ปฐมกาล
Chapter 18
Freedom Bible (Thai)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ปฐมกาล 18

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระยาห์เวห์​ปรากฏ​แก่​อับราฮัม​ที่​ต้น​โอ๊ก​ของ​มัมเร​ขณะ​เขา​นั่ง​อยู่​ที่​ทาง​เข้า​เต็นท์​ใน​ช่วง​ที่​อากาศ​ร้อน​จัด
1Daarna verscheen Jahweh hem bij de eik van Mamre. Eens, toen hij op een hete middag in de opening van zijn tent zat,
2เขา​เงย​หน้า​มอง​และ​เห็น​ชาย​สาม​คน​ยืน​อยู่​ใกล้​ๆ พอ​เห็น​พวก​เขา​ก็​วิ่ง​จาก​ทาง​เข้า​เต็นท์​ไป​ต้อนรับ​แล้ว​ก้ม​ลง​จน​ถึง​พื้น
2en zijn ogen opsloeg, zag hij drie mannen voor zich staan. Zodra hij ze zag, liep hij ze van de tentingang tegemoet, boog zich ter aarde,
3พูด​ว่า“ท่าน​ถ้า​ท่าน​พอใจ​ใน​ตัว​ผม​ขอ​อย่า​เพิ่ง​ผ่าน​คน​รับใช้​คน​นี้​ไป​เลย
3en sprak: Heer; als ik genade gevonden heb in uw ogen, ga dan uw dienaar niet voorbij.
4ขอ​ให้​ผม​เอา​น้ำ​มา​ให้​สัก​หน่อย​พวก​ท่าน​ล้าง​เท้า​แล้ว​พัก​ใต้​ต้นไม้​นี้​เถอะ
4Sta mij toe, wat water te laten brengen; dan kunt Gij u de voeten wassen, en uitrusten onder de boom.
5ผม​จะ​ไป​เอา​ขนม​ปัง​มา​ให้​กิน​รองท้อง​แล้ว​ค่อย​เดินทาง​ต่อ​ใน​เมื่อ​พวก​ท่าน​แวะ​มา​หา​คน​รับใช้​ของ​ท่าน​แล้ว” พวก​เขา​ตอบ​ว่า“ดี ทำ​ตาม​ที่​เจ้า​พูด​เถอะ”
5Ik zal ook een stuk brood laten halen, om u wat te verkwikken, eer ge verder trekt; gij zijt nu toch langs uw dienaar gekomen. Zij zeiden: Doe, wat ge zegt.
6อับราฮัม​รีบ​เข้า​ไป​ใน​เต็นท์​หา​ซาราห์​แล้ว​บอก​ว่า“เร็ว​เข้า​เอา​แป้ง​อย่าง​ดี​สาม​เซอาห์ มา​นวด​แล้ว​ทำ​เป็น​ขนม​ปัง”
6Vlug ging Abraham zijn tent binnen, naar Sara, en sprak: Neem gauw drie maten fijne bloem, kneed ze en bak er broodkoeken van.
7จาก​นั้น​อับราฮัม​วิ่ง​ไป​ที่​ฝูง​โค​เลือก​ลูก​วัว​เนื้อ​นุ่ม​ตัว​ดี​มา​ตัว​หนึ่ง​แล้ว​มอบ​ให้​คน​รับใช้ คน​รับใช้​ก็​รีบ​จัด​เตรียม
7Zelf liep Abraham naar de kudde, om een mals en mooi kalf te halen; hij gaf het aan zijn knecht, die zich haastte, het klaar te maken.
8อับราฮัม​เอา​เนย​นม​และ​เนื้อ​ลูก​วัว​ที่​เตรียม​แล้ว​มา​วาง​ต่อ​หน้า​พวก​เขา เขา​ยืน​คอย​อยู่​ใกล้​ๆ​ใต้​ต้นไม้​ขณะ​พวก​เขา​กิน
8Dan nam hij room en melk met het kalf, dat hij had laten toebereiden, en diende het op; terwijl zij aten, bleef hij zelf bij hen onder de boom staan.
