ปฐมกาล
Chapter 27
Freedom Bible (Thai)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ปฐมกาล 27

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1เมื่อ​อิสอัค​แก่​ลง​ดวงตา​พร่ามัว​จน​มอง​ไม่​เห็น​เขา​เรียก​เอซาว​ลูกชาย​คน​โต​ว่า“ลูก” เอซาว​ตอบ​ว่า“ผม​อยู่​นี่​ครับ”
1Intussen was Isaäk oud geworden en werden zijn ogen zo zwak, dat hij niet meer kon zien. Daarom riep hij zijn oudsten zoon Esau, en zei hem: Mijn zoon! Deze antwoordde: Hier ben ik!
2อิสอัค​พูด​ว่า“พ่อ​แก่​แล้ว​ไม่​รู้​ว่า​จะ​ตาย​วัน​ไหน
2Hij sprak: Zie, ik ben oud geworden, en weet niet, wanneer ik zal sterven.
3ตอน​นี้​เอา​อาวุธ​ของ​ลูก​ทั้ง​ซอง​ลูก​ธนู​และ​คัน​ธนู​ออก​ไป​ล่า​สัตว์​ใน​ทุ่ง​มา​ให้​พ่อ
3Neem daarom uw jachttuig, pijlkoker en boog, ga het veld in, en schiet voor mij een stuk wild;
4ทำ​อาหาร​รส​อร่อย​อย่าง​ที่​พ่อ​ชอบ​แล้ว​เอา​มา​ให้​พ่อ​กิน​เพื่อ​พ่อ​จะ​ได้​อวยพร​ลูก​ก่อน​พ่อ​จะ​ตาย”
4maak het smakelijk voor me klaar, zoals ik het graag heb, en breng het me hier, om op te eten. Dan zal ik u zegenen, vóór ik sterf.
5เรเบคาห์​ได้ยิน​ตอน​อิสอัค​พูด​กับ​เอซาว​ลูกชาย​เอซาว​จึง​ออก​ไป​ล่า​สัตว์​ใน​ทุ่ง​เพื่อน​ำกลับมา
5Maar Rebekka had afgeluisterd, wat Isaäk tot zijn zoon Esau had gezegd. En toen Esau het veld was ingegaan, om een stuk wild voor zijn vader te schieten,
6เรเบคาห์​พูด​กับ​ยาโคบ​ลูกชาย​ว่า“แม่​ได้ยิน​พ่อ​พูด​กับ​เอซาว​พี่​ชาย​ของ​ลูก​ว่า
6zei Rebekka tot haar zoon Jakob: Ik heb zo juist uw vader tegen uw broer Esau horen zeggen:
7‘เอา​เนื้อ​ที่​ล่าม​า​ให้​พ่อ​แล้ว​ทำ​อาหาร​รส​อร่อย​ให้​พ่อ​กิน​พ่อ​จะ​ได้​อวยพร​ลูก​ต่อ​หน้า​พระยาห์เวห์​ก่อน​ตาย’
7“Breng mij een stuk wild, en maak er een smakelijke schotel van, waarvan ik kan eten; dan zal ik u zegenen voor het aanschijn van Jahweh, eer ik sterf”.
8เพราะ​ฉะนั้น​ลูก​ฟัง​แม่​และ​ทำ​ตาม​ที่​แม่​สั่ง
8Luister nu naar mij, mijn jongen, en doe wat ik u zeg.
9ไป​ที่​ฝูง​สัตว์​แล้ว​เอา​ลูก​แพะ​ดี​ๆ​มา​สอง​ตัว​แม่​จะ​ทำ​อาหาร​รส​อร่อย​อย่าง​ที่​พ่อ​ชอบ
9Ga naar de kudde en haal mij twee malse geitebokjes; dan maak ik daarvan een smakelijke schotel voor uw vader gereed, zoals hij het gaarne heeft.
10ลูก​เอา​ไป​ให้​พ่อ​กิน​เพื่อ​พ่อ​จะ​อวยพร​ลูก​ก่อน​ตาย”
10Die moet ge naar uw vader brengen, dan kan hij ervan eten. Dan zal hij u zegenen, eer hij sterft.
11ยาโคบ​พูด​กับ​เรเบคาห์​แม่​ว่า“แต่​เอซาว​พี่​ชาย​ของ​ผม​มี​ขนดก​ส่วน​ผิว​ผม​เกลี้ยง
11Doch Jakob zei tot zijn moeder Rebekka: Maar mijn broer Esau is ruig, en ik ben onbehaard.
