ปฐมกาล
Chapter 26
Freedom Bible (Thai)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ปฐมกาล 26

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1เกิด​ความ​อดอยาก​ใน​ดินแดน​อีก​ครั้ง นอก​เหนือ​จาก​ความ​อดอยาก​ครั้ง​ก่อน​ใน​สมัย​อับราฮัม อิสอัค​จึง​ไป​หา​อาบีเมเลค​กษัตริย์​ของ​ชาว​ฟีลิสเตีย​ที่​เกราร์
1Toen er eens na de vroegere hongersnood, die in Abrahams dagen had geheerst, opnieuw hongersnood in het land ontstond, vertrok Isaäk naar Gerar, naar Abimélek, den koning der Filistijnen.
2พระยาห์เวห์​ปรากฏ​แก่​อิสอัค​และ​กล่าว​ว่า“อย่า​ลง​ไป​อียิปต์​ให้​อาศัย​อยู่​ใน​ดินแดน​ที่​เรา​จะ​บอก​เจ้า
2Daar verscheen hem Jahweh, en sprak tot hem: Daal niet af naar Egypte, maar blijf in het land, dat Ik u aanwijs.
3พัก​อาศัย​เป็น​คน​ต่าง​ถิ่น​ใน​ดินแดน​นี้​เรา​จะ​อยู่​กับ​เจ้า​และ​อวยพร​เจ้า​เรา​จะ​มอบ​ดินแดน​เหล่า​นี้​ทั้งหมด​ให้​เจ้า​และ​ลูกหลาน​ของ​เจ้า​และ​จะ​รักษา​คำสาบาน​ที่​เรา​ให้​ไว้​กับ​อับราฮัม​พ่อ​ของ​เจ้า
3Vestig u in dit land, en Ik zal met u zijn en u zegenen; want aan u en uw geslacht zal Ik al deze landen geven, en Ik zal de eed, die Ik uw vader Abraham gezworen heb, gestand doen.
4เรา​จะ​ให้​ลูกหลาน​ของ​เจ้า​มาก​เหมือน​ดาว​บน​ท้องฟ้า​และ​จะ​มอบ​ดินแดน​เหล่า​นี้​ทั้งหมด​ให้​ลูกหลาน​ของ​เจ้า​ทุก​ชน​ชาติ​บน​แผ่นดิน​จะ​ได้​รับ​พร​ผ่าน​ทาง​ลูกหลาน​ของ​เจ้า
4Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, en aan uw nageslacht al deze landen schenken. In uw zaad zullen alle volken der aarde worden gezegend,
5เพราะ​อับราฮัม​เชื่อฟัง​เสียง​ของ​เรา​และ​รักษา​ข้อกำหนด​คำสั่ง​กฎเกณฑ์​และ​กฎหมาย​ของ​เรา”
5omdat Abraham naar mijn stem heeft gehoord, en mijn gebod en bevelen, mijn instellingen en wetten heeft onderhouden.
6อิสอัค​จึง​อาศัย​อยู่​ที่​เกราร์
6Zo bleef Isaäk te Gerar wonen.
7คน​ใน​ที่​นั้น​ถาม​อิสอัค​เรื่อง​ภรรยา​เขา​ตอบ​ว่า“เรา​สอง​คน​เป็น​พี่น้อง​กัน”เขา​ไม่​กล้า​บอก​ว่า“นาง​เป็น​ภรรยา​ของ​ผม”เพราะ​คิด​ว่า“คน​ที่​นี่​อาจ​ฆ่า​ผม​เพราะ​เรเบคาห์​นาง​สวย​มาก”
7Toen nu de inwoners van die stad hem polsten over zijn vrouw, zeide hij: Het is mijn zuster. Want hij durfde niet zeggen: Het is mijn vrouw. Hij was bang, dat de inwoners van die stad hem om Rebekka zouden vermoorden; want zij was een knappe verschijning.
8เมื่อ​อิสอัค​อยู่​ที่​นั่น​มา​นาน​อาบีเมเลค​กษัตริย์​ของ​ชาว​ฟีลิสเตีย​มอง​ออก​ไป​ทาง​หน้าต่าง​แล้ว​เห็น​อิสอัค​กำลัง​คลอเคลีย​กับ​เรเบคาห์​ภรรยา​ของ​เขา
8Nadat hij daar al geruime tijd had vertoefd, gebeurde het eens, dat Abimélek, de koning der Filistijnen, uit zijn venster keek en zag, dat Isaäk zijn vrouw Rebekka aan het liefkozen was.