9พวก​เขา​ถาม​ว่า“ซาราห์​ภรรยา​ของ​เจ้า​อยู่​ไหน” อับราฮัม​ตอบ​ว่า“อยู่​ใน​เต็นท์”
9Nu zeiden zij hem: Waar is Sara, uw vrouw? Hij antwoordde: Hier in de tent.
10ชาย​คน​หนึ่ง​กล่าว​ว่า“ปี​หน้า​ราว​เวลา​นี้​เรา​จะ​กลับ​มา​หา​เจ้า​อีก​และ​ซาราห์​ภรรยา​ของ​เจ้า​จะ​มี​ลูกชาย” ซาราห์​ฟัง​อยู่​ที่​ทาง​เข้า​เต็นท์​ซึ่ง​อยู่​ข้าง​หลัง​ชาย​คน​นั้น
10Toen zeide Hij: Als Ik over een jaar om deze tijd bij u terugkom, zal uw vrouw Sara een zoon hebben. Sara stond achter hem te luisteren bij de opening van de tent.
11อับราฮัม​กับ​ซาราห์​แก่​มาก​แล้ว ซาราห์​เลย​วัย​ที่​จะ​มี​ลูก
11Nu waren Abraham en Sara beiden oud en hoogbejaard, en het ging Sara niet meer naar de wijze der vrouwen.
12ซาราห์​หัวเราะ​อยู่​ใน​ใจ​และ​คิด​ว่า“ฉัน​แก่​ป่านนี้​แล้ว​จะ​ยัง​มี​ความ​สุข​แบบ​นั้น​อีก​หรือ สามี​ของ​ฉัน​ก็​แก่​แล้ว​ด้วย”
12Daarom moest Sara heimelijk lachen, en dacht: Zal er dan nog liefdegenot voor mij zijn, nu ik zelf verwelkt ben, en ook mijn heer al oud is!
13พระยาห์เวห์​กล่าว​กับ​อับราฮัม​ว่า“ทำไม​ซาราห์​ถึง​หัวเราะ​และ​พูด​ว่า‘ฉัน​แก่​แล้ว​จะ​มี​ลูก​ได้​จริง​หรือ’
13Maar Jahweh sprak tot Abraham: Waarom lacht Sara toch, en denkt ze: zal ik dan werkelijk nog baren op mijn oude dag?
14มี​อะไร​ยาก​เกิน​ไป​สำหรับ​พระยาห์เวห์​หรือ เมื่อ​ถึง​เวลา​ที่​กำหนด​ปี​หน้า​ราว​เวลา​นี้​เรา​จะ​กลับ​มา​หา​เจ้า​และ​ซาราห์​จะ​มี​ลูกชาย”
14Is er dan iets te moeilijk voor Jahweh? Over een jaar om deze tijd kom Ik bij u terug, en dan heeft Sara een zoon.
15ซาราห์​กลัว​จึง​ปฏิเสธ​ว่า“ฉัน​ไม่​ได้​หัวเราะ” เขา​ตอบ​ว่า“ไม่​จริง เจ้า​หัวเราะ”
15Sara ontkende het in haar angst, en zei: Ik heb niet gelachen. Maar Hij sprak: Ge hebt wèl gelachen.
16ชาย​เหล่า​นั้น​ลุก​จาก​ที่​นั่น​แล้ว​มอง​ไป​ทาง​โสโดม อับราฮัม​เดิน​ไป​ส่ง​พวก​เขา
16Daarop stonden de mannen op, en namen de richting van Sodoma, terwijl Abraham mee ging, om ze uitgeleide te doen.
17พระยาห์เวห์​กล่าว​ว่า“เรา​จะ​ปิดบัง​อับราฮัม​เรื่อง​ที่​เรา​กำลัง​จะ​ทำ​หรือ
17Toen dacht Jahweh bij Zichzelf: Waarom zou Ik voor Abraham geheim houden, wat Ik ga doen?
18ใน​เมื่อ​อับราฮัม​จะ​กลาย​เป็น​ชน​ชาติ​ใหญ่​และ​มี​อำนาจ​อย่าง​แน่นอน​และ​ทุก​ชน​ชาติ​บน​แผ่นดิน​จะ​ได้​รับ​พร​ผ่าน​เขา
18Want Abraham zal zeker een groot en machtig volk worden, en alle volken der aarde zullen in hem worden gezegend.
