ปฐมกาล 16
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ซารายภรรยาของอับรามยังไม่มีลูกให้เขา เธอมีทาสหญิงชาวอียิปต์คนหนึ่งชื่อฮาการ์
1Sarai, de vrouw van Abram, had hem geen kinderen geschonken. Maar zij had een egyptische slavin, Hagar genaamd.
2ซารายพูดกับอับรามว่า “ฟังนะ พระยาห์เวห์ไม่ให้ฉันมีลูก ไปหลับนอนกับทาสหญิงของฉันเถอะ บางทีฉันอาจจะได้ลูกจากนาง” อับรามก็ฟังซาราย
2En Sarai zeide tot Abram: Zie, Jahweh heeft mijn schoot gesloten; ga dus tot mijn slavin: misschien krijg ik kinderen van haar. Abram stemde met Sarai in.
3หลังจากอับรามอาศัยอยู่ในดินแดนคานาอันได้ 10 ปีซารายภรรยาของเขาก็พาฮาการ์ทาสหญิงชาวอียิปต์ของตนมายกให้อับรามสามีเป็นภรรยา
3En Sarai, Abrams vrouw, nam Hagar, haar egyptische slavin, en gaf ze tot vrouw aan Abram, haar man; Abram woonde toen al tien jaar in het land Kanaän.
4อับรามหลับนอนกับฮาการ์และเธอก็ตั้งครรภ์ เมื่อรู้ว่าตนตั้งครรภ์เธอก็เริ่มดูแคลนนายหญิงของตน
4Hij hield gemeenschap met Hagar, en zij werd zwanger. Toen zij bemerkte, dat zij zwanger was, zag zij minachtend op haar meesteres neer.
5ซารายพูดกับอับรามว่า “เรื่องที่ฉันถูกดูหมิ่นนี้เป็นความผิดของเธอ ฉันยกทาสหญิงให้เธอแล้ว แต่พอนางรู้ว่าตั้งครรภ์ นางก็ดูแคลนฉัน ขอให้พระยาห์เวห์ตัดสินระหว่างฉันกับเธอ”
5Daarom sprak Sarai tot Abram: Gij zijt de schuld van mijn smaad. Ik zelf heb mijn slavin in uw schoot gelegd, en nu zij ziet, dat ze zwanger is, veracht ze mij. Moge Jahweh richten tussen mij en u.
6อับรามตอบซารายว่า “ทาสหญิงของเธอ เธอจะทำกับนางอย่างไรก็ได้ตามที่เห็นว่าดี” ซารายปฏิบัติต่อฮาการ์อย่างรุนแรง จนเธอหนีไป
6Abram gaf Sarai ten antwoord: Welnu, uw slavin is in uw macht; doe met haar wat ge wilt. Toen begon Sarai haar te kwellen, zodat zij de vlucht voor haar nam.
7ทูตของพระยาห์เวห์พบฮาการ์ที่ตาน้ำแห่งหนึ่งในถิ่นทุรกันดาร ข้างทางไปชูร์
7De engel van Jahweh trof haar bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sjoer.
8ทูตนั้นถามว่า“ฮาการ์ทาสหญิงของซารายเจ้ามาจากไหนและจะไปไหน” เธอตอบว่า“ฉันกำลังหนีจากซารายนายหญิงของฉัน”
8Hij sprak: Hagar, dienstmaagd van Sarai, waar komt ge vandaan, en waar gaat ge heen? Zij zeide: Ik ben op de vlucht voor Sarai, mijn meesteres.
9ทูตของพระยาห์เวห์บอกเธอว่า“กลับไปหานายหญิงของเจ้าและยอมอยู่ใต้อำนาจของนาง”
9De engel van Jahweh sprak toen tot haar: Keer terug naar uw meesteres, en verneder u voor haar.
10ทูตของพระยาห์เวห์กล่าวอีกว่า“เราจะทำให้ลูกหลานของเจ้าเพิ่มมากอย่างยิ่งจนนับไม่ถ้วน”
10En de engel van Jahweh ging voort: Uw kroost zal Ik zó talrijk maken, dat men het om zijn menigte niet meer kan tellen.
11ทูตของพระยาห์เวห์กล่าวต่อว่า “เจ้ากำลังตั้งครรภ์ และจะคลอดลูกชาย ตั้งชื่อเขาว่าอิชมาเอล เพราะพระยาห์เวห์ได้ยินความทุกข์ของเจ้า
11Nog sprak de engel van Jahweh tot haar: Zie, ge zijt zwanger; een zoon zult ge baren, En hem de naam van Jisjmaël geven; Want Jahweh heeft naar uw schreien gehoord.
12เขาจะเป็นเหมือนลาป่าท่ามกลางมนุษย์ มือของเขาจะต่อสู้กับทุกคนและมือของทุกคนจะต่อสู้กับเขา เขาจะอาศัยอยู่อย่างเป็นปฏิปักษ์กับพี่น้องทั้งหมดของเขา”
12Hij zal een menselijke woudezel zijn, Zijn hand zal tegen allen wezen, En de hand van allen tegen hem; Verwijderd van al zijn broers zal hij wonen.
13ฮาการ์เรียกพระนามของพระยาห์เวห์ผู้กล่าวกับเธอว่า“พระองค์คือพระเจ้าผู้มองเห็น”เพราะเธอพูดว่า“ฉันยังมีชีวิตอยู่จริงหรือหลังจากได้เห็นพระองค์”
13Toen noemde zij Jahweh, die met haar had gesproken: “Gij zijt een God, dien ik zie”. Want ze zeide: Waarachtig, ik heb God gezien; en ik leef nog, nadat ik gezien heb.
14เพราะเหตุนี้บ่อน้ำนั้นจึงได้ชื่อว่าเบเออร์ลาไฮรอย บ่อนั้นอยู่ระหว่างคาเดชกับเบเรด
14Die put heet daarom de put Lachai-Roï; hij ligt tussen Kadesj en Béred.
15ฮาการ์คลอดลูกชายให้อับรามและอับรามตั้งชื่อลูกชายที่ฮาการ์คลอดว่าอิชมาเอล
15Zo schonk Hagar aan Abram een zoon, en Abram noemde den zoon, dien Hagar hem baarde, Jisjmaël.
16อับรามอายุ 86 ปีตอนที่ฮาการ์คลอดอิชมาเอลให้เขา
16Abram was zes en tachtig jaar oud, toen Hagar hem Jisjmaël baarde.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.