12ถ้า​พ่อ​คลำ​ตัว​ผม​พ่อ​จะ​เห็น​ว่า​ผม​กำลัง​หลอก​ท่าน​แล้ว​ผม​จะ​ถูก​สาป​แทน​ที่​จะ​ได้​รับ​พร”
12Als mijn vader mij nu eens betast, zal hij denken, dat ik de spot met hem drijf; en ik zal vloek over mij brengen in plaats van zegen.
13แม่​ตอบ​ว่า“ถ้า​มี​คำ​สาป​ก็​ให้​ตก​ที่​แม่​เถอะ​ลูก​แค่​ฟัง​แม่​แล้ว​ไป​เอา​ลูก​แพะ​มา”
13Zijn moeder verzekerde hem: Die vloek over u neem ik op mij, mijn jongen; luister maar naar mij, en ga ze halen.
14ยาโคบ​จึง​ไป​เอา​ลูก​แพะ​มา​ส่ง​ให้​แม่​แล้ว​แม่​ก็​ทำ​อาหาร​รส​อร่อย​อย่าง​ที่​พ่อ​ของ​เขา​ชอบ
14Hij ging ze dus halen, en bracht ze naar zijn moeder; en zijn moeder maakte er een smakelijke schotel van, zoals zijn vader het gaarne had.
15เรเบคาห์​นำ​เสื้อผ้า​ดี​ๆ​ของ​เอซาว​ลูกชาย​คน​โต​ที่​เก็บ​อยู่​ใน​บ้าน​มา​ให้​ยาโคบ​ลูกชาย​คน​เล็ก​สวม
15Daarna nam Rebekka de beste kleren van haar oudsten zoon Esau, die ze bij zich thuis had, en trok die haar jongsten zoon Jakob aan;
16แล้ว​เอา​หนัง​ลูก​แพะ​พัน​ที่​มือ​และ​ลำ​คอ​ส่วน​ที่​เกลี้ยง​ของ​ยาโคบ
16de vellen van de geitebokjes trok ze over zijn handen en over het onbehaarde deel van zijn hals.
17จาก​นั้น​เธอ​ส่ง​อาหาร​รส​อร่อย​กับ​ขนม​ปัง​ที่​ทำ​ไว้​ให้​ยาโคบ​ลูกชาย
17Vervolgens reikte zij haar zoon Jakob de smakelijke schotel met het brood, dat zij gebakken had.
18ยาโคบ​เข้า​ไป​หา​พ่อ​แล้ว​เรียก“พ่อ​ครับ” อิสอัค​ตอบ​ว่า“พ่อ​อยู่​นี่​ลูก​เป็น​ใคร”
18Nu ging hij naar zijn vader en sprak: Vader! Deze antwoordde: Ja, mijn jongen, wie zijt ge?
19ยาโคบ​พูด​กับ​พ่อ​ว่า“ผม​คือ​เอซาว​ลูก​คน​โต​ของ​พ่อ​ผม​ทำ​ตาม​ที่​พ่อ​บอก​แล้ว​ลุก​ขึ้น​นั่ง​กิน​เนื้อ​ที่​ผม​ล่าม​า​เถอะ​แล้ว​พ่อ​จะ​ได้​อวยพร​ผม”
19En Jakob zei tot zijn vader: Ik ben Esau, uw eerstgeborene; ik heb gedaan, wat ge mij gezegd hebt. Ga dus overeind zitten, en eet van het wild; dan kunt ge me zegenen.
20อิสอัค​ถาม​ลูก​ว่า“ลูก​ไป​หา​ได้​เร็ว​ขนาด​นี้​ได้​อย่างไร” ยาโคบ​ตอบ​ว่า“เพราะ​พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของ​พ่อ​ช่วย​ให้​ผม​พบ​เร็ว”
20Maar Isaäk vroeg zijn zoon: Hoe hebt ge dat zo gauw kunnen vinden, mijn jongen? Deze antwoordde: Jahweh, uw God, heeft het mij tegemoet gestuurd.
21อิสอัค​พูด​กับ​ยาโคบ​ว่า“เข้า​มา​ใกล้​ๆ​ให้​พ่อ​คลำ​ดู​ลูก​ว่า​ลูก​เป็น​เอซาว​จริง​หรือ​ไม่”
21Maar nu beval Isaäk aan Jakob: Kom dichter bij, mijn jongen; dan kan ik u eens betasten, of ge werkelijk mijn zoon Esau zijt of niet.