19เรา​รู้จัก​เขา​เพื่อ​ให้​เขา​สั่งสอน​ลูกหลาน​และ​คน​ใน​ครัว​เรือน​ที่​มา​หลัง​เขา​ให้​รักษา​ทาง​ของ​พระยาห์เวห์​ด้วย​การ​ทำ​สิ่ง​ที่​ชอบธรรม​และ​ยุติธรรม แล้ว​พระยาห์เวห์​จะ​ทำให้​สิ่ง​ที่​พระองค์​กล่าว​ไว้​เกี่ยว​กับ​อับราฮัม​สำเร็จ”
19Daarom juist heb Ik hem uitverkoren, opdat hij aan zijn zonen en zijn nageslacht zou bevelen, de weg van Jahweh te bewaren door gerechtigheid en recht te beoefenen; en Jahweh dus aan Abraham vervullen kan, wat Hij hem heeft beloofd.
20พระยาห์เวห์​กล่าว​ว่า“เสียง​ร้อง​กล่าวโทษ​โสโดม​และ​โกโมราห์​ดัง​มาก​และ​บาป​ของ​พวก​เขา​หนักหนา​เหลือเกิน
20Daarom sprak Jahweh: Luid schreit het wraakgeroep over Sodoma en Gomorra, en hun zonde is buitengewoon zwaar.
21เรา​จะ​ลง​ไป​ดู​ว่า​พวก​เขา​ทำ​ชั่ว​อย่าง​ที่​เสียง​ร้อง​ที่​มา​ถึง​เรา​บอก​จริง​หรือ​ไม่ ถ้า​ไม่​ใช่​เรา​ก็​จะ​รู้”
21Ik wil er heen, om te zien, of zij zich werkelijk zo gedragen, als het wraakgeroep klinkt, dat tot Mij is doorgedrongen; Ik wil Mij ervan op de hoogte stellen.
22ชาย​เหล่า​นั้น​จึง​หัน​จาก​ที่​นั่น​มุ่ง​ไป​โสโดม​แต่​อับราฮัม​ยัง​ยืน​อยู่​ต่อ​หน้า​พระยาห์เวห์
22Maar toen de mannen vandaar de weg naar Sodoma wilden inslaan, bleef Abraham voor Jahweh staan,
23อับราฮัม​เข้า​ไป​ใกล้​และ​ถาม​ว่า“พระองค์​จะ​กวาด​คน​ชอบธรรม​ไป​พร้อม​กับ​คน​ชั่ว​ร้าย​จริง​หรือ
23trad nader, en sprak: Zult Gij nu werkelijk den goede met den kwade verdelgen?
24ถ้า​ใน​เมือง​มี​คน​ชอบธรรม 50 คน​ล่ะ พระองค์​จะ​ยัง​ทำลาย​เมือง​และ​ไม่​ละเว้น​สถานที่​นั้น​เพราะ​เห็นแก่​คน​ชอบธรรม 50 คน​ที่​อยู่​ใน​เมือง​หรือ
24Misschien dat er toch vijftig rechtvaardigen in de stad worden gevonden; zoudt Gij de plaats dan verdelgen, of zoudt Gij haar niet liever vergiffenis schenken om die vijftig rechtvaardigen, die er worden gevonden?
25ขอ​อย่า​ให้​พระองค์​ทำ​เช่น​นั้น​เลย​คือ​ฆ่า​คน​ชอบธรรม​พร้อม​กับ​คน​ชั่ว​ร้าย​จน​คน​ชอบธรรม​มี​ชะตา​เดียว​กับ​คน​ชั่ว​ร้าย​ขอ​อย่า​ให้​เป็น​อย่าง​นั้น​เลย​ผู้พิพากษา​เหนือ​ทั้ง​แผ่นดิน​จะ​ไม่​ทำ​สิ่ง​ที่​ยุติธรรม​หรือ”
25Het zij verre van U, zo te handelen, en de goeden met de kwaden te doden, zodat het den rechtvaardige vergaat als den boze. Neen, dat zij verre van U! Zou Hij, die heel de aarde richt, geen recht laten gelden?