9อาบีเมเลค​เรียก​อิสอัค​มา​และ​พูด​ว่า“เห็น​ชัด​ว่า​นาง​เป็น​ภรรยา​ของ​เจ้า​แล้ว​ทำไม​เจ้า​ถึง​บอก​ว่า‘เรา​เป็น​พี่น้อง​กัน’” อิสอัค​ตอบ​ว่า“เพราะ​ผม​คิด​ว่า​อาจ​ถูก​ฆ่า​ตาย​เพราะ​เธอ”
9Nu liet Abimélek Isaäk roepen, en zeide hem: Vast en zeker: het is uw vrouw! Hoe hebt ge dan kunnen zeggen: Het is mijn zuster! Isaäk gaf hem ten antwoord: Ik was bang, dat ik om haar zou worden vermoord.
10อาบีเมเลค​พูด​ว่า“เจ้า​ทำ​อะไร​กับ​พวก​เรา​นี่​คน​ใด​คน​หนึ่ง​อาจ​เผลอ​หลับ​นอน​กับ​ภรรยา​ของ​เจ้า​แล้ว​เจ้า​จะ​ทำให้​พวก​เรา​มี​ความ​ผิด!”
10Abimélek hernam: Maar wat hebt ge ons gedaan! Hoe gemakkelijk had iemand van ons volk met uw vrouw gemeenschap kunnen houden; ge zoudt dan een zware schuld op ons hebben geladen.
11อาบีเมเลค​จึง​สั่ง​ประชาชน​ทั้งหมด​ว่า“ใคร​แตะ​ต้อง​ชาย​คน​นี้​หรือ​ภรรยา​ของ​เขา​จะ​ต้อง​ถูก​ประหาร​ชีวิต”
11Toen liet Abimélek aan heel het volk afkondigen: Wie dezen man of zijn vrouw enig leed durft doen, zal sterven.
12อิสอัค​หว่าน​พืช​ใน​ดินแดน​นั้น​และ​ใน​ปี​เดียวกัน​เก็บเกี่ยว​ได้​ร้อยเท่า​ของ​ที่​หว่าน​พระยาห์เวห์​อวยพร​เขา
12Nu begon Isaäk in dat land te zaaien, en won dat jaar een honderdvoudige oogst; want Jahweh zegende hem.
13เขา​จึง​มั่งคั่ง​ขึ้น​เรื่อย​ๆ​จน​ร่ำรวย​อย่าง​ยิ่ง
13De man werd al rijker en rijker, totdat hij grote overvloed bezat.
14เขา​มี​ฝูง​แกะ​ฝูง​แพะ​ฝูง​โค​และ​คน​ใน​เรือน​เป็น​จำนวน​มาก​ชาว​ฟีลิสเตีย​จึง​อิจฉา​เขา
14Hij had talrijke schapen en runderen en een groot aantal slaven, zodat de Filistijnen afgunstig op hem werden.
15บ่อ​น้ำ​ทุก​บ่อ​ที่​คน​รับใช้​ของ​อับราฮัม​พ่อ​ของ​เขา​เคย​ขุด​ไว้​ชาว​ฟีลิสเตีย​เอา​ดิน​ถม​ปิด​เสีย​หมด
15Daarom begonnen de Filistijnen alle putten, die de knechten van zijn vader in de dagen van zijn vader Abraham gegraven hadden, te verstoppen en met zand dicht te werpen.
16อาบีเมเลค​พูด​กับ​อิสอัค​ว่า“ไป​จาก​พวก​เรา​เสีย​เพราะ​เจ้า​แข็งแกร่ง​กว่า​พวก​เรา​มาก​แล้ว”
16En Abimélek zeide tot Isaäk: Ga van ons heen; want gij wordt ons te machtig!
17อิสอัค​จึง​ออก​จาก​ที่​นั่น​ไป​ตั้ง​ค่าย​ใน​หุบเขา​เกราร์​และ​อาศัย​อยู่​ที่​นั่น
17Isaäk trok dus vandaar weg, sloeg zijn tent op in het dal van Gerar, en bleef daar wonen.