22ยาโคบ​จึง​เข้า​ไป​ใกล้​อิสอัค​พ่อ​ของ​เขา​อิสอัค​คลำ​ตัว​เขา​แล้ว​พูด​ว่า“เสียง​เป็น​เสียง​ของ​ยาโคบ​แต่​มือ​เป็น​มือ​ของ​เอซาว”
22Jakob trad dus op zijn vader Isaäk toe. Deze betastte hem en sprak: De stem is de stem van Jakob, maar de handen zijn de handen van Esau.
23อิสอัค​จำ​เขา​ไม่​ได้​เพราะ​มือ​มี​ขน​เหมือน​มือ​ของ​เอซาว​พี่​ชาย​จึง​อวยพร​เขา
23Hij herkende hem niet, omdat zijn handen behaard waren als de handen van Esau, zijn broer. En toen hij hem wilde zegenen,
24แล้ว​ถาม​อีก​ว่า“ลูก​เป็น​เอซาว​จริงๆ​ใช่​ไหม” เขา​ตอบ​ว่า“ใช่​ครับ”
24sprak hij nog: Ge zijt toch wezenlijk mijn zoon Esau? Hij antwoordde: Ja, dat ben ik.
25อิสอัค​พูด​ว่า“เอา​มา​ใกล้​ๆ​พ่อ​จะ​กิน​เนื้อ​ที่​ลูก​ล่าม​า​แล้ว​พ่อ​จะ​อวยพร​ลูก” ยาโคบ​นำ​อาหาร​มา​ให้​เขา​ก็​กิน​แล้ว​นำ​เหล้า​องุ่น​มา​ให้​เขา​ก็​ดื่ม
25Toen zei hij: Dien het mij op, en laat mij eten van het wild van mijn zoon; dan zal ik u zegenen. Hij zette het hem voor, en hij at; daarna bracht hij hem wijn, die hij dronk.
26อิสอัค​พ่อ​ของ​เขา​พูด​ว่า“เข้า​มา​ใกล้​ๆ​แล้ว​จูบ​พ่อ​สิ​ลูก”
26Nu sprak zijn vader Isaäk tot hem: Kom hier, mijn zoon, en kus mij.
27ยาโคบ​เข้า​ไป​จูบ​พ่อ​อิสอัค​ได้​กลิ่น​เสื้อผ้า​ของ​เขา​จึง​อวยพร​ว่า “กลิ่น​ของ​ลูก​พ่อ เหมือน​กลิ่น​ทุ่ง​ที่​พระยาห์เวห์​อวยพร
27Hij trad nader, en kuste hem. En toen hij de geur van zijn kleren rook, zegende hij hem, en sprak: Zie, de geur van mijn zoon Is als de geur van een akker, Door Jahweh gezegend.
28ขอ​พระเจ้า​ประทาน​น้ำค้าง​จาก​ท้องฟ้า และ​ความ​อุดม​สมบูรณ์​ของ​แผ่นดิน​แก่​ลูก ทั้ง​ธัญพืช​และ​เหล้า​องุ่น​ใหม่​อย่าง​มากมาย
28God schenke u dauw van de hemel, En het vette der aarde, Met overvloed van koren en most.
29ขอ​ให้​ชน​ชาติ​ต่างๆ​รับใช้​ลูก และ​ประชาชาติ​ต่างๆ​ก้มกราบ​ลูก จง​เป็น​นาย​เหนือ​พี่น้อง​ของ​ลูก ให้​ลูกชาย​ทั้งหลาย​ของ​แม่​ก้มกราบ​ลูก ใคร​สาป​ลูก​ขอ​ให้​คน​นั้น​ถูก​สาป ใคร​อวยพร​ลูก​ขอ​ให้​คน​นั้น​ได้​รับ​พร”
29Volken zullen u dienen, En naties zich voor u buigen. Wees een vorst over uw broeders, De zonen uwer moeder werpen zich voor u neer. Vervloekt, die u vloekt, Maar gezegend, die u zegent!
30พอ​อิสอัค​อวยพร​ยาโคบ​เสร็จ​และ​ยาโคบ​เพิ่ง​ออก​ไป​จาก​พ่อ​เอซาว​พี่​ชาย​ก็​กลับ​จาก​ล่า​สัตว์
30Nauwelijks had Isaäk Jakob gezegend, en was Jakob van zijn vader Isaäk heengegaan, of zijn broer Esau kwam terug van de jacht.
