Marcos
Chapter 9
Bíblia Portuguesa Mundia…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ele lhes disse: “Em verdade lhes digo que alguns dos que estão aqui de modo nenhum provarão a morte até que vejam o Reino de Deus vindo com poder.”
1Nog sprak Hij tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Daar zijn er onder de hier aanwezigen, die de dood niet zullen smaken, voordat ze het koninkrijk Gods hebben zien komen in kracht.
2Seis dias depois, Jesus tomou consigo Pedro, Tiago e João, e os levou em particular a um alto monte, e foi transfigurado diante deles.
2Zes dagen later nam Jesus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee, en bracht ze heel afzonderlijk op een hoge berg. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd.
3Suas roupas tornaram-se resplandecentes, extremamente brancas como a neve, como nenhum lavandeiro na terra seria capaz de deixá-las.
3Zijn klederen werden blinkend en wit, zoals geen bleker op aarde ze wit kan maken.
4Elias e Moisés apareceram a eles, e estavam conversando com Jesus.
4Elias en Moses verschenen hun, en spraken met Jesus.
5Pedro, tomando a palavra, disse a Jesus: “Rabi, é bom estarmos aqui. Façamos três tendas: uma para o senhor, uma para Moisés e uma para Elias.”
5Toen nam Petrus het woord, en zei tot Jesus: Rabbi, het is ons goed, hier te zijn; laat ons drie tenten opslaan, één voor U, één voor Moses, en één voor Elias.
6Pois ele não sabia o que dizer, porque estavam com muito medo.
6Hij wist niet goed wat hij zeide; want ze waren met schrik bevangen.
7Uma nuvem os envolveu com a sua sombra, e da nuvem saiu uma voz: “Este é o meu Filho amado. Ouçam-no.”
7Nu kwam er een wolk, die hen overschaduwde, en uit de wolk klonk een stem: Deze is mijn geliefde Zoon, luistert naar Hem!
8De repente, olhando ao redor, não viram mais ninguém com eles, a não ser Jesus.
8Op hetzelfde ogenblik keken ze rond, maar zagen niemand meer bij zich dan Jesus alleen.
9Enquanto desciam do monte, ele lhes ordenou que não contassem a ninguém as coisas que tinham visto, até que o Filho do Homem tivesse ressuscitado dentre os mortos.
9En terwijl ze afdaalden van de berg, verbood Hij hun, aan iemand te vertellen wat ze hadden gezien, voordat de Mensenzoon van de doden was opgestaan.
10Eles guardaram essa palavra consigo, perguntando uns aos outros o que significava “ressuscitar dentre os mortos”.
10Ze hielden zich aan dat woord. Toch vroegen ze onder elkander, wat het beduidde: op te staan van de doden.
11Eles lhe perguntaram: “Por que os escribas dizem que Elias deve vir primeiro?”
11Ze ondervroegen Hem dus: Waarom zeggen de farizeën en schriftgeleerden dan, dat eerst Elias komen moet?
12Ele lhes disse: “De fato, Elias vem primeiro, e restaura todas as coisas. Como está escrito a respeito do Filho do Homem, que ele deve sofrer muito e ser desprezado?
12Hij gaf hun ten antwoord: Zeker, Elias komt ook eerst, om alles te herstellen. Maar hoe staat er over den Mensenzoon geschreven? Dat Hij veel zal lijden en veracht zal worden.
13Mas eu lhes digo que Elias já veio, e também fizeram com ele tudo o que quiseram, assim como está escrito a respeito dele.”
13En Ik zeg u: Elias is reeds gekomen; maar ze hebben met hem gedaan wat ze wilden, gelijk van hem geschreven staat.
14Chegando aos discípulos, ele viu uma grande multidão ao redor deles, e escribas discutindo com eles.
14Toen zij nu bij de andere leerlingen kwamen, zagen zij hen omringd van een talrijke schare, en van schriftgeleerden, die met hen twistten.
15Imediatamente toda a multidão, ao vê-lo, ficou muito admirada e, correndo para ele, o saudou.
15Zodra het volk Hem zag, liep het verbaasd naar Hem toe, om Hem te begroeten.
16Ele perguntou aos escribas: “O que vocês estão perguntando a eles?”
16Hij vroeg hun: Waarom twist gij met hen?
17Um homem da multidão respondeu: “Mestre, eu trouxe a ti o meu filho, que tem um espírito mudo;
17Een uit de menigte antwoordde Hem: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die van een stommen geest is bezeten.