18อิสอัค​ขุด​บ่อ​น้ำ​ที่​เคย​ขุด​ใน​สมัย​อับราฮัม​พ่อ​ของ​เขา​ขึ้น​ใหม่​เพราะ​หลัง​อับราฮัม​ตาย​ชาว​ฟีลิสเตีย​ได้​ถม​บ่อ​เหล่า​นั้น​ไว้​แล้ว​อิสอัค​ก็​เรียก​บ่อ​ตาม​ชื่อ​เดิม​ที่​พ่อ​เคย​ตั้ง​ไว้
18Daar groef Isaäk de waterputten weer open, die men tijdens het leven van zijn vader Abraham had gegraven, maar die de Filistijnen na de dood van Abraham hadden dichtgeworpen; hij gaf ze weer dezelfde namen als zijn vader gedaan had.
19คน​รับใช้​ของ​อิสอัค​ขุด​ใน​หุบเขา​และ​พบ​บ่อ​น้ำ​ที่​มี​น้ำ​ไหล
19Terwijl dus de knechten van Isaäk in het Gerardal aan het graven waren, vonden ze daar een put met stromend water.
20คน​เลี้ยง​สัตว์​ของ​เกราร์​ทะเลาะ​กับ​คน​เลี้ยง​สัตว์​ของ​อิสอัค​ว่า“น้ำ​นี้​เป็น​ของ​พวก​เรา”อิสอัค​จึง​ตั้ง​ชื่อ​บ่อ​นั้น​ว่า​เอเสกเพราะ​พวก​เขา​โต้แย้ง​กับ​เขา
20Maar de herders van Gerar begonnen met de herders van Isaäk te twisten, en zeiden: Dat water behoort ons. Daarom noemde hij die put Ések, omdat ze daar met hem hadden getwist.
21พวก​เขา​ขุด​อีก​บ่อ​หนึ่ง​แต่​ก็​ถูก​โต้แย้ง​เรื่อง​บ่อ​นั้น​ด้วย​อิสอัค​จึง​ตั้ง​ชื่อ​ว่า​สิตนาห์
21Nu groeven zij een andere put, maar ook daarover ontstond strijd; men noemde die Sitna.
22เขา​ย้าย​จาก​ที่​นั่น​ไป​ขุด​อีก​บ่อ​หนึ่ง​คราว​นี้​ไม่​มี​ใคร​มา​โต้แย้ง​เขา​จึง​ตั้ง​ชื่อ​ว่า​เรโหโบทแล้ว​กล่าว​ว่า“ตอน​นี้​พระยาห์เวห์​เปิด​ที่​ให้​พวก​เรา​แล้ว​เรา​จะ​เจริญ​เพิ่มพูน​ใน​ดินแดน​นี้”
22Toen trok hij ook vandaar weg, en groef weer een andere put, waarover geen twist meer ontstond. Hij noemde hem Rechobot; want hij zeide: Nu heeft Jahweh ons ruimte gemaakt, zodat we in het land kunnen groeien.
23จาก​ที่​นั่น​อิสอัค​ขึ้น​ไป​เบเออร์เชบา
23Vandaar trok hij op naar Beër-Sjéba.
24คืน​นั้น​พระยาห์เวห์​ปรากฏ​แก่​เขา​และ​กล่าว​ว่า“เรา​เป็น​พระเจ้า​ของ​อับราฮัม​พ่อ​ของ​เจ้า​อย่า​กลัว​เลย​เพราะ​เรา​อยู่​กับ​เจ้า​เรา​จะ​อวยพร​เจ้า​และ​ทำให้​ลูกหลาน​ของ​เจ้า​มาก​ขึ้น​เพราะ​เห็นแก่​อับราฮัม​คน​รับใช้​ของ​เรา”
24Daar verscheen Jahweh hem zekere nacht, en sprak tot hem: Ik ben de God van Abraham, uw vader! Vrees niet, want Ik ben met u. Ik zal u zegenen en uw geslacht talrijk maken, Om wille van Abraham, mijn dienaar.
25อิสอัค​สร้าง​แท่น​บูชา​ที่​นั่น​และ​ร้อง​เรียก​พระนาม​ของ​พระยาห์เวห์​แล้ว​กาง​เต็นท์​อยู่​ที่​นั่น​คน​รับใช้​ของ​เขา​ขุด​บ่อ​น้ำ​ที่​นั่น
25Daarom bouwde hij daar een altaar, en riep de naam van Jahweh aan. Isaäk sloeg er zijn tent op, en zijn knechten groeven er een put.