26พระยาห์เวห์​ตอบ​ว่า“ถ้า​เรา​พบ​คน​ชอบธรรม 50 คน​ใน​เมือง​โสโดม​เรา​จะ​ไว้​ชีวิต​สถานที่​ทั้งหมด​เพราะ​เห็นแก่​พวก​เขา”
26Jahweh sprak: Als Ik vijftig rechtvaardigen in de stad Sodoma vind, dan zal Ik de hele plaats om hunnentwil vergiffenis schenken.
27อับราฮัม​ตอบ​ว่า“ผม​บังอาจ​พูด​กับ​พระองค์​ทั้ง​ที่​ผม​เป็น​เพียง​ฝุ่น​และ​เถ้า​ถ่าน
27Abraham hernam: Zie, ik waag het, tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof ben en as.
28ถ้า​คน​ชอบธรรม​ขาด​จาก 50 คน​ไป 5 คน​ล่ะ พระองค์​จะ​ทำลาย​ทั้ง​เมือง​เพราะ​ขาด​ไป 5 คน​หรือ” พระองค์​ตอบ​ว่า“ถ้า​เรา​พบ 45 คน​ที่​นั่น​เรา​จะ​ไม่​ทำลาย​เมือง”
28Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf; zoudt Gij dan toch om die vijf de hele stad verdelgen? Hij sprak: Ik zal ze niet verdelgen, als Ik er maar vijf en veertig vind.
29อับราฮัม​พูด​กับ​พระองค์​อีก​ว่า“ถ้า​พบ 40 คน​ที่​นั่น​ล่ะ” พระองค์​ตอบ​ว่า“เพราะ​เห็นแก่ 40 คน​เรา​จะ​ไม่​ทำ”
29Nu ging hij voort: Misschien worden er veertig gevonden? Hij sprak: Dan zal Ik het niet doen om wille van die veertig.
30อับราฮัม​กล่าว​ว่า“ขอ​พระองค์​อย่า​โกรธ​เลย​ผม​ขอ​พูด​อีก ถ้า​พบ 30 คน​ที่​นั่น​ล่ะ” พระองค์​ตอบ​ว่า“ถ้า​เรา​พบ 30 คน​ที่​นั่น​เรา​จะ​ไม่​ทำ”
30Nu zeide hij weer: Laat mijn Heer nu niet toornig worden, als ik blijf spreken; misschien worden er maar dertig gevonden. Hij sprak: Ik zal het niet doen, als Ik er dertig vind.
31เขา​กล่าว​ว่า“ผม​บังอาจ​พูด​กับ​พระองค์​อีก​ครั้ง ถ้า​พบ 20 คน​ที่​นั่น​ล่ะ” พระองค์​ตอบ​ว่า“เพราะ​เห็นแก่ 20 คน​เรา​จะ​ไม่​ทำลาย​เมือง”
31Hij zeide opnieuw: Zie, ik heb het nu toch al gewaagd, tot mijn Heer te spreken; misschien dat er twintig worden gevonden. Hij sprak: Ik zal ze niet verdelgen om wille van die twintig.
32เขา​กล่าว​ว่า“ขอ​พระองค์​อย่า​โกรธ​เลย​ผม​จะ​พูด​อีก​เพียง​ครั้ง​เดียว ถ้า​พบ 10 คน​ที่​นั่น​ล่ะ” พระองค์​ตอบ​ว่า“เพราะ​เห็นแก่ 10 คน​เรา​จะ​ไม่​ทำลาย​เมือง”
32Hij hield aan: Laat mijn Heer niet toornig worden, als ik nu nog één keer spreek; misschien worden er maar tien gevonden. Hij zeide: Ik zal ze niet verdelgen om die tien.
33เมื่อ​พระยาห์เวห์​สนทนา​กับ​อับราฮัม​เสร็จ​แล้ว​พระองค์​ก็​จาก​ไป​ส่วน​อับราฮัม​กลับ​ไป​ยัง​ที่​ของ​ตน
33Toen Jahweh het gesprek met Abraham had beëindigd, ging Hij heen, en keerde Abraham naar zijn woonplaats terug.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.