18e, sempre que o domina, lança-o por terra; e ele espuma pela boca, range os dentes e fica rígido. Eu pedi aos teus discípulos que o expulsassem, e eles não conseguiram.”
18Wanneer hij hem aangrijpt, dan werpt hij hem neer; dan schuimbekt hij, knarst met de tanden, en verstijft. Ik heb uw leerlingen verzocht, hem uit te drijven: maar ze konden het niet.
19Ele lhe respondeu: “Ó geração incrédula, até quando estarei com vocês? Até quando os suportarei? Tragam-no a mim.”
19Hij antwoordde hun: O ongelovig geslacht, hoelang nog zal Ik bij u zijn, hoelang nog zal Ik u dulden? Brengt hem hier bij Mij!
20Eles trouxeram o menino a Jesus. Quando o espírito viu Jesus, imediatamente convulsionou o menino, que caiu no chão, rolando e espumando pela boca.
20Ze brachten hem. Zodra de geest Hem zag, deed hij den knaap de stuipen krijgen; hij viel op de grond, en wentelde zich schuimbekkend rond.
21Ele perguntou ao pai dele: “Há quanto tempo isso tem acontecido com ele?” Ele disse: “Desde a infância.
21Hij vroeg aan zijn vader: Hoe lang heeft hij dit al, dat hem dit overkomt? Deze zeide: Van kindsbeen af;
22Muitas vezes o tem lançado tanto no fogo quanto na água para destruí-lo. Mas se podes fazer alguma coisa, tem compaixão de nós e ajuda-nos.”
22dikwijls werpt hij hem in het vuur of in het water om hem te doden. Ach, indien het U mogelijk is, help ons dan, uit medelijden met ons.
23Jesus lhe disse: “Se tu podes crer, todas as coisas são possíveis ao que crê.”
23Jesus sprak tot hem: Hoe; indien het U mogelijk is? Alles is mogelijk voor hem die gelooft.
24Imediatamente o pai do menino exclamou em lágrimas: “Eu creio. Ajuda a minha incredulidade!”
24Aanstonds riep de vader van den knaap onder tranen uit: Ik geloof; kom mijn ongeloof te hulp.
25Quando Jesus viu que uma multidão vinha correndo, ele repreendeu o espírito imundo, dizendo-lhe: “Espírito mudo e surdo, eu te ordeno, sai dele, e nunca mais entres nele!”
25En daar Jesus zag, dat het volk tezamen liep, gebood Hij den onreinen geest, en zeide hem: Stomme en dove geest, Ik gebied u, ga van hem uit, en keer niet meer bij hem terug.
26Depois de clamar e convulsioná-lo violentamente, saiu dele. O menino ficou como morto, a tal ponto que a maioria deles dizia: “Ele está morto.”
26Schreeuwend en onder hevige stuiptrekkingen ging hij van hem uit; de knaap zag er uit als een lijk, zodat velen zeiden, dat hij gestorven was.
27Mas Jesus o tomou pela mão e o levantou; e ele ficou em pé.
27Maar Jesus vatte hem bij de hand, en richtte hem op; en hij stond overeind.
28Quando ele entrou em casa, seus discípulos lhe perguntaram em particular: “Por que nós não conseguimos expulsá-lo?”
28Toen Hij thuis was gekomen, vroegen zijn leerlingen Hem, terwijl zij alleen waren: Waarom konden wij hem niet uitdrijven?
29Ele lhes disse: “Esta espécie só pode sair por meio de oração e jejum.”
29Hij zei hun: Dit soort kan alleen met gebed worden uitgedreven.
30Eles saíram dali e passaram pela Galileia. Ele não queria que ninguém soubesse disso,
30Zij vertrokken vandaar, en reisden Galilea door. Maar Hij wilde niet, dat iemand het wist;
31pois estava ensinando os seus discípulos, e lhes dizia: “O Filho do Homem está sendo entregue nas mãos dos homens, e eles o matarão; e, depois de morto, no terceiro dia ressuscitará.”
31want Hij onderrichtte zijn leerlingen. Hij sprak tot hen: De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen der mensen; ze zullen Hem doden, maar na zijn dood zal Hij de derde dag verrijzen.
32Mas eles não entendiam o que ele queria dizer, e tinham medo de lhe perguntar.
32Ze begrepen dit niet: toch durfden ze Hem niet ondervragen.
33Ele chegou a Cafarnaum, e quando estava em casa, perguntou-lhes: “O que vocês estavam discutindo entre si no caminho?”
