israël”; daarbij doelend op de verovering van Gods ark en op haar schoonvader en echtgenoot.
22彼女は言った。「栄光はイスラエルから去った。神の箱が奪われたからである。」
22Daarom zeide zij: Verdwenen is de heerlijkheid uit Israël, omdat de ark van God is buitgemaakt.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.