31เขา​ทำ​อาหาร​รส​อร่อย​แล้ว​นำ​มา​ให้​พ่อ​พูด​ว่า“พ่อ​ลุก​ขึ้น​กิน​เนื้อ​ที่​ลูก​ล่าม​า​เถอะ​แล้ว​พ่อ​จะ​ได้​อวยพร​ลูก”
31Ook hij maakte een smakelijke schotel gereed, bracht die naar zijn vader, en sprak tot zijn vader: Kom overeind zitten, vader, en eet van het wild van uw zoon; dan kunt ge me zegenen.
32อิสอัค​พ่อ​ของ​เขา​ถาม​ว่า“ลูก​เป็น​ใคร” เขา​ตอบ​ว่า“ผม​คือ​เอซาว​ลูกชาย​คน​โต​ของ​พ่อ”
32Zijn vader Isaäk sprak tot hem: Wie zijt gij? Hij antwoordde: Ik ben uw zoon Esau, uw eerstgeborene.
33อิสอัค​ตัว​สั่น​อย่าง​รุนแรง​แล้ว​พูด​ว่า“แล้ว​คน​ที่​ล่า​สัตว์​เอา​มา​ให้​พ่อ​ก่อน​ลูก​มา​คือ​ใคร​พ่อ​กิน​ของ​เขา​ไป​หมด​และ​อวยพร​เขา​แล้ว​เขา​จะ​ได้​รับ​พร​แน่นอน”
33Hevig ontsteld vroeg Isaäk: Maar wie was het dan, die het wild heeft geschoten en het mij heeft gebracht, zodat ik voor uw komst reeds volop heb gegeten? Dien heb ik gezegend, en hij blijft gezegend!
34เมื่อ​เอซาว​ได้ยิน​คำ​ของ​พ่อ​เขา​ร้อง​ออก​มา​ดัง​ลั่น​ด้วย​ความ​ขมขื่นใจ​อย่าง​ยิ่ง​แล้ว​พูด​ว่า“พ่อ​อวยพร​ผม​ด้วย​อวยพร​ผม​ด้วย!”
34Toen Esau dit van zijn vader vernam, brak hij in luide en bittere jammerklachten los, en zei tot zijn vader: Vader, zegen ook mij!
35อิสอัค​ตอบ​ว่า“น้อง​ของ​ลูก​มา​หลอก​พ่อ​และ​เอา​พร​ของ​ลูก​ไป​แล้ว”
35Deze antwoordde: Uw broer heeft u listig de zegen ontnomen.
36เอซาว​พูด​ว่า“เขา​ชื่อ​ยาโคบ​ก็​สม​แล้ว​ไม่​ใช่​หรือ​เขา​เบียด​ผม​ออก​ไป​ถึง​สอง​ครั้ง​แล้ว​ครั้ง​แรก​เอา​สิทธิ​ของ​ลูก​คน​โต​ไป​คราว​นี้​เอา​พร​ของ​ผม​ไป​อีก”แล้ว​ถาม​ว่า“พ่อ​ไม่​ได้​เหลือ​พร​ไว้​ให้​ผม​บ้าง​หรือ”
36En hij zeide: Terecht wordt hij Jakob genoemd; want hij heeft mij reeds tweemaal bedrogen. Hij heeft mij mijn eerstgeboorterecht ontroofd, en zie, nu steelt hij mijn zegen. En hij ging voort: Hebt ge voor mij geen zegen meer?
37อิสอัค​ตอบ​เอซาว​ว่า“พ่อ​แต่งตั้ง​ให้​เขา​เป็น​นาย​ของ​ลูก​แล้ว​และ​ให้​พี่น้อง​ทั้งหมด​ของ​เขา​เป็น​คน​รับใช้​ของ​เขา​พ่อ​เลี้ยง​เขา​ด้วย​ธัญพืช​และ​เหล้า​องุ่น​ใหม่​แล้ว​พ่อ​จะ​ทำ​อะไร​ให้​ลูก​ได้​อีก”
37Isaäk gaf Esau ten antwoord: Zie, ik heb hem over u tot vorst gesteld, hem al zijn broeders tot dienaars gegeven, en koren en most hem geschonken. Mijn jongen, wat kan ik dan voor ú nog doen?
38เอซาว​พูด​กับ​พ่อ​ว่า“พ่อ​มี​พร​แค่​พร​เดียว​หรือ​อวยพร​ผม​ด้วย​พ่อ​อวยพร​ผม​ด้วย”แล้ว​เอซาว​ก็​ร้องไห้​เสียงดัง
38Maar Esau zei tot zijn vader: Was dat dan uw enige zegen, vader? Ach, vader, zegen ook mij! En Esau snikte het uit.