26ต่อ​มา​อาบีเมเลค​เดินทาง​จาก​เกราร์​มา​หา​อิสอัค​พร้อม​อา​หุสซัท​เพื่อน​ของ​เขา​และ​ฟีโคล​ผู้​บัญชาการ​กองทัพ
26Nu kwam Abimélek van Gerar uit hem bezoeken in gezelschap van Achoezzat, zijn vertrouweling, en Pikol, zijn legeroverste.
27อิสอัค​ถาม​พวก​เขา​ว่า“ทำไม​พวก​ท่าน​ถึง​มา​หา​ผม​ทั้ง​ที่​พวก​ท่าน​เกลียด​ผม​และ​ไล่​ผม​ออก​ไป”
27Maar Isaäk zei hem: Waarom komt gij naar mij toe, terwijl gij mij haat en mij van u hebt weggejaagd?
28พวก​เขา​ตอบ​ว่า“พวก​เรา​เห็น​ชัด​ว่า​พระยาห์เวห์​อยู่​กับ​ท่าน​จึง​คิด​ว่า​ควร​มี​คำสาบาน​ระหว่าง​เรา​กับ​ท่าน​และ​ทำ​พันธสัญญา​กับ​ท่าน
28Ze antwoordden: We hebben nu duidelijk ingezien, dat Jahweh met u is. Daarom hebben we gedacht: er moest een eedverdrag tussen ons beiden bestaan, tussen ons en u. Wij willen een verbond met u sluiten,
29ว่า​ท่าน​จะ​ไม่​ทำร้าย​พวก​เรา​เหมือน​ที่​พวก​เรา​ไม่​เคย​แตะ​ต้อง​ท่าน​และ​ทำ​แต่​สิ่ง​ดี​แก่​ท่าน​แล้ว​ส่ง​ท่าน​ไป​อย่าง​สงบ​ตอน​นี้​ท่าน​เป็น​ผู้​ที่​พระยาห์เวห์​อวยพร”
29dat gij ons geen kwaad zult doen, evenmin als wij u enig leed hebben gedaan, maar u enkel vriendschap hebben bewezen, en u in vrede lieten gaan. Waarachtig, gij zijt door Jahweh gezegend!
30อิสอัค​จัด​งาน​เลี้ยง​ให้​พวก​เขา​แล้ว​พวก​เขา​ก็​กิน​และ​ดื่ม
30Hierop richtte hij een gastmaal voor hen aan, en zij aten en dronken.
31เช้า​ตรู่​พวก​เขา​ลุก​ขึ้น​และ​สาบาน​ต่อ​กัน​อิสอัค​ส่ง​พวก​เขา​กลับ​ไป​และ​พวก​เขา​จาก​เขา​ไป​อย่าง​สงบ
31De volgende morgen zwoeren zij elkander de eed. Toen liet Isaäk hen vertrekken, en zij gingen van hem in vrede heen.
32วัน​เดียวกัน​นั้น​คน​รับใช้​ของ​อิสอัค​มาบ​อก​เรื่อง​บ่อ​ที่​พวก​เขา​ขุด​ว่า“พวก​เรา​พบ​น้ำ​แล้ว”
32Nog diezelfde dag kwamen de knechten van Isaäk hem berichten over een welput, die zij hadden gegraven, en zeiden hem: We hebben water gevonden.
33เขา​ตั้ง​ชื่อ​บ่อ​นั้น​ว่า“ชิบาห์”ดังนั้น​เมือง​นั้น​จึง​มี​ชื่อ​ว่า“เบเออร์เชบา”จน​ถึง​ทุก​วัน​นี้
33Hij noemde die Sjiba; en daarom heet die stad Beër-Sjéba tot op de huidige dag.
34เมื่อ​เอซาว​อายุ 40 ปี​เขา​แต่งงาน​กับ​ยูดิธ​ลูกสาว​ของ​เบ​เอรี​ชาว​ฮิตไทต์​และ​บาเสมัท​ลูกสาว​ของ​เอโลน​ชาว​ฮิตไทต์
34Toen Esau veertig jaar oud was, huwde hij Jehoedit, de dochter van den Chittiet Beëri, en Basemat, de dochter van den Chittiet Elon.
35ผู้หญิง​ทั้ง​สอง​ทำให้​อิสอัค​กับ​เรเบคาห์​ขมขื่นใจ
35Zij waren de oorzaak van bitter verdriet voor Isaäk en Rebekka.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.