33Zij kwamen te Kafárnaum terug. En thuis gekomen, vroeg Hij hun: Waarover hebt gij onderweg gesproken?
34Mas eles ficaram calados, pois no caminho haviam discutido uns com os outros sobre quem era o maior.
34Ze zwegen; want ze hadden onderweg met elkander getwist, wie de grootste zou zijn.
35Ele se sentou, chamou os doze e lhes disse: “Se alguém quiser ser o primeiro, será o último de todos, e o servo de todos.”
35Hij zette Zich neer, riep de twaalf, en sprak tot hen: Zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn, en de dienaar van allen.
36Ele tomou uma criança e a colocou no meio deles. Tomando-a nos braços, disse-lhes:
36Nu nam Hij een kind, plaatste het in hun midden, omhelsde het, en zei hun:
37“Quem receber uma destas crianças em meu nome, a mim me recebe; e quem me receber, não recebe a mim, mas àquele que me enviou.”
37Wie een van zulke kinderen opneemt in mijn Naam, hij neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Mij niet op, maar Hem die Mij gezonden heeft.
38João lhe disse: “Mestre, vimos alguém que não nos segue expulsando demônios em teu nome; e nós o proibimos, porque ele não nos segue.”
38Johannes zeide tot Hem: Meester, we hebben iemand, die ons niet volgt, duivels zien uitdrijven in uw Naam; we hebben het hem verboden, omdat hij zich niet bij ons aansluit.
39Mas Jesus disse: “Não o proíbam, pois não há ninguém que faça um milagre em meu nome e possa logo depois falar mal de mim.
39Maar Jesus sprak: Verbiedt het hem niet; want er is niemand, die een wonder verricht in mijn Naam, en onmiddellijk daarop Mij kan honen.
40Pois quem não é contra nós é por nós.
40Wie niet tegen ons is, hij is voor ons.
41Pois quem lhes der um copo de água para beber em meu nome, por vocês pertencerem a Cristo, em verdade lhes digo que de modo nenhum perderá a sua recompensa.
41En wie u een beker water te drinken geeft, juist omdat gij van Christus zijt, voorwaar Ik zeg u: Hij zal zijn loon niet missen.
42“Quem fizer tropeçar um destes pequeninos que creem em mim, melhor lhe seria que fosse lançado no mar com uma pedra de moinho pendurada ao pescoço.
42Wie ergernis geeft aan een van deze kleinen, die in Mij geloven, het ware hem beter, dat hem een zware molensteen om de hals werd gehangen, en hij zo in de zee werd geworpen.
43Se a sua mão o fizer tropeçar, corte-a. É melhor para você entrar na vida mutilado, do que, tendo as duas mãos, ir para a Geena, para o fogo inextinguível,
43Zo uw hand u ergert, houw ze af. Het is beter, verminkt het Leven binnen te gaan, dan met twee handen naar de hel te gaan, naar het onuitblusbaar vuur,
44‘onde o seu verme não morre, e o fogo não se apaga.’
no verse 44 in this text
45Se o seu pé o fizer tropeçar, corte-o. É melhor para você entrar na vida aleijado, do que, tendo os dois pés, ser lançado na Geena, no fogo que nunca se apagará—
45En zo uw voet u ergert, houw hem af. Het is beter, kreupel het Leven binnen te gaan, dan met beide voeten in de hel te worden geworpen, in het onuitblusbaar vuur,
46‘onde o seu verme não morre, e o fogo não se apaga.’
46waar hun worm niet sterft, en het vuur niet gedoofd wordt.
47Se o seu olho o fizer tropeçar, arranque-o. É melhor para você entrar no Reino de Deus com um só olho, do que, tendo dois olhos, ser lançado na Geena de fogo,
47En zo uw oog u ergert, ruk het uit. Het is beter met één enkel oog het koninkrijk Gods binnen te gaan, dan met twee ogen in de hel te worden geworpen,
48‘onde o seu verme não morre, e o fogo não se apaga.’
48waar hun worm niet sterft, en het vuur niet gedoofd wordt.
49Pois cada um será salgado com fogo, e cada sacrifício será temperado com sal.
49Allen moeten inderdaad met vuur worden gezouten.
50O sal é bom, mas se o sal perder o seu sabor, com que o temperarão? Tenham sal em vocês mesmos e vivam em paz uns com os outros.”
50Het zout is goed: als echter het zout smakeloos wordt, waar zult gij het dan mee zouten? Behoudt het zout in u, en leeft in vrede onder elkander.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.