39อิสอัค​พ่อ​ของ​เขา​ตอบ​ว่า “ที่​อยู่​ของ​ลูก​จะ​มี​ความ​อุดม​สมบูรณ์​ของ​แผ่นดิน และ​มี​น้ำค้าง​จาก​ท้องฟ้า​เบื้องบน
39Toen sprak zijn vader Isaäk tot hem: Zie, ver van het vette der aarde zult ge wonen, Ver van de hemeldauw uit den hogen,
40ลูก​จะ​ดำรง​ชีวิต​ด้วย​ดาบ​และ​รับใช้​น้อง​ชาย แต่​เมื่อ​ใด​ที่​ลูก​ดิ้นรน​จน​หลุดพ้น ลูก​จะ​สลัด​แอก​ของ​เขา​ออก​จาก​คอ”
40Van uw zwaard zult ge leven! Uw broeder zult ge dienstbaar zijn; Maar als ge tot macht komt, Schudt ge zijn juk van uw nek!
41เอซาว​เกลียด​ยาโคบ​เพราะ​พร​ที่​พ่อ​ให้​ยาโคบ​เขา​คิด​ใน​ใจ​ว่า“ใกล้​ถึง​วัน​ที่​จะ​ไว้ทุกข์​ให้​พ่อ​แล้ว​หลัง​จาก​นั้น​ฉัน​จะ​ฆ่า​ยาโคบ​น้อง​ชาย”
41Esau haatte Jakob om de zegen, die zijn vader over hem had uitgesproken. En Esau dacht bij zichzelf: De tijd komt spoedig, dat men rouwt over mijn vader; dan zal ik mijn broer Jakob vermoorden.
42มี​คน​มาบ​อก​เรเบคาห์​ถึง​คำ​พูด​ของ​เอซาว​ลูกชาย​คน​โต​เธอ​จึง​เรียก​ยาโคบ​ลูกชาย​คน​เล็ก​มา​พูด​ว่า“ฟัง​นะ​เอซาว​พี่​ชาย​ของ​ลูก​กำลัง​ปลอบใจ​ตัวเอง​ด้วย​ความ​คิด​ที่​จะ​ฆ่า​ลูก
42Toen men aan Rebekka dit plan van haar oudsten zoon Esau overbracht, liet zij haar jongsten zoon Jakob roepen, en zei tot hem: Hoor eens, uw broer Esau wil wraak op u nemen en u vermoorden.
43เพราะ​ฉะนั้น​ลูก​ฟัง​แม่​ลุก​ขึ้น​หนี​ไป​หา​ลาบัน​ซึ่ง​เป็น​พี่น้อง​กับ​แม่​ที่​ฮาราน
43Luister nu naar mij, mijn jongen. Maak u gereed, om naar mijn broer Laban in Charan te vluchten,
44อยู่​กับ​เขา​สัก​สอง​สาม​วัน​จน​ความ​โกรธ​ของ​พี่​ลูก​สงบ​ลง—
44en blijf enige tijd bij hem, totdat de woede van uw broer is bekoeld.
45จน​เขา​หายโกรธ​และ​ลืม​สิ่ง​ที่​ลูก​ทำ​กับ​เขา​แล้ว​แม่​จะ​ส่ง​คน​ไป​ตาม​ลูก​กลับ​มา​ทำไม​แม่​จะ​ต้อง​เสีย​ลูก​ทั้ง​สอง​คน​ใน​วัน​เดียว”
45Wanneer de toorn van uw broer over u is bedaard, en hij vergeten is, wat ge hem hebt gedaan, zal ik bericht zenden en u terug laten halen. Waarom zou ik u beiden op één dag verliezen!
46เรเบคาห์​พูด​กับ​อิสอัค​ว่า“ฉัน​เบื่อ​ชีวิต​เพราะ​ผู้หญิง​ชาว​เฮท​เหล่า​นี้​ถ้า​ยาโคบ​แต่งงาน​กับ​ผู้หญิง​ชาว​เฮท​เหมือน​พวก​เธอ​คือ​ผู้หญิง​ใน​ดินแดน​นี้​ฉัน​จะ​อยู่​ไป​ทำไม”
46Toen zei Rebekka tot Isaäk: Het leven walgt me al om de dochters van Chet. Als nu ook Jakob een vrouw neemt uit de meisjes van het land, wat heb ik dan aan mijn